(ik lieg, de foto boven is al na een dag opkuisen, maar daar schaam ik me te erg voor)
De toestand na:
Of van het standpunt van waar ik zit:
Het is uiteindelijk niet geworden wat ik dacht, maar wel een versie waarbij ik de computer zelf scheef heb gezet waardoor de monitor rechts er evenwijdig mee kon staan, ik de USB-gaten aan de voorkant nog gemakkelijker kon bereiken, en er ruim voldoende plaats was links om mijn groot glas veilig op een onderlegger te zetten:
Ge wilt niet weten hoeveel stof er onder en achter de computers en de kabels zat.
Helaas is er wel een slachtoffer gevallen: mijn ene monitor is nu kapot. Ik heb hem al een tijd laten aan staan, ik heb al een andere kabel gebruikt en in een andere computer gestoken, maar het probleem blijft. Moeilijk op foto te vatten, maar: de onderkant is veel te helder, en de bovenkant is veel te donker.
Het klinkt een klein detail, maar het maakt het scherm quasi onbruikbaar. Bah.
Ik doe één van mijn gazetten open en ik zie dit. Dag na dag na dag.
Ik weet niet wat ik meer kan doen dan erover te posten op stomme social media. Een druppel op een hete plaat, in de hoop dat er genoeg mensen druppels posten in de hoop dat het ooit percoleert naar boven tot bij mensen die er écht iets aan kunnen doen.
Het is om misselijk van te worden. Mijn grootmoeder was Joods. Haar familie —mijn familie— is met bossen vermoord in de Tweede Wereldoorlog. En ja, er is ander onrecht in de wereld. Maar dat de nazaten van mensen die ghetto’s en pogroms en genocide meegemaakt hebben nu zó beestachtig tekeer gaan, dat er zelfs in België nog mensen zijn die excuses zoeken of zwijgen of alleen maar iets zeggen als een betoging of een actie tegen hen iéts te ver gaat: neen.
Ik weiger het te begrijpen.
Fuck Bouchez en gelijkaardigen — denk trouwens geen momént dat onder het laagje islamofobie van hun extreemrechtse aanhang géén diepgeworteld antisemitisme zit.
En fuck zionisme. Afspraak in Den Haag, klootzakken.
Ik heb het leeggoed en wat in de vuilbak en de papierbak moest van mijn bureau gehaald, en nu is het alleen nog verhuis. Waar ik dus niet naar uitkijk.
Een lijstje, dan maar:
Lavalampen opruimen. Ik vind ze ongelooflijk mooi, maar de realiteit is dat ik ze niet genoeg aanzet om al die plaats om mijn bureau in te pakken. Ik zal ze voorlopig in de kast zetten, pending een plaats waar ze tot hun recht komen.
Fototoestel een plaats geven. Ik heb het graag bij de hand als er ergens een beest zit dat ik moet fotograferen, maar ook daar: dat gebeurt niet vaak genoeg om een permanente plaats op mijn bureau te verrechtvaardigen.
Bloeddrukmeter een plaats geven. Staat al een eeuw op mijn bureau, ik gebruik hem ook bijna-dagelijks, maar zou beter in de bibliotheek staan in plaats van op het bureau.
Printer loskoppelen en op de vloer zetten om later te verhuizen.
Computer uit zetten, alle kabels losmaken (inclusief harde schijven, monitors, luidsprekers, microfoon, camera’s, schrijftablet, scanner etc.) en alles aan de kant zetten om later terug te plaatsen.
Rest van de zooi die nog op mijn bureau ligt opkuisen.
En dan terugplaatsen wat ik nodig heb op de plaats dat ik het wil:
Computer in de hoek
Printer op de computer
Harde schijven proper naast mekaar
Scanner rechtzetten tegen de muur, ik denk vóór de harde schijven
Luidsprekers arrangeren
Monitors naast elkaar — kijken of ik de rechtermonitor op een verhoog moet zetten of niet.
Microfoon, keyboard, muis voor mij, camera op de monitor
Ik ga, heel heel traag, mijn bureau eens opkuisen. Dat is al veel te lang geleden, en het is al heel lang echt wel nodig.
Om te beginnen ligt het vuil, maar vooral: het ligt helemaal vol. En misschien dat ik wel eens wat herschikking doe. Dit is de toestand nu:
Ik ga denk ik eens experimenteren met een andere layout. Wat als ik de printer op de computer zou zetten?
Akkoord, ik verlies plaats links, maar dat is toch maar een vergaarbak van dingen die daar eigenlijk niet moeten liggen. En akkoord, ik maak een nieuwe horizontale oppervlakte waar zich weer dingen kunnen opstapelen, maar het kan ook een soort tweede bureau worden waar ik bijvoorbeeld kan tekenen en alles.
Het wordt wel een meerdagenplan, want mijn rug is nog altijd niet gerecupereerd van de Gentse Feesten.
Ik blijf trouwens ook maar twijfelen over wat een ideale setup zou zijn. Ik ben zeer content van mijn centrale monitor, maar de monitor rechts is mij te klein. Ik heb lang hard overwogen om zo’n heel brede monitor te kopen, maar ik denk dat die niet genoeg pixels in de hoogte heeft, en ik ben bang van de aspect ratio.
Eén ding is wél aan vernieuwing toe, en dat is opslag. Ik denk dat ik maar eens een NAS koop waar ik dan harde schijven van 30TB of zo kan in vijzen, in plaats van om de zoveel tijd een externe USB-dink bij te kopen waar ik mijmet de jaren meer en meer onzeker over voel.
Sandra is naar Porto om er onze oudste dochter te gaan ophalen. Onze jongste zoon woont al een tijd alleen. Onze oudste zoon zie ik soms eens als hij van zijn kamer naar zijn werk gaan of omgekeerd. ’t Is eigenlijk alleen Anna die ik meer dan occasioneel eens zie.
Ge kunt mij daar dus niet mee straffen, met eenzaamheid. Ik zou gerust jaren aan een stuk zonder mensen kunnen doorbrengen — niet dat ik niet graag bij mensen ben, maar wel dat ik er eigenlijk niet echt veel nood aan heb.
Ik heb ondertussen zoals ik dacht inderdaad helemaal niets gedaan. Met een half hart een beetje begonnen aan iets dat ik dacht dat wijs zou zijn, maar dan bleek het eigenlijk vooral veel werk en heb ik het maar zo gelaten.
Of beter: het was meer werk dan nodig omdat ik het op een verkeerde manier aan het doen was, en de shortcuts begonnen mij alsmaar meer in te halen, en dan bedacht ik dat het gewoon beter zou zijn om het dan eens goed te doen, als allerlei zaken uitgeklaard zijn. Maar dat is werk van het Werk, en nu is het Vakantie en dus doe ik geen werk.
Ik heb nog een week vakantie en ik weet nu al dat die zal voorbijvliegen? Ik heb een hele reeks dingen in mijn hoofd die ik eigenlijk wel zou willen doen, maar ik weet nu al dat ik er niet toe zal raken en dat het vooral vegeteren voor een scherm zal worden.
Ik had gisteren een afspraak, trouwens, om eens bij te babbelen en een glas te drinken, maar de mens is nog maar eens niet afgekomen, en ik vrees dat ik dat eigenlijk ook wel op voorhand wist.
Maar kijk nu! ’t Is een Best of the Worst met Bear McCreary! Zoals altijd (meestal) van begin tot einde de moeite waard, maar hier is het einde helemaal fantastisch: Jay neem een paar scènes van een echt zeer slecht gemaakte film en hermonteert ze, Mike doet ADR en Bear zet er muziek op en het is een ongelooflijke wereld van verschil.
Voorlaatste dag, en bijna onwezenlijk dat het tegelijkertijd zo rap is gegaan en dat ik mij moeilijk kan inbeelden hoe het leven vóór de Gentse Feesten was.
Nog één dag en ik ga voor de voorzienbare toekomst dit soort conversaties niet meer hebben:
(zeer verwarde blik, wanhopig rondkijkend) Euh is dat hier voor bonnekes?
Neen, ge kunt gewoon betalen met uw bankkaart aan de bar. En dan kunt ge uw leeggoed naar hier brengen.
Ah en wat doet gulder hier dan?
[keuze van antwoorden, met inspiratie van het moment]
Wij zijn eigenlijk gewoon decor.
Dat is hier een sociaal project.
Wij zijn van de beschutte werkplaats.
Ge kunt hier altijd terecht voor een goed gesprek (of: boekentips, goeie series, opinies over dinosaurussen, ideeën voor recepten, investeringstips, …)
Hier kunt ge uw bekers brengen als ze leeg zijn, en geef ik u daar geld voor.
Of
(zeer verwarde blik, wanhopig rondkijkend) Euh hoe werkt dat hier eigenlijk?
Vooral op vrijwilligers / Redelijk goed, bedankt, en bij u?
Jamaar wat is hier de bedoeling eigenlijk?
[terug naar antwoorden hierboven]
Of de Hollanders, waar ik weiger ook maar een woord of lettergreep toe te geven aan hun taalimperialistische neigingen: blijven spreken over leeggoed en over een bankkaart in de plaats van –horribile dictu– pinpas, nee maar serieus.
Of de Fransozen die ik dan wel in het Frans aanspreek want we zijn tenslotte in Gent, en de mensen uit allemaal andere landen die echt helemaal verward zijn over wat dit allemaal is.
Of de zatte en alsmaar zatter wordende mensen waar geen zinnig gesprek mee mogelijk is toch vriendelijk maar kordaat op weg zetten en deëscaleren voor zot.
Of die paar idioten die écht ambetant doen zo rap mogelijk weg krijgen door gewoon toe te geven — sorry, ik kan alleen via de bankkaart, niet in cash — nee mevrouw, ik heb géén twee euro van uw bankrekening gehaald, kijk, hier staat het: ik heb u drie euro gegeven, maar het kan zeker zijn dat het er niet direkt op staat, dat kan een paar dagen duren soms — oh, het spijt mij dat dit de slechtste ervaring van uw leven was en dat het uw eerste en laatste keer is — ja mevrouw — mevrouw, hier is vijf euro cash, is dat OK? — u zal een boze brief schrijven? — sorry dat het hier niet zo leutig was, maar ik denk niet dat ik u méér kan helpen dan dit — ik weet het mevrouw, maar er staat een man of vijftien achter u die ik ook graag zou helpen — het spijt me echt, en toch hopelijk nog ne goeien avond mevrouw.
Maar zo’n mensen waren in totaal letterlijk op de vingers van één zelfs redelijk verminkte hand te tellen, op negen dagen tijd en ik wil niet weten hoeveel duizenden mensen in totaal.
Het publiek is over het algemeen zeer — verbazend zeer — postief en happy. Misschien zelfs iets té happy, maar dat is dan misschien mijn slecht karakter dat in mijn achterhoofd de hele tijd blijft zeggen dat als ons thema “buiten is het miserie maar bij ons zijt ge veilig” is, er misschien wat meer zou mogen getoond worden van die miserie, en dat het misschien een béétje minder comfortabel zou mogen zijn.
De cognitieve dissonantie bijvoorbeeld van enerzijds het kinderhospitaal waar naar jaarlijkse heerlijke traditie kinderen wonden worden aangebracht en vingers afgekapt, en anderzijds dingen als dit is mij bij momenten té schrijnend:
Een lange lange dag vandaag: opgestaan twee uur nadat ik in mijn bed gekropen was om naar de kleermaker te gaan voor nieuwe kleren.
Vóór dag en dauw naar Schaap getogen en er gesproken over stoffen en vorm en afwerking. Het is een full canvas wollen kostuum geworden, in een roodachtig bruine stof van Dugdale Bros, met een extra donkergrijze flanellen broek en een katoenen hemd erbij.
Ik kijk ernaar uit om te zien wat het wordt, en ik denk dat ik er ook maar eens een jaarlijke gewoonte van ga maken om een kostuum bij te kopen.
Ik ben hoegenaamd niet een sociale mens en jawel: achter de kassa zitten is een ideale job voor een niet-sociale mens: elke interactie heeft een duidelijk doel, een begin, een midden en een einde, en hop naar de volgende. Een groot gemak.
We kregen vandaag onder meer bezoek van een mens die zegswijzen op een plakband schreef die hij dan op mensen plakte, er was een kat aan een leiband, en het Instituut voor Volkswarmte had een mobiele plantenbak waar iemand in verstopt zat.
We zijn voorbij de helft en het is dat moment dat de dagen en de nachten en de uren in elkaar beginnen te vloeien. Ik zei vanmorgen (om 13u45) tegen iemand in de Okay goeienavond, en ik verwar goeiemorgen en goeienamiddag en goeienavond aan de kasse.
Ik heb vandaag totaal toevallig omdat mijn collega aan de kassa naar haar Whatsapp aan het kijken was ook naar mijn Whatsapp gekeken en daar bleek een boodschap in te zitten die van mijn zorgen van vorige week een volledig nieuw perspectief op Schone Dingen Te Doen Op Het Werk gemaakt heeft. Nu is het spannend om volledig andere redenen, hoera!
En verder: we zijn over den helft. Vandaag waren er allemaal mensen van allemaal WZC’s op bezoek, was het wat rustig in de namiddag, maar ’s avonds heb ik de indruk dat het gelijk een trein liep.
Morgen denk ik eens morrelen aan de formule op het podium, en de mensen een beetje minder op hun gemak maken.