• Onze dochter de ster

    Enfin ja, toch een beetje.

    Ze heeft in de opera gezongen, samen met de 90 of zo collega’s-muzikanten van Anima Perla Musica.

    ’t Was ongelooflijk wijs, ook omdat ze een maand geleden nog helemaal niets hadden; maar vooral eigenlijk omdat het echt wel goed was.

    Ik kijk uit naar het vervolg: ’t schijnt gaan ze iets doen met Philippe Herreweghe, en natuurlijk is er volgend jaar een grote samenwerking met een jezuïetencollege in Nederland, en wie weet wat nog. En het is nogmaar het eerste jaar dat Zelie erbij zit.

    Whee!

    (En voor volgende keer dat er een concert of toneel of optreden is, mental note: een camera of twee drie op een statief zetten, gefocusseerd op verschillende delen van zaal, publiek, koor en orkest, en misschien één of twee losse camera’s daarnaast. Dat er tenminste een degelijk verslag voor het nageslacht is.

    Ik had vandaag toevallig een klein cameraatje meegenomen, en mijn fototoestel, maar ik was blijkbaar de enige. En ik kon niet aan de camera eens ze in gang was en de mensen stonden niet waar ze in het begin stonden grrrrr.)

  • Crash!

    Grappigste luchtramp ooit:

    Gezien op Reddit, en ik moest letterlijk luidop lachen. 🙂

  • Oei, mijn hoofd viel er bijna af

    ’t Zal zijn omdat ik zo hard aan het instemmend knikken was met Rosas vs. Beyoncé – Kroy vs. Sanctorum.

  • Hopla!

    Sandra is naar de les EHBO — ik verwacht straks een demonstratie spalken en mond op mond dinges.

    Op het menu vandaag stond pasta met bolognaisesaus: hoera! Wij maken dat alletwee met onze ogen dicht, bolognaise: niets zo gemakkelijk en zo lekker en zo rap!

    Gekapt in de pan, kruiden, wat tomatenblikken en wat zelf opgelegde tomaten met look in een pot, vlees in pot, ajuin stoven, champignons in de pan en dan in de pot, kruiden, tomatenpuree, tralala, klaar.

    De kinderen verzameld, en hey kijk: daar kwam de buurvrouw net aan.

    Wat doet een mens dan? Ha, er was genoeg, dus gewoon buurvrouw en buurman en hun dochters uitgenodigd, tafel uitgetrokken, wat couverts en stoelen bijgezet. Rap een spaghetti aglio olio peperoncini gemaakt voor de buurman, die van de vegetaristische persuasie is (ajuin stoven, look, peperoncini, veel olijfolie, spaghetti erbij) (de ajuin is niet traditioneel maar geeft een fijn contrast, vind ik, van zoetigheid met de looksmaak en de pkantigheid).

    Blitzbezoek! Binnen, eten, buiten, en meer moet dat niet zijn.

  • Tirza, door Arnon Grunberg

    Normaal gezien zou ik wachten tot het einde van de maand en het dan in het lijstje van gelezen boeken zetten, maar hey. Ik moest dit boek lezen, er werd mij gezegd dat het goed was en dat ik het goed zou vinden. Dat werd gezegd door iemand die ik behoorlijk vertrouw in dergelijke zaken, dus dan doe ik dat ook.tirza.jpg

    Ronduit toegegeven: ik heb het doorgaans niet voor het Nederlandstalige boek. Een reus in Nederland en Vlaanderen, da’s vaak zoiets als De Gootste Dwerg Ter Wereld, en het overkomt me bijzonder weinig dat ik volwassenenboeken lees in het Nederlands waar ik geen krullende tenen van krijg.

    Kinder- en jeugdliteratuur, daar vind ik dan wel weer dat ons taalgebied helemaal meespeelt in de Primera división, maar dit geheel terzijde.

    Tirza, dus. Van Arnon Grunberg, ik zie hem wel eens voorbijkomen in het links vod Humo. Ik vind het daar een arrogante vent, maar —vide Orson Scott Card— ook onuitstaanbare mensen schrijven soms prachtige boeken, dus ik blijf helemaal open. Echt, echt waar.

    *
    *  *

    Ahem.

    Het is geen goed teken, schreef ik gisteren op Facebook, dat de eerste pagina van een boek waar ik met open geest naartoe kom, mij al meteen mateloos irriteert.

    Dat taaltje, het stoort mij evenveel als Vlaamse films en series in een soort tussentaal die niemand ooit gesproken heeft of zal spreken. De interacties tussen mensen zijn onecht. Dialogen gekunsteld. Es handelt sich hier um ein Verbrechen-Derrick-Nederlands. Mooi en Meedogenloos-gesprekken, compleet met de rug naar elkaar, het glas in de hand en de blik op oneindig in de camera.

    Het probeert goed over te komen, maar het is klinisch, het is vals, het is plastiek (“plastic”, moet ik zeggen, vermoed ik, of “plèstik”).

    Ik besluit bij te houden wat ik denk terwijl ik het lees. Niet dat ik objectief wil zijn — welke recensent is ooit objectief, en is het dan nog wel een recensent? — maar wel dat ik niet wil vervallen in “ik vond het maar niets” of “het is een uitstekend boek, maar je moet er wel wat aan gewon worden, aan die Grunberg”.

    Ik wil bijhouden wat ik er goed aan vond en wat ik er slecht aan vond, terwijl ik het aan het lezen ben. Geen paginanummers: ik lees op Kindle, tablet en telefoon.

    *
    *  *

    11%. Waarom lees ik dit? Een saai en depressief verhaal over saaie en deprimerende mensen. Gemene mensen ook: er zit niet één personage bij waar ik ook maar iets voor voel. Laat mij raden: op het einde komt alles goed, of niet. Tot nog toe kan het mij niet schelen welk van de twee.

    15%. Nieuwsflits: ruzies tussen mensen die elkaar een half leven kennen, zijn pijnlijk. In verwant nieuws: Paus kakt in bos. Gênant boek, tot nog toe. “Sommige dingen spreek je beter niet uit”, laat Grunberg een van zijn personages zeggen. Ik vind het al een tijdje spijtig dat Grunberg zijn eigen raad niet opvolgt.

    17%. “Het woordje voorlijk lag hem in de mond bestorven.” Een Nederlander weet wellicht wat dat wil zeggen. Ik niet. Ik begrijp Engelstalige boeken beter, besef ik, dan boeken door Nederlanders geschreven.

    *
    *  *

    21%. Grunberg schrijft bordkartonnen personages. Zeer dik bordkarton, loodzwaar bordkarton, maar het blijft eendimensionaal.

    Ik ken de man niet, maar ik stel hem mij voor als een jongetje van achtentwintig dat doet alsof het zich kan inbeelden wat een vijftiger voelt. Als een verstokte vrijgezel die denkt dat hij wel weet hoe het zou zijn om vader te zijn.

    Als een vis die een roman over wielrennen schrijft.

    *
    *  *

    23%. Urgh, ik word zo moe van die voortdurend puberaal transparante schrijvelarij van die Grunberg. Constant over “mijn dochter” spreken en “de echtgenote” — jaaaaa, kerel, we hebben het al door. Al sinds pakweg bladzijde drie van het boek, kerel. Misschien dat de juryleden van de Grote Literatuurprijzen het graag iets nadrukkelijker verteld worden dat, inderdaad, jaja, zeer zeker, dit is wel degelijk van die literatuur, uweetwel, van die doorwrochte waarover nagedacht is, kijk maar, kijk maar. Ik liever niet. Voor mij mag het er iets minder dik op liggen.

    *
    *  *

    24%. Vader heeft net zijn twee jonge tienerdochters al tierend en briesend gevraagd wie van hen vandaag op school in de reet geneukt werd. Kinderen reageren daar volgens Grunberg niet met angst of ontzetting of zo op, maar wel met een mengeling van nieuwsgierigheid en verbazing. Er, yeah, right.  

    34%. Dubbel u de fuk. Heb ik echt net minutenlang een pseudoquasivrijscène ondergaan? Lemonparty is appetijtelijker, en ik begin te betwijfelen dat Grunberg ooit met iemand sex heeft gehad.

    49%. Grunberg over tieners: ik geloof hem even veel als was het een hagedis die het over Rembrandt heeft.

    Euh serieus, ben ik hier iets aan het missen of zo? Ik geloof geen halve minuut wat in dat boek gebeurt. Dit boek gaat niet over mensen, maar over personages in een boek.

    *
    *  *

    53%. Is het écht teveel gevraagd om zo rond de helft van een boek een beetje evolutie in de personages te zien? Of een glimp van waar ze vandaan komen en waar ze naartoe gaan? Ik snap het ondertussen, dat de vader een akelige kapotte mens is, en dat de moeder een krankzinnige kapotte vrouw is, en dat de dochters kapotte kinderen zijn. Een beter schrijver kan dat op een paar bladzijden overbrengen, heeft geen eindeloze mokerslag na mokerslag nodig.

    Het hoofdpersonage is al A, B en C kwijt? Laat me raden, hij gaat in de loop van de rest van het boek ook nog D tot en met Z kwijtraken.

    Hint, beste Arnon: miserie op miserie op miserie, dat wordt na een tijdje écht niet aangrijpend of ontroerend. Dat wordt karikaturaal en licht belachelijk.

    *
    *  *

    57%. Godbetert, krijgen we dat nu weer: de obligate oh my hoe gewíígd vrijscène tussen de oudere man en het jongere meisje. Het equivalent van de tetten van Tatjana Simić in Flodder, zullen we maar zeggen. Soldaat van Oranje, Turks Fruit, haal boven de Hollandse Filmkens met een obligate streep sex erin.

    Grunberg beschrijft sex overigens als een vegetariër met een vogelfobie, die probeert uit te leggen hoe een kip te slachten en te ontbenen: “Na enig zoeken en rondtasten heeft hij haar clitoris gevonden en nu laat hij niet los” — whatever, gast.

    En godhemel, wat heeft hij een talent om elke vorm van verrassing of ontdekking uit een verhaal te houden. “Hier, beste lezer”, zegt hij, “ik zal je hand vastnemen. Kijk, dit is het eerste tafereel. En hier, het tweede tafereel. Hier is een briefje met wat ik wil dat je hiervan vindt. En nu gaan we naar het derde tafereel. Heb je al gemerkt dat dit een echo is van het eerste tafereel? Neen? Wacht, ik leg het er even vingerdik op. Snap je het nu?”

    *
    *  *

    62%. Deel twee van de drie is gedaan. Een (puberale) oefening in klinisch schrijven, vind ik het tot nog toe. Ik word er warm noch koud van, het boeit me niet, geen enkel van de (banale) personages kunnen me iets schelen.

    Nog een kleine veertig procent en ik ben ervan af. Zucht. Het is worstelen, dit boek. Ik heb zin om een potlood te nemen en aantekeningen te maken in de marge van mijn tablet. Heelder pagina’s te doorstrepen. Boze tweets te richten aan Arnon Grunberg.

    *
    *  *

    68%. Urgh, een derde vrijscène, hoho, dat zou wel eens significant kunnen zijn, en denkt Grunberg nu écht dat we het niet dóór hebben, als hij plots van tijd verandert? Het verhaal wordt verteld in de tegenwoordige tijd, de flashbacks in de verleden tijd, en nu heeft het hoofdpersonage zijn dochter, die hij op een voetstuk zet, zien vrijen met een Marokkaan die hij niet af kan, en gaat het plots in de toekomstige wijs. Een boek waar eindeloos oeverloos gedialogeerd wordt, een personage dat zichzelf alsmaar meer als “beest” omschrijft, dat plots een kettingzaag (serieus?) naar boven tovert, en waar plots dochter-op-voetstuk en haar Marokkaans lief verdwijnen, geen letter dialoog meer voeren.

    Ra ra ra, hoe loopt dat af? Come and see in deel drie van het boekje.

    87%. Ik kan niet geloven dat ik een boek lees waar een Nederlander in Afrika aan een zwart meisje zegt “ik ben de ziekte van de blanke middenklasse”. Zucht. ’t Is nu alleen nog wachten op de ontknoping.

    89%. En een paar bladzijden verder, nog altijd tegen dat meisje van tien of zo: “Als zij haar stront van mijn pik likte, was ik alle ballast kwijt.” Zucht. Oh wacht, had ik dat al gezegd?

    94%. Tadam dzing!, daar is de ontknoping die al een half boek geleden doorgetelefoneerd werd. Spoiler alert: het heeft iets met een Marokkaans lief en een kettingzaag te maken. TUM TUM TUM!!!

    <driinnnng>
    Hallo? Ja? Een ogenblikje meneer.
    Arnóóóón!!
    ’t Is een zekere M. Night Shyamalamanmanman aan de lijn. Hij zegt iets van een slecht filmscenario, en dat hij het graag zou terug hebben?

    En nog is het niet gedaan. Serieus, het weinige poer dat er in zat is verschoten, en we moeten nóg wachten tot het gedaan is?

    100%. Ik ben er helemaal door geraakt. Nee, er is niets meer gebeurd.

    *
    *  *

    Kijk luister.

    Ik vraag in een boek doorgaans niet om mededogen, zelfrelativering, een leesbare schrijfstijl, gevoel voor humor, een verhaal met een pointe, spanning, menselijkheid, degelijke karakterschetsen, herkenbaarheid, plausibiliteit, psychologisch doorzicht, dat ik iets bijleer, dat het mij boeit én dat ik als een volwassene behandeld word.

    Ik ben doorgaans tevreden als één, of een paar van die elementen vaagweg aanwezig zijn.

    In deze: helaas, maar geen sigaar.

    Het boek leest irritant — niet moeizaam of traag, maar gewoon lastig. Het komt op mij over als een schrijver die denkt dat hij een kunstenaar is die even doet alsof hij een schrijver is — zo’n beetje Bart Peeters die Bart Peeters speelt die een tv-presentator is. Een boek geschreven zonder enige passie, voor een publiek van recensenten, leraars Nederlands en boekenjury’s.

    Niemand heeft iets geleerd in dit boek, niemand is veranderd, ik heb niemand leren kennen. Er lopen een paar personages rond in het boek hoor, daar niet van. Jörgen Hofmeester, zijn ex-vrouw, zijn oudste dochter en zijn jongste dochter: allevier even levend als zo’n levensgrote cut-out van Jean-Claude Van Damme in de videotheek.

    Conclusie? Ik weet het niet, maar ik heb de indruk dat het niet meteen mijn smaak is.

    Pas op, ’t is persoonlijk hé. Ik begrijp dat er veel mensen zijn die het wel een goed boek vinden. Misschien ligt het wel aan mij.

  • Een grote stap: ingeschreven bij de VDAB

    Ik belde vanmorgen naar de meneer van de VDAB om mij in te schrijven.

    Dat gaat tegenwoordig ook aan de telefoon, namelijk: rijksregisternummer, achternaam (met i en dan j, jawel), voornaam, geboortedatum, postcode, straatnaam, nummer (neen, geen bus, gewoon het nummer). Wat ik gestudeerd heb, of ik nu aan het werk ben.

    En dan krijg ik een dossiernummer, en kan ik me met mijn rijksregisternummer en een voorlopig wachtwoord aanmelden bij Mijn VDAB.

    Ze vragen meteen om mijn profiel te vervolledigen, ik heb dat dan maar gedaan. Ik heb bureauticakennis, geef ik ze mee. Zeer goede kennis van de bureauticapakketten Lotus 123, Frontpage, Lotus Notes, MS-Office, en Internet: dat weten ze dan ook weer.

    Er zijn ettelijke vacatures voor mijn profiel — ik heb dan ook aangegeven dat ik me mondeling en schriftelijk kan behelpen in het Frans, Engels en Nederlands, dat ik zeer goed efficiënte opzoekingen op inter- en intranet kan maken, en dat ik Elektronische post (e-mail, post die via elektronische werg wordt verzonden) zeer vlot kan hanteren.

    Ik zou administratieve duizendpoot in Waasmunster kunnen worden, of multifunctioneel bediende bij een marketingdatabedrijf in Gent 9000, of nog tig andere beroepen.

    Ik heb mijn inschrijvingsbewijs als werkzoekende, en ik heb daar een papier van: “dit attest werd afgeleverd op maandag 24 oktober 2011 om 13:42”.

    Jammer, dat wel. Het allereerste (verplichte) veld op de (verplichte) profielaanvulpagina was dit:

    Screen Shot 2011-10-24 at 13.24.43.png

    Ik had daar graag een bijkomende optie bij gezien, iets in de zin van “Ik ben niet werkloos en ik ben ook nog nooit werkloos geweest en ik zoek ook geen nieuw werk meer nog ik ben zeer content te werken waar ik werk maar ze hebben mij gezegd dat ik een VDAB-profiel moet aanmaken opdat mijn werkgever zou kunnen aanspraak maken op de Vlaamse Ondersteuningspremie voor gehandicapten en dat was het eigenlijk dankuzeer”.

    Gn.

  • Doe eens een fijne zondag

    Gisteren tot een uur of drie of zo naar televisie gekeken, allemaal series inhalen en dingen.

    Dan beginnen lezen aan Arnon Grünberg: Tirza. Ik laat u nog even in spanning, maar alvast in het kort over het eerste derde van het boek? No sir, I didn’t like it.

    Vanmorgen uit bed gebeld door mijn broer, en samen naar F.A.C.T.S. getogen — ik zal mijn gedetailleerde bevindingen aan de organisator persoonlijk doorgeven, maar ik was alvast content dat ik Peter zijn winkel gevonden heb.

    Teruggekomen thuis, en helemaal onverwacht kwam Heidi uit een paar huizen verder langs: haar computer deed het niet meer. “Hebt g’hem als eens herstart?” vroeg ik om te lachen, maar kijk: ze had hem nog niet herstart, en daar lag het inderdaad aan.

    En dan is Heidi blijven zitten, heb ik bananenijs gemaakt en de kinderen bananenmilkshake, heeft Heidi uiteindelijk nog meegegeten, en is het een gezellige namiddag geworden.

    En dan gaan we nu kijken naar So You Think You Can Dance.

    Soms moet het niet meer dan dat zijn, neen.

  • Pop-up dedju

    Zullen we één ding afspreken?

    Dat we het niet meer zullen hebben over pop-up stores? Dat we die dingen gewoon kraampjes noemen?

  • Cadeaubonperikelen

    Cadeaubons: ’t is een gemak soms, maar ’t is ook een ongemak soms.

    Ik heb gisteren — hoera! — totaal onverwacht cadeaubons gekregen.

    Eén van Amazon.co.uk, en een setje van Foto Konijnenberg. Uitstekend, natuurlijk, vooral ook omdat het, ahem, redelijk wat was van bedrag. En dan ga ik naar Amazon.co.uk en klik ik aan wat ik al een eeuw wil kopen maar waar ik de uitgave gezinsbudgetgewijs niet kon verantwoorden, duw ik op de checkoutknop, en…

    Kent ge dat? Iets dat al gekozen was, zorgvuldig afgewogen tegen veel andere alternatieven, met liefde in de boodschappenmand gestoken, en dan blijkt bij de checkout dat het alsnog een maand zal duren voor het verscheept kan worden, of dat het alsnog niet op voorraad is? Ooooooooh als ik iets in mijn hoofd al gekocht heb, en ze zeggen mij dat het niet meteen kan verstuurd worden, ik zou er de muren van oplopen.

    Ik duw dus op de checkoutknop, en… aaaaaargh! Item wordt niet geleverd buiten UK!

    Tussen nijdig, wanhopig, spinnijdig en kwaad, was ik. Aaargh cadeaubons voor Amazon UK in plaats van voor Amazon DE, aaargh! Aaargh! Aaaaargh!!!

    Ui miserie en met een half hart — groene nijd knaagt aan mijn maag — gezocht naar alternatieven voor wat ik gekocht had. Spatels en messen: aaaarrggghhhh ze verzenden niet buiten het Verenigd Koninkrijk. Potten en pannen: aaaargh idem.

    En van vorige cadeaubonperikelen met Amazon.com weet ik dat Amazon Gift Certificates voor geen halve centimeter uitwisselbaar zijn. Amazon.com: uitgeven op Amazon.com, pech. Amazon.co.uk: niet geldig in Amazon.fr of Amazon.de, pech. En als ge dan electronisch materiaal of voedsel wilt kopen: pech! Pech! Pech!

    Gedegouteerd Amazon dichtgesmeten, en uit armoe met mijn tweede set cadeaubons naar Konijnenberg gegaan. Een schone nieuwe statiefkop gekocht:

    Screen Shot 2011-10-22 at 14.44.12.png

    Ik ben zeer tevreden van de oude (een Manfrotto 488 RC0 die ik op een Neotec 458B vijs), maar zo’n kogelding is absoluut onhandig om filmpjes mee te maken. Van mezelf zou ik niet zo snel een nieuwe kop kopen, maar als het cadeau is…

    (Negentiende-eeuwse manier van cadeaubons doen trouwens, daar bij Konijnenberg: als het via internet aankopen is, moet het bedrag min het cadeaubonbedrag overgeschreven worden met de bank, en dan moeten de cadeaubons per post naar Holland verstuurd worden, met een briefje erbij waarop de bestelcode staat. Zucht.)

    Afijn. Ik ben dan nog eens teruggegaan naar Amazon, om nog eens te kijken naar mijn bijna-maar-dan-toch-niet-nieuwe-keukenmachine.

    Oh.

    Hang on.

    Dat ding wordt –via Amazon– verkocht bij meer dan één handelaar. En de prijzen variëren nogal, en de shipping conditions ook.

    Ahem.

    Een kwartiertje en een paar handelaars later ben ik op een zot uitgekomen die belooft gratis te verschepen, ook naar België. En die er nog zo eentje op voorraad had:

    91065.jpg

    Winkelen met andermans geld is wijs.

  • Een schone lei

    Kijk nu, een video van Hot Chicks of Occupy Wall Street:

    Ze gaan nog moeten oppassen of ik word er helemaal optimistisch van.

  • Juist op tijd voor het weekend

    Het begint min of meer in orde te komen: gisterenavond en vannacht schrikkelijk veel koorts gehad, vanmorgen tot vanmiddag pakweg 14u heb ik mij de longen uit het lijf gehoest (slijm, tot daar aan toe, maar de bijhorende hoofd- en rugpijn was minder).

    En dan vannamiddag de ene na de andere zweetaanval gehad, maar ik moest het huis uit voor het oudercontact op de lagere school, dus hey.

    Alles in orde, trouwens, op de lagere school: Anna is het zonnetje in de klas, Jan doet het zo goed dat het niet beter kan, Louis is goed bezig, hoerastemming alom.

    En dan zijn we pizza gaan eten met iedereen.

    En morgen is het Zelie’s optreden in de opera van Antwerpen, en gaat mijn broer met Jan naar AA Gent – Lokeren.

    Ik hoop dat ik er morgen helemaal door ben, qua ziektes.

  • A convenient death

    Een blik van totaal onbegrip, in de ogen van Khadaffi, en ik moet niet ver zoeken als ik wil weten waar ik die blik nog gezien heb: de executie van CeauÅŸescu en zijn vrouw.

    Ik ken er natuurlijk niets van, maar het zou mij niet verbazen als het weer eens hetzelfde oude verhaal zou zijn, daar in Libië: regime 1 ingewisseld voor regime B, en voor de rest verandert er niet echt meteen zo heel veel.

    ’t Is te hopen van niet, natuurlijk, maar als ik me niet vergis was het in Egypte ondertussen toch ook al een beetje van dat?

    En sta mij dan toe om die vele welgestelde expat-Libiërs verdacht te vinden, die onder het vorige regime ambassadeurs en grote bazen en diplomaten waren, en die nu plots staan te klappen en het nieuwe/oude volkslied staan te zingen, de vingers in V en met versgestreken vlaggen zwaaiend.

    Niet dat ik zeg dat het allemaal huichelaars zijn of, uiteraard niet: maar ’t zou mij niet verbazen als dezelfde min of meer mensen in allerlei verschillende situaties altijd min of meer boven komen drijven. Of dat nu 2011 is of 211 voor Christus, en of het nu China is of Libië.

    (En on an unrelated note: let er eens op, waar komen al die vlaggen toch alsmaar vandaan? In Roemenië waren er plots tienduizenden vlaggen met netjes een cirkel uitgeknipt, daarnet op het nieuws zag ik in Sirte net iets teveel vlaggen waar de strijkplooien nog in zaten.)

    Maar alla. We moeten positief en optimistisch blijven. Wie weet komt het allemaal in orde. En, net zoals bij CeauÅŸescu en Saddam Hoessein in de tijd: wat een gemak dat die mens niet meer leeft. Hoe gênant zou het niet geweest zijn als er een echt proces was geweest, waar die mens zou kunnen gezegd hebben met wiens steun hij wat precies heeft kunnen doen.

    Tss.

  • Magisch

    Wow.

    [via]

  • Ik steek het op het wisselen van de seizoenen

    ’t Was gisteren, voor zover ik mij kan herinneren, de eerste keer in veel (véél) maanden dat ik met koorts in mijn bed gekropen ben. Vanmorgen lukte het nog allemaal, en vanmiddag ging het zelfs ronduit helemaal goed, op het werk.

    Maar wat graadt gij? Inderdaad, vanavond is het perte totale. Geen loopneus meer wegens helemaal vast, maar wel hoofdpijn, en keelpijn, en oorpijn, hoesten, en vooral: een overdosis zelfmedelijden.

    Ik ga er eens nu in kruipen, in mijn bed.

    Mleh.

    (Oh en voor de rest: de algemene repetie voor de opera van Anima Perla Musica vandaag in de Opera in Antwerpen was blijkbaar zo goed, dat ze morgen zelfs geen repetitie meer hoeven te doen. Yay!)

  • Ik steek het op het wisselen van de seizoenen

    ’t Was vanmorgen, voor zover ik mij kan herinneren, de eerste keer sinds augustus dat ik in de regen naar het werk moest fietsen.

    En wat graadt gij? Inderdaad, vanavond griep/valling/keelpijn/snot.

    Niet dat het één met het ander te maken heeft natuurlijk, er zijn allerlei dingen van incubatieperiodes en dat regen u niet ziek maakt en zo, maar toch: ’t valt schoon samen.

    En omdat het van incubatieperiodes en dergelijke is en ik dus morgen toch niemand meer kan besmetten vermoed ik, en dat er morgen moet samengezeten worden met iemand op het werk, ga ik morgen dus gewoon naar het werk togen.

    Maar dan wel nú in bed. Met loopogen en een extra doos Kleenex.

    Mleh.