Ik ben vanmorgen opgestaan met een hoofdpijntje. In het naar mijn werk rijden, begon ik vanalles dubbel te zien. En toegekomen op het werk begon ik ineens helemaal dubbel te zien en niet meer kunnen lopen en al.
Een vieze migraine van het soort dat al vele jaren geleden was! Awoert!
Ik ben naar huis gegaan wegens dat het niet zou lukken (en ik weet eigenlijk niet goed hoe ik zonder kleerscheuren thuis ben geraakt op de velo), maar na een uur of vijf in mijn bed liggen was ik weer in voldoende staat van werking om de fakkel weer op te nemen en heb ik alsnog de tweede shift gedaan.
Dag één is helemaal zonder kleerscheuren gelukt. Thuis om 3u20 of zoiets, en dan om 14u opnieuw beginnen. Ik heb een machtig schone vest gekregen om aan te doen. Beetje warm als het warm is, maar ook wel warm als het koud wordt. En enorm comfortabel, en ze ziet er ook fantastisch uit.
Ik lig bijna nooit wakker van het werk. ’t Is te zeggen: ik slaag er omzeggens altijd in om mijn werkzorgen naast mij neer te leggen op het einde van de werkdag, en er zeker mijn slaap niet voor te laten.
Omgekeerd: als ik écht niet in slaap geraak en ik heb geen goesting om een boek te lezen of naar de youtubes te kijken, begin ik na te denken over dingen die moeten opgelost geraken en naar oplossingen te zoeken om in slaap te vallen.
Vandaag ben ik toch ultravroeg opgestaan en niet meer in slaap geraakt, wegens een gesprek gisteren. Het resultaat van dat gesprek zou zeer goed kunnen uitdraaien, maar er is ook een kans dat het niets wordt, en dan ga ik toch een tijd met de handen in het haar zitten, qua hoe gaan we dit nu oplossen?
Maar kijk, het is min of meer uit onze handen. En zeker uit de mijne. Ik hoop van ganser harte dat het in orde komt, en dat we Schone Dingen gaan kunnen doen. Vingers gekruist.
Het was vandaag projectdag voor een groot project (we doen elke week zeker een dag, op woensdag, waar we allemaal samen in een ruimte zitten en werken — as opposed to verspreid over het hele Vlaandrenland), en ik herinnerde mij ’s morgens dat ik gezegd had om iemand te bellen, zijdelings ook wel over dat project.
Maar ik had er geen flauw idee meer van wanneer ik dat gezegd had. Ik wist wel nog dat ik gevraagd had of het ergens in de loop van een bepaalde dag paste, en dat dat moeilijk zou zijn en dat het de volgende dag vóór elf uur zou lukken — maar of die bepaalde dag gisteren of eergisteren was? Geen idee. En geen spoor meer van de conversatie te vinden (Teams werk? Teams privé? Mail werk? SMS? Whatsapp? Rooksignalen?) dus ook digitaal niet meer te achterhalen.
Het bleek maandag geweest te zijn en dat ik dus gisteren had moeten contact opnemen.
Dan maar een nieuwe afspraak gemaakt voor vandaag, en ook die was ik uit het oog verloren wegen te druk bezig met andere dingen.
We humans have perhaps 100 billion neurons in our brains. But what if we had many more? Or what if the AIs we built effectively had many more? What kinds of things might then become possible? At 100 billion neurons, we know, for example, that compositional language of the kind we humans use is possible. At the 100 million or so neurons of a cat, it doesn’t seem to be. But what would become possible with 100 trillion neurons? And is it even something we could imagine understanding?
“There are so many sitcoms, especially in animation, that we’ve almost forgotten what animation was about — movement and visuals,” he told the press after the show debuted. The Samurai Jack crew aimed to “tell the stories visually… tell a very simple story visually.”
Talking was kept to a minimum. Instead, Samurai Jack would need enough richness and variety in its look and movement (and its filmmaking) to keep people gripped without words.
Building a word game forced us to solve a measurement problem: how do you rank 40+ ways to associate any given word down to exactly 17 playable choices? We discovered that combining human-curated thesauri, book cataloging systems, and carefully constrained LLM queries creates a navigable network where 76% of random word pairs connect in ≤7 hops—but only when you deprecate superconnectors and balance multiple ranking signals. The resulting network of 1.5 million English terms reveals that nearly any two common words connect in 6-7 hops through chains of meaningful associations. The mean path length of 6.43 hops held true across a million random word pairs—shorter than we’d guessed, and remarkably stable.
It may seem harmless at first to introduce a DOM-like layout mechanism in a design tool, and it certainly has advantages in mature design files where the structure rarely changes. But many design teams today use Auto Layout to create full page designs of their digital products from the get-go. In practice, this locks the design in place and severely limits the possible expressions. You can’t drag things around freely or try odd combinations of layouts. You can’t simply paste something into a frame without it snapping to the bottom of the stack. The result is that designers are nudged into thinking like engineers during the earliest stages of exploration just when they should be working messily, freely, and loosely. It might feel convenient at first, but it comes at a cost. Have you ever opened a Figma file and tried to make a small change, only to find yourself wrestling with the layout? I’ve encountered this more often than I’d like, and it seems to be increasing in frequency.
A landmark study co-authored by Professor Stephen Baxter, Professor of Medieval History, Faculty of History, has shed new light on the Domesday survey of 1086 – one of the most famous records in English history – revealing it as an audacious and sophisticated operation of statecraft and data management.
Archaeologists have analyzed ritual spaces and monumental structures across Polynesia, questioning the idea that Rapa Nui (Easter Island) developed in isolation following its initial settlement.
Cosmochemical studies have proposed that Earth accreted roughly 5-10% of its mass from carbonaceous (CC) material, with a large fraction delivered late via its final impactor, Theia (the Moon-forming impactor). Here, we evaluate this idea using dynamical simulations of terrestrial planet formation, starting from a standard setup with a population of planetary embryos and planetesimals laid out in a ring centered between Venus and Earth’s orbits, and also including a population of CC planetesimals and planetary embryos scattered inward by Jupiter.
“It’s the crime of the century,” says Bruce Lanphear.
He’s not talking about a murder spree, a kidnapping or a bank heist.
Lanphear – an environmental epidemiologist at Simon Fraser University – is referring to the fact that an estimated 800 million children around the world are poisoned by lead – lead in their family’s pots and pan, lead in their food, lead in the air. That’s just about half of all children in low- and middle-income countries, according to UNICEF and the nonprofit Pure Earth.
A celebration of consistency, discipline, and the pursuit of movement — en een fantastische reeks visualisaties. Technisch beetje onhoudbaar om 10 jaar data in gegenereerde svg te willen renderen, maar toch. 🙂
Ik ben geen lastige mens om een afspraak mee te maken. De meeste dagen zit ik gewoon ’s avonds thuis, de meeste weekends zit ik gewoon de hele dag thuis, ’t is alleen als Sandra er ook moet bijzijn dat er wel eens moeten agenda’s samengelegd worden.
Vanavond heb ik mogelijk een afspraak. Er was gezegd vorige week dat er een afspraak zou zijn, en ik kijk er echt wel naar uit, maar ’t zou kunnen zijn dat er gewoon geen afspraak blijkt te zijn.
Een geluk dat ik daar tegenwoordig al niet zo lastig meer van loop als vroeger. Het enige is dat ik niet weet of ik mijn peignoir kan aandoen dan wel of ik mijn kleren moet aanhouden. Als ik om pakweg halftwaalf zou blijken meer dan zes en een half uur te lang zonder peignoir achter mijn computer gezeten te hebben, zou ik dat wel wat lastig vinden.
Maar voor de rest werk ik aan mijn ataraxia. Dat van de afspraak met mij die er al dan niet komt, daar kan ik dus al goed tegen.
De afspraak die ik/wij hebben met iemand anders en het beginmoment daarvan, dat blijft wel lastig zijn — ik ben dan de mens die een afspraak heeft om 19u15 en al van 18u55 om de hoek staat te drentelen om klokslag 19:15:00 op de bel te gaan duwen.
758, in the octave of Epiphany. Monastery of Saint-Loup, in the hills near Éauze
Mirelde tells me I speak in languages that should not be heard.
She has found me before, seated rigid in the cloister garden, unmoving in the lamplight, mouth moving around syllables that fall from my lips like oil from a cracked vessel. She never interrupts. She writes them down when she can.
This time, the words were different. When I woke, she stood at a distance with a scrap of vellum in her hand. One name was repeated in her precise, studious hand: Thoöni.
I did not recognize it, not at first. It made my teeth ache. It felt like a wound closing too fast.
She brought me the diary I had begun ten winters ago, the one I thought would keep the edges of me from blurring again. She pointed to passages I had written without understanding, those fragments that seemed to be guided more by the hand than the mind. In the margins, her annotations: names, symbols, cross-referenced pages. I saw the shape of something I had not meant to remember.
Thoöni.
A girl with sharp eyes and salt on her skin. A fire-watcher. A questioner. One I had tried to forget so completely that even her echo had been buried under centuries of hunger and dirt.
But now she stalks the edges of my thought like a ghost, unbidden. When I sleep— when I truly sleep — I see her watching me from the edge of flame, asking questions I do not understand. The monastery is quiet, too quiet. I feel her walking the halls some nights, not quite Mirelde, not quite wind.
I returned to the place where I keep the stylus and fragments of clay, the remnants of the writing I can no longer read. I ran my fingers over the dried scripts, hoping for recognition. One bore a mark I had not seen before, pressed with more care than the rest. Mirelde said it matched a pattern in the margins of a scroll she had found in the apocryphal wing. She thought it was accidental. I know it was not.
Thoöni is not just a name. She is a fault line.
I think she was real.
And I think I killed her.
Whee! ’t Is een gemak om TYOV te spelen als er een ding is dat er u bij helpt. Ik heb een website die bijna alles kan opvangen:
Uw en mijn vriend Bootstrap zorgen ervoor dat het bijna bruikbaar is op een telefoon, maar eigenlijk niet echt. En dus dacht ik, ik maak maar eens een echt mobiele versie ook. Vergelijk de site nu (links) en een eerste paar pagina’s in een Figmaprototype (rechts):
Ik moet eens links en eens rechts kijken, maar ik heb gelijk nog altijd niet de indruk dat er een soort lawine van ongelooflijk veel werk op mijn rug gedumpt is — ondanks dat er wel een redelijk aantal dingen tegelijk op het werk aan het gebeuren zijn en ook ondanks dat ik er blijf op staan om alsmaar nieuwe dingen privé op te starten.
Maar er zijn ook geen dagen waar ik niet weet wat gedaan, dus da’s wel leutig.
Er zijn véél dagen dat ik op het einde van de dag bedenk dat ik morgen dit of dat ga proberen doen, maar voorlopig niet echt dingen die achter aan het lopen zijn. (Op één ding na: dat ik nog wat rapportering moet online samenzetten die ik elders verzameld heb, maar da’s eens een namiddag of een avond of een nacht doorwerken het komt ook in orde.)
Goed zo, denk ik dan. Alleen wat lastig dat ik ooit toch wel eens vakantie zal moeten nemen. 🙂
Het is door de band geestig werken op het werk, maar vandaag was het extra-leutig wegens barbecue tot ’s avonds laat.
Ik ben naar huis gegaan met een zak vol overgebleven Frans brood waar ik morgen broodpudding mee gaan maken.
En voor de rest was het eigenlijk al een beetje karaoke, en dat we dat dan in het echt gaan moeten doen in plaats van prutsen met een Spotify jam en alles.
Er is een bestand met gelijk duzende domeinnamen erin. Ik wil weten hoeveel van die domeinnamen websites zijn.
Een combinatie van
wat manueel werk
een beetje nadenken
wat python
wat django
en hier en daar wat AI als ik geen goesting had om zelf te schrijven
later en ik heb een website waar ik precies kan zeggen welke URL’s een website heeft, en of die publiek is of niet, en welk CMS erachter zit, en of er moet ingelogd worden of niet.
Ik zou nog kunnen kijken naar hoe dicht iets bij de huisstijl is, en algemene statistieken over de inhoud van de homepage, en gokken wat de hoofdnavigatie zou kunnen zijn, en allerlei andere dingen.
Maar het was al later op de nacht / in de ochtend, en dus ben ik er maar even mee gestopt. 🙂
Het is wel wijs op het werk: ik heb allemaal dingen in mijn hoofd, en er is de opportuniteit om daar iets mee te doen, en nu is het dus zaak om de dingen die in mijn hoofd zitten er uit te halen en op papier te zetten.
Of digitaal papier natuurlijk, gewoon kwestie dat er kan over gediscussieerd worden.
Het was een beetje chaos wegens niet binnen geraken in het huis omdat de garagepoort niet openging (en een deel van het huis is alleen te bereiken via de garagepoort — don’t ask). Nog een geluk dat de plannen voorzaken om een gat in de muur van de gang te stampen en er een deur in te steken — dan hebben ze maar dat gat eerst gemaakt.
Bleek vanavond dat de code juist was, maar dat het bakje aan de gevel op één circuit van de elektriciteit werkt en de motor van de garagepoort op een ander circuit (opnieuw: don’t ask), en dat van dat ander circuit de plomb af stond.
De keuken was een raar soort ding met een verhoogde vloer, een centimeter of tien of zo boven de vloer van de living
Er staat daar ook een kotje met een bad en een kotje met een wc, en wij gaan daar één badkamertje van maken. En dus moet de vloer er toch uit en wie weet wat zit daar allemaal onder, en schets mij verbazing als bleek dat daar dit onder zat:
Euh ja, een zoveelste geval van don’t ask: een voor zover wij zien perfecte plankenvloer. Wat bootlak of zo erop en dat is een mirakel van schoon fatsoen. Waar zaten de Christelijke gedachten van de mens die dat verbouwde?