Salut Philippe

Philippe is een kleine twee jaar na mij geboren, maar behalve dat was hij in alle mogelijke opzichten mijn grote broer.

01

In de buurt van ons huis woonden geen andere kinderen en dus hadden we alleen elkaar om mee te spelen, en wij hebben altijd dezelfde boeken en strips gelezen en dezelfde series en films gezien.

Maar waar ik meestal thuis thuis bleef zitten en niet veel meer deed dan lezen, ging Philippe turnen, tekende hij, boetseerde hij, maakte hij fantastische Lego-constructies, schilderde hij, of maakte hij Japanse werpsterren van ontmantelde scharen en kneedbaar staal.

Als hij voor zichzelf besloten had dat hij iets wou kunnen, dan kon hij dat. Of het vliegen met modelbouwhelicopters was of World of Warcraft of een ERP- of CRM-pakket of Warhammer-peetjes verven of project management: hij hield vol tot hij het kon.

 

05

Op het ongelooflijke af bescheiden, zonder grote woorden of gebaren: gewoon vastberaden doen.

Gewoon doen, en niet neuten, zo was Philippe. Ook als het echt moeilijk ging.

 

Philippe heeft mij nooit gezegd hoe slecht het met hem ging.

Onze gesprekken, de laatste maanden, verliepen altijd min of meer op dezelfde manier. Ik vraag iets in de zin van “en, wat zeggen ze?”, Philippe zegt in een paar woorden wat ze — de dokters, dus– gezegd hebben, en dat was het.

Ik wist dat hij wist dat ik direkt op het internet zou gaan zoeken naar wat het allemaal precies betekende. Net zoals hij elk nieuw medicament en elke nieuwe behandeling opschreef en op ging zoeken.

En de volgende keer dat we elkaar spraken wist hij dat ik wist dat hij wist dat ik wist. En hadden we het er niet over: meer dan “ha ja” en “‘t is azo” kon daar toch niet over gezegd worden. De rest was tijdverlies. Klagen is nutteloos, zagen helpt niet, we kunnen er toch niets aan doen. Nie neuten.

En dus spraken we boeken en over comics, over films en over series en over websites — over vanalles en nog wat. Maar we spraken vooral over de kinderen. Wat ze gisteren gedaan hadden. Waar ze vandaag mee bezig waren. Over hoe groot Anna wordt, en over de voetbalmatch van Jan, en het animatietekenen van Louis, en hoe we Zelie ons lot op school zouden proberen besparen.

Philippe wou nog tienduizend dingen doen, maar het ergst van al –het allerergst van al– vond hij dat hij er niet meer zou zijn voor Zelie, en Louis, en Jan, en Anna.

 

12

We zouden zo graag samen oud geworden zijn.

Dan waren we allemaal samen naar Amerika geweest, en hadden we gelachen met de miserie van lang geleden.

Dan had hij samen met Louis peetjes geschilderd, en had hij met Zelie de wereld gezien, en had hij Anna en Jan volwassen zien worden. Dan zou hij mij nog altijd “den anderen” genoemd hebben, en ik hem “grootoom Philippe”.

Het is niet zo. Kanker is een klootzak. En het is niet eerlijk.

Maar we zullen hem nooit, nooit vanzeleven vergeten.

17 Comments

Zeg uw gedacht

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.