Ik lig bijna nooit wakker van het werk. ’t Is te zeggen: ik slaag er omzeggens altijd in om mijn werkzorgen naast mij neer te leggen op het einde van de werkdag, en er zeker mijn slaap niet voor te laten.
Omgekeerd: als ik écht niet in slaap geraak en ik heb geen goesting om een boek te lezen of naar de youtubes te kijken, begin ik na te denken over dingen die moeten opgelost geraken en naar oplossingen te zoeken om in slaap te vallen.
Vandaag ben ik toch ultravroeg opgestaan en niet meer in slaap geraakt, wegens een gesprek gisteren. Het resultaat van dat gesprek zou zeer goed kunnen uitdraaien, maar er is ook een kans dat het niets wordt, en dan ga ik toch een tijd met de handen in het haar zitten, qua hoe gaan we dit nu oplossen?
Maar kijk, het is min of meer uit onze handen. En zeker uit de mijne. Ik hoop van ganser harte dat het in orde komt, en dat we Schone Dingen gaan kunnen doen. Vingers gekruist.

