• Voor u getest: Biotherm Skin Vivo Uniformity

    De reclameregie stak deze binnen:

    Biotherm Skin Vivo Uniformity

    Ik zal een week aan een stuk de rechterkant van mijn gezicht insmeren, en de linkerkant ongemoeid laten. Onderstaande foto geeft de toestand weer in de loop van de eerste behandeling. Dat wit onder mijn oog is de crème:

    Biotherm Skin Vivo Uniformity

    Mijn eerste indrukken: vanille, karamel, vers gesneden gras, de wilde frisheid van limoenen, koffiegruis, schorseneren. Een hint van risotto en kaneel.

    Ik zal het u weten zeggen, of mijn rimpels / droge huid / vette huid / storende neus- en oorharen er mee beteren.

    [euh, en mijn madam zal u dan de échte test weten te vertellen, dus]

  • Etentche

    Hola, morgen komt er volk eten! En er moet nog beslist worden wat er klaargemaakt moet worden!

    In principe zou het morgen spaghetti carbonara moeten zijn: wij volgen ’s avonds het weekmenu van de school, namelijk.

    Of toch iets anders? Geen idee, maar ’t zal wel iets moeten zijn dat rap klaar kan gemaakt worden en waar ik geen boodschappen voor moet doen.

    Oh, en vandaag heb ik het mokka- en chocoladeijs dat dit weekend nog niet opgevreten was, uitgedeeld op het werk (een half bureau vol ankeraars, ’t was proper), dus is het misschien wel een idee om nog eens een leksken ijs te maken?

  • Fledermaus

    Heelder stapels vleermuizen, hier in de buurt: ze zitten onder de dakgoten, in de torens en in stedelijke grotten gelijk het Gravensteen. ’s Avonds fladderen ze boven ons hoofd, ’t is een plezier om zien.

    ’t Was de eerste keer in al de jaren dat we in het centrum van Gent wonen: vanavond is er een vleermuis in de keuken binnengevlogen.

    Ze is blijkbaar rap in de hoek van de venster gaan schuilen, maar nog rapper dan tel was Nephthys erop gevlogen, en zat de kat ermee onder de tafel, één zwak flappend vleugeltje uit de mond.

    ’t Is nog iets anders dan onze vorige kat: die kroop al weg die keer dat er een spartelend muizenjong op de vloer lag.

    Ik ben er redelijk rap achtergevlogen, en nog een geluk dat ze niet te ver kan lopen: ik had ze in het gras nog juist bij haar staart vast, en dan was het vechten om dat vleerbeest uit haar mond te krijgen. De truuk met duim en wijsvinger in de mondhoeken lukte niet, ik heb aan haar hoofd moeten schudden tot ze los liet.

    Het vleermuisje is weggevlogen, en voor zover ik zag, zag het er nog redelijk in orde uit, oef.

    ’t Was hier helemaal van natuur rood in tand en klauw vanavond!

    En voor de rest heb ik vandaag niéts gedaan. In de trekzetel gezeten, en af en toe vergeten ademen, da’s alles.

  • The days are just packed

    ’t Zal dan eens zijn tegen dat ze allemaal zelf naar hun activiteiten kunnen rijden! Nog een geluk dat mijn broer vandaag heel de dag taxi gespeeld heeft: Sandra was naar een seminarie, en met één persoon is het niet te doen de zaterdag.

    Het is nochtans al serieus verminderd: Anna doet geen turnen meer, Zelie doet geen zwemmen meer en zo.

    Het programma vandaag: Zelie naar ritmische gymnastiek (ze rijd rijdt gelukkig zelf), Anna naar ballet, Anna afhalen van ballet. Boterhammen maken, eten. Anna, Jan en Louis naar zwemmen. Over en weer naar de Fnac om een koptelefoon te kopen, een hard disk en De Bremer Stadsmuzikanten, het laatste hoorspel van het Geluidshuis. Anna, Jan en Louis afhalen van zwemmen. Louis naar animatiefilmles doen, Anna en Jan naar scouts. Zelie is ondertussen zelf naar de scouts gefietst. Boodschappen doen bij de Musketiers. Jan en Anna gaan halen bij de scouts (ze zijn zo smerig als iets: ’t was onverwacht Vuile Vergadering).

    Vuile vergadering

    Dat is dus in de weer van 9u30 tot 17u30.

    Trr.

  • Porkka Playboys ftw!

    Japanezers zijn zot, maar Finlanders kunnen er ook van, muzikaal dan toch. Move over Leningrad Cowboys, hier zijn de Porkka Playboys, wahey!

    Met de best cover van Bohemian Rhapsody in eeuwen:

    En kijk, behalve het populaire repertoire kunnen ze ook de grote klassiekers van de wereldmuziek aan:

  • Mbwahah-krak-gnnn

    We gingen dan gisteren iets gaan eten, maar dat is helemaal mislukt.

    Het is eerst één van de turist-arnak-plaatsen op de Vrijdagsmarkt geworden: de enige plaats die tegelijk open was en –voor mijn compagnon en zijn rookverslaving– terrasverwarming had. Maar dúúr!

    Tegen dat we daar klaar waren, was het al een uur of tien, en om dan nog in een restaurant binnen te stuiken… we hebben het gehouden op het frietkot aan Sint-Jacobs: een pak frieten zonder zout of saus wegens vergeten vragen, een brochette, en een Bickyburger omdat ik gehoord had dat ze daar tegenwoordig ook chips van draaien, en dat ik mij niet kon voorstellen waar dat naar zou smaken. (Wakke broodjes met ertussen een schijf vleesachtige substantie, ajuin, gefrituurde ajuin?, en niet twee maar drie verschillende sauzen van onbestemde smaak: niet voor herhaling vatbaar).

    We hebben dat daar op het plankier voor het frietkot opgegeten, en dan was het de bedoeling om naar de Minor Swing te trekken.

    Terras daar: vol met rokers. Ons door een walm naar binnen begeven, oh kijk, een tafeltje helemaal vrij, wij ons al beginnen installeren — de mensen aan de tafel ernaast: ah nee, de mensen van dat tafelken zijn buiten gaan roken.

    Ik vermoed dat dat mijn kans was om iets spritueels te zeggen, waar ik dan zou laten doorschijnen dat het mij niet het achterwerk van een rat kan schelen waar die mensen nu zitten, op het terras of op de kermis, dat rokers voor zover ik weet géén recht hebben op een tafel op het terras én een tafel binnen, wie denken ze wel dat ze zijn godverdomme, en dingen en alles: we hebben het gehouden op “ah sorry” en we zijn weer naar buiten geschuifeld (nog eens door de walm, bleh).

    Een huis verder, in de Perros Calientes, was er wel nog plaats, en daar zijn we dan maar blijven zitten. Over en weer van binnen naar buiten en weer terug. Tot een uur of pakweg één, een decent uur, en op een uur of zes tijd vijf pinten gedronken of zo: absoluut niet zat of zo, mensen die naar de vijftig gaan zoals wij, dat kan daar allemaal zo goed niet meer tegen.

    Terug thuis, in bed gekropen, vanmorgen de wekker, uit bed geklomm-ack!

    Het was géén goed idee, in slechte stoelkens zitten, daar bij de Perros. Miljaaaaarrrrrrr het ging dus écht niet, vanmorgen.

    Het is een dag thuiswerken geworden: met geen stokken uit de zetel te geraken, tot ver na de middag.

    Bleh. Bleh, bleh, bleh. We hadden half afgesproken met iemand die we daar gezien hadden dat we vanavond gingen komen luisteren naar Baia Koba (Melodische pop-rock met een extotisch tintje waar ge vrolijk, dromerig of stil van wordt, zegt gratisingent.be), maar ik begin er een beetje voor te vrezen.

    Rug kaka.

  • Eeek — Nicki Minaj door Sophia Grace

    Ik ben een beetje bang van dat oudste kindje.

    En het wordt er niet beter op als ze dat mens ook in het echt tegenkomen:

  • Fucking studenten

    Luid gepraat op straat, al de hele avond. Plots: luid gestommel zeer dicht in de buurt van onze voordeur. Door de venster kijken: een donkere streep op de straat — vermoedelijk iemand die van zattigheid is omver gevallen met een glas bier. Of iets donkers uitgekotst heeft.

    Middernacht: luid gebral op straat. Gelijk in: tien vijftien man die storend luid naar elkaar staan te lallen.

    Sandra steekt haar hoofd uit het venster, zegt vriendelijk iets als “jongens, sorry maar ’t is hier een woonwijk met allemaal kleine kinderen die aan het slapen zijn, kunt g’het een beetje rustiger houden?”

    Wat denkt ge dan dat de reactie zou zijn van de fine fleur van onze natie, de toekomst van Europa, de jongens en meisjes die uw en mijn wereld zullen erven?

    Een man of vijf zes die Sandra hard aan het uitlachen waren, en één blonde gast met veel initiatief die erin slaagde om keer op keer superluid te boeren. Kruis vooruit, benen lichtjes open, en dan BRAAAAAP. BRAAAAAAAPPP. BWEUUUUURRRRP.

    Ik ben uit mijn trekzetel gekomen, en ik heb iets luider en met wat meer aandrang dan Sandra gevraagd om alstublieft wat stiller te zijn, wegens dat er hier kinderen proberen te slapen.

    Gelach, gegiechel, en boermans die nog een paar keer BRREUUUUWP BAAARPP deed.

    Een rood waas, dames en heren, in mijn hoofd. Als de living op het gelijkvloers was geweest, was ik op mijn blote voeten en in mijn peignoir naar buiten gevlogen, had ik dat greitend stuk varken met twee handen in zijn hoogblond zat haar vastgegrepen en eerlijk waar met het hoofd tegen de muur geplakt. Herhaaldelijk. En zijn neus tegen de bakstenen gewreven tot er niet meer dan een schaafwonde overbleef. En nog wat stampen in zijn kloten erbij gegeven.

    Ik heb het gehouden op een korte interventie die begon met een redelijk luide YO KLOOTZAK en die uiteindelijk denk ik ook wel iets in de zin van ZIJT GE GODVERDOMME NIET BESCHAAMD bevatte en iets van MAAKT DAT GE FUCKING WEG ZIJT, STUK KLEIN KIND.

    Jawel, oh joy of joys: er wonen studenten in de straat.

    Geen erg hoor, absoluut geen erg. Ik wacht tot ze blok en examens hebben, en dan gaan we ’s avonds gewoon op het plankier zitten, net onder hun venster, met een glas wijn en wat muziek op. Net luid genoeg om storend te zijn.

    En dan geef ik alle kleine kinderen van de hele straat instructies om van ’s morgens vroeg onder hun venster te gaan spelen. Spelletjes waar veel discussie kan zijn over de regels.

    Fuckers.

  • Methodescholen

    Stream of consciousness alert! Tekst geschreven tussen 1 en 2 uur ’s nachts terwijl ik naar documentaires over Albert Speer en Zijne Majestueuze Gebouwen Voor Hitler aan het kijken was.

    Ik las gisteren een omschrijving las van jenaplanscholen (door Ilse). Zo’n methodeschool is dat, zoals er ook Steiner en Montessori en dingen zijn.

    Ik heb wat ervaring op het terrein, wegens zelf op een methodeschool gezeten. Geen idee wat de methode precies was, maar er waren in alle geval professionals mee bezig.

    Een aantal kernpunten van de lagere school waar ik zat:

    • veel meer nadruk op kritische zin en onderzoek dan op van buiten leren en naäpen
    • veel meer nadruk op creativiteit dan op kennisvergaring (en zeker dan op van buiten blokken)
    • veel nadruk op talen (Frans vanaf het derde jaar, Engels vanaf het vierde)
    • veel praktijk, veel experimenten, veel uitstappen
    • vakleraars (Nederlands, Frans, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, godsdienst/zedenleer, turnen, zwemmen, …) en tussen pakweg november en maart veel studentenlessen, ’t is te zeggen lessen gegeven door laterejaarsstudenten pedagogie
    • specifieke ruimtes voor specifieke activiteiten: een crea-klas met tekentafels en een kleibakoven, een muziekklas, elk kind een eigen tuintje, een geschiedenis/aardrijkskundeklas, een taallabo, een professionele theaterzaal, …
    • kleine groepen (ik begon in het eerste leerjaar met Johannes, Carine, Marnix, Tony, Philip en Frank — Johannes verliet ons na het derde leerjaar, Marnix na het vijfde: zaten we nog met vijf in de klas — dubbel zoveel leraars als leerlingen :))
    • leefgroepen van twee leerjaren samen (1 & 2, 3 & 4, 5 & 6)
    • geen stress van tussentijdse toetsen, maar wel permanente evaluatie
    • rapporten niet in punten, maar in proza: met uitleg van wat en hoe de leerling deed, geen steriele cijfers

    We kregen veel interessante lessen, we deden allerlei fijne experimenten, er was ruimte voor vanalles, de infrastructuur was ongelooflijk, ’t was allemaal zeer vooruitstrevend allemaal, in de jaren 1970.

    Ik denk dat ik in het derde of vierde leerjaar besloot dat ik mijn kinderen nooit naar een school zou laten gaan als waar ik zat. Wegens:

    • Nadruk op creativiteit? Dat vertaalt zich als “iedereen moet creatief zijn”, of nog “kinderen die geen kunstwerken maken, doen hun best niet, zijn in het beste geval luiaards en in het slechtste geval storende saboteurs”.
    • Nadruk op kritische zin en onderzoek? Dat vertaalde zich als “van buiten leren is voor dommeriken”.
    • Nadruk op talen? Dat wou alleen maar zeggen “wiskunde? mhu?”
    • Vakleraars? Begrijp: zeer veel verwarring.
    • Kleine groepen? Vertaal: leer absoluut niet hoe een normaal kind zich in een grotere groep moet gedragen.
    • Geen tussentijdse toetsen, prozarapporten en zo? Lees: veel succes in de humaniora, beste kindjes.

    Afijn.

    Natuurlijk dat ik niet tegen methodescholen ben: dat zou ook maar wat belachelijk zijn.

    Onze kinderen zitten op een “traditionele” school, en ik ben er redelijk zeker van dat als ik twintig jaar geleden had omschreven wat die school doet, dat ze mij voor gek hadden verklaard als ik had proberen zeggen dat ja, het om een katholieke school gaat en neen, dat het geen geitenwollenkousenmethodeschool is, maar dat ja, Jezuïetenscholen inderdaad wel degelijk gedifferentieerde leertrajecten overal doen, en vreselijk individuele aandacht geven aan vanalles, en dat ze een zorgteam hebben en zorgleerkrachten en pedagogen en aandacht voor kinderen die vóór zitten en kinderen die achter zitten en kinderen die anders zitten, en dat uiteraard goed presteren belangrijk is maar nog meer uiteraard niet het belangrijkste van alles, en dingen, en spel.

    Omgekeerd ook: als ik de website van pakweg De Feniks bekijk, zie ik eigenlijk weinig verschil met wat ze op onze school doen. Okay, de termen verschillen en het –hey, sorry– geitenwollensokkengedoe over “nesten” en “nestleiders” en “nestouders” en zo stoort mij mateloos, maar dat ben ik ongetwijfeld persoonlijk. (Ik vind: school is school, school is geen scouts of speeltuin of huiskamer, vind ik, en een leraar is een leraar, geen vriend of nestleider. Noem de dingen zoals ze zijn, verdorie.)

    Oh, en ik persoonlijk zou er ook absoluut niet van gediend geweest zijn om in een klas, euh, nest te zitten met leerlingen uit drie verschillende jaren, maar dat ben ik persoonlijk weer: ik had het al lastig met twee jaren samen. Ik zie dat ze met drie jaar in één (argl) “nest” zitten, maar dat ze voor de echte lessen toch wel apart zitten: maakt niet veel uit, wat mij betreft.

    Ik lees daar van projecten, en uitstappen, en bibliotheek en kringen en zo: dat doen de onze ook, net zoals bosklassen en zeeklassen, enfin, met die proviso dat Pascal De Onderwijsminister en Zijne Magische Maximumfactuur dat allemaal moeilijker maken tegenwoordig. En wij hebben ook leesouders, wij gebruiken ook Kompas en Veilig Leren Lezen maar lang niet blindelings, tralala.

    Voor zover ik dat kan inschatten, lijken de scholensystemen tegenwoordig veel meer wél op mekaar dan niét. En voor zover ik dat begrepen heb, leer je ook op wat-heet-methodescholen echt wel dingen als wiskunde en zijn, euh, vreemde artikels zoals “Realistisch rekenen in een jenaplanschool, kan dat?” niet echt van toepassing in Vlaanderen.

    Er doen natuurlijk karikaturen de ronde. De karikatuur van de school waar de resultaten het allerbelangrijkste zijn, kinderen op een rijtje 7 uur per dag van buiten zitten te leren en om het minste straf moeten schrijven en op de gang gezet worden enerzijds. De karikatuur van de methodeschool waar de leerlingen niets leren en alleen maar op eigen initiatief projectjes doen en waar ouders half verplicht worden om zelf onbezoldigd personeel te worden anderzijds. Daar zal wel ergens een grond van waarheid in zitten, maar het blijven karikaturen.

    Ik weet van kinderen die compleet miserabel zijn/waren in scholen met een Jena-achtig systeem, net zoals ik weet van kinderen die verpieteren in scholen zoals die waar onze kinderen zitten.

    En ik weet van kinderen die helemaal openbloeien in school A, waar andere kinderen helemaal dichtklappen, en van kinderen die lang ongelukkig waren in school B, waar andere kinderen dan weer voor het eerst in hun schoolcarrière (bijna) elke dag blij naar school gaan.

    Ik ben er redelijk van overtuigd dat het niet het systeem is dat het allermeeste bepaalt, maar wel de manier waarop directie, leraars, ondersteunend personeel en ouders het systeem interpreteren en in praktijk omzetten.

    We hebben het zelf meegemaakt, binnen één en dezelfde school met onze kinderen: soms klikt het, tussen leraar en leerling, en soms niet. En zelfs binnen een school waar alles redelijk vast ligt en er een duidelijke lijn is, is het verschil tussen leraars en klassen en schooljaren zó enorm…

    En dat is iets dat je als ouder niet theoretisch kan benaderen. ’t Is altijd hopen dat uw kind goed zal zijn met de school, welk systeem ze ook aanhangen.

  • Duitsland – België 3-1 YESSS!!!!

    Mwahahahaha!!! Ik ben gewonnen! Mwarf harf harf harf!! Drie eentje drie eentje drie eentje o wee o wee!

    Olé olé olé olé oléééééé drie éééééénnnn!!!

    Ondergetekende hier is gewonnen met de pronostiek hoera holadiejee!

  • Zucht

    Okay gasten: nu zijt g’er de zot mee aan het houden.

    [via]

  • Gent Quizt, #1

    Gedomme.

    Eerste ronde: Guy Mathot, Cijfers en Letters, Matthias De Clercq, Numbers, rekenhof, Pascal Decroos, Tom Simpson, Linda Lovelace, Irma Laplasse, Abel — 10/10.

    Tweede ronde: Maalbeek, Minus One, Sumeriërs, Black Power, Jefke Deelen, The Factory, quatre quarts, smeerwortel, Google+, een obscure groep die ik nu vergeten ben maar met een wiskundige formule was als naam — 9/10.

    Derde ronde: Zero chocolade, one horse town, One (U2), Three Mile Island, Chanel N ° 5, 8 meiplein, Apollo 13, 21 Jump Street, Miracle on 34th Street, 55 — 10/10

    Vierde ronde: flat tax, Gruitrode, niet Pyramid Stage maar wel Pyramid Marquee, niet succubus maar wel incubus, Prisma, pointillisme, lijnolie, Triangle, boleet, Inner Circle — verdomme 8/10 hier hebben we dedju twee punten laten liggen aaargh en de quiz verloren

    Fotoronde: Trotski, Wren, Nightingale, enfin, we hadden ze allemaal behalve verdomme de laatste: ik dacht eerst Danica Keller en dan Danica Patrick, maar fuck it, ’t was Danica McKellar — 9/10

    Vijfde ronde: koppelrennen, Unie van Utrecht, partitie, studentenverenigingen, Elementaire Deeltjes, aarg Renault Modus wie kent dat model ook verdorie?, Frequency Modulation, Das Experiment, stand up comedians, Kansas — 9/10

    Gedeelde tweede plaats, vanavond.

  • Radio medico-deprimo

    Ik ben daarnet bij de dokter geweest om een papier te laten invullen waarin mijn medische toestand omschreven wordt.

    Dat is altijd een beetje slikken: ’t is allemaal niet zo fijn, en als er dan met termen als onomkeerbaar en onherroepelijk en in negatieve zin geschermd wordt, en dat de dokter zijn rode balpen bovenhaalt en dingen begint te onderlijnen en dikke uitroeptekens zet… ahem.

    En nee, ik ga niet lezen wat de dokter precies geschreven heeft. Wat niet weet, niet deert.

  • Béchamel

    Bechamelsaus: geen week dat er voorbij gaat of wij maken er. Zoals gisteren, in moussaka, of in lasagne, of als eerste stap voor een mornaysaus voor bloemkool (zoals vandaag!) of broccoli of hespenrolletjes.

    En ’t is al heel mijn leven dat ik die saus op dezelfde manier maak:

    • vuur op ergens tussen zacht en middelhard
    • een roux maken:
      • boter laten smelten
      • bloem bij boter doen
      • mengen met een garde
      • blijven roeren tot de bloem begint te “zingen” — als het mengsel wit wordt en in blazen trekt
    • melk beetje bij beetje aan de roux toevoegen, al kloppend

    De hoeveelheden?

    Euh, wel, naar aanvoelen, zeker? Voor een dikke saus met een liter melk zo ongeveer iets minder dan een kwart van een pakje boter, en dan bloem erbij tot het mengsel van gesmolten boter en bloem niet meer vochtig is, of zo?

    Vooral met grote hoeveelheden lijkt het wel eens dramatisch en alsof er klonters in zullen zitten, omdat het dan kloppen is met bijna een deegbal met een klein beetje melk errond, en dat spat dan onvermijdelijk wat in het rond, maar het komt met degelijk mengen en vooral beetje bij beetje melk toevoegen onvermijdelijk in orde.

    Het mislukt nooit, en er zitten nooit klonters in, en het smaakt nooit naar bloem, en het bakt nooit aan. Waarom zou ik dan in ’s hemelsnaam een recept volgen, of zelfs maar opzoeken?

    *
    * *

    Gisteren heb ik voor het eerst in mijn leven met een formeel recept bechamelsaus gemaakt, en ondanks dat het niet gelukt is: groot succes!

    Het is niet gelukt omdat ik er de maximumhoeveelheid boter en de minimumhoeveelheid bloem in gedaan had die in het recept stond, en dat ik dus op een te lopende saus voor het recept uitkwam, en dat ik dus een tweede keer een roux moest maken . Maar tegelijk: groot succes, want het gaat veel sneller, en het gaat met veel minder moeite.

    Het recept komt uit La cuisine de référence, mij aangeraden door fijne collega Tim: 1039 bladzijden op weekbladpapier gedrukt, helemaal floppy, lelijke layout, absoluut on-hip of innovatief. Maar wel zowat het standaardwerk voor al wat kokschool is in Frankrijk, dat alle mogelijke basistechnieken covert, van aardappelen schillen en allerlei verschillende vissen kuisen over sauzen tot volledige recepten voor de grote standaarden.

    En dus ook de bechamelsaus.

    Ingrediënten

    • 1 liter melk
    • voor de roux: 50 à 70 gram boter, 50 à 70 gram bloem (standaard is 70 gram van elk; 50 boter en 70 bloem voor zeer dikke saus, 70 boter en 50 bloem voor zeer lopende saus)
    • voor de afwerking: zout, cayennepeper, muskaatnoot (naar smaak)

    Werkwijze

    1. de pompbak vol laten lopen met ijskoud water
    2. melk op het vuur zetten om te doen koken
    3. boter in kleine blokjes snijden en laten smelten op een zaaacht vuurtje
    4. van zodra de boter gesmolten is: bloem bij de boter doen, roeren met houten spatel (of exoglass als ge dat liggen hebt)
    5. van zodra de roux begint te zingen: van het vuur halen, en zo snel mogelijk afkoelen (met zijn gat in de pompbak, en blijven roeren)
    6. de afgekoelde roux naast het vuur zetten
    7. van zodra de melk kookt: de helft van de kokende melk over de roux gieten, en met een garde mengen
    8. in kleine scheutjes de rest van de melk toevoegen, al roerend met de garde
    9. zout, cayennepeper en muskaatnoot naar smaak toevoegen
    10. saus weer op een zacht vuurtje zetten, en een minuut of vijf zes zachtjes laten koken
    11. hey presto (voor de onzekeren en de absolute perfectionisten: zeef de saus nog eens)

    Schets mijn verbazing: in stap 7 komt die béchamel zowat op tien seconden goed, zonder eigenlijk enige moeite.

    En behalve dat er een pot extra vuil wordt, gaat het gewoon veel sneller ook.

    Kom het tegen. Er zijn geen zekerheden meer.

    Oh, en grappig ook dat zowat de eerste link die tevoorschijn komt op Google als je zoekt naar dat boek, een gepirateerde PDF-versie ervan is. Een uitstekende versie, doorzoekbaar en met hyperlinks en zo. Die ik met veel plezier zal gebruiken op mijn elektronische lezer, van zodra die in kleur zal zijn en hoog genoeg van resolutie.

    cuisine

    (Een pdf waarvan ik trouwens vind dat die standaard bij het boek zelf had mogen zitten, en dat ik er gerust meer voor zou betaald hebben, voor zo’n boek + elektronische versie.)

  • Du jamais vu!

    Ack! Een hele dag niet op het internet geweest, niet in de zetel gezeten, niet stilgezeten, van het opstaan ’s morgens vroeg tot middernacht!

    Opgestaan, Anna naar het ballet gevoerd. Daar gewacht tot Anna gedaan had. Anna teruggevoerd naar huis, de keuken opgekuist (deel één) en de afwas gedaan en zo. Kinderen eten gegeven, de keuken verder opgekuist. Anna en Jan naar de scouts gevoerd, de keuken gekuist (nog), twee liter cuberdonroomijs gemaakt. Anna en Jan van de scouts afgehaald. Twee liter speculaasroomeijs gemaakt.

    Aan het eten begonnen: aubergineschijven gegrild en in de warmhoudoven gezet. Drie ajuinen gestoofd, twee en een halve kilo lamsgehakt gesauteerd, kruiden (kaneel, look, komijn, koriander dacht ik), tomatenpuree, zelf ingemaakte tomaten met thijm en look, tomaten uit blik.

    Béchamel gemaakt. Bijkomende roux wegens béchamel niet dik genoeg, oude béchamel bij nieuwe roux, allezhoppa.

    Looktenen met zout en olijfolie en currypoeder tot een pasta gevijzeld, op gekuiste sardienen gepenseeld, sardienen op de gril.

    Eten: met mensen die (hoera!) uiteindelijk anderhalf denk ik uur later dan voorzien toegekomen zijn (hoera! anders hadden ze nog anderhalf uur moeten wachten). Mensen die ik al niet meer gezien had sinds een eeuw, trouwens, en dat het wijs was en dat we dat nog zouden moeten doen dan. Als we allemaal eens minder moe zijn.

    Want ik dénk dat ik dan nu eens ga in de zetel ineenzijgen.