Ik was met collega’s op een bijzonder fijne pensioenviering van een andere collega waar ik kort maar wel zeer aangenaam mee samengewerkt heb.

Het gesprek kwam op vragen die aan potentiële partners van kinderen gesteld werden, één van die vragen was “wat is de naam van de hond van Picasso”. Ik zei grapjurkend –zo ben ik dan wel weer– dat mijn vraag in die zin zou zijn wat de naam van de kat van H.P. Lovecraft was.

(‘Nigger-Man’, trouwens, maar dit geheel terzijde.)

Schets mijn verstomming als niet één van de vijf of zes collega’s rond de receptietafel zelfs maar wisten wie Lovecraft was!!!!!

En even later kwam de zeer binnenkort gepensioneerde er ook bij staan, en die wist het ook niet!!!! Ik kan daar met mijn hoofd niet goed bij, dat een zó belangrijke auteur zó onbekend zou zijn, maar goed, tot daaraan toe. They were six or seven of the ten thousand, n da’s ook altijd goed.

…maar na een zeer korte uitleg (“immens invloedrijke schrijver van horror en fantasy”) vroeg de jubilaris mij totaal ernstig “en leest gij dat dan ook?”

Want, wat bleek? De man kon geen sciencefiction (“Asimov en zo”) lezen, omdat hij het zó weinig serieus neemt dat hij onvermijdelijk na vijf minuten in de lach schoot.

’t Is echt wel goed dat ik met de jaren al een beetje gesocialiseerd ben, dat ik niet in een kramp van verontwaardiging geschoten ben en dat ik gewoon kwingslagend iets zei in de zin van “jamaar, da’s gelijk zeggen dat ge niéts graag eet van de Franse keuken”.

Ik kan er met mijn hoofd niet bij, dat iemand echt serieus in 2025 zoiets nog kan zeggen. Ik vraag het mij dan ook altijd af waar de grens getrokken wordt — is een voor de rest gewoon verhaal waar een (nog) niet bestaande technologie aan bod komt ineens sciencefiction die niet serieus genomen moet worden? Is pakweg Klara and the Sun van de Nobelrpiswinaar Kazuo Ishiguro te belachelijk om te lezen omdat het hoofdpersonage een robot is?

Argh.