Ik zat voor mijn computer en ik had een stapel dingen die ik had kunnen doen. Waarvan ik dacht dat ik ze eigenlijk eens zou moeten doen.
Serie kijken.
Spel spelen.
Boeken lezen.
Ding programmeren.
Tekst schrijven.
En dan deed mijn computer raar en moest ik hem heropstarten en dat duurt altijd een uur, en dan heb ik mij gewoon in de zetel gelegd, ben ik maar aan dat “serie kijken” begonnen, gemerkt dat ik eigenlijk geen goesting had en begon ik verder te lezen aan een boek, gemrekt dat ik daar ook geen goesting in had, en ben ik dan maar — ondertussen met een kat op de schoot — in slaap gevallen.

Eigenlijk moet ik helemaal niets, heb ik tegen mezelf gezegd. Eigenlijk kan ik gewoon in mijn bed blijven liggen of in de zetel.

