Verplicht genderplan voor universiteiten

Wat krijgen we nu weer? Er gaan binnenkort een hele resem babyboomende professoren met emeritaat, en  minister van Wetenschapsbeleid Ingrid “beseft dat het nu of nooit is” om meer vrouwelijke professoren aan te stellen. 

Nu of nooit, echt waar? Twaalf jaar geleden was 10% van de professoren in Vlaanderen een vrouw, en nu is dat 20%, en aangezien er meer en meer vrouwelijke studenten zijn, is er weinig kans dat die trend zou stoppen. 

Maar het is “nu of nooit”, blijkbaar. Dat wil dus zeggen, mevrouw de minister van Wetenschapsbeleid, dat als er nu niet veel meer vrouwen dan mannen professor worden gemaakt, dat er nooit evenveel vrouwelijke als mannelijke professoren zullen zijn?

Allez dan. 

En die evenredige verdeling, is dat dan over de hele universiteit, of per faculteit, of per vakgroep? En geldt ze in beide richtingen? Moeten we ook een pariteit hebben in richtingen met overwegend mannelijke of vrouwelijke studenten? 

Neem bijvoorbeeld de Vakgroep Dermatologie aan de UGent: 85% van alle personeel zijn vrouwen. Zes proffen, en maar één man. Kijk wat verder, en alle doctorassistenten en doctoraatsbursalen zijn vrouwelijk, alle wetenschappelijk personeel zowel van IWT als van FWO zijn vrouwelijk, van alle academische consulenten is er maar één man, en van alle administratief en technisch personeel is er ook maar één man! Mag volgens zo’n genderplan een vrouw daar dan voor de voorzienbare toekomst een carrière op haar buik schrijven? 

Of moeten we het aan de instroom gaan regelen? Evenveel mannelijke als vrouwelijke assistenten-en-andere, in alle mogelijke richtingen? En, waarom niet, als we toch bezig zijn: evenveel mannelijke als vrouwelijke studenten in elke richting? 

Professor Annemie Desoete van de Universiteit Gent gaf een paar jaar geleden dit antwoord op de vraag “hoe word ik professor?”:

Als er een vacature komt voor ZAP (zelfstandig academisch personeel) kun je daar als doctor je kandidatuur voor insturen. Als je aangenomen bent (omdat je de beste kandidaat bent, meest overeenkomt met het vooropgestelde profiel e.d.) word je aangesteld als ‘ZAP’ docent  en kun je in Vlaanderen prof. voor je naam schrijven.

Zouden we dat niet gewoon zo kunnen houden? En ervan uitgaan dat het nonsens is om te spreken in termen van “het is nu of nooit”, maar dat het binnen een paar jaar allemaal vanzelf wel in orde zal komen? 

33 Comments

  • En wacht maar tot de vereniging van blinden, de rolstoelgebruikers, minderhedenorganisaties en dergelijke zich ook beginnen roeren. Als de minister pro-actief wil zijn kan ze er best nu alvast voor zorgen dat de volgende proffen blinde vrouwen van allochtone origine met ADHD in een rolstoel zijn :-)

    Ik heb het er ook moeilijk mee, met die vrouwenquota en volgens mij heeft het met politiek taalgebruik te maken. Er wordt steeds gesproken over gelijkheid tussen man en vrouw, terwijl dat onzin is. Mannen en vrouwen zitten anders in elkaar en hebben andere interessegebieden. Het zou moeten gaan over gelijkwaardigheid, wat iets heel anders is.
    Het is trouwens ook redelijk denigrerend naar vrouwen toe om ervan uit te gaan dat ze niet op eigen kracht hogerop geraken.

  • Ik ben het hier helemaal niet mee eens eigenlijk. Aan de Ugent bv. ligt dit cijfer lager dan 1/5. Bovendien is het geen probleem die zichzelf oplost. Alhoewel de instroom op PhD niveau groter is bij vrouwen dan bij mannen, wordt dat aantal alsmaar lager hoe hoger het niveau. Dat dit zichzelf niet oplost blijkt uit cijfers over vrouwelijke professoren onder de 40: http://www.ugentmemorie.be/artikel/8-glazen-plafond.
    Het is te makkelijk om te zeggen dat dit zichzelf oplost. Vrouwen stappen inderdaad misschien vaker uit de race (hé, als je kinderen wilt, dan verlies je echt wel wat tijd hoor, en in een dergelijke competitieve omgeving wordt daar maar weinig rekening mee gehouden), maar is dat een keuze, of een dwang als de structuren waarin men moet opereren het nu eenmaal makkelijker maken voor mannen dan voor vrouwen om hogerop te klimmen?
    Ik heb veel vrouwen gezien met vaak een beter dossier dan mannen die het niet halen. Vaak stappen ze er zelf uit, maar dat dit echt een positieve keuze is, is maar zeer de vraag, aangezien het vaak met een bloedend hart is, en als reden wordt aangehaald dat het systeem er niet op gericht is om vrouwen die ook een gezin willen daarbij te helpen.
    Ik denk niet dat quota de oplossing zijn. Wel andere manieren om met werk om te gaan, zie bv.: http://www.schamper.ugent.be/522/een-vrouw-met-kindjes-die-zich-wat-amuseert en andere manieren om de hele academische wereld op een opnieuw vorm te geven.

    • Ik liep vooral lastig van die “nu of nooit” van Lieten, en ik krijg rillingen van quota, maar “we houden het gewoon zoals nu en het komt vanzelf in orde” is inderdaad veel te kort door de bocht.

      De manier waarop er door de band met werk omgegaan wordt (lang niet overal, op mijn werk bijvoorbeeld absoluut niet), moet ernstig veranderen.

      Want ik ben het bijvoorbeeld niet eens met “als de structuren waarin men moet opereren het nu eenmaal makkelijker maken voor mannen dan voor vrouwen om hogerop te klimmen”. Die structuren maken het makkelijker voor mensen die hun carrière boven de rest plaatsen, ongeacht of dat mannen of vrouwen zijn.

      • Ik ben het trouwens mee eens dat de manier waarop met werk omgegaan moet worden in het algemeen moet veranderen, maar zeker in de academische wereld. Saskia hier onder heeft trouwens ook gelijk.
        Maar ik ben er niet helemaal zeker van dat ik het oneens ben met mijn eigen uitspraak van hierboven. Daar moet ik nog eens over nadenken.

  • Ook een beetje flauw trouwens om de vakgroep Dermatologie als vb. te nemen, je weet best dat dit een vb. is dat uit de band springt, en niet representatief is, en dat wat men wil bereiken geen doorgeslagen regelneverij is. Alleen wat manieren om het menselijk potentieel (al die vrouwen dus) waar de maatschappij grotendeels in mee heeft geïnvesteerd wat beter te benutten en niet te verliezen.

    • Flauw en gemeen, ik weet het. Ik had ook kunnen zeggen dat een derde van alle profs in pakweg Letteren en Wijsbegeerte vrouwen zijn, of 58% van alle afdelingshoofden aan de UGent vrouwen zijn. :)

      Dat zou er dan aan voorbij gaan dat L&W een uitzondering is, en dat maar 8% van de vakgroepvoorzitters, 6% van de directeurs en 4% van de diensthoofden vrouwen zijn. En 0% van de decanen, tegenwoordig.

      En dat dat schandalig is, eigenlijk.

  • Het is simpel als je meer vrouwen in een bepaald beroep (academisch of niet) wilt zien:

    Zorg ervoor dat mensen niet moeten kiezen tussen, hun beroep, hun partner’s beroep en hun gezin. Als de maatschappij gewoon algemeen ervoor zou zorgen dat mensen niet MOETEN kiezen, dan zal er meer gelijkheid zijn voor mannen als vrouwen. De volgende stap in het ‘feminisme’ is ervoor zorgen dat mannen dezelfde kansen krijgen om zich bij het gezin betrokken te voelen en dezelfde mogelijkheden krijgen als vrouwen om voor de kinderen te zorgen.

    Als je wilt dat vrouwen voor een carriere kiezen (in de academische wereld of daarbuiten), dan moeten mannen ook kunnen kiezen om dit niet te doen. De huidige generatie mannen, wil betrokken zijn bij het grootbrengen van de kinderen en het huishouden. Geef hun meer mogelijkheden om dit te doen, zonder hun af te straffen en vrouwen zullen ook minder geneigd zijn van zichzelf ‘op te offeren’.

    Ik ben dus een vrouw in een academische carriere, met kinderen en mijn man volgt ook het academische pad. Als ik moet reizen voor mijn werk, stelt iedereen hem de vraag of dat wel lukt dat huishouden en de kinderen. Reist hij, dan stelt niemand zich vragen of het bij mij wel allemaal lukt.

      • Wel zie dat is de vraag die hier in Amerika dus constant gesteld wordt.
        Een voorbeeld: Waarom zou ik moeten betalen voor gratis eten voor arme kinderen op scholen, terwijl ik misschien zelf geen kinderen wil (ik heb er 2, maar dit is een hypothetische situatie). Sommige mensen zien dat als penaliseren, omdat ze voor iets betalen waarvan ze niet direct profiteren. Het is niet omdat je ergens geen direct voordeel uit hebt, dat je er geen indirect voordeel van hebt. Sommige zien dat inderdaad als penaliseren (ik denk dat dit kortzichtig en hebzuchtig is. Typische voor de huidige tijdsgeest, waar alles een directe nettowinst moet hebben).

        • Jaja, maar los van de retoriek, ‘t gaat niet over belastingen betalen of arme kindjes.

          Het gaat vaak over plaatsen en omstandigheden waar een direkte nettowinst het verschil kan maken tussen geld verdienen of failliet gaan.

          • Waar het voor mij op neer komt, is dat je als bedrijf niet kan verwachten dat elk van je afdelingen winst maakt. Als je alleen activiteiten overhoudt die nu directe winst opleveren, dan ga je nooit op lange termijn je hoofd boven water houden.

            Natuurlijk voor een klein bedrijf zijn zulke dingen waar k het over heb absoluut onmogelijk (praktische implementatie werkt nooit voor iedereen en voor alle situaties, maar dat is het slechste excuus om gewoon te beslissen van helemaal niks te doen). Het is iets dat alleen op grote schaal werkt (en laat net een academische omgeving iets zijn dat op grote schaal werkt en waar nettowinst niet belangrijk is :))

          • Wel, ik ben het daar niet echt mee eens: ook in een klein bedrijf moet je op mensenmaat kunnen werken, en moét je ervan uitgaan dat het bedrijf niet noodzakelijk het aller-allerbelangrijkste in het leven is.

            Misschien is dat anders in zo’n zuivere start-up, met een paar gasten van 20 die tegen de klok werken om iets te maken, maar dat zijn dan de uitzonderingen.

    • Moeten kiezen? Het is toch logisch dat je in het leven keuzes moet maken en dat die consequenties hebben. Er zijn nu eenmaal maar 24u in een dag. Iemand die kiest voor een gezin heeft logischerwijze minder tijd over voor werk en andere zaken dan iemand die geen gezin heeft. Net zoals iemand die 7 keer per week sport doet beter zal presteren dan iemand die dat maar 1 keer doet. Ook als man kun je ervoor kiezen om deeltijds te werken, maar uiteraard heeft dat gevolgen voor je carriere, want die collega die kiest om meer tijd in zijn werk te steken zal uiteraard een grotere meerwaarde zijn voor het bedrijf. Dat heeft helemaal niks met man-vrouw verschillen te maken, maar met individuele keuzes, en die kun je niet veranderen met quota.

      Dit ‘feminisme’ is trouwens heel erg selectief en beperkt zich tot hogere functies. Heb ik vrouwen ooit horen ijveren om gelijk vertegenwoordigd te worden in zware of gevaarlijke beroepen? (Bouw, dokwerker…) Vrouwen hebben toch ook recht op gevaarlijk en zwaar werk? Waarom bouwfirma’s dan niet verplichten om 50% vrouwen aan te nemen?

  • De meeste vrouwen willen niet in de bouw, daar gaat het hier niet over. Het gaat erom dat vrouwen die hogerop willen in de academische wereld, de politiek, het bedrijfsleven daar de kans toe moeten krijgen.

  • De meeste vrouwen willen ook geen CEO zijn, of 80 uur per week werken, dat is net het punt. En trouwens: Moeten mensen (m/v) kansen KRIJGEN of moeten ze kansen grijpen?? Het gaat om leidinggevende functies, mag je dan alsjeblieft een beetje initiatief verwachten? Bij mij komen ze ook niet aan de deur bellen om me een functie in een raad van bestuur aan te bieden, ik ben nochthans een man.

    In tegendeel: neem nu de politiek waar ze quota hebben: Je moet als vrouw al ongeveer een moord gepleegd hebben om niet op een lijst te staan te staan als je dat wilt. Denk je dat dat komt doordat ze in grote getale staan te drummen om een plaatsje? Als vrouwen minder geïnteresseerd zijn in politiek, waarom moeten ze dan de helft van de plaatsen ‘krijgen’ op lijsten?
    In Leuven wordt binnenkort een nieuwe rector gekozen. Waar zijn de vrouwen die zich kandidaat gesteld hebben?

  • @Bob: Karen Maex?

    Initiatief nemen als vrouw is moeilijk als je doorheen je hele leven impliciet gesocialiseerd wordt om dit niet te doen. Dit gaat vaak onbewust, zoals mensen die bij een promotie suggereren dat je toch moet oppassen “dat je man zich nu niet minderwaardig gaat voelen” of bij moeilijkheden met de kinderen suggereren dat “je misschien teveel werkt en dat de kinderen eronder lijden”. Zo krijg je de idee dat je je blijkbaar toch schuldig moet voelen, wanneer je als vrouw carriere maakt.

    Mannen krijgen evenzeer boodschappen, hoor, maar waar het op aankomt, is dat je door socialisatieprocessen internaliseert wat je omgeving je voorspiegelt. Zeggen dat vrouwen geen kansen grijpen omdat ons geslacht dit intrinsiek (cfr. biologisch) niet zou willen, vind ik dan ook té kort door de bocht.

    Je wilt niet weten hoeveel van dit soort boodschappen vriendinnen in de academische wereld over zich heen hebben gekregen (vaak met de beste bedoelingen).

  • Ik ben voor quota. Ik denk niet dat er een vrouw gekozen wordt als er ook een man met dezelfde kwaliteiten kandideert. Er zitten nog altijd meer mannen dan vrouwen in de selectiecommissies en die kiezen meestal voor het herkenbare profiel. Een postdoctorale positie valt ook meestal samen met de periode waarin je kinderen krijgt en je doctoraat moet verzilveren, en drie maanden of twee keer drie maanden afwezigheid, om nog te zwijgen van de maanden ervoor waarin je het soms rustiger aan moet doen, of de maanden erna waarin je je terug moet inwerken, laten zeker hun sporen na. Als je even uit het academische leven stapt, kan je bovendien heel moeilijk terugkeren, omdat gewoon het aantal publicaties telt, niet het aantal dat je in je academische leven hebt gepubliceerd. Bovendien is de selectie nooit objectief: soms geldt het aantal A1’s, soms de buitenlandse ervaring, soms de internationale contacten, soms de proefles. Heel onduidelijk allemaal, een reden te meer voor veel vrouwen om af te haken en het spelletje niet meer mee te spelen. Ik denk dat er zo veel intellect verloren gaat.
    P.S.: http://www.amptoons.com/blog/the-male-privilege-checklist/

    • Ik ben helemaal vóór meer vrouwen overal, maar als je nu zelf eens naleest wat je geschreven hebt…

      Niemand zegt dat het eerlijk is, maar als *jij* de keuze zou moeten maken tussen twee mannen, en één van de twee zegt dat hij de volgende paar jaar minstens een paar keer een kwart van het jaar verlof zal nemen, en dat je bovendien hard rekening zal moeten houden dat hij het vóór die kwartjaren telkens maanden aan een stuk rustiger aan zal moeten doen, en dan maanden erna zich zal moeten inwerken…

      En die andere zegt dat hij dat niet zal doen. Maar voor de rest zijn ze precies evenwaardig, zelfde kwaliteiten en zelfde troeven.

      Wat zou jij dan doen?

  • Wel, een academische carrière als docent-hoofddocent-hoogleraar-gewoon hoogleraar duurt een jaar of dertig en begint meestal rond 35 à 40 jaar. Daarvan krijgen vrouwen toevallig net voor het docentschap vaak kinderen en dan zijn ze twee keer drie maanden afwezig, om het even eenvoudig te stellen, en zijn ze misschien iets minder productief, om het louter in A1-publicaties te stellen. De meeste vrouwen vinden de combinatie kinderen / academisch werk redelijk haalbaar als ze er eenmaal inzitten (eigen onderzoek), maar als je bij het begin al niet toegelaten wordt tot het docentschap door ongelijke startkansen, hoe kan je dan ooit bewijzen dat je als docent of hoofddocent, laat staan als hoogleraar of gewoon hoogleraar (wanneer de zorg voor kinderen geen verschil meer maakt), even productief, gerenommeerd, baanbrekend bent? Om nog maar te zwijgen van de vooroordelen die in veel selecties meespelen (en soms middelmatige mannen boven excellente kinderloze vrouwen selecteren), of de specifieke onderzoekstopics die net iets minder belangrijk worden geacht als ze door een vrouw zijn onderzocht, of de onzekerheden van vrouwen in een mannenwereld die denken dat ze niet goed genoeg zijn. Jij wil de topscorer van het moment aannemen, ik wil dat vrouwen die misschien vijf jaar later pieken ook een gelijke kans krijgen, maar daarvoor is het spel momenteel niet fair genoeg.

    • Ik ben er niet uit, eerlijk waar.

      Eerlijke vraag zonder cynische ondertoon of zo: als je publicaties een belangrijk criterium zijn, en je hebt minder publicaties, moet er dan een ander criterium gezocht worden? Of moet je op zoek gaan naar andere criteria?

      • Ik zou niet willen dat je als vrouw met 17 publicaties gekozen wordt boven een man met 19 publicaties gewoon omdat je vrouw bent, maar zo simpel is het niet. Elk dossier is een combinatie van publicaties, onderwijservaring, wetenschappelijke prijzen, (co)promotorschap, buitenlandse ervaring, internationale contacten, peer review, keynotes, redacteurschap enzovoort. Je kunt niet zwart op wit zeggen wie de beste is, het is altijd interpretatie, en ik denk dat die persoonlijke keuze vaak nog in het voordeel van mannen uitvalt, wat overigens ook al vaak bewezen is. Het is niet gewoon een kwestie van competentie, hoewel het vaak zo voorgesteld wordt (zie ook: http://wendykroy.wordpress.com/2013/04/07/de-mythe-van-de-competentie/). Weegt één boek evenveel door als twee artikelen, of is de ene wetenschappelijke uitgeverij beter dan het andere, of zijn twee keer drie maanden buitenland evenveel waard als zes maanden aan dezelfde universiteit? Je hoeft uiteraard geen zwakke vrouw aan te nemen boven een sterke man, maar als je al succesvol op postdocniveau bent geraakt, prijzen, publicaties en contacten hebt (en nog een kind hebt gekregen), gaat het niet louter meer over zwak en sterk, maar over persoonlijke keuzes waar er nu een bias is in het voordeel van mannen, die men dan verhult door een criterium uit de lange lijst als doorslaggevend te beschouwen, of waarvan men zich gewoon niet bewust is. Ik denk dat quota ervoor gaan zorgen om bij gelijke geschiktheid toch voor de vrouw te kiezen en ook vrouwen gaan aanzetten om te blijven meedraaien in het systeem, omdat ze nu ook meer kans hebben om effectief op basis van merite gekozen te worden. Het gaat ook niet om fifty-fifty, het gaat om een derde vrouwen, iets waar de wetenschap op termijn beter en rijker van gaat worden, maar dat wordt nog heel vaak betwijfeld.

          • Ik had het opiniestuk(je) van Blanpain gelezen, en er niets in gelezen waar ik het mee oneens was.

            En toen sleurde ik het feministische.blogspot-stuk open. Vijf keer zo lang, en ik moet toegeven dat het soms moeilijk was om mijn aandacht erbij te houden — misschien ook omdat ik al slecht gezind was vanaf de titel.

            Die is namelijk al meteen een verdraaide karikatuur van wat Blanpain schreef. De vooringenomenheid die spreekt uit de titel Kunnen vrouwen rector worden? Professor emeritus Roger Blanpain denkt alvast ‘nog niet’ als reactie op dit vond ik meer dan storend.

            De enige indruk die je kan hebben na zo’n titel is dat een journalist aan Blanpain een vraag heeft gesteld, en dat hij “Nog niet” heeft geantwoord.

            En zo gaat het het hele stuk door: met stukken van de inhoud kan ik het misschien wel eens zijn, maar de manier waarop er blijkbaar vooral voor de al lang overtuigden geschreven wordt, en dat er daarbij heel de tijd mensen woorden in de mond worden gelegd, en dat die och here twintig zinnen van Blanpain worden uitgesponnen tot een soort apologie voor het patriarchaat, maken het bijzonder lastige lectuur.

            (En, zuiver ten persoonlijken titel omdat ik iets tegen die patattenvandalen heb, dat er stommigheden als “Wie stak zijn nek uit? Een jonge onderzoekster, Barbara Van Dyck. Haar hoofd is dan ook gaan rollen, en ze stonden erbij en keken ernaar, met hier en daar een oprechte betuiging van sympathie” bijstaan alsof het het zoveelste voorbeeld zou zijn van onderdrukking van de vrouw door de bevoorrechte, oudere, blanke, mannelijke, middenklasse professoren.)

            Lovenswaardig dat het artikel wat afstand probeert te nemen van de nadruk op de laatste stap in het proces (benoeming van hoogleraars), jammer dat het niet genoeg afstand neemt en het beperkt tot het motivatie- en selectiebeleid van de universiteiten, in plaats van het door te trekken tot en met de manier waarop er in het kleuteronderwijs met gender omgegaan wordt (door, ah ha ha, die 99% of zo vrouwen daar).

            Lovenswaardig dat er naar diepere oorzaken gezocht wordt dan enkel “een neoliberaal beleid”, jammer dat de enige aangeboden oplossing een genderplan-diktat bij de allerlaatste stap in het hele proces (benoeming van hoogleraars) zou zijn.

  • Meestal kan ik me wel vinden in wat je hier neerpent, maar nu ga je kort door de bocht, vind ik – om niet te zeggen dat je nogal ongeïnformeerd overkomt. Om een genuanceerd beeld op de problematiek te krijgen, raad ik je van harte dit Europees rapport aan: http://ec.europa.eu/research/science-society/document_library/pdf_06/structural-changes-final-report_en.pdf

    Als je denkt dat werkgevers (in welk veld dan ook) minder snel vrouwen zullen aannemen, niet omdat ze minder capaciteiten hebben, maar wel omdat ze kinderen krijgen en meer deeltijds werken en sociaal verlof op nemen, dan vergis je je schromelijk. Ook zonder die gegevens worden de competenties van vrouwen structureel lager ingeschat, zowel door mannen als door andere vrouwen. Kijk maar eens naar dit artikel: http://news.yale.edu/2012/09/24/scientists-not-immune-gender-bias-yale-study-shows

    Of dit citaat uit het rapport dat ik net aanhaalde:

    “A study published in 1997 in Nature by Wennerås and Wold entitled “Nepotism and sexism in peer-review”, demonstrated that women had to have 2.4 more
    merits than men to achieve the same evaluation, equivalent to 20 articles in peer review journals, in calls of the Swedish Academy of Medicine. Publication of this study prompted the resignation of top decision makers in Sweden as well as the
    launching of Swedish gender policies in science.”

    Je kan tegen quota zijn, maar structurele maatregelen zijn echt wel nodig, of het gaat nog heel wat jaren duren voor het effectief allemaal in orde komt (nog maar 100 jaar tot de loonkloof gedicht is, hoezee!). Daarnaast toont onderzoek naar genderquota in andere gebieden (politiek bvb) aan dat ze wel degelijk effect hebben – ook op vlak van mentaliteit.

    Ik verlaat je met een citaat uit de conclusie van een Zweedse studie naar de effecten van genderquota in de politiek:

    “The academic and popular debate sometimes sees the goals of diversity and competence as in tension with one another. For example, in the debate on gender quotas, it is often claimed that a supply constraint for women results in a quota replacing competent men by mediocre women. We have argued, to the contrary, that achieving gender parity through quotas can actually promote competence by reducing the number of mediocre men.”

    Food for thought.

    • Als je denkt dat werkgevers (in welk veld dan ook) minder snel vrouwen zullen aannemen, niet omdat ze minder capaciteiten hebben, maar wel omdat ze kinderen krijgen en meer deeltijds werken en sociaal verlof op nemen, dan vergis je je schromelijk.

      Euh neen, leg mij alstublieft geen woorden in de mond.

      Ik reageerde op Lott die zei, voor zover ik dat begreep dat ze vóór quota is omdat

      Een postdoctorale positie valt ook meestal samen met de periode waarin je kinderen krijgt en je doctoraat moet verzilveren, en drie maanden of twee keer drie maanden afwezigheid, om nog te zwijgen van de maanden ervoor waarin je het soms rustiger aan moet doen, of de maanden erna waarin je je terug moet inwerken, laten zeker hun sporen na.

      Ik ben tegen quota, omdat ik het een gemakkelijk doekje voor het bloeden vind: de manier waarop we met werk-leven-balans omgaan moet veranderen, en de mentaliteit moet veranderen.

      Het Europees rapport trouwens daarnet gelezen, en ik was niet meteen omver gekegeld van de waardevolle inzichten, ik vond het allemaal nogal wollig en vaag. En dat ene artikel dat ik wou lezen — van klassieke orkesten die traditioneel 100% mannelijk waren maar nu niet meer — daar vond ik alleen maar een abstract van terug, bah.

  • Dat er iets moet veranderen aan de werk-levenbalans, daar ben ik het mee eens. Dat zal enkel gebeuren als er meer vrouwen in hoge functies komen. En daarvoor zijn die quota nodig.

      • Als je het over België hebt: nooit, vrees ik, want wat je zegt klopt niet. Er zijn meer dakloze mannen dan vrouwen, dat klopt (ongeveer 2/3e vs 1/3e). Maar van de mensen die op een leefloon leven, zijn 60% vrouwen. Een van de bevolkingsgroepen met het grootste risico om in armoede terecht te komen zijn alleenstaande moeders. (Van alle eenoudergezinnen zijn 80% alleenstaande moeders.) Ook alleenstaande oudere vrouwen zijn een belangrijke risicogroep, omdat zij benadeeld worden door het pensioenstelsel. In België leven er significant meer armere vrouwen dan mannen. Er zijn overigens schattingen dat vrouwen 70% uitmaken van de armen wereldwijd. Dus hoe je bij jouw stelling komt, geen idee, maar misschien eerst eens vrouwen en armoede googlen. (Waarmee ik niet wil zeggen dat we mannen in armoede niet moeten helpen, trouwens.)

Zeg uw gedacht

Navigatie

Vorige entry:

Volgende entry:

» homepagina, archief

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.