an old man with a hat and beard

Gegeven deze situatie, begin iemand een faux-pas? Da’s “een overtreding van de sociale regels of etiquette door het niet waarnemen van bepaalde signalen, verkeerd interpreteren van de sociale regels en cultuur of het niet op de hoogte zijn hiervan”.

Jeanette kocht voor haar vriendin Anne een kristallen vaas als huwelijkscadeau. Anne gaf een grote bruiloft en er waren te veel cadeaus om te onthouden wie wat gegeven had. Ongeveer een jaar later kwam Jeanette op een avond bij Anne eten. Jeanette liet per ongeluk een fles wijn vallen op de kristallen vaas en de vaas brak in kleine stukjes. ‘Het spijt me heel erg, ik heb de vaas gebroken’, zei Jeanette. ‘Maak je niet druk’, zei Anne’, ik vond ze toch niet mooi. Iemand heeft ze mij gegeven op mijn bruiloft’.

Mijn gedacht: we hebben niet genoeg context om een oordeel te vellen. Was het een gewone vaas uit de winkel, een erfstuk van Jeanette’s familie, een vaas die Anne op haar huwelijkslijst had staan? Hoe reageerde Anne toe het gebeurde? Hoe goed kennen Anne en Jeanette elkaar? Heeft Anne die fles wijn onhandig doorgegeven aan Jeanette terwijl ze had moeten weten dat Jeannette een verlamde hand / MS / dispraxia heeft? Waren er andere omstandigheden? We weten het niet.

In het abstracte en ontbrekend die extra gegevens, is het voor mij duidelijk dat Jeanette hier een fout beging. Zij heeft haar eigen vaas gebroken. Ze had wellicht kunnen inschatten dat Anne te veel cadeaus had gekregen om te weten wie haar de vaas gegeven heeft. Ze had direkt iets kunnen zeggen in de zin van “maar allez domme kalle dat ik ben ik breek de vaas die ik u gegeven heb” of iets in die zin.

Anne heeft haar best gedaan om de situatie te ontmijnen en Jeanette schuldgevoel weg te halen door er licht over te gaan, van “ik vond ze toch niet zo mooi”. Doordat Jeanette niet meteen iets gezegd heeft, heeft ze de situatie nu voor iedereen lastig gemaakt.

Rogier was net begonnen bij een baan op een nieuwe werkplek. Op een dag was hij in de koffiekamer aan het praten met een nieuwe vriend, André. ‘Wat doet jouw vrouw?’ vroeg André. ‘Ze is advocaat’, antwoordde Rogier. Een paar minuten later kwam Carla binnen in de koffiekamer, ze zag er geïrriteerd uit. ‘Ik had zojuist een vreselijk telefoongesprek’, vertelde ze aan hen. ‘Advocaten zijn allemaal zo arrogant en hebberig. Ik kan ze niet uitstaan’. ‘Wil je even komen om deze verslagen na te kijken?’ vroeg André aan Carla. ‘Nu niet’, antwoordde ze, ‘Ik heb mijn koffie nodig’.

Ook hier weten we niet genoeg: is Carla iemand die geneigd is om hyperbolen te spreken? Hoe formeel is het werk? Hoe oud is iedereen? Wat is de hiërarchische verhouding tussen de mensen?

Dat allemaal links latende liggen, en zonder verdere context: Rogier is hier zwaar in de fout gegaan. Hij is juist nieuw op het werk, hij moet duidelijk maken dat hij voor niemand een dreiging is. Rogier had moeten reageren op Carla’s uitspraak die mogelijk André in verlegenheid brengt omdat hij weet dat Rogiers vrouw advocaat is, en geen idee heeft hoe Rogier zich nu voelt en daardoor in een lastig limbo van aargh hoe zit het nu? moet leven.

Rogier had bijvoorbeeld meteen kunnen zeggen “ha, 100% gelijk! mijn vrouw is ook advocaat en ik zeg het haar heel de tijd dat ze arrogant en hebberig is”, maar dan wel al lachend en duidelijk om aan te tonen dat (a) hij met zichzelf en de situatie kan lachen en (b) om te ontmijnen dat Carla mogelijk zich slecht zou voelen door duidelijk te laten weten dat hij wel weet dat Carla het niet zo hard bedoelde, zeker als ze had geweten dat er advokatenechtgenoten in de zaal waren.

Julia nam haar hond, Does, mee naar het park. Ze gooide een stok voor hem om te halen. Toen ze daar een tijdje waren kwam Petra, een buurvrouw van haar, langs. Ze kletsten een paar minuten. Toen vroeg Petra: ‘Ga je richting huis? Vind je het leuk om samen te lopen?’ ‘Natuurlijk’, zei Julia. Ze riep Does, maar die had het druk met duiven achterna zitten en kwam niet. ‘Het lijkt erop dat hij niet klaar is om te gaan’, zei ze. ‘Ik denk dat we hier blijven’. ‘OK’, zei Petra, ‘dan zie ik jullie later wel weer’.

Hoe kan ik nu genoeg weten om te beoordelen of iemand hier een faux-pas beging? Hoe goed kennen Julia en Petra elkaar? Is het de tiende keer op rij dat ze iets belooft te doen en dan weer afblaast met een stom excuus? Die hond, is die misschien zo oud dat hij bijna dood is en is het zijn laatste lente in het park? Als Petra “OK, dan zie ik jullie later wel weer” zegt, is dat sarcastisch? Ironisch? Gewoon normaal?

Ik krijg nog altijd klamme handen als ik aan verhalen als dit denk. Ik kan hier met de beste wil ter wereld, gegeven wat er in het verhaal staat, geen oordeel over vellen.



Reacties

Zeg uw gedacht

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.