-
As he approached them, erection waggling before him, four or five of the women in the front rows threw their arms up in the air, seemingly in unison, and screamed loudly.
-
⁂
-
Jan is deze zomer een week — wat zeg ik, minder dan een volledige week — in Oudenaarde bij zijn nonkel en tante gaan logeren. Sindsdien slikt hij klinkers in en doet hij aardige dingen met zijn g en zijn h.
Zoals in: “papa, ha hij dan mee koomn eetn? of gebt hij heen’n ongr?”.
Dat is een virale aandoening, dat West-Vlaams, zegt ik u.
⁂
-
Er was een probleem tussen Zelie en haar vriendin-sinds-het-eerste-kleuterklasje. Al anderhalf jaar aan een stuk.
Vandaag hoor ik dat ze weer met elkaar kunnen lachen.
Het gezicht van Zelie toen ze dat zei: ze zag er zo gelukkig uit, ik kreeg er zowaar tranen van in mijn ogen.
⁂
-
Zo moet het.
⁂
-
⁂
-
Vorige week in de kookwinkel om de hoek: ik was op zoek naar van die potten om advocaat in te doen. En naar een glazen fles van één liter, of twee van een halve liter. Ik drentel wat rond: normaal gezien komt er dan altijd iemand discreet maar behulpzaam vragen of ze kunnen helpen.
Deze keer niet. Het was druk, en ondanks dat stond er een juffrouw aan de kassa minutenlang te grappen met iemand die ze overduidelijk ook buiten de winkel kende. Ik wacht geduldig. En dan wat minder geduldig. En dan begint het me tegen te steken: in mijn fietstassen net buiten de deur stonden er boodschappen in de zon onbewaakt op te warmen, en ik wou gewoon het antwoord op een eenvoudige vraag.
Ik maak gebruik van een stil moment in het gesprek om beleefd te vragen of, sorry, ik hier glazen potten kan kopen. Wat voor potten, wou de juffrouw weten. Ik kwam niet direct op de naam, ik zei iets als “van die steriliseerpotten, glas met een glazen deksel met zo’n ijzeren sluitsysteem (wild handengezwaai ter illustratie) en met van die rubberen ringen om hermetisch af te sluiten, zo van die glazen potten, uweetwel”. De winkeldochter, die met een half oor aan het luisteren was blijkbaar: “euh… tupperware?”
NEEN DOMME KALLE, *GLAZEN* POTTEN GEEN *PLASTIEKEN*, kan ik me nog net inhouden om haar toe te bijten. Ik herhaal mijn handenzwaaiend verhaal, zeg dat ik me meen te herinneren dat het misschien wel eens weckpotten zouden kunnen zijn, enfin, zo van die glazen potten, uweetwel, om krieken op siroop in te steken en zo.
“Nee meneer zo’n dingen verkopen wij hier niet” zegt ze, en in mijn ondertussen echt wel serieus geïrriteerde gemoedstoestand heb ik de indruk dat ze met haar ogen aan het rollen is. Ze verkochten ook geen flessen, en ze wist van ver noch van dicht waar ik dan wél flessen zou kunnen kopen of van die bokalen.
Ik had de indruk dat ze aan het zuchten was, dat ze zo snel mogelijk van mij af wou, dat ze me een dommerik vond, en ik voelde me absoluut niet welkom. Laat staan dat ik me voelde als iemand die daar al sinds jaar en dag klant is, en er nooit buiten komt zonder er geld te verdoen. Ik voelde me erger dan niet geholpen: ik voelde mij achterlijk, en belachelijk, en onwelkom, en — zo ben ik dan wel weer — ik was al meteen zo beschaamd dat ik het eigenlijk niet zag zitten om er zeer snel nog terug te komen, bij de kookwinkel.
Moraal van het verhaal? Men mag nog zó hard zijn best doen om uitstekende service te geven: alle opgebouwde goede gevoelens kunnen met één slechte ervaring totaal uitgewist worden.
*
* *In de Harvard Business Review van deze zomer stond daaromtrent een fijn artikel. Stop Trying to Delight Your Customers, zeggen Matthew Dixon, Karen Freeman en Nicholas Toman, en ze steunen daarvoor op een uitgebreid onderzoek.
Traditioneel gaat men er in de customer service-sector blijkbaar van uit dat bedrijven hun klanten moeten verwennen, verrukken, buitensporig tevreden maken door béter te zijn dan ze verwachten.
Neen, zeggen Dixon en kompanen: mensen verwachten service die goed genoeg is. Of beter: concentreer u op service die goed genoeg is. Toeters en bellen en beter dan verwacht willen zijn da’s allemaal goed en wel, maar zorg ervoor dat de basis goed zit. Waarom?
- gezond verstand: customer service above and beyond the call is (uiteraard) veel duurder dan gewoon degelijke klantendienst
- uit onderzoek blijkt dat exorbitant goede service niet voor meer klantenbinding zorgt dan gewoon goede service
- uit onderzoek blijkt dat van zodra de klantendienst interageert met klanten, er veel meer kans is dat ze de klanten wegjagen dan klanten binden — om dezelfde reden als mijn verhaal van hierboven in de kookwinkel (gezond verstand: dezelfde reden ook dat één verkeerd woord een voor de rest prachtige dag volledig kan verbrodden)
Allemaal gezond verstand (ondersteund door degelijk onderzoek), maar het zijn dus dit soort artikels die een mens moet bovenhalen om klanten ervan te overtuigen dat ze hun eigen gezond verstand moeten volgen. Neen, géén moeilijk te maken en extreem dure toepassing om uw subsidieformulier in vijftien kleuren en twintig lettertypes online met een hyper-wysiwyg-editor te kunnen editeren, maar wél degelijke communicatie waarin je zegt hoe lang het nog zal duren voor er een antwoord komt. Neen, géén dure zakken vol hypermoderne features op uw website als hij zijn basisfunctie niet goed doet en vreselijk traag werkt.
Stom, maar het is nu eenmaal zo: sommige mensen hebben zo’n artikel dat de evidentie zelve schrijft nodig, om de waas van andere consultants uit hun hoofd te krijgen. Mensen die ze bijvoorbeeld het waanbeeld van Amazon in het hoofd gestoken hebben, een bedrijf dat consistent van begin tot einde probeert meer te doen dan de klant ervan verwacht.
En dan krijg ik koortsblazen van een stukje als dat van Steve Denning. Denning verwijt Harvard Business review dat ze in het verleden leven. Dixon, Freeman en Toman, zegt hij, schreven “the silliest of the articles in the current issue”. Hij klinkt echt boos als hij zegt dat het artikel enkel een “quick fix to a traditional command-and-control culture” biedt: voor hem moet een 21ste-eeuw bedrijf net van top tot teen doordrongen zijn van de notie dat de klant moet verrukt worden.
Denning is wél verfrissend traditioneel in de promotie van zichzelf: hier brandt de lamp, zegt hij, bij mijn eigen boek over Radical Management. Ga de pagina gerust lezen, het is om nijdig van te worden(*).
Delight your customers! Conduct work in self-organizing teams! Operate in client-driven iterations! Deliver value to clients in each iteration! Managers should foster radical transparency and nurture continuous self-improvement, and should communicate interactively through stories, questions and conversations!
Jaja, jaja. Allemaal zéér goed en wel. In een soort ideale situatie. Als er ruim tijd en ruim middelen voor zijn, en als iedereen van helemaal onderaan tot helemaal bovenaan eraan meewerkt.
En in stappen.
In kleine, kleine stappen.
Want dat is het met dit soort denkbeelden: uiteraard zou elk bedrijf en elke insteling beter zijn als ze zo zouden werken, maar hoe we van hiér naar díír raken, is het moeilijkste van al.
Als het op basiszaken vierkant draait, als de mensen elkaar niet voldoende vertrouwen, als de klanten boos zijn, als de service beter kan, als niemand weet wat de andere mensen doen, dan, beste CEO, is het niét het moment om out of the blue te gaan experimenteren met “self-organizing teams” of delight your customers”.
Dat is een recept voor katers, namelijk. Dure katers.
Nee: op zo’n momenten is het tijd om uw gezond verstand boven te halen.
En als zo’n artikel als dat in HBR erbij kan helpen: des te beter. Leve lapmiddelen en quick fixes. Awoert wilde idealisten.
(*) Guilty as charged: ik wind mij op zonder dat ik Dennings boek gelezen heb. Het zou heel goed kunnen dat ik me helemaal vergis in de man, dat zijn boek inderdaad doet wat één van de blurbs ervoor, door iemand van Deloitte, zegt: “Denning goes to the root of the management issues confronting companies today. Focusing on seven core principles, he lays out a pragmatic roadmap for shifting the corporation from a focus on scalable efficiency to a focus on delighting the customer and each other, while achieving even higher levels of productivity.”
Als dat zo is, zou dat fantastisch zijn. Maar mijn punt blijft: veel mensen op het niveau om zo’n beslissingen te nemen, lezen dat boek natuurlijk niet helemaal. Zij zien alleen maar de bullet points staan, en lopen dan met open ogen de soep in.
⁂
-
Veel te vroeg gestorven, Jim Henson.
⁂
-
⁂
-
-
In the first of a three part series, Doug talks about the creation of various effects sequences completed for Blade Runner. In this video, he focuses on creating the opening sequence referred to as the "Hades Landscape".
⁂
-
-
Ik had al een paar liter limoncello — verslavende, verslavende limoncello — gemaakt, en ik ik vond dat zo wijs, dat ik me in nog alcoholhoudende dingen gesmeten heb.
Vorige week begonnen aan bananenlikeur, en die vandaag verder afgewerkt. Om te beginnen een lichte siroop gemaakt: 600 gram suiker, 600 gram water, een minuutje laten koken.
De bananen zagen er na een week in het donker in de alcohol redelijk donker uit — ’t is te zeggen, ze dagen er na anderhalve dag al zo uit, en daarna zijn ze niet meer veranderd van uitzicht:
Uitgieten in een neteldoek, later uitlekken en dan later gewoon ook uitpersen:
De siroop helemaal laten afkoelen, en dan kijken of het bananending troebel werd: neen dus. Het moet zijn dat die neteldoeken degelijk gerief zijn, want onderaan die bokaal zat er redelijk wat prut. Die dus allemaal achterbleef, blijkbaar:
Uiteindelijk gaf het in totaal bijna exact twee liter drank, waarvan hieronder anderhalve (de laatste halve liter zit in een oud waterflesje van een halve liter, wegens geen glazen flessen meer).
Het moet nog een paar dagen rusten, maar ik heb alvast een glaasje geproefd: uit-ste-kend. Niet te zoet (bedankt Bart voor de waarschuwing), niet te sterk, geen weeïge geur of smaak. Wellicht uitstekend bij een dessert.
En daarna ben ik naar de winkel gereden om wat extra alcohol, waarmee ik een goeie anderhalve liter advokaat gemaakt heb. Mbwa! ha! ha!
⁂
-
Yeah baby.
⁂
-
Ik had wellicht al tot in den treure gezegd dat ik graag boeken lees, en dat dat met zo’n Kindle fan fucking tastisch gaat?
’t Is al jaren dat ik zeg dat ik zou moeten bijhouden welke boeken ik lees, en er dan zo van die korte reviews bij schrijven en alles, maar dat wil niet echt lukken. Een poging alsnog?
Ik heb de laaste tijd, even kijken, Stalingrad van Anthony Beevor herlezen: uitstekend, zonder meer.
En ik ben begonnen aan Midnight Tides, deel vijf van de negen-binnenkort-tien Malazan Book of the Fallen-reeks die ik van plan ben herlezen te hebben tegen dat het tiende boek uitkomt: ’t gaat moeizamer dan ik verwacht had, en ik verlies soms wel eens mijn geduld met Steven Erikson.
Ik heb gisterenavond en vanmorgen Robert Charles Wilson’s Spin gelezen: ik haal mijn boekenleesaanraders echt wel heel erg vaak bij Martin Wisse, zo één van die mensen die ik al jaren en jaren en jaren mateloos bewonder en met bijzonder veel plezier volg in alles wat hij doet op het internet.
Tussen de bedrijven door ben ik nog eens herbegonnen aan Hamilton’s Night’s Dawn-trilogie, gewoon als tegengif tegen Malazan: hyper-hyper-gemakkelijk om lezen, namelijk.
Oh, en ik heb eergisteren op de trein Monstrous Regiment herlezen, wat mij goesting deed krijgen om heel Discworld te herlezen.
Ah ja, en ik heb even geleden de Millenniumtrilogie van Larson gelezen.
’t Was een productieve leesperiode, de afgelopen weken.
⁂
-
Ha, het geheugen is een raar ding.
Ik ontdek graag nieuwe muziek en nieuwe dingen, daar niet van, maar er is zo enorm veel goede oude muziek, en eigenlijk ook zoveel goede muziek die ik al ken en waar ik enorm van kan genieten om ze opnieuw te horen, dat er gewoon te weinig tijd is om nieuwe dingen te ontdekken.
De laatste paar dagen (weken?) leg ik tijdens het lezen ofwel random het volledige werk van Tom Waits op ofwel random het volledige werk van Steely Dan, ofwel het volledige werk van The Alan Parsons Project EN DAT IK GEEN GEGRINNIK WIL HOREN.
Dat is muziek die bijna in mijn genen zit, zo dat ik ze ken. En dat ik er van blijf genieten om nu eens oppervlakkig, dan eens aandachtig te luisteren. Nu eens naar de tekst, dan eens naar één instrument, dan weer enkel naar ritme of naar melodie.
En dan kom ik dus om de zoveel tijd langs de Fall of the House of Usher-suite op Tales of Mystery and Imagination — één van die albums die ik in alle mogelijke media al gekocht heb. Op cassette gezet heb van zodra ik de plaat kon uitlenen uit de bibliotheek, daarna op LP gekocht, en daarna op CD — het was zelfs, samen met twee andere, mijn allereerste CD-aankoop — en daarna ook nog eens digitaal gekocht.
…maar dus ondanks dat alles, en dat ik die plaat en dat nummer ondertussen al honderden keren moet gehoord hebben, blijf ik bij dat ene stuk muziek verwachten dat het zal haperen.
Net zoals de plaat van de bibliotheek haperde en een kleine minuut aan een stuk een paar seconden keer op keer op keer bleef herhalen, en dat ik het niet gemerkt had toen ik ze opnam op cassette, en dat ik die cassette jaren zo beluisterd heb. Het moet vijfentwintig jaar geleden zijn dat ik die haperende cassette nog gehoord heb. En toch.
Het geheugen is een raar ding.
⁂
-
-
I have read your website and it is obviously that your a foggot.
⁂
-
-
Vandaag anderhalf uur of zo met drie vergaderd over een strategie die we aan het in elkaar boksen zijn.
Kijk hier een schema in Illustrator, kijk daar een Powerpoint, oh wacht, ik had hier een scan van genomen wacht ik stuur hem door, oh nu ge ’t erover hebt, ik heb daar een PDF over, hierzo.
Over en weer schuiven, discussiëren, op elkaars scherm kijken, notities nemen, on the fly aanpassingen, doormailen, doorsturen, hopla hupla.
Met twee in Brussel en één in San Francisco.
Hoeveel we het ook doen, ik blijf dat magisch vinden.
⁂







