• Relatief

    Zo zielig, maar zo ziélig, die kereltjes die zo even hun triestige gal komen spuwen in de commentaren op mijn — en andermans — weblog.

    Nul eigen leven, stel ik mij daar dan bij voor. Nul gevoel voor perspectief, laat staan zelfrelativatie.

    Denken dat ik echt wakker lig van hun opinie, bijvoorbeeld.

    Heren azijnpissers: een paar maand geleden is mijn vader gestorven. Even daarna was onze jongste dochter bijna overleden. Morgen ga ik op ziekenbezoek in het hospitaal, bij een vriendin van jíren.

    Díír lig ik van wakker. Van vrienden en familie en mensen die mij na aan het hart liggen.

    Vous? Vous me faites chier.

  • Van het jaar

    Ik heb dus serieus negatieve goesting om er naartoe te gaan.

    Maar bon, duty calls.

    Mijn voorspellingen? De “winnaars” zulen diegenen zijn met (a) de meest herkenbare naam en (b) de meest uitgebreide spamcampagne — niet noodzakelijk in die volgorde.

    De allerlaatste keer, wat mij betreft.

  • Kindle, na een tijdje gebruik

    Het meest vervelende aan veel boeken lezen met uw Kindle, ik zal het maar meteen in de groep gooien, is het aan het ongelooflijk grenzende aantal mensen die het plots OK vinden om u in de trein, in de metro, op het perron, op straat aan te spreken.

    “Oh, is dat zo’n, dinges, e-boek?” of “En leest dat eigenlijk gemakkelijk?” of “En hoeveel kost dat nu eigenlijk?” of “En hoeveel boeken kunnen daarop?” of gewoon “En, content?”

    Antwoorden: ja, ja, ik weet het niet meer maar minder dan 200 euro, honderden en honderden, en zeer zeker, ja.

    Ik ben er bijzonder tevreden van, van mijn Kindle. Ik zei een tijd geleden dat hij verdwijnt terwijl ik hem gebruik, in die zin dat op geen enkel ogenblik de technologie in de weg van het lezen zit, en dat is nog altijd waar.

    Ik had er een mooie zwarte (lederen, maar dat doet er niet toe) omslag bij gekocht, en dat is een enorm schot in de roos: de Kindle is al een paar keer op de vloer gevallen, ik heb hem los in mijn rugzak of in een plastiek zat zitten, ik ben er zelfs al eens per ongeluk op gaan staan — en er is niéts aan te zien.

    Er is niet veel over te zeggen, over de hoofdfunctionaliteit, ‘t is te zeggen het lezen. Het gaat uitstekend. Het ding ligt nog altijd fantastisch in de hand, het scherm is nog altijd zeer goed, op een paar uitzonderingen na (boeken die een soort Times-achtig lettertype gebruiken in plaats van het veel mooiere slab serif-achtige) is de typografie in orde, de resolutie is hoog genoeg, de snelheid valt mee, etc. etc.

    Is het ideaal? Neent, neent.

    Voor fictie heb ik geen enkel probleem. Ik las er onlangs bijvoorbeed MetaGame op (aangeraden, trouwens), en dat was van begin tot einde bij de meest aangename manieren om een boek te vinden (via een review in een SF-magazine waar ik op geabonneerd ben), te kopen (via de Kindle store terwijl ik op de trein zat), en te lezen (in stukken van een paar tiental pagina’s hier, een paar honderd daar) die ik recent heb meegemaakt.

    Voor non-fictie, of beter, voor boeken waar een mens graag eens over en weer bladert, is het iets minder. In het boek dat ik nu voornamelijk aan het lezen ben, Did God Have A Wife? Archaeology And Folk Religion In Ancient Israel (het “vervolg” van What Did the Biblical Writers Know and When Did They Know It?: What Archaeology Can Tell Us About the Reality of Ancient Israel dat ik een paar maand geleden op papier las, en van Who Were the Early Israelites and Where Did They Come From? dat één van de eerste boeken was die ik voor de Kindle kocht), staan er behoorlijk veel illustraties.

    Die illustraties komen goed over, daar niet van, maar dan zit ik een paar (Kindle-)bladzijden later, en verwijst de auteur naar de illustratie op (papieren) bladzijde pakweg 150. Maar de Kindle hééft helemaal geen pagina-nummers, ah nee, de letters kunnen groot of klein zijn, en de pagina landscape of portrait!

    Een écht e-book zou dan natuurlijk hyperlinken, maar William Dever schrijft voor gewoon papier, en bij Amazon hebben ze niet de moeite gedaan om er —behalve dan in de inhoudsopgave— links in te steken.

    En op dat moment is het wel wat vervelend, ja. Om te gaan bladeren in een boek waar het een tijdje duurt (een halve seconde? een seconde?) om een bllad om te slaan.

    Ook vervelend: de keuze aan boeken is groot, zeer zeker, maar niet groot genoeg. Ik was van plan mijn eerste science fiction & fantasy-ervaringen, met boeken die ik gelezen had maar niet zef in mijn bibliotheek zitten heb, te herdoen op Kindle. Jack Vance, bijvoorbeeld, daar heb ik líng niet alles van in huis dat ik er de laatste bijna-dertig jaar van gelezen heb.

    En ik wou The Demon Princes kopen en de verschillende Planet of…-boeken, waar ik er hier en daar één van heb en de die ik voor de rest alleen in Nederlandse vertaling gelezen had, uitgeleend van de stadsbibliotheek. En Dying Earth, dat ik alleen in Franse vertaling gelezen had, uit de bibliotheek van mijn vader.

    Maar helaas: de Kindle Store heeft alleen de Lyonesse-trilogie staan. Die heb ik op papier, en die heb ik onlangs nog herlezen. Pech.

    Of ik wou de machtige Malazan-boeken van Steven Erikson kopen: op papier zijn ze enorm onhandig te lezen, en ik wil ze echt herlezen. Helaas, ook daar. Glen Cook’s Black Company? Zelfde laken een broek.

    Bottom line: er staan gewoon niet genoeg boeken in de Kindle store. Ik mag hopen dat het betert in de toekomst.

    *
    *  *

    Met wat ik nu weet, zou ik nog altijd zo’n Kindle gekocht hebben? You betcha.

    (en, trouwens: geen moment eraan gedacht om een Nook te kopen, en gelukkig maar)

  • Verbouwingen: de gang

    Er zijn vandaag twee plakkers langsgeweest, en de gang is geplakt.

    Nadat de plakkers geweest waren

    Stukken afgekapt, en stukken dus geplamuurd.

    Sandra maakt zich sterk dat ze dat geschilderd krijgt. Ik denk dat er eerst iets zou moeten gedaan worden aan de verlichting.

    Meer nieuws volgt.

  • Oh, we *do* have a laugh

    Voor wie zijn reclame graag lang heeft:

  • Gedaan Zaventem

    Uiteindelijk was het gisteren helemaal verkeerd: ik dacht dat het gedaan was in Zaventem, maar toen ik op het werk in Saint-Josse-ten-Noode kwam, bleek dat het om een klusterding van een misverstand ging: wij waren met twee in Zaventem er al zeker twee weken van uitgegaan dat het donderdag mijn laatste dag zou zijn, maar toen ik vrijdag helemaal uitgepakt in de designstudio op het werk zat en er helemaal niemand aankwam, en ik wat rondliep op zoek naar collega’s, bleek al snel dat het niet nu vrijdag maar wel volgende vrijdag was.

    Ohimè! Daar zat ik, om negen uur in centrum Brussel, met een dodenmars achter de rug de vorige nacht, terwijl ik eigenlijk gewoon op tijd naar bed had kunnen gaan en het werk op een redelijk tempo had kunnen afwerken vrijdag!

    Enfin, ‘t was dan nog een geluk bij een ongeluk: redelijk snel (iets meer dan een uur) van daar naar Zaventem geraakt (een klein kwartier te voet naar Brussel Noord, wat wachten op de trein, een klein kwartier naar Zaventem, wat wachten op de bus, een klein kwartier bus), en dan uiteindelijk op het gemak een kleine werkdag gevuld met losse einden vastknopen, kleine aanpassingen, en administratie. En ‘s middags zelfs nog tijd gevonden om bij de lokale Japanees een grote kom soep binnen te slurpen.

    Nanaban Zaventem

    [commercieel interludium: uitstekende shôyu râmen, uitstekende miso râmen — voor al uw snelle middaghappen in Zaventem één adres: Nanaban, Heldenplein]

    …en zo werd het alsnog een rustige, fijne dag. Op tijd gestopt om zelfs nog licht te zien aan Brussel Noord. Niet zoals anders, dat het al stikkedonker is tegen dat we er zijn:

    Aan Brussel Noord

    Ik heb het waarschijnlijk al gezegd, maar: ‘t was interessant, het project.

    In de zomer hadden we al een bootlading wireframes getekend, maar dat waren de traditionele wireframes: lorem ipsumtekst om te beginnen, daarna wel iets meer realistische tekst, maar toch nog altijd geen echte realiteit. En wel de relatieve belangrijkheid en positie van dingen op een pagina, maar geen echt grafisch ontwerp.

    Voor deze iteratie was het opzet: we zetten interactie/wireframes samen met grafisch en met copywriters, en we laten ze heel erg nauw met elkaar werken.

    Het is niet helemaal naar plan verlopen — de copywriters zaten in Londen en we zagen elkaar maar één dag per week lijfelijk — maar het was genoeg in de buurt om een behoorlijk realistisch iets te maken op behoorlijk weinig tijd.

    We zijn vertrokken van ruwe wireframes en een eerste gooi naar een grafische stijl, en op iets meer dan een maand zijn we geëindigd met een werkend systeem voor (afhankelijk hoe men telt) vier of vijf verschillende toepassingen binnen één grotere toepassing, én een volledig nieuwe grafische stijl.

    Wireframes & design

    We hebben dat toegepast op een kleine vijftig schermen/pagina’s, en daar is overal de juiste copy voor geschreven en zijn de beelden en dergelijke ook definitief — gevalideerd, zowel naar werking als naar uitzicht als naar inhoud, door de klant. En het geheel zit in een werkende mockup.

    En tegen volgende week is dat alles ook nog eens gedocumenteerd in een eerste versie van een uitgebreide interactie/stijl/structuur/schrijfgids.

    Goed gewerkt, zeg ik daartegen.

    En wat een fijne ervaring om bijvoorbeeld met echt zeer goeie copywriters te maken te hebben. Ik heb geen echte persoonlijke problemen met uit mijn woorden raken, maar wat pakweg Sarah van Sticky Content deed, dat was toch nét even andere koek.

    Op het einde van het project hadden de verschillende partijen eigenlijk maar een half woord meer nodig om elkaar te begrijpen en om te weten wat wat was: als er iéts meer een teken is dat het goed gelopen is, dan weet ik het niet.

    Intensieve, vermoeiende, maar bijzonder fijne en leerrijke weken: meer van dat. (Maar niet nu onmiddellijk, als het even kan. Nu ga ik even rusten.)

    Da Vinci business park

  • Del.icio.us op 11 december 2009

  • My head, she asplode

    ??!!??

    George Lucas wou dat David Lynch Return of the Jedi zou regisseren?!

    Ik had de parodieën gezien op de Youtubes, natuurlijk, maar: huh?

    /droomt weg

    [via]

  • Arendsoog

    Zo helemaal ultrageconcentreerd teksten tot de laatste letter nakijken: hier, nog een Blu-ray waar er Blu-ray™ Disc moet staan, díír, nog een opsomming waar de hoofdletters verkeerd staan.

    En zo helemaal ultrageconcentreerd een grafisch ontwerp tot op de pixel nakijken: kijk, een kolom die één pixel minder breed is dan de kolom ernaast, of kijk, een link die in nét een ander blauw staat.

    En dan tot de laatste details alles consistent met mekaar maken.

    ‘t Zijn de laatste loodjes: morgen een nieuw project!

  • Del.icio.us op 10 december 2009

  • Cadavre exquis

    Toen ik zo ergens tussen vijftien en zestien was, had ik een goeie vriend, Jean-Pierre.

    Jean-Pierre was schrikwekkend intelligent en creatief, maar wat meer is: hij was ook beangstigend sociaal, én intimiderend gedisciplineerd in het studeren en werken.

    Van wat ik zie op het internet — het is misschien twintig jaar geleden dat we elkaar spraken — woont hij in het verre buitenland, is hij daar ondertussen een Ongelooflijk Belangrijk Iemand in een Zeer Groot Bedrijf, maar veel belangrijker: ben ik er van overtuigd dat hij gelukkig is in het leven.

    ‘t Zit in kleine hints op het internet. Of het zit in mijn hoofd, misschien: Jean-Pierre was, zelfs twintig jaar geleden, iemand die het hart op de juiste plaats en de prioriteiten in de juiste volgorde had.

    Het leven zit raar in mekaar op die manier, soms.

    We zaten op dezelfde school maar we kenden elkaar niet vóór 1985, en in 1987 waren we elkaar al bijna uit het oog verloren. We zijn nooit bij elkaar thuis geweest—ik heb wel zijn vader een paar keer aan de telefoon gehad, en daar sprak ik dan Frans mee: bonsoir monsieur, Michel Vuijlsteke à l’appareil, zei ik, en de eerste keer dat ik dat deed, zei hij tegen zijn zoon tiens, il parle français.

    Een jaar of twee waren wij (toch wel) heel erg goeie vrienden op school, en dat was dat. Ships passing in the night.

    Ik vermoed dat Jean-Pierre niet meer weet wie ik ben, en ik geef toe dat ik in geen jaren zelfs nog maar aan hem gedacht had. Erg hé, eigenlijk?

    Tot, plots, vannamiddag.

    Er moest voor het werk een bestand op een server ergens gezet worden dat het kon gedownload worden, en ik koos zo’n beetje at random www.tsuk.org uit, één van die adressen waar er ooit in het verleden en ooit in de toekomst Allerlei stond en Allerlei zal staan.

    Nu staat er enkel dit op:

    9-12-2009 22-00-56

    Het begin van een stuk interactive fiction waar ik een tijd lang aan geschreven heb. Vannamiddag, out of the blue, moest ik plots aan Jean-Pierre denken: dit is bij uitstek geschikt voor iets dat Jean-Pierre en ik meer dan een jaar aan een stuk bijna elke dag deden.

    Ik schreef een stukje verhaal in een schrift, en dan gaf ik dat schrift aan hem door. En dan schreef hij een stuk verhaal en gaf hij het aan mij door. En dan ik weer, en dan hij weer, en dan ik weer, en dan hij weer.

    In de studie, tussen de lessen door, avonden en weekends, weken en maanden aan een stuk, in kleuren, met diagrammen, met vijftig door elkaar lopende verhaallijnen, schrift na schrift na schrift.

    Geen idee meer waar het over ging. Geen idee, ook, helaas, wíír die schriften ergens liggen. Geen idee ook of die dingen nog leesbaar zouden zijn.

    Geen idee ook, eigenlijk, of ik onze verhalen nog wel zou willen lezen, dan wel of ik het bij een steeds vager wordende mooie herinnering wil houden.

    Aan het anderhalf jaar waar mijn leven uiteindelijk een definitieve draai kreeg, en waar Jean-Pierre en onze cadavres exquis zeldzame lichtpuntjes in een zee van miserie waren.

  • Forens aan het woord

    Het zal binnenkort vijf weken zijn, dat we fulltime aan een project werken.

    Interactieontwerp/informatie-architectuur, copywriting en grafisch design: allemaal tesamen op hetzelfde project en zeer kort op mekaar aan dezelfde inhoud werken.

    Agile was het niet écht (al deden we wel van scrum), maar waterfall was het al helemaal niet. We hebben pair, euh, wireframing gedaan, en het was van implement early implement often en we hebben zonder veel ego maar mét een ruggengraat gewerkt.

    En we zijn op relatief weinig tijd naar behoorlijk wat behoorlijk tastbare resultaten gegaan, en het was (is!) al met al ongelooflijk wijs om doen.

    Maar ik zal toch content zijn als het even weer terug naar nine to five zal zijn.

  • Del.icio.us op 8 december 2009

  • Werken is het beste medicijn

    Euh, of zoiets.

    In alle geval: jazeker, ‘t was twee uur gaan en twee uur terug vandaag, en zeer zeker, ik heb líng niet zoveel geschreven vandaag als ik had willen schrijven.

    Maar in plaats van schrijven schrijven schrijven is het tekenen tekenen tekenen geworden, en dat geeft ook een fijn gevoel als het allemaal af geraakt.

    ‘t Is raar, maar ik heb soms op de momenten dat er het meeste stress zou kunnen zijn, praktisch niets van stress. (En omgekeerd natuurlijk, en ook soms niet, maar bon.)

    Al met al: fijne dag vandaag.

    …en ondertussen luisterde ik naar Georges BrassensJe m’suis fait tout p’tit (Je me suis fait tout petit)

  • De veer, gebroken

    Dat kan zo gebeuren, soms. Dat het tot 19u04, tijdens het wachten op een voor de zoveelste keer vertraagde trein, nog allemaal koek en ei is, en dat het uitkijken is naar een lange nachtrust en morgen een hele dag aan één stuk door thuis schrijven, schrijven, schrijven.

    En dat het dan om 19u06 helemaal om zeep is. Onverwacht: in plaats van thuis kunnen doorwerken, alsnog op verplaatsing moeten gaan werken.

    ‘t Is raar hoe kleine onverwachte tegenslagen een mens helemaal omver kunnen kegelen van demotivatie.

    Want het is niet alsof ik niet al meer dan een maand elke dag drie tot vier uur in het vervoer over en weer naar de werkplek zit — ‘t is gewoon dat ik er naar uitkeek om het morgen eens voor één keer niét te moeten doen.

    En thuis te kunnen zijn vóór acht uur, bijvoorbeeld.

    Pfgrmbl. Ik ga eens in bed kruipen, denk ik.