Ik heb even pauze genomen van de Gilliets — zoveel doorbraken die niet echt doorbraken zijn, is niet goed voor een mens.
Waarom niet eens naar de andere kant van Europa gaan? Heel kort wat ik weet van de familie van mijn grootmoeder. Wat ze mij zelf vertelde in 1984 — veel namen vermeld, maar heel diep ging het niet, en ik was te dom en te jong om door te vragen en het op te nemen. Gelukkig hebn ik wel zo ongeveer op elk gezicht van elke foto een naam kunnen plakken, al was het niet altijd 100% duidelijk hoe sommige mensen exact verwant waren behalve “c’est un cousin”.
Hier weet ik precies wie iedereen is, bijvoorbeeld — mijn grootmoeder heeft de prachtige gestreepte dinges aan:

Ze omschreef haar gezin: vader Mortka (Mordechai), moeder Lea (Laja), de kinderen Dora, Leon (Lajzer), jong gestorven Chaim, Henri (Hersz Lajb), David, zijzelf (Estera), Felix (Feiwel), en de jongste, Hartko (Hertzko). Dat haar vader slotenmaker was, haar grootvader een herberg had, en haar overgrootvader burgemeester van Kłobuck was.
Dat haar moeder ook van een groot gezin kwam: haar grootvader Hercko (chef van de brandweer van het dorp en hoofd van de chevra kedisha, die verantwoordelijk is voor de rituele reiniging en voorbereiding van overledenen op de begrafenis), zijn vrouw Sara en hun kinderen Laja, Chana (Hanka), Bronia, Regina (Rywka), Aisik (Isaac), Havele (Hannah), Debora (Dvoira) en Helene (Hena) — ik herinner mij nog hoe ik het als veertienjarige snaak moeilijk vond om het onderscheid te maken tussen Chana/Hanka, Hannah/Havele en Helene/Hena.
Haar grootouders aan vaderskant waren Shimshe (Szymon Jakow) en Gutshka (Gitla), en hun kinderen Mortka, Feigl (Fajga Laja), Dvoira, Sura (Sura Ruchla) en Shmiel (Szmul). Ze wist een resem neven en nichten en tantes en nonkels dicht en ver. Ze ze ook redelijk matter of fact het het ermee afgelopen was — een deel in België geïndigd, een deel in Israël, Canada, Verenigd Koninkrijk, Sovjetunie, een enkeling nog in Polen. De laatste “c’est une cousine” (na enorm veel reconstructie denk ik dat het een achternicht van mijn grootmoeder was: de kleindochter van de suz van haar moeder) uit Polen was er begin de jaren 1980 via een verblijf van een paar weken bij ons in de zomer naar Australië geëmigreerd, ik vraag me af hoe het ondertussen met haar is — ze moet ondertussen denk ik bijna 70 zijn.
Voor de over-over-overgrote hoop van de mensen was het natuurlijk “gestorven in de oorlog”, heel soms eens een exacte locatie zoals “Auschwitz” of “als dwangarbeider in Częstochowa”, nog veel zeldener iets meer details “doodgeschoten door nazi’s op weg van Częstochowa naar het kamp van Treblinka, en ze was zwanger” (mijn grootmoeder’s oudere zus Dvoira).
⁂
Over jaren is er hier en daar met druppels en stukjes wat informatie bijgekomen, maar ik had het eigenlijk al opgegeven om veel verder te geraken dan wat mijn grootmoeder mij vertelde. Ik heb bijna per toeval wat gevonden via DNA, maar uiteindelijk als ik naar voorouders kijk, is dit waar het al zéér veel jaren staat:

De eerste doorbraak die ik had, was dat ik in de geboorteakten van Kłobuck een tweeling vond, geboren op 2/14 November 1881: Chaja en Dwojra Feige.

Twee keer hetzelfde behalve de naam van de dochter:
Герцка Файга торговщикъ двадцать пять лѣтъ отъ роду имѣющій въ посадѣ Клобуцкъ … жительствующихъ и предъявилъ Намъ младенца женскаго пола объявляя что онъ родился въ посадѣ Клобуцкъ … законной его жены Суры съ Іосифовичовъ двадцать пять лѣтъ отъ роду
Hertzka Faiga, 25 jaar, koopman in Kłobuck vertoont een dochter geboren in Kłobuck van hem en zijn wettige echtgenote Sura Iosifovich, 25 jaar oud. Hoera! Dat geeft mij
- bevestiging van Hercko’s geboortedatum
- zijn beroep
- de geboortedatum van zijn vrouw
- de geboortenaam van mijn overgrootmoeder
- dat er vóór de Dvoira die in 1942 stierf, er ook een andere Dvoira was, de tweelingzus van mijn overgrootmoeder, dus wellicht vroeg gestorven moet zijn [de reden dat ik redelijk zeker ben dat er twee Dvoira’s waren, is dat mijn grootmoeder precies wist wat de geboortevolgordes waren van haar zelfs soms verre familie, en manifest dus ook van haar moeder en tantes, en dat zijn Dvoira als tweede jongste klasseerde, geboren ergens tussen 1900 en 1912 — terwijl haar moeder van 1881 was]
En dan vond ik dit, dat misschien het laatste was dat ik verwachtte, in de huwelijken van 1879:

сего числа заключено религіозное бракосочетаніе между Павеломъ Файвелемъ двухъ именъ Аржомбекъ, вдовцомъ, шестидесяти [iets] лѣтъ отъ роду, сыномъ Ицка и Рухли урожденной Маркусъ, торговцемъ…
Wahey! Pavel-of-zoals-hij-ook-wel-heet-Fajvel Arzhombek, weduwnaar, ergens in de zestig zoon van Itsek en Ruchla geboren Markus, handelaar — ik weet een generatie meer! Ik weet wie de overgrootouders van mijn grootmoeder waren!
Er staat niets over zijn al dan niet burgemeesterschap, maar iets verder in de akte staat wel nog Новобрачные объявили, что заключили между собою предбрачный договоръ у Ченстоховскаго Нотаріуса Осипа Зборовскаго двадцать перваго Ноября сего года: “Het kersverse echtpaar maakte bekend dat ze op 21 november van dit jaar een huwelijkscontract hadden getekend met notaris Osip Zborovsky in Częstochowa.” Dat wil dus zeggen dat er geld in het spel was en dat het geen arme handelaar was.
I’ll take it.

Verder nog wat kleiner grut gevonden ook — mijn grootmoeder’s grootmoeder Gitla was volgens mijn gegevens geboren in 1856 in Skierniewice, dat blijkt in ’t echt rond 1853 in Tomaszów Mazowiecki geweest te zijn. Gershlik is gewoon hetzelfde als Hersz Leib (de naam van mijn grootoom, de oudste overlevende broer van mijn grootmoeder, maar ook van zijn overgrootvader). En er is een overlijdensakte uit 1889 te vinden van Szymon Jakow Jarząbek — maar dat zal voor morgen zijn.

