Ik vond dat vroeger altijd een rare term, “analyse”. Zoiets dat andere mensen doen, mensen die consultant zijn of zo.

Maar als ze mij vroegen, vroeger, wat ik het leutigste vond op het werk, dan was het: begrijpen wat mensen nodig hebben, en dat dan kunnen verwoorden zodat het gemaakt kan worden.

Vertaler spelen tussen mensen. In het diepe eind van een problemenzwembad gesmeten worden, spreken en lezen en doen tot ineens het licht aangaat in mijn hoofd, goed nakijken of ik het wel echt begrepen heb, dan zoeken naar wat het probleem is, wat er nodig is, hoe iets zou kunnen helpen, waar er een duw kan gegeven worden aan iets om het beter te maken — en dan dat proberen verwoorden voor mensen die het in de praktijk kunnen uitvoeren.

Blijkt dat dat gelijk analyse is.

Ik doe echt niets liever, denk ik, dan luisteren naar mensen die het beter weten dan mij op één reeks vlakken, en dan dat overbrengen bij mensen het beter weten dan mij op een heel andere reeks vlakken. En ik weet juist genoeg van de twee kanten om de twee te kunnen vertalen.

Het leutige is ook dat het allemaal redelijk verschillend kan zijn: de ene keer een manier om een procedure in mekaar te steken, de andere keer hoe complexe bestellingen proberen zo eenvoudig mogelijk maken, of kijken hoe een redelijk diffuus en fuzzy iets naar een proper gestructureerde reeks modellen kan omgezet worden.

Vandaag was het de hele dag leutig: een offerte-achtig iets nalezen, babbelen over hoe meertaligheid zou kunnen aangepakt worden ergens, kijken naar dataconversie, en opleidingen plannen. En dan nog een infovergadering op het einde van de dag, en ’t was gelijk dat het maar een uur of twee werkdag was geweest.

Morgenochtend een korte meeting om wat informatie te verzamelen voor een anders soort project, gisteren was het ook al een fijne dag met brainstormen over informatiearchitectuur, ’t kan bijna niet op.