Doldrums

Een mooie term, the doldrums. *Haalt OED boven*

2.a. A condition of dullness or drowsiness; dumps, low spirits, depression

1811 Morning Herald 13 Apr. in Spirit Pub. Jrnls. (1812) XV. 175, I am now in the doldrums; but when I get better, I will send you [etc.]. 1835 MARRYAT Jac. Faithf. xi, ‘Come, father, old Dictionary is in the doldrums; rouse him up with another stave.’ 1862 Athenæum 30 Aug. 266 A glass of brandy-and-water is a panacea for the doldrums. 1886 C. KEENE Let. in G. S. Layard Life xi. (1892) 363 The great thing is to evade ‘the Doldrums’.

Ook wel een beetje met hoop geïmpliceerd hoor, wegens de vólgende betekenis:

2.b. The condition of a ship in which, either from calms, or from baffling winds, she makes no headway; a becalmed state.

1824 BYRON Island II. xxi, From the bluff head where I watch’d to-day, I saw her in the doldrums; for the wind Was light and baffling. 1833 MARRYAT P. Simple xliii, As we ran along the coast, I perceived a vessel under the high land in what the sailors called the doldrums; this is, almost becalmed, or her sails flapping about in every direction with the eddying winds. 1883 Times (weekly ed.) 16 Feb. 10 The ship of State has escaped the tornado, but seems becalmed in a kind of political and financial doldrums. 1895 SIR T. SUTHERLAND in Westm. Gaz. 11 July 1/3 At the present moment the trade appears to be in the doldrums.

Want als je in de equatoriale stiltegordel zit, wil dat meteen ook zeggen dat je er eventueel weer uit kunt geraken.

Op de lagere school las ik enorm graag boeken over wetenschap. Ik herinner me niet dat we op school een echte bibliotheek hadden, alleen kasten tegen de achtermuren, waar dan boeken in zaten. In het eerste en tweede leerjaar (we zaten samen in de klas) waren dat dingen van Dick Bruna en Annie M.G. Schmidt, in het vijfde en zesde waren er geen boeken meer en moesten we naar de “echte” bibliotheek gaan—of in mijn geval, de ettelijke (tien)duizenden boeken van mijn ouders.

Maar wat waarschijnlijk mijn leesgewoonten en interesses grotendeels gevormd heeft, is de boekenplank van het derde en vierde leerjaar, waar ik de hand van meneer Van Vossel, leraar-biologie-extraordinaire, in vermoedde. Alle Jongens en Wetenschap-boeken (die we thuis ook hadden, daar niet van, maar toch, schietkatoen! vliegtuigen uit balsa! chemie! science fiction!), en stapels jaren-60 Time/Life-boeken (apen! leeuwen! tijgers! dinosaurussen!), en boeken over gekken als Konrad Lorenz en Thor Heyerdahl.

Konrad Lorenz met zijn pijp, zijn vreemd hoedje en zijn ganzen, maar vooral: Thor Heyerdahl.

Heyerdahl in de jungle op zoek naar geschikte bomen. Heyerdahl en de walvishaai. Heyerdahl met de slappe lach om de nietigheid van de Kon-Tiki als hij zijn drijvende wereld vanop een vlot op afstand bekijkt. Heyerdahl en het onherroepelijk zompiger wordend balsa. Heyerdahl met zijn baard en zijn aan het psychotisch grenzende blik als hij op Raroia toekomt.

En dus ook: Heyerdahl en the doldrums. Windstil, de vrees dat het allemaal slecht zou kunnen aflopen, maar ook de bijna-zekerheid dat het niet slecht zal aflopen.

*
* *

Dat alles om te zeggen: ‘t is wat windstil in mijn leven. En ik heb een paar jaar geleden geleerd dat het geen goed idee is om veel te schrijven op weblogs als het niet allemaal naar wens verloopt in het leven.

En dus vandaar dat het hier wat stil is en nog wel een tijdje zal zijn. Maar zoals de mens zei: all things move toward their end.

Jazeker: all things move toward their end—on that you can be sure.

Doe mee met de conversatie

4 reacties

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.