• Plopsaland

    Och, zwijg mij van mainstream- of andere bashing: als ze zo gelukkig zijn, dan mogen ze van mij elk weekend naar Plopsaland. Met t-shirts van Hello Kitty en rugzakken van Barbie, zelfs.

    Op het water

    Eendjes

    Plopsaland

    Grote liefde

    Vleermuis

    Bij Kabouter Lui

    Meer foto’s!

  • Pmmmp

    Euh nee, wacht. Paaaaaaagrhrhl.

    Nee, dat is het niet. Maaaargpppaa. Pleeeuuuurrpp. Grunkt. Plart.

    Hey kijk: ’t is officieel, ik kan geen pap meer zeggen. Een dag Plopsaland is goed voor veel, maar toch niet voor alles.

  • links for 2010-08-28

  • “Ik heb nog een beetje dorst”

    Voor zover ik mij herinner, was dat mijn favoriete uitvlucht om nog eens naar beneden te kunnen komen als ik eigenlijk al lang in bed had moeten zitten.

    Tot ik een jaar of negen was, kon ik niet lezen in bed wegens geen nachtlamp, maar toen heeft mijn grootvader er een boven mijn bed gehangen. Zo’n bol, waar onderaan een draad in een lus uitkwam, waarop een aan/uitschakelaar.

    Ik denk dat ik in dat jaar mijn linkerarm helemaal uitgerokken heb en een permanente deuk in mijn rug gekweekt heb: mijn kamer gaf uit op de gang, en als het licht aan was in mijn kamer, was dat direct te zien. En dus moest ik lezen half rechtop in bed, met mijn boek in één hand en mijn andere hand op de lichtschakelaar. En van zodra de deur beneden een krimp gaf, moest ik het licht uitknippen.

    Als mijn kinderen wakker willen blijven om te lezen, dan mogen ze dat van mij. Het is niet alsof ik ze kan tegenhouden: ze zullen het hoedanook doen, en dan heb ik liever dat ze geen stress hebben.

    “Jamaar, gaan ze dan niet in slaap vallen op school?”

    Gho, in slaap vallen, daar zullen ze toch wel al heel erg lang voor moeten lezen in bed — ik viel pas regelmatig letterlijk in slaap op school in het vierde middelbaar of zo. En als ze moe zijn op dinsdag omdat ze maandagnacht te lang gelezen hebben, dan zullen ze wel vroeger in bed kruipen op dinsdagavond. Of toch zeker vroeger in slaap vallen: het is zoals een thermostaat die naar een evenwicht zoekt.

    Het grappigste is dat Zelie het denk ik helemaal doorheeft, wat mijn gedacht daarover is. Ze kwam daarnet, een dik half uur nadat ze naar bed had moeten gaan, uit het toilet geslopen: ongetwijfeld net een hoofdstuk uitgelezen. En dan was het stil. De overloop is recht boven mijn trekzetel, de vloer kraakt er nogal, en dus valt het erg op als ze niet tot helemaal in haar bed geraakt.

    Op conversatietoon naar boven: “Zit iedereen daar in zijn bed?”

    Even stilte. Zelie: “Nee…”

    – Allez ju, in uw bed!”

    Lange stilte.

    – Ja maar ik heb keelpijn…

    Ik weet maar al te goed dat ze misschien wel keelpijn heeft, maar dat ze het eigenlijk gewoon aan het rekken is. Terwijl Sandra om een keelpastille gaat in de badkamer, heb ik het met Zelie over een nachtlamp.

    Haar glimlach maakt mijn avond.

  • Eten en drinken

    Eten.

    Het was gisteren mijn verjaardag. Ik had voor mijn verjaardag chili con carne gemaakt volgens het Gemakkelijkste Recept Ter Wereld:

    Chili con carne: ingrediënten

    Men neme ajuinen (8), look (naar smaak, hier: 5 teentjes), rode pepers (3). Vlees (gehakte biefstuk, 2 kilo), zongedroogde tomaten (600 g), tomaat in blik (3,2 kilo), rode bonen in blik (ook 3,2 kilo), komijn (4 teelepels), chilipoeder (8 teelepels), kaneelstokken (4), peper en zout.

    Ajuinen en look zeer fijn hakken of mixen, glazig krijgen in wat olie. Gedroogde tomaten pureren, rode pepers fijn hakken, kaneel, chilipoeder en gekneusde komijn in de pot gooien.

    Oven voorverwarmen op 150 graden.

    Vlees in de pot doen en bruinen. Tomaten erbij, wat laten koken, en dan een uur in de over steken. Na een uur de bonen erbij doen en nog een half uur in de oven steken.

    Oven afzetten, pot een nacht laten staan, en de dag erna opwarmen.

    Yum!

    Drinken.

    Een tijd geleden was het ook verjaardag, en voor de verjaardag werd er limoncello getracteerd. Zelfgemaakte limoncello.

    Ik werd direct verliefd op limoncello, en ik was direct van plan om er zelf ook te maken.

    Het bleek het Gemakkelijkste Recept Ter Wereld te zijn.

    Men neme een liter alcohol van 94 ° (te kopen in uw lokale Delhaize of Spar), tien onbespoten citroenen (bio bij Delhaize, bijvoorbeeld), een liter water, een kilo suiker.

    Citroenen zeer dun schillen, zo dun dat er geen flintertje wit meekomt. De schillen (schilfers, eigenlijk) in een pot doen en er de alcohol bijkappen (ik nam zo’n grote met caoutchouc afsluitbare inmaakpot). De pot laten staan op een donkere, frisse plaats. Elke dag eens schudden. Na een goeie week de citroen eruit halen — ik heb de pot uitgegoten door een koffiefilter, dat er geen stukjes of onzuiverheden meer in zaten.

    KGB_0003.jpg

    Water en suiker op het vuur zetten, een paar minuten laten koken, laten afkoelen. Suikersiroop bij de alcohol gieten, mengen, in flessen gieten, flessen op een koele donkere plaats zetten.

    Een goeie week later in de diepvries steken. En uit de diepvries serveren.

    Yum!

    Limoncello

  • links for 2010-08-27

  • Cadeaus!

    Kijk: een cadeau!

    En kijk, nog een cadeau:

    Greetings from Amazon.com.

    We thought you’d like to know that we shipped your items, and that this completes your order. Your order is being shipped and cannot be changed by you or by our customer service department.

    The following items have been shipped to you by Amazon.com: 1 Kindle Wireless Reading Device.

    This shipment was sent to: Michel Vuijlsteke, Sint-Katelijnestraat 14, Gent, OVL B-9000, Belgium via UPS International (estimated delivery date: August 30, 2010).

    Mhuhuhu.

  • Het zat mee en het zat tegen, vandaag

    Vanmorgen kwam ik nét op tijd om de shuttlebus te zien vertrekken. OK, ik had kunnen lopen en roepen en gesticuleren en wie weet zou de bus dan wel gestopt zijn, maar dan maakt een mens zo’n spektakel van zichzelf, en ik probeer dat liever zoveel mogelijk te vermijden. Dus stond ik een klein kwartier langer te schilderen dan anders, aan de luchthaven. Bummer.

    Maar toen ik toekwam, was er iemand die me de bus had zien missen, die me binnen liet. Which was nice. Anders moest ik mensen storen, ik haat mensen storen.

    En dan gingen we vanmorgen samenzitten, maar toen waren er vergaderingen, en toen hebben we uiteindelijk de hele dag niet samen gezeten wegens allerlei uitgelopen vergaderingen. Bummer.

    Maar ik heb wel ergens rond de middag een mooi kader gevonden om een paar inzichten in te, euh, kaderen. Het verschil tussen een opsomming en een strategie, dat is soms niet meer dan een degelijk kader. Alhoewel, “niet meer dan” — ’t is wel een redelijk groot verschil. En ik ben er content van dat het er was. Het was er misschien gekomen met samen nadenken, maar het is er nu gekomen zo. Which is nice.

    Omdat die vergadering er niet was, kon ik wat vroeger naar huis en kon ik dus de trein van rond 18u nemen en rond 20u thuis zijn: nice.

    Dan kwam ik aan het station, zag ik de trein van 17u54 nét vertrekken: bummer.

    Gelukkig was er een trein om 18u04 en had ik goede muziek in mijn oren en een goed boek op mijn Kindle: ies naais.

    Maar toen bleef de trein echt wel lang op zich laten wachten. En bleek dat ik op perron 2 stond en dat perron 1, achter de Under Construction-hekkens, het perron was waarop de trein toegekomen was, en ook weer nét aan het vertrekken was: crap.

    Enfin, ik had nog altijd mijn goed boek en ditto muziek, dus zo enorm erg was het niet. Al moest ik dus wel een een uur in het station zitten (geen zin om allerlei aansluitingen in Brussel te doen: liever gewoon een direct naar Gent, zelfs al duurt het wellicht eventjes langer).

    Trein naar huis, overgestapt in Gent, geen druppel regen gezien tot net thuis, én Sandra had alle ingrediënten voor het eten van morgen gekocht en klaargezet: hoera!

    Beginnen klaarmaken, gemerkt dat het klein barstje in de glazen beker van de voedselprocesseerder nu echt wel een gevaarlijk grote scheur is, en het ergo tijd is voor een nieuwe: feuk.

    De limoncello afgegoten, suikersiroop gemaakt: juich!

    Merken dat ik geen trechter heb om de mengeling in flessen te gieten: schijt.

    Het eten afgekregen en quality time doorgebracht met Zelie: hoezee!

    Merken dat mijn vinger ver-schrik-ke-lijk pijn begint te doen wegens een verkeerde operatie tijdens het klaarmaken: bleh.

    En dan heb ik het geeneens gehad over de dingen die écht tegen zaten en écht meezaten vandaag, beeld het u in.

  • links for 2010-08-25

  • Evernote

    Langzamerhand vult mijn to do-lijst zich. Ik heb een reeks foto’s staan. Ik heb er vergaderverslagen in. Dingen die ik moet lezen. Ideeën.

    Voorlopig lukt het nog probleemloos met de gratis versie, maar ik kan me inbeelden dat ik er wel eens geld voor zou neertellen, voor de volledige versie.

    Het is een kwestie van een reden te hebben om het te gebruiken, natuurlijk: bij mij was het dat ik op drie verschillende computers werk, en dat ik voortdurend overal notities neem en dat die nooit met elkaar gesynchroniseerd zijn.

    Het is wel wat: de derde of vierde keer of zo dat ik probeerde om met Evernote te werken, hiervoor zag ik het nut er niet van in. En nu ben ik op zoek naar manieren waarop ik nog meer dingen erin kan krijgen.

    Al mijn data in de wolken, binnenkort.

  • With a motorbike made of jealousy (iii)

    Geld.

    Geld, geld, geld.

    Consultants kosten handenvol geld.

    Vandaag nog, zoals minstens een paar keer per week elke week dat ik er werk tussen vorige zomer en nu, zei een collega bij de klant iets in de zin van “nog een geluk dat het niet werkt, dat brengt u veel geld op”.

    Het is een ongelooflijk fijne mens, en hij zegt het meer om te plagen dan om wat anders, maar: hij heeft ergens wel gelijk.

    Nu, om heel, heel erg duidelijk te zijn: zo ongeveer het belangrijkste werk dat wij doen, bij Namahn, is mensen geld besparen. Soms heel erg letterlijk in de zin van “geef díír geen geld aan uit, ge hebt het niet nodig”, meestal omdat we helpen nadenken op voorhand of omdat we helpen fouten maken op voorhand.

    Een klein kind weet het: hoe vroeger de fout gemaakt wordt, hoe minder het kost om er een mouw aan te passen. Een toepassing die met alcoholstift op papier getekend wordt en getest wordt door stukjes papier en post-its te verschuiven is gemakkelijker ingrijpend te wijzigen dan zwartwit wireframes, en die zijn gemakkelijker te veranderen dan een gedetailleerd prototype, en dat is dan gemakkelijker te veranderen dan een toepassing die grafisch ontworpen en geprogrammeerd is.

    Maar toch: het kost geld om te doen wat we doen.

    Soms loop ik er letterlijk ongemakkelijk van, van de bedragen waar het over gaat. Bedragen die ik zo obsceen groot vind dat ik het zelfs niet kan bevatten. Waarbij op een paar werkdagen mijn hele maandloon gefactureerd wordt, pakweg.

    En ik wéét dat het zelfs met zo’n bedragen nóg (vaak heel erg veel) kosten bespaart voor de klant, en dat die anders nooit iemand met de juiste expertise kan vinden die op dat eigenste moment gedurende die periode kan werken, en dat we er écht geen extra werk uitpersen als het niet nodig is.

    En het is geen liefdadigheidswerk natuurlijk: een bedrijf moet geld verdienen, schaarste bepaalt de marktwaarde, yada yada. En toch.

    Ik heb het er soms écht moeilijk mee, ik ga dat niet wegsteken. Vooral bij overheden of kleinere bedrijven, en vooral als ik het gevoel heb dat de klanten de dingen die wij doen, eigenlijk zelf zouden moeten doen in plaats van het uit handen te geven. Of in situaties waar we — zoals bijna altijd — er zeer hard op aandringen dat we zoveel mogelijk kennis en kunde willen overdragen, en dat het om allerlei vaak niet eens financiële redenen niet lukt.

    Ik zou eigenlijk gewoon genoeg geld willen hebben, dat ik gratis kan werken. Of toch tenminste, dat ik kan werken zonder me elk uur te moeten bedenken dat ik ga moeten met opgeheven hoofd kunnen factureren.

  • Een week of twee met een Philips MCi900

    Ik kreeg begin deze maand van Sofie van bij Talking Heads het aanbod om een Philips geluidssysteem te testen. Ik kon zelfs kiezen: een thuisbioscoopsysteem of een MP4-speler of een iPod-dock of een wat kleiner iPod-dock of een surround-ding voor TV of een hifi-microsysteem.

    Ik koos voor dat laatste: een Philips Streamium hifi-microsysteem met SoundSphere-luidsprekers (MCi900).

    avm_hi-fi_micro_systems_with_soundsphere_speakers_3.jpg

    Een mooi ding, stevig, degelijk, stapels features, uitstekende klank. In het kort: ik ben er niet tevreden van. Maar het is wellicht mijn eigen schuld.

    *
    *    *

    Wij hadden thuis tot voor kort geen toestel om naar muziek mee te luisteren behalve de computer en een radiowekker. Schande, ja, ik weet het. Sandra had al van haar plechtige communie of zo een midisysteem van een onbestemd merk, zo’n plastieken cubus met onderaan twee cassettespelers, in het midden een eenvoudige equalizer, daarboven een radio, en helemaal bovenaan een platendraaier. In de loop van de tijd was daar nog een dubbel-cd-speler van Pioneer bijgekomen, maar sinds een paar jaar staat dat allemaal ergens in het achterhuis in dozen.

    Al onze CD’s staan op de computer of zitten in dozen, het is zo’n geklooi met draden altijd, we luisteren naar muziek in het hele huis, we hadden plannen om het hele huis te be-muziek-systemen maar het was er nog niet van gekomen, enfin, allerlei.

    Philips is een merk met een slogan naar mijn hart: sense and simplicity. Ik vind het fantastisch leutig om te proberen achterhalen hoe iets in elkaar zit, maar als het op dagelijks gebruik en gebruiksvoorwerpen aankomst, dan heb ik ze graag sensible and simple. Ik heb zo’n lamp van Philips bijvoorbeeld: fantastisch. Geen bedieningspaneel op de lamp zelf, alleen een afstandbediening zonder tekst: een aan/uit-knop, een kleurenwiel om de kleut te kiezen, een meer/minder kleurknop, een meer/minder helderknop, einde verhaal.

    Out of box experience en design

    De MCi900 begon beloftevol: een grote doos met daarin vier kleinere doosjes: eentje met de twee grote, stevige, degelijke luidsprekers, eentje met een element waarin de CD-speler, eentje met een element waarop een paar knoppen en een schermpje, en een laatste doosje met de afstandsbediening en een extern harddiskje.

    avm_hi-fi_micro_systems_with_soundsphere_speakers_1.jpg

    In elkaar steken kan een kind: het ene element op het andere zetten en verbinden met een kabel, draadjes in luidsprekers vijzen, draadjes achteraan de elementen vastmaken, stekker in stopcontact, hoplaklaar.

    Voor wie geen CD’s of DVD’s gaat afspelen, kan het onderste element gewoon in de doos blijven zitten, trouwens.

    Het scherm op het bovenste element is degelijk, maar niet meer dan dat. De resolutie is niets om over naar huis te schrijven en erg groot is het niet. Het is niet inklapbaar of draaibaar, maar staat vast in één positie: ik ben er bijna zeker van dat als het toestel nog een paar maand in ons huis had gestaan, het scherm aan zijn dood zou geraakt zijn — en hoog op een schap zetten is er dus ook niet bij.

    Voor de rest is het geen lelijk design. Ik loop er niet enorm warm van, misschien omdat ik de laatste jaren een paar teveel afgeronde hoeken op websites gezien heb, maar het is ook niet lelijk. Het zwart plastiek ziet er stijlvol uit, de paar knoppen bovenaan zijn mooi in het element verwerkt .

    Die alien-oogjes waarin de tweeters zitten, geven het een, tja, alien-achtig uitzicht. Ze zitten er ook stevig genoeg op om handige handvaten te zijn om de speakers mee te verzetten: added bonus.

    Klank

    Over de klank kan ik niet klagen: voor zover ik dat kan inschatten, is die uitstekend. Aan de andere kant:ik vind door de band dat MP3’s ook goed klinken, en dat maakt me in de oren van audiofielen natuurlijk al meteen een complete nitwit.

    Zowel Iron Maiden als Steve Reich als orgelmuziek van Bach klinkt uitstekend: zuiver, vol, helder en krachtig waar nodig. Het klinkt, als ik pal in het midden van de speakers zit en met mijn hoofd op de juiste hoogte, alsof ik midden in de muziek zit. Niet dat het me in de praktijk vaak overkomt dat ik in preciés de juiste positie vóór luidsprekers zit, maar bon.

    De perstekst maakt gewag van allerlei zaken waar ik niet genoeg van afweet — unieke gepositioneerde tweeter en woofer, strak crossover-design,  aluminium behuizing uit één stuk die de voortplanting van de golven in de behuizing optimaliseert. De realiteit van een huishouden met vier kinderen is dat er altijd wel lawaai is in huis waardoor het moeilijk is om in ideale omstandigheden naar muziek te luisteren. En als het stil is, dan is dat omdat de kinderen in bed liggen, en dat er dus best niet al te veel geluid meer gemaakt wordt.

    Features en gebruiksgemak

    Volgens de handleiding kan ik met de MCi900 CD’s en DVD’s afspelen, allerlei video- en beeld- en audioformaten, internetradio, muziek vanop mijn eigen netwerk, en ook gewone radio.

    En nee: ik was niet onder de indruk.

    Het begon mis te lopen met de afstandsbediening: een boterhammendoos met evenveel knoppen als er functies zijn op het toestel. Groter dan een telefoon, 84 of zo knoppen, en toch moet ik letters ingeven met een gsm-klavier. En moet bijvoorbeeld FM-tuning manueel up & down, zowel op het schermpje als op de afstandsbediening: voor zover ik zie, kan ik zelfs met die 84-knoppen-affaire niet gewoon “94.5” intypen om Studio Brussel te krijgen.

    Ik kreeg de gewone radio niet echt aan de praat. Misschien is het omdat er geen goede ontvangst is in het huis, maar ik verwachtte toch dat hij na een keer of vier de hele FM-band doorlopen, minstens Radio 1, 2, Klara en Stubru zou gevonden hebben. Neen, dus.

    In deze tijden van internet en connectiviteit, trouwens, had ik verwacht dat Philips wel ergens op het web een frequentielijst voor mijn regio zou staan hebben, in plaats van me te verplichten zelf te zoeken.

    Soms is het gewoon heel erg vreemd. Zo toont het ding altijd HDD en CD in het menu — en als ik er dan naartoe ga, moet hij dertig seconden nadenken voor hij beseft dat er geen USB-disk aangesloten is of dat er geen CD/DVD in de lade zit.Ik kan me niet inbeelden dat er geen klein sensortje kon in gestoken worden om die dingen te vermijden.

    Alles behalve tekst ingeven kan, denk ik, zowel met de links-rechts-enter-toetsen bij het schermpje als met de afstandsbediening, maar het lijkt het alsof er niet echt nagedacht is over hoe de menu’s gebruikt worden: als ik bijvoorbeeld drie niveaus diep in de settings zit en ik verander iets, dan wordt die setting wel aangepast, maar word ik ook meteen terug naar het hoofdmenu gezwierd, in plaats van terug naar het niveau waar ik dingen aan het aanpassen was.

    Er zitten ook dingen in die ik niet anders dan bugs kan noemen: zo vond de Philips wel de media libraries van Windows op het netwerk, maar vond hij in elk van de zes libraries op mijn netwerk (de kinderen hebben er ook, namelijk) maar 4 (vier!) tracks. En dat nadat hij meer dan drie kwartier op “searching” had gestaan, en er oh, een paar honderd gigabyte aan muziek schat ik en een tera of twee aan video in libraries op het netwerk staat. (En ja, al mijn settings staan zoals ze zouden moeten op de computers in huis.)

    Vreemd genoeg vond hij géén NAS op het netwerk maar wel de Sonos. Daar gaf hij zelfs aan dat ik naar playlists, queues en last.fm-tags kon gaan, maar als ik dat ook effectief probeerde, kreeg ik allerlei cryptische foutboodschappen (genre “could not access [][] on [][]”).

    Erg om zeggen, maar uiteindelijk hebben we er alleen internetradio op beluisterd. En zelfs dat werkte niet altijd naar behoren: dan begint hij te spelen, en na een paar seconden komt er “buffering” gedurende een seconde of tien, dan weer wat spelen, dan weer de “buffering”, enzoverder. Niet altijd, maar soms: zeer vervelend, natuurlijk, wegens niet reproduceerbaar. Oh, en voor er aan netwerkproblemen gedacht wordt: mijn draadloos netwerk in huis is zo belachelijk sterk van signaal en zo belachelijk snel, dat ik er zeker van ben dat het daar niet aan ligt.

    Conclusie

    Ik had op voorhand gezegd dat het toestel het moeilijk zou hebben om tegen mijn Sonos op te kunnen, maar dat ik het een meer dan eerlijke kans zou geven.

    Maar íls ik de twee vergelijk, dan vrees ik dat het mijn eigen schuld is dat ik ontevreden ben van die Philips.

    • Ik ben geen audiofiel. Al wat Philips zegt over de buitengemeen goede klank is ongetwijfeld waar, maar ik heb er geen boodschap aan. Ook al omdat de meeste muziek in ons huis (internet)radio en Last.fm is.
    • Als ik naar muziek (of tekst) wil luisteren, zet ik een koptelefoon op, dan zet ik me niet in een kamer op een stoel voor mijn luidsprekers.
    • CD’s of DVD’s afspelen is compleet onbelangrijk voor mij. Ik heb een DVD-speler maar de overgrote meerderheid van mijn audio en video staat op computer.
    • Ik wil muziek in meer dan één kamer van het huis. Als ik muziek op de achtergrond (of voorgrond, eigenlijk) wil, dan wil ik dat waar ik het wil — niet op één plaats in één kamer. Ik wil mijn muziek met één hand kunnen oppakken en neerzetten waar ik ze wil beluisteren.
    • Ik eis perfecte integratie in mijn netwerk. Zowel libraries als NAS. Plug and play.
    • Ik eis dat mijn muziekspeler alles kan dat ik kan met Windows Media Player en iTunes: playlists, play next, play now, meer van deze artiest, zoeken op allerlei, cover art, …

    De Sonos-toestellen die ik heb, doen alles wat ik hierboven oplijstte en meer — Last.fm en andere internetdiensten, bijvoorbeeld. Oh, en voor de prijs van één MCi900 (ca. 1000 euro) koop je drie Sonos S5’s.

    Sorry. De Philips MCi900, door EISA als beste Compact System 2010-2011 gekozen, is geen toestel voor mij.

  • Mleh

    ’t Is al goed dat het sympathieke mensen zijn waar ik voor werk, daar in het verre anderekantvanbruselland, want het stak toch wel, vandaag: opstaan om 7 uur en om 20u30 terug thuis. Gnn.

  • Lang leve HT&D

    HT&D, voor de jongere leesbuiskindertjes, was een programma op VTM, lang geleden. Een reeks oudere mensen zitten achter een toog, en vertellen elk om beurt een grap. Er is geen lachband, maar het staat me bij dat er een verdacht enthousiast en meestal behoorlijk geriatrisch publiek zat: het programma was al belegen toen het voor het eerst uitgezonden werd.

    Het was bij momenten meer dan fake, er deden een aantal patent ongrappige personages mee, en er zaten terugkerende grappen in die ik benenkrullend vond zo slecht. Maar als Walter Capiau rechtstond om een grap te doen, hield de natie haar adem in.

    Walter Capiau is een meester in het genre. Timing, taal, mimiek: de toogmop verheven tot poëzie. Vier minuten om een hele wereld te maken, zó tijdloos dat het even grappig zou zijn in Aken in 800 als in Vilvoorde in 1990 als op Mars in 2050.

    Walter Capiau heeft meer humor in zijn pink dan de meeste tegenwoordige grappigaards in hun hele lijf. Als Walter Capiau spreekt over humor, dan luister ik.

    En kijk, ik lees bij Xander (op het interweb noemen we de mensen bij hun voornaam, zo lijkt het alsof we elkaar allemaal kennen) dat Walter Capiau dit zei in P-Magazine

    ’Alle Stand-Up Comedians tegenwoordig vertellen allemaal hetzelfde en het gaat alleen maar over pis en kak. Guido Depraetere dat was een comedian en HT&D DAT was humor, daar belééfde je de mop.’

    En een beetje verder in het stukje bij Xander lees ik wat Geert Hoste zegt:

    Als je twee dagen naar die mannen kijkt, weet je alles van hun privéleven en weet je hoe hun lichaamsfuncties werken. Dat interesseert me niet. […] Trouwens het is naïef om te denken dat je de Vlamingen nog kan choqueren met wat vuile woorden of met een tekening of een drol.

    Ik waande me een negertje bij de slager, zo knikken dat mijn hoofd deed.

    Verre van dat ik een kenner van het genre ben, of dat ik elke voorstelling van alle Vlaamse comedians ter wereld van de afgelopen twee jaar gezien heb, maar hey, dat is hier niet aan de orde. Wanneer ik het meemaak, stoort die pis en kak mij ook meestal.

    Niet in de zin van “mo séh, wat dendién durft zeggen”, enorm verre van. Het stoort me op dezelfde manier dat die naakte mevrouw op het theaterpodium een paar jaar geleden me stoorde toen ze het nodig vond om in een emmer te pissen terwijl ze kersenpitten uit haar front bottom aan het wurmen was. Het stoort me omdat het overkomt als een compleet nutteloze poging tot shockeren.

    Het stoort me omdat het zo gemakkelijk is. Doe een stuk, zeg op het einde iets “oo-la-la zo grof jong” en de zaal ligt plat. Ik kan niet direct een voorbeeld citeren, maar ik kan me enorm hard herinneren dat de laatste paar keren dat ik comedy was gaan zien, ik keer op keer het gevoel had van “moest dit nu echt?”

    Waarop het antwoord meestal — stom genoeg — was “nee, dit was eigenlijk al grappig zonder pipikaka, maar de mens was blijkbaar niet zeker genoeg van zijn stuk om het te doen zonder”.

    En het heeft tenandere niets te maken met deze generatie vs. vorige generaties: in elke generatie, terug tot in de prehistorie, zal hetzelfde wel voorgekomen zijn. Ja, ik weet het. Ik zou man en paard moeten noemen, maar het is te lang geleden en te laat op de avond. Ik zal het dan doen als ik het nog eens meemaak.

    Ik moest trouwens even heel hard bijna-glimlachen met Xander als hij schrijft

    […] het is naïef om te denken dat we vuile woorden nog gebruiken om te choqueren dan ons uit te drukken. Het is naïef om te denken dat vuile woorden nog geen onderdeel zijn geworden van hedendaags taalgebruik.

    Mwaha: ’t is bijna filosofisch jong! Ik moet echt wel allemaal andere publieken meegemaakt hebben die — jong of oud, student of arbeider, man of vrouw — allemaal op dezelfde manier “ma how seh” doen en beginnen giechelen ongeacht wat er net voor gezegd werd, als er “vuile woorden” gebruikt worden, compleet met betekenisvolle pauze en wenkbrauwenverheffing.

    En och, wees gerust: ik weet heel hard dat smaken en kleuren verschillen, en ik beschouw me absoluut niet als de maat van alle dingen.

    Ik kan niet lachen met de stukken Geert Hoste-zaalshow die ik op TV zie, maar dat wil niet echt iets zeggen. Ik heb Hoste al meegemaakt buiten die zaalshows, en ik vond zijn gevoel voor –opnieuw– taal en timing, en mimiek, buitengewoon goed.

    Ik heb nog geen zaalshow van Geert Hoste meegemaakt, ik kan me dan ook niet uitspreken over de grappigheid ervan — ik ga ervan uit dat Geert Hoste uit context even on-grappig is als Xander De Rycke uit context — maar ik weet bijvoorbeeld uit ervaring dat er mensen zijn die lachen met het typetje Freddy De Vadder, en ik kan me zelfs (met wat moeite) inbeelden dat er mensen zijn die het (waarschijnlijk) ook echt grappig vinden. Als dít geen inlevingsvermogen en ruimdenkendheid van mij is!

    Wat blijkbaar niet kan gezegd worden van Xander, verdorie.

    Het was trouwens Walter’s Verjaardagsshow, waar Grietje dobbelstenen naar beneden liet komen. Niet HT&D.

  • With a motorbike made of jealousy (ii)

    Het is een gemak, als consultant werken. Soms.

    Waarschuwing: ongeordende gedachten volgen. Sla gerust over, het is niet belangrijk.

    Ik volg wat Tim zegt:

    Terwijl de klant het doel schetst, heb ik blijkbaar een aangeboren neus om te zien wanneer de rest van de “analisten” de noden van de klant helemaal fout begrijpen of veel eenvoudiger zien dan ze in werkelijkheid zijn. Elke klant is uniek, maar daar merk ik niet veel van in zo’n besprekingen. Dat bandwerkgedrag is verschrikkelijk.

    Binnenkomen als buitenstaander wil zeggen binnenkomen met frisse ogen, onbevooroordeeld en zo. Maar het wil ook soms zeggen binnenkomen zonder echte kennis van zaken, niet gehinderd door enige zin voor verhoudingen en realiteiten op het terrein.

    Als we bij Namahn een groter project doen, dan zijn de mensen soms wat lastig dat we relatief veel tijd steken in het proberen begrijpen van de situatie. “Jamaar,” zeggen ze dan, “wij betalen jullie hier stapels geld om op het einde even ver te staan als wij nu al staan.”

    Wel: neen. Tot op zekere hoogte kun je dingen uit ervaring van het allemaal al eens meegemaakt hebben ergens anders, maar als het complex wordt, dan moet je het terrein verkennen. Om bandwerkgedrag te proberen vermijden.

    En dat is vaak het fijnste deel van het werk, de etnograaf uithangen, mensen gaan interviewen, observeren, vragen stellen, modellen opstellen: ik heb nog altijd de allerbeste herinneringen aan mijn dagen in postkantoren overal te lande, toen we een project deden voor De Post. We kregen bij de start van het project allerlei dingen te horen over loketbedienden: iedereen waarmee we spraken “wist” hoe die mensen werkten, wat hun houding en hun gedachten en hun noden waren.

    Tot we in de kantoren zelf waren, achter de loketten, van Sint-Denijs-Westrem tot Aarlen over Brussel-Noord en Hol Van Pluto, Henegouwen. En we een to-taal ander beeld kregen van de eindgebruiker van ons ding. Een beeld dat, trouwens, ook helemaal anders was dan wat ons voorgespiegeld was in het begin van het project.

    Onschatbaar van waarde, zo’n veldstudie, en heel erg jammer dan ook dan het vaak niet mogelijk is. En dan krijg je van die situaties dat je als consultant binnenkomt, en enkel op ervaring kunt afgaan omdat er geen budget is voor meer onderzoek.

    En ja, tot op zekere hoogte lukt dat. Eén overheid zal wel ongeveer hetzelfde zijn als een andere overheid, één multinational zal wel ongeveer dezelfde informatiebeheerproblemen hebben als een andere, één fast moving consumer goods-ding zal wel ongeveer hetzelfde zijn als een ander.

    Tot op zeker hoogte. Ik persoonlijk, ik vind het soms wel wijs om in de min of meer leegte gedropt te worden — zoals een paar weken geleden in Straatsburg — en ik vind het ook wel leutig om al doende the lay of the land te leren, maar het is toch een eind aangenamer om de tijd te kunnen nemen om het grondig te doen.

    En nu nog de mensen ervan overtuigen dat het duurder lijkt, maar zijn geld echt wel waard is, om meer tijd te steken in het begin van een project.

    *
    *   *

    Het “buiten”-gedeelte van het “binnen en buiten” van de consultant is vaak even frustrerend. Zoals Frederik zegt:

    Dat gemak, is zeker geen gemak voor de mensen die daar nog zitten.

    In vele gevallen -niet altijd, maar toch in de meeste- komt het er toch op neer dat hetgeen door de externe consultants achtergelaten is, toch een soep / brol is.

    Ik weet niet uit eerste hand of het in de meeste gevallen zo is, maar een mens moet daar niet lastig om doen: één van de grote problemen van het binnen en buiten van de consultant is dat het bijzonder gemakkelijk is om een puinhoop achter te laten.

    Zelfs de beste mens kan een soep achterlaten als het project verkeerd begonnen is. Als er oplossingen gegeven worden voor problemen die eigenlijk geen problemen waren, of problemen die geen oplossing nodig hadden.

    Ik herinner me een hele tafel vol mensen die maanden aan een stuk werkten aan balanced score cards en dashboards met key performance indicators over de return on investment voor vanalles en nog wat, zodat mensen in één oogopslag konden zien hoe het liep met de verschillende campagnes. En tegelijkertijd maanden aan een stuk allerlei verschillende incentives uitwerken, en allerlei schema’s om te incentiveren, en leaderboards en yada yada.

    Ongetwijfeld goede businessmodeleerders, maar slechte mensenkenners. Die tafel consultants is er denk ik nooit achter gekomen dat ze maanden aan een stuk nutteloos werk aan het doen waren: geen moment hebben ze écht gedacht over de mensen die achter al die cijfers zaten en over de realiteit op het terrein. Anders hadden ze op een paar dagen tijd doorgehad dat hun cijfers nooit beter zouden worden op de manier waarop ze bezig waren.

    Oh, en zelfs de beste mens kan een soep achterlaten als er niet genoeg tijd is. In het ideale geval blijf je zitten tot het probleem opgelost is, in de praktijk word je aangenomen voor een bepaald aantal dagen. Als er tien mandagen voorzien zijn, dan kun je met twee man een week werken. Als er 35.000 euro voorzien is, dan kun je werken tot de 35.000 euro op zijn. En dan is het gedaan.

    Binnen en buiten, dat wil zeggen dat er ergens op een bepaald moment iets gedaan of gemaakt wordt door een consultant, en dat de klant het dan verder maar zelfs moet doen.

    In het slechtste geval is het dingen over de muur gooien: we maken wireframes, en gooien dat dan over de muur naar een IT-afdeling die het zal maken (maar we hebben geen invloed meer op het verdere verloop van het project). Of we starten een team op, en dan zijn we weg (zonder te kunnen bijsturen hoe het team werkt). Of we schrijven een rapport (zonder te weten wat ermee gedaan wordt).

    *
    *   *

    Binnen en buiten, dan is een gemak soms. En soms steekt het. Als we ons best doen, en al op voorhand wisten dat ons best niet goed genoeg zou zijn.