Christophe schreef dit op de Facebooks:

Toen ik in het tweede of derde leerjaar zat en ik op school nog maar eens in de problemen was gekomen met mijn afschuwelijke handschrift, vroeg ik vertwijfeld aan mijn ouders hoe dat ging, “een vast handschrift hebben”. Ik keek naar hoe mijn vader en mijn moeder schreven, en ik zag dat hun woorden op één lijn bleven staan, dat alle letters er hetzelfde uitzagen, en vooral: hoe enorm rap het ging om te schrijven. In tegenstelling tot wat er bij mij gebeurde, met mijn vingers die mijn gedachten niet konden bijhouden en een onregelmatige slordige brij produceerden die ik zelf nauwelijks nog kon lezen.

Mijn ouders gaven mij allebei hetzelfde — verkeerde — antwoord: “maar mijn geschrift is helemaal niet vast, kijk, al de letters zijn altijd anders”. En als ik aandrong, zeiden ze dat ze het ook niet wisten en dat het later wel zou komen voor mij.

’t Is niet omdat het de waarheid is, dat het het juiste antwoord is, want ik was er niets mee. Ik heb er jaren en jaren mee in mijn hoofd gezeten, met de teleurstelling van dat slechte antwoord. Tot ik (veel later) begreep hoe het werkte.

Iemand die leert schrijven, leert eerste letters natekenen: lijntje voor lijntje, waarbij telkens moet nagedacht worden over elk lijnstukje. Een kleine a is eerst een boogje in klokwijzerszin van 9u naar 1u, dan min of meer een halve cirkel in de omgekeerde richting van 1u tot 4u, dan afbuigen naar een rechte lijn naar boven tot aan het eindpunt van het eerste lijnstukje, dan weer naar beneden en eindigen met een boogje onderaan.

Na een tijdje zit elke letter in de vingers, maar moet er nog wel over elke letter nagedacht worden: okay, nu volgt een a, dat was zó, en nu een r, dat gaat zó. Ik herinner mij dat ik voor elke letter door een hele reeks van vormen ging, om te proberen ze zo efficiënt mogelijk te tekenen. Dat gaf dan bijna stenografisch onleesbare zooi; links hoe het ons aangeleerd werd, rechts wat varianten die ik me nog herinner:

Het punt is natuurlijk: als er genoeg tijd over gaat, is denken niet meer nodig. Dan weet de hand hoe het moet zonder bewuste tussenkomst. Maar, en dat is het vervelende: dat gaat alleen maar als men genoeg geschreven heeft, en het gebeurt bijzonder geleidelijk, tot een mens plots beseft dat het zo ver is. Wellicht heeft iemand ooit al onderzoek gedaan naar hoe snel dat gaat: hoeveel letters iemand gemiddeld moet geschreven hebben voor die omslag gebeurt van bewust priegelen naar de handeling van het letters kunnen produceren zonder er over te hoeven nadenken. Bij mij heeft het geduurd tot ver in de middelbare school en lukt het pas écht aan de universiteit.

Wel: het is hetzelfde voor lezen, vrees ik. Hoe meer een mens leest, hoe sneller het gaat. Waar ik eerst letter per letter las (“kuh, ah, te > kat”) en daarna lettergreep per lettergreep (“kuh, ah, te > kat; uh, re > er; kat-er >káter”), herkende ik op den duur stukken woorden, en dan hele woordbeelden, en hele stukken zin.

Het logische vervolg is dan om gebruik te maken van de structuur van een tekst (en elke tekst heeft een structuur, niet alleen offertes of contracten of wetenschappelijke artikels): woorden in het vet zijn wellicht belangrijker, woorden met een hoofdletter zijn namen, als dingen die tussen haakjes staan, kunnen die wellicht gewoon weggelaten worden als men gehaast is. Dat soort dingen. Het begin van een paragraaf en het einde zijn meestal belangrijker dan wat er in het midden staat. Als er opsommingen zijn, moet een mens niet noodzakelijk alles lezen. Als er tussentitels staan, is het soms voldoende om alleen de tussentitels te scannen om te weten of het nuttig is meer in detail te gaan.

De gemakkelijkste manier om daar zeer snel van bewust te worden: een vinger lichtjes op het onderste ooglid leggen terwijl men aan het lezen is. Als ik een taal lees die ik beheers, beweegt mijn oog zelden of nooit meer dan een of twee keer per regel als ik heel aandachtig lees. Als het iets saai is en ik wil er snel door gaan, dan heb ik soms aan een paar blikken per pagina genoeg om te weten of ik aan een interessanter stuk gekomen ben, dan wel of het gewoon verder aan het neuzelen is. Maar als ik pakweg Russisch lees, waarvan ik het alfabet wel ken en naar analogie redelijk wat woorden kan ontcijferen, dan stopt mijn oog bijna bij elk woord.

Het is trouwens ook ergens in die evolutie van letters naar woordbeelden en meer dat ik mijn innerlijke stem uit heb gezet tijdens het lezen. Lezen is niet mezelf in stilte iets voorlezen: ik kan enorm veel sneller lezen dan ik kan spreken. Waarom zou ik dan mezelf tegenhouden door elk woord in stilte uit te spreken?

…pas op, ik besef zeer goed dat ik hier niemand mee help. Ik heb een zoon die niet graag leest omdat het te traag gaat, en ik krijg het er niet in dat hij het liever gaat doen als hij maar meer zou lezen, want hij leest nu eenmaal niet graag omdat het zo traag gaat. Ik heb, in tegenstelling tot mijn schrijfperikelen, altijd al willen lezen. Mijn ouders hadden thuis ettelijke tienduizenden boeken met allemaal de meest interessant uitziende covers, en mijn vader kocht leek het wel dagelijks nieuwe boeken. Ik heb altijd al willen weten, en dingen die te weten waren, stonden in mijn tijd alleen maar in boeken. En dus had ik in het eerste leerjaar bijvoorbeeld al alle boeken van de bibliotheek van de eerste drie leerjaren uitgelezen.

Tegenwoordig is het niet zo eenvoudig meer. Ik moet actief beslissen om te lezen. Er blijven meer boeken dan ik ooit in honderd levens zou kunnen lezen, maar hoe snel ik ook lees (gemiddeld denk ik zo’n 120 bladzijen per uur, in het Engels, Frans en Nederlands), het zal altijd gemakkelijker zijn om naar een youtubefilmpje te kijken of iets op Netflix of zo.

Zo kwam het dat ik in 2019 maar een boek of twintig had gelezen (en dan nog vooral audioboeken op weg van en naar het werk), en dat 2020 een historisch dieptepunt was, met denk ik een boek of vijf wegens, tja, 4000 films en tv-series.

Wat mij dus tot het voornemen bracht van in 2021 elke dag te lezen. Een uur of twee, drie. Wat mij op meer dan honderdduizend bladzijden in precies 300 boeken bracht.

Doe mee met de conversatie

3 reacties

  1. Ik lees ook redelijk snel (je theorie over veel lezen kan kloppen: ik verslond als kind en jong meisje boeken aan de lopende meter. Ik koos in de bib ook liefst dikke boeken want dan kwam ik langer toe met mijn lectuur) en vind dat spijtig. Want ik mis toch vaak dingen en wat ik lees verdwijnt snel uit mijn geheugen. In het Engels heb ik dat niet, daarom lees ik tegenwoordig wat meer Engelstalige boeken. En als ik een engelstalig boek heb gelezen, bljft dattrager tempo daarna bij een nederlandsr

    1. Oeps, er ongeluk op verzenden gedrukt …

      … blijft dat trager tempo daarna bij een Nederlandstalig boek nog wat hangen.

      Ik kom overigens ook niet meer verder dan een 20 tot 30 boeken per jaar omdat ik zoveel andere dingen doe.

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.