Sandra is naar Porto om er onze oudste dochter te gaan ophalen. Onze jongste zoon woont al een tijd alleen. Onze oudste zoon zie ik soms eens als hij van zijn kamer naar zijn werk gaan of omgekeerd. ’t Is eigenlijk alleen Anna die ik meer dan occasioneel eens zie.
Ge kunt mij daar dus niet mee straffen, met eenzaamheid. Ik zou gerust jaren aan een stuk zonder mensen kunnen doorbrengen — niet dat ik niet graag bij mensen ben, maar wel dat ik er eigenlijk niet echt veel nood aan heb.
Ik heb ondertussen zoals ik dacht inderdaad helemaal niets gedaan. Met een half hart een beetje begonnen aan iets dat ik dacht dat wijs zou zijn, maar dan bleek het eigenlijk vooral veel werk en heb ik het maar zo gelaten.
Of beter: het was meer werk dan nodig omdat ik het op een verkeerde manier aan het doen was, en de shortcuts begonnen mij alsmaar meer in te halen, en dan bedacht ik dat het gewoon beter zou zijn om het dan eens goed te doen, als allerlei zaken uitgeklaard zijn. Maar dat is werk van het Werk, en nu is het Vakantie en dus doe ik geen werk.

