Hoe vaak komt een mens in zijn eigen tuin een beest tegen waarvan hij het bestaan niet eens kon bevroeden?

Ik had maandag een foto genomen van een minuskuul bruin, zwart en wit beestje zonder vleugels. Na een mail over en weer met Frans Janssens, specialist ter zake, blijkt het een springstaart te zijn.

En nu ik eraan denk, die kleine bruingrijze beestjes die bij mijn grootouders op het plankier zaten, waren ook springstaarten! Blijkt dat naast mijten, springstaarten zo ongeveer de meest voorkomende beesten zijn in bosgrond: tot 1800 in een vierkante decimeter!

’t Hangt er een beetje van af aan wie je het vraagt, maar de consensus lijkt te zijn dat het geen insekten zijn, en ofwel zeer oude afstammelingen van crustacea, ofwel iets tussen insecta en crustacea. In ieder geval zijn het beesten die in min of meer ongewijzigde vorm al minstens vierhonderd miljoen jaar bestaan, en er wordt gespeculeerd dat het dankzij de vroege springstaarten is dat de insekten het luchtruim hebben gekozen.

Weirdddd!!!