Ik ga het toegeven: ik heb weinig last van leegestsyndroom. Ik zie ons dochters doodgraag, maar ik ga denk ik even content zijn als zij als ze weer in hun eigen huis gaan wonen. Ik heb al wilde plannen om alles hier in huis op te kuisen en dan zo te houden, en ik kijk er geweetniethoehard naar uit om gewoon stilte in huis te hebben.
Gewoon geen geluid, geen muziek, geen gebabbel, geen televisie, stilte.
En ook: altijd plaats in mijn trekzetel, niet alleen als ik er op tijd bij ben en niemand anders er al in zit.
Een diepvries en een frigo met alleen onze dingen erin. Geen frigo die extra in de keuken staat te staan, geen Mewafkast die idem doet. Geen kartonnen dozen met bedden, lampen, kasten en ander gerief voor in hun huis.
Met een beetje geluk komen de mensen van de deurenwinkel in de loop van begin januari opmeten om de binnendeuren te steken — in het bureau, in de badkamer, het wc, de keuken, de slaapkamer. En dan wie weet wanneer komen ze nog eens langs om een deurgat te maken voor de metalen deur tussen de keuken en de gang, en dan is het alleen nog wachten op een nieuwe voordeur en we zijn klaar met de werken in ons huis.
Niet helemaal klaar wegens nog allerlei kleine brol, maar toch substantieel klaar. Dat het mij niet meer kan schelen, al de rest.
En dán wil ik op mijn gemak zitten voor de rest van mijn leven.

