Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Tag: #projectblogboek

Woordenschat

Projectblogboek, tralala. Opdracht zestien.

16

Ik heb geleerd dat ik koppijn krijg van peren (kak!). Ik heb geleerd wat er gebeurt met al die kreeften in aquariums bij de visboer die er niet zo gezond meer uitzien (ze worden ingevroren voor restaurants om dingen als kreeftensoep mee te maken). Ik heb geleerd dat het een slecht idee is om dingen te kopen online zonder te kijken precies hoe groot de verpakking is (een zakje van 300 en eentje van 3000 gram zien er hetzelfde uit op een foto, gedomme). Ik wist al een tijd dat het leven niet fucking eerlijk is, maar ik heb nog maar eens geleerd dat een mens sommige dingen beter niet opzoekt op het internet (al zou ik dat natuurlijk zelf ook doen).

Verder heb ik veel woorden geleerd, deze week:

  • une badine is een soort dun stokje voor ruiters
  • un raout is een (mondaine) bijeenkomst
  • un chibouque is een lange Turkse pijp
  • du fiel is haat, of bitterheid
  • un faîte is een top (van een berg, bijvoorbeeld)
  • de l’agiotage is speculeren op staatsobligaties of immobiliën en zo
  • une guzla is een soort Kroatische viool
  • une charmille is een soort gaanderij van planten of struiken
  • la faconde is het feit gemakkelijk of goed te kunnen babbelen
  • un narguilé is een waterpijp
  • un loup-cervier is een synoniem voor lynx
  • être revêche is bitter zijn
  • un amphytrion is gewoon een gastheer en un cicérone is een gewoon een gids
  • éreinter kan naast omvallen van vermoeidheid ook “sterk bekritiseren” zijn
  • de l’elbeuf is een soort laken van wol
  • un yatagan is een kort Turks kromzwaard
  • la tarasque is een legendarisch monster uit de Provence
  • un tabellion is ook wel een pejoratieve of ironische naam voor een notaris
  • un brandebourg is wat in het Engels “frogs” zijn, zo’n soort rondgedraaid of geknoopt stuk touw op een uniform
  • un lentisque is een struik of boom waarvan mastiek gemaakt wordt (niet voor vensters, wel voor keuken en geneeskunde)
  • un tromblon is een geweer met een loop in de vorm van een trechter, een donderbus dus
  • frauder la gabelle is belastings- of andere lastenontduiking
  • un alguazil is een Spaanse politieagent

Een boek met een ingebouwd woordenboek, da’s een groot gemak. En een mens leert nog eens iets bij.

Breng de legerdienst terug!

Projectblogboek zeg mij vandaag:

14

Weet ge wat ik denk? Dat mensen veel te veel in hun eigen kot zitten, en dat de manier waarop we tegenwoordig kunnen kiezen welk nieuws we willen lezen en –vooral– niet lezen, nefast is voor de maatschappij.

Als ik wil, kan ik mij enkel in een comfortabele cocon van ons-kent-ons weldenkende rood-groene medemensen hullen, en lachen met de N-VA en de domme racisten en de kwallen van Tsjeven en de opportunisten die zichzelf liberaal noemen.

En als ik wil, kan ik alleen maar luisteren naar gelijkgestemde verontwaardigden-slash-gedesinteresseerden, die weten dat het allemaal de schuld is van de sossen, enfin, dat het allemaal dezelfde zijn die polleNIEKSERS, en dat er maar één is die het kan oplossen ALS ZE HEM LATEN DOEN tenminste, en VOLHOUDEN BART.

Ik kan ook alleen maar kijken naar celebrity-vloggers op Youtube, of gewoon alleen naar VTM, of alleen naar Vitaya, of wat dan ook.

Wat ik vind: voer de verplichte legerdienst terug in. Of burgerdienst, maakt niet uit hoe het heet. Steek gedurende een volledig jaar kinderen van achttien ergens in het buitenland, samen met andere kinderen van achttien. Maak er meteen een Europees iets van, zorg ervoor dat nationaliteiten, geslachten, achtergronden en talen gemengd zijn, en gebruik dat leger van achttienjarigen om goede dingen te doen, overal ter wereld.

Maak er wereldburgers van, in dat ene jaar tussen het einde van de middelbare school en de rest van het leven: toekomstige Poolse chirurgen, Vlaamse loodgieters, Finse leraars — leer ze elkaar, de wereld en het leven kennen.

Hoe schoon zou dat niet zijn?

Aan de Siska Schoetersen van deze wereld

Een blik op mijn folder met opdrachten zegt mij dit:

13

Vanmorgen was de eerste dag van mijn tweedaagse vakantie deze week, en werd ik wakker met Siska Schoeters.

Ik haast mij te zeggen dat ik dat meisje van haar noch van pluimen in het echt ken: ongetwijfeld is ze in het echt sympathiek, aangenaam, proper op haar eigen, vriendelijk voor honden en kleine kinderen.

Hoe ze op mij overkomt in de media daarentegen… ik heb ze denk een tijd geleden verschrikkelijk irritant in dat akelig reclamevehikel voor Studio Brussel, Het Glazen Huis, weten zitten, ik kwam ze onlangs begot op televisie tegen (de knop kon snel genoeg omgedraaid worden), en sinds veel te lang heb ik er elke weekdag met veel tegenzin een afspraak mee op de radiowekker. Ik hoor u zeggen “Verander dan van radiozender, als het u zo tegen steekt” — wel, blijkt dat ergernis bij mij beter werkt dan om het even welke koffie, en bij gebrek aan Annemie Peeters ’s ochtends vroeg, is het dus maar dit om klaarwakker te raken.

Wat mij nog het meest tegen steekt, is de gemaaktheid van het hele programma. Misschien dat ik dat absoluut verkeerd hoor, en misschien dat ik de enige ben die er zo over denkt, maar mensen wat heb ik een hekel aan dat geforceerde hip en cool en zo zijn voortdurend.

Ik kwam daarnet dit filmpje tegen:

Ja, knullig, en ja, slecht. En misschien is het een zoveelste cynische poging om het zoveelste “slechtste filmpje op het internet” te zijn, Rebecca Black en haar miljoenen Youtubehits achterna. Maar misschien is het ook maar wat het lijkt te zijn: een ontroerend slecht zingende familie die een ontroerend slecht nummer maken met een ontroerend slechte clip erbij, maar die wel een vakantie hebben gehad die ze nooit meer gaan vergeten, en die elkaar graag zien en er niet mee zitten dat ze niet de laatste juiste kledij dragen met de juiste muziek in de juiste koptelefoons.

Het totale omgekeerde van het gevoel dat ik heb als ik naar dat akelige ochtendprogramma van Schoeters luister, waar alles voortdurend ironiserend kapot moet gerelativeerd worden, waar mainstream per definitie gebashed moet worden en waar elke lach van plastiek klinkt.

Voorbeeld. Vanmorgen ging het over de snelst herkende liedjes als men de intro ervan speelt. Dat had een paar dagen geleden in de gazet gestaan in Engeland, meer dan dat is niet nodig om actueel en relevant te zijn, vermoed ik. Het was vooral een gedroomde okkasie, had ik de indruk, om nog eens lacherig te kunnen doen samen met die akelige gast die ook in dat ochtendprogramma opdraait. Zo van “ha ha, wat zijn de mainstream mensen toch dom“.

Ik zweer dat Siska Schoeters deed alsof ze “Wannabe” van de Spice Girls (“Yo, I’ll tell you what I want, what I really really want / So tell me what you want, what you really really want”), dat door de gemiddelde Brit die aan het experiment meedeed op 2,29 seconden herkend wordt, niet kende. Ik had eerst geen idee of het de bedoeling was om grappig te zijn of om te lachen met de domme mensen die dat wel herkenden, tot Schoeters het duidelijk maakte. Letterlijk weet ik het niet meer, maar het was iets in de zin van “nee, ik herken dat niet — ik luisterde in de jaren 1990 naar andere muziek”.

AAAAAARGHHHHHHH!!!

Het is niet grappig, het is niet indrukwekkend, een klein kind weet dat ge aan het liegen zijt, ge maakt u onnoemelijk onsympathiek. Doe dat toch niet!

Is het zo moeilijk om gewoon oprecht te zijn op de radio? Niet hyper doen alsof ge net negentien geworden zijt als ge er drieëndertig wordt? Niet doen alsof ge alleen naar de juiste muziek luistert — tot het in is om naar (juiste) “foute” muziek te luisteren – tot het weer fout is om naar “foute” muziek te luisteren?

Enfin ja. Misschien is het allemaal maar perceptie, natuurlijk.

A Day in the Life

Woke up, fell out of bed, dragged a comb across my head:

12

Gisteren zou een boeiende dag geweest zijn, maar hey, aangezien ik de opdrachten voor projectblogboek niet op voorhand lees, zal het met vandaag te doen zijn, een ordinaire door-de-band-dag. En de foto’s zijn voor één keer met mijn draagbare aardappel gemaakt en niet met een echt fototoestel.

Vanmorgen veel te laat wakker geworden: Sandra en de kinderen moesten vroeg vertrekken want de twee oudste gingen met een hele troep van Komaf naar Bobbejaanland, en de wekker stond niet, en de jongste twee zaten al achterovergezakt (en voor één keer muisstil) naar tv te kijken). Het uitzicht van in mijn bed, uit de nieuwe vensters en voorbij de geïmproviseerde kledingrekken, op het achterhuis van de buren:

IMG_3907

Een zeker gevoel van uuuuurrgh later, beneden in de keuken, een lege tafel wegens iedereen weg (maar niets opgeruimd, ziet dat van hier). Ik heb voor één keer iets van ontbijt gedaan: een stuk vers stokbrood en een glas Nesquick:

IMG_3909

Buiten het huis: check it out! de overburen hebben sinds blijkbaar gisteren of zo ook nieuwe vensters! Het is eens wat anders dan een kapotte persienne op het gelijkvloers en gebroken vensters op het eerste en tweede:

IMG_3910

Op de fiets geklommen, en Melvyn Bragg en zijn vrienden in mijn oren gestoken:

IMG_3911

Veel bijgeleerd over Rudyard Kipling: zeker, een djingoïstisch en virulent Duitshatende racistische conservatief, maar ook een machtige schrijver en dichter, waarvan het literaire kind ten onrechte met het politieke en ideologische badwater weggekapt is.

Dat er geen reden is waarom Gethsemane niet samen met andere War Poets zou vermeld mogen worden, of wat hij deed voor de Imperial War Graves Commission (onder meer er voor zorgen dat voor de eerste keer ooit officieren en gewone soldaten, overleden en verdwenen slachtoffers, allemaal samen alfabetisch vermeld werden en niet per rang en stand).

Altijd fijn om dingen bij te leren onderweg, gezwind op de velo (ja, hij staat nog op het zomeruur, ik weet het):

IMG_3913

En hoe schoon de parken er tegenwoordig bij liggen, zelfs al is het in het rap voorbijfietsen — zoals hier het Keizerpark op het einde van de Keizerbrug:

Toegekomen op het werk, de fiets geparkeerd (aan het openschuifding dat we ooit eens hebben laten maken voor de één of andere beurs):

IMG_3918

Het whiteboard in mijn bureau bekeken, bedacht dat ik dringend zou moeten verder werken aan wat daar op staat:

IMG_3920

Voorgenomen om de papieren die ik eigenlijk niet nodig heb dan eens van mijn bureau te smijten, geconstateerd dat Zigi de bedrijfshond zijn been en een stuk caoutchouc onder het bureau heeft laten liggen:

IMG_3921

Een Duvelglas vol Cola Light gegoten, en mijn mails gelezen:

IMG_3922

De wedervarigheden van gisteren verteld aan collega Tim, en voor ge ’t weet is het iets na negen en dachten we dat er een meeting zou beginnen, maar dat bleek dan maar later te zijn, en dus nog wat verder verteld van gisteren met collega Tim en collega Sven, en dan beginnen kijken naar… te laat! daar is de afspraak al, ’t is tijd voor meeting.

Ja, als ik nota neem in een boekje is dat niet zo formeel, nee. “Meeting met Steven en zijne maat” is genoeg om te weten over wie het ging (zelfs, in dit geval, dat het drié mensen warenn ha!), en dan staat daar na afloop van de meeting een hele resem dingen geschreven, met citaten en dingen op te zoeken en tekeningen en notities waar ik jaren later nog altijd genoeg mee weet om te reconstrueren — maar die ga ik hier niet zetten, ah ha!

Damn, de meeting is uitgelopen: interessant gesprek, daar niet van, dat we zeker gaan vervolgen later, maar egad! het is kwart voor twee.

Honger! Wat nu gedaan? Een slecht broodje gaan halen bij de bakker naast de deur? Een expeditie naar Marc en Hilde? Tim en ik kijken naar mekaar, en –diepe zucht– ah well, de Goeie Goeste dan maar zeker?

Een kleintje met stoverijsaus en een brochette:

IMG_3927

Even traditioneel als ten einde raad een pak frieten gaan halen: na een half pak frieten absoluut geen goesting meer hebben.

IMG_3928

Hola, wat nu? Het is al na twee uur, tijd voor de tweewekelijkse demo- en sprintmeeting. In de rapte nog eens kijken naar de planning van wat er ging gedaan zijn, wat er in backlogs zit… ugh. Nog redelijk veel werk te doen voor deze sprint, en collega Jan is er niet… misschien voor één keer de sprint een week laten uitlopen? …yep. Sprint uitgesteld. Medegedeeld aan collega Ben die graag een aantal dingen zou opgelost gezien hebben, dat er goed nieuws (geen enkele vraag geweigerd!) maar ook slecht nieuws is (geen nieuwe tickets deze week).

Geen demo- en geen sprintmeeting, maar toch alsnog een korte meeting om over een heikel punt van gedachten te wisselen en te zien of we een knoop kunnen doorkappen. Collega Freek legt het probleem uit, en allerlei mogelijke oplossingen, elk met pro’s en contra’s passeren de revue.

IMG_3930 Panorama

Uiteindelijk is het een terloopse opmerking van collega Tom die de eindbeslissing inspireert. Enorm hyperproper is het niet, maar het is wel de beste oplossing.

…en dan verder doen aan een rapport dat morgen af moet. Wat over en weer gediscussieer en verzamelen van gedachten later is het iets na vijf en is het rapport in eerste prefinale versie klaar:

IMG_3947

…en tijd om Het Een Dag Te Telefoneren, en naar huis te trekken. Salut zeggen tegen de collegae die er nog zijn (er zijn er meer dan twee, maar ik heb niet van alles foto’s genomen):

IMG_3935

Hopla de fiets weer op, door de zonsondergang naar huis fietsen (met Melvyn Bragg ondertussen een week later, aan de Haïtiaanse Revolutie bezig):

IMG_3939

Doorrijden tot aan Avothea en wat gerief kopen voor Halloween morgen:

IMG_3941

…en thuis om 17u52:

IMG_3944

Raprap zoeken waar mijn kookgerief is, naar boven gaan en vragen waar mijn vest is wegens dat ik ze niet vind, horen dat het deze week vakantie is op school, een zucht van diepe opluchting slaken (die rugpijn van gisteren is écht nog niet over), en de foto’s van mijn telefoon overpompen naar de computer.

Ding ding! Etenstijd!

Normaal gezien zou ik eten klaarmaken in de zeer snelle rapte, net voor we aanzetten naar school, maar wegens geen school en algemene leegheid van mijnentwege was het Sandra:

Ja, hoogstaande en gezonde voeding: valse cordonbleus met spinaziepuree. So sue us.

Na het eten terug naar boven, nog tién! minuutjes! echt waar! tien!! minuutjes! naar het einde van Violetta kijken (voor telenovela’s en Disney Channel, wij danken U o Heer, maar niet echt eigenlijk).

IMG_3968

Het was zeer letterlijk maar tien minuten, en dan is Anna naar bed gegaan, wist Jan niet meer wat gedaan omdat hij zich verveelde, was Louis weet achter zijn computer geklommen en met League of Legends bezig, en zaten Sandra en Zelie naar Grey’s Anatomy de kijken.

Naar die ene aflevering waar Yang constant kijkt alsof ze enorm teleurgesteld is dat er wéér iemand een dooie rat in haar sacoche had gestoken — of wacht, dat kan eigenlijk om het even welke aflevering ooit van van Grey’s anatomy zijn.

Ik was ondertussen zo content als een katjen wegens:

IMG_3969

Ah ha ha! Viér jar na datum is Hadean Lands klaar, en kan ik er aan beginnen. En het begint al meteen goed:

hadean

…dus dan ga ik bij deze dit bericht afsluiten. De rest van de dag zal nog minder boeiend zijn: Hadean Lands spelen, misschien wat Slimste Mens kijken, en dan met deze naar bed:

montecristo

Alexandre Dumas is wijs, en le Comte de Monte-Cristo is vele keren spannender en dramatischer en vol pathos dan om het even welke telenovela.

Analoog, digitaal, en dubbel betalen

Oei. Projectblogboek zegt dat ik dit moet doen:

11

…maar ik gebruik mijn telefoon bijna niet om foto’s te maken. Vroeger, vier jaar geleden, toen het nog een recent-achtig model was, dan wel, maar tegenwoordig duurt het een aantal minuten tot ik in de foto-neem-functie zit, en duurt het nog eens een minuut voor de foto ook echt genomen is, en dan is het een lelijke foto, met een groene waas (dank u, bloederige Apple iPhone 4).

En dus gebruik ik het ding nu bijna alleen nog om dingen zoals dit te doen:

Ja, ik geef het toe, ik ben zo één van die smeerlappen die in fysieke winkels foto’s neemt van boeken om ze dan bij de Grote Satan te kopen. En niet eens omdat ze goedkoper zijn, maar omdat ik dit soort boeken digitaal wil lezen.

Kijk, dit is een foto van een paar van de kleine tienduizend boeken in ons achterhuis:

En dit is een foto van een boek op mijn Kindle:

Ziet: Memories of Ice, het derde deel van The Malazan Book of the Fallen — zowel op papier als digitaal.

De papieren versie heb ik jaren geleden gekocht, ik dénk bij Amazon, maar voor hetzelfde geld (enfin ja, voor gegarandeerd meer geld) kwam het van bij de FNAC. Nee, niet van bij een artisanale boekhandel: ik moet het niet weten, dat mensen op mijn vingers staan te kijken, en dat ik riskeer met de mensen van de winkel te moeten spreken — ik heb mijn boekkoopervaring graag zo onpersoonlijk mogelijk, dankuzeer.

De digitale versie komt van bij Amazon, maar dat is het punt niet.

Zou ik een enorm grote dief zijn, als ik dat Malazan-boek zou digitaal gedownload hebben van ergens? Moeilijk zou dat niet zijn, één zoekopdracht op één website, pakweg een Baai met veel Piraten, is genoeg om links te geven naar de hele reeks (zowel in e-bookvorm als in audioboek, overigens):

pbay

Natuurlijk ben ik een dief als ik een boek download dat ik niet gekocht heb. Maar een boek dat ik al gekocht heb in een andere vorm? Zou ik mij dan een dief moeten voelen?

Ik vind van niet. En ik weiger me schuldig te voelen, met een huis vol papieren boeken, als ik geen zin heb om een boek dat ik al gekocht heb als een soort analoge troglodiet op papier te lezen, maar in de plaats ergens op het internet een decentrale backup opzoek, en die dan op mijn Kindle lees.

Ik vind dat bij elke papieren versie van een boek, ook meteen een downloadbare digitale versie zou moeten zitten. Verplicht.

Brr, interactie

Zegt Bert: Ne lek-m’n-lip, bedoelt ge?
En zegt Bart: ‘Ne stamper’, bedoelt u, toch?

Over een lekstok, of een “lolly”, zoals ze in het buitenland zeggen.

Voilà, dat telt, wat vervullen van de projectblogboekopdracht betreft:

10Ik heb daar namelijk zeer veel schroom over, interageren met andere mensen.

 

Welkom in Zalandoland

Vanmorgen heeft meneer facteur een door met nieuwe schoenen op het werk afgezet, en 95% van alle reclame op het hele internet is Zalandoreclame geworden: gabba gabba, one of us, one of us. Tiens, en dat komt uit: de projectblogboek-opdracht voor vandaag is

9

 

Ach, ach. “Gezondheid en alles” is niet verkrijgbaar via wishlists, dus dan maar bij deze materiële zaken die ik heel graag zou hebben.

Modellen van dinosaurussen. Hoe schoonder en hoe groter hoe beter.

Opgezette beesten. Hoe leutiger hoe beter.

Een Littlebits Korg dinges.

Gerief voor in de keuken: ik denk dat we nog een siphon nodig hebben voor schuimen en espuma en zo. En eigenlijk zou ik wel een Thermomix willen hebben. En een Pacojet.

Oh, en veel veel boeken. En nog duizend andere dingen. Ik moet er niet te veel over nadenken, over al wat ik nog zou willen hebben, of ik word lastig. 🙂

Gênant

Serieus, projectblogboek? Echt? Een gênant verhaal delen?

7

’t Is niet alsof het hier nog niet vol met gênante verhalen staat, of zo?

Vandaag liep ik luider dan anders op het werk, zodat collega Amanda dacht dat er iemand nieuw was — wegens ander schoenengeluid: er zijn er niet veel die schoenen hebben met hielen die geluid maken, namelijk.

Dat komt zo: van pakweg 1989 tot 2009 vond ik het bijzonder gemakkelijk om schoenen te kopen: naar de schoenenwinkel in de Voldersstraat, een paar Dr. Martens kiezen dat mij aanstond (meestal zwart, maar ik heb ook gele en rode laqué-exemplaren gehad), nee mevrouw, niet nodig om te passen, dank u zeer, tot binnen een paar jaar.

Dit is het laatste model dat ik kocht, ergens in dacht ik 2006 of 2007:

Zeer content van geweest, tot:

Helaas, kapot! En de winkel waar die schoenen twintig jaar aan een stuk verkocht werden, verkocht ze verdorie niet! Paniek! Paniek!

Ik had wél een paar schoenen geërfd, en al dacht ik eerst dat ik die nooit zou aandoen, bleek dat minder een probleem te zijn dan te gaan zoeken naar een nieuwe schoenwinkel. En dus heb ik een hele tijd deze bijzonder comfortabele schoenen gedragen, gevoerd en dus zeer warm in de winter, en, euh, ook zeer warm in de zomer:

Fantastisch, tot:

Van het vele stappen was de zool door. Op den duur werd dat lastig, vooral als het geregend had en ik in een plas trapte: dan zat ik heel de dag met trenchfoot. Niet getreurd, ik had ook nog andere schoenen geërfd. Een laag model, soepel, ook weer bijzonder comfortabel, enoooorm content van:

Tot die helaas! volledig versleten waren vanbinnen, en ik na er een paar maand zo mee rond te lopen een in eelt geboetseerd wafelpatroon in mijn hiel heb staan (ja, de foto is onscherp. deal with it, ik ga écht niet terug naar de slaapkamer om nog eens een schoen op ons bed te gaan fotograferen):

En daar waren we dus eind vorige week. Ik heb nog één paar geërfde schoenen, en dat draag ik nu:

Wat gekleder, bruin, en een maat kleiner dan mijn vorige schoenen. En redelijk wat ongemakkelijker om te dragen: ze nijpen wat, de zool is dun, de hiel is hard.

Maar ik zie het niet zitten om schoenen te gaan kopen. Niet omdat het veel geld kost, maar omdat ik geen zin heb in interactie met andere mensen. En al helemaal niet in schoenen passen.

Ja, redelijk gênant dus: het is al zeven of acht jaar geleden dat ik nog eens schoenen gekocht heb. Zalando bestond toen nog niet; nu wel. Ik dénk dat ik mij dus maar een paar koop op het internet (wel verdoeme verschrikkelijk duur geworden, zie ik).

 

Work in progress

Ik ga wat moeten vals spelen vandaag, voor projectblogboek. De opdracht luidt:

6

…maar ik ben helemaal geen mens (meer) die allerlei projecten lopend heeft. Vroeger, lang geleden, had ik altijd wel twintig dingen waar ik mee bezig was: vijf zes boeken lezen, dingen programmeren, dingen schrijven, games spelen, dingen opzoeken, vanalles.

Tegenwoordig doe ik soms eens wat genealogie-opzoekwerk. En lees ik één of twee boeken, maximum drie tegelijkertijd — maar daar blijft het zowat bij. Ik doe wat halfslachtige pogingen om games te spelen (Elite:Dangerous, Divinity:Original Sin), maar ’t is echt halfslachtig.

Oh, ik ben gisteren wel begonnen met opruimen, telt dat ook?

En we zitten in verbouwingen. Onze gevel ziet er tegenwoordig zo uit:

’t Is te zeggen: alles is opgekuist en opgeruimd, er zitten nieuwe vensters in, en het staat klaar om de benedenverdieping af te smijten en er een glasconstructie tegen te zetten — vergelijk met hoe het was:

Dat telt ook toch, voor work in progress?

 

De beste

Pfffffffffmoeilijke opdracht vandaag, projectblogboek:

5

Dit is blogpost zeven en twintig duizend vier honderd acht en veertig op dit weblog. De enige constante is dat ik praktisch niet stil sta bij wat ik schrijf, en dat ik van de redenering ben “als ik er geen werk in steek, dan moet ik mij niet slecht voelen dat het in de verste verte niet vergelijkbaar is met wat ik wél goed vind”. Ik troost er mij mee dat hoe slecht het ook is, er altijd wel weer een volgende post zal zijn, die de andere naar beneden op de pagina duwt.

Zoals bij de meeste mensen met een weblog is het bij mij ook zo dat de stomste dingen het meest reacties losweken, en dan nog meestal om de verkeerde redenen. Het moet dan ook al geleden zijn van ergens in 2002 dat ik nog eens iets geschreven heb met het doel te proberen mensen te lokken, of lezers te bij te krijgen, of reacties, of wat dan ook. Sod the reader, zo is het maar net.

Het is onbegonnen werk om in meer dan 25.000 berichten de beste er uit te halen, dus doe ik maar een random duik in de archieven.

  • 21 augustus 2002: De ontdekking van de hemel, dat ik absoluut niet goed vond. Ik heb daar nog een eeuwigheid boze mails over gekregen.
  • 17 september 2002: Véronique De Kock — tienduizenden hits gekregen in de tijd dat tienduizenden hits nog iets was om over naar huis te schrijven.
  • 4 januari 2003: Actieplan 2003. Ik krimp ineen als ik dat lees, uit de tijd dat er op mijn naamkaartje nog “baas” stond. En dat ik niet genoeg van de wereld wist. Achteraf gezien had ik (a) nooit mogen ja zeggen op de vraag om baas te worden en (b) na een paar jaar, en zeker toen duidelijk werd wat “in een multinational zitten” eigenlijk betekende, mijn schup moeten afkuisen. Ik heb mij vooral dat laatste jaar op het werk niet zo goed gevoeld. Op bepaalde moment zelfs bijna profetisch niet goed gevoeld, en hoe langer hoe explicieter en explicieter.
  • 23 februari 2003: Trotters in Aspic — die keer dat ik een film ging schrijven. Ik ben een outline en dan een scène of vijftien ver geraakt en dan was het van ik zal nooit even goed zijn als het beste dat ik mij kan inbeeldan, dus meh“.

…ugh, neen. Zo gaat het niet lukken. Zelfs random in mijn archieven duiken is te pijnlijk. Al die zever, maat. Al dat zelfbeklag, dat zelfmedelijden, die kronieken van aangekondigde mislukkingen, ’t is om ziek van te worden.

Andere taktiek dan maar: een aantal van de meer belangrijke dingen die de afgelopen twaalf jaar zijn gebeurd.

  • Die keer dat een trap instuikte en dat ik een jaar in hospitaal en in de zetel thuis heb gelegen: toen het net gebeurd was (1 februari 2004) en toen ik geopereerd was (7 februari 2004) en de onmiddellijke nasleep (9 februari 2004).
  • Die keer dat Jan geboren werd (18 februari 2004, ik lag nog in een hospitaalbed).
  • Die keer dat ik mijn ontslag ging aanbieden (2 november 2004). Ik had toen tien jaar gewerkt bij in essentie hetzelfde bedrijf, en dat was minstens vijf jaar te lang. Vooral de periode nadat het bedrijf opgenomen was in een multinational en ik algemeen directeur was, was een nachtmerrie. Die afspraak is er trouwens niet gekomen (4 november 2004), het heeft nog geduurd tot 12 november 2004 voor ik een punt zette achter dat werk, en nog tot 21 januari 2005 voor het contract opgezegd werd.
  • Die keer dat ik ging werken in het Europacollege (22 januari 2005, maar ik werkte er eigenlijk al min of meer onbezoldigd sinds november, als ik het mij goed herinner). Het was een hele ervaring, in de academische wereld werken.
  • Die keer dat onze jongste zowat live op het internet geboren werd (27 maart 2006).
  • Die keer dat ik een aanbod kreeg dat ik niet kon weigeren en bij Namahn ging werken (28 september 2006). Serieus: bij Namahn mogen werken is gelijk in de eerste klasse gaan voetballen.
  • Toen mijn vader begraven werd (17 juli 2009). Ik ben daar nog altijd niet goed van. Er gaat geen nacht voorbij of ik droom van hem.
  • Na iets meer dan vijf jaar werken in Brussel ging ik een dag in de week werken bij Adhese (4 juni 2010) en toen wat later vond ik het daar zo wijs dat ik helemaal verhuisde (28 oktober 2010).
  • Toen mijn broer stierf en begraven werd (23 januari 2013). En ook daar ben ik nog altijd niet goed van. En er gaat ook geen nacht voorbij of ik heb een droom waar mijn broer in voorkomt. Eigenlijk: mijn nachten zijn gevuld met dromen van overleden familie –vader, broer, grootouders. Ik ga niet zo graag meer slapen.

Ow. Dat werd even donker, daar op het einde. Not to worry, de volgende post ben ik weer mijn eigen vrolijke zelve.

Interview

Waar ik op voorhand het meest bang van was, op mijn werk bij mijn vorig werk, was interviews.

Ik ben niet zo op mijn gemak bij mensen, namelijk, en al helemaal niet bij vreemde mensen. Wil het lot toch wel dat bij mijn vorig werk zowat de basis van alles precies dat was: kijken naar en spreken met vreemde mensen.

Maar! Wat bleek? Interviews zijn net iets dat ik wél graag doe. Want letterlijk al het lastige van gesprekken met vreemde mensen is weggewerkt:

  • ik heb een excuus om hier te zijn: het moet van mijn werk
  • er is een reden om met u te spreken: het past in het project
  • ik moet niet zoeken naar onderwerpen om over te spreken
  • er is structuur, met een begin, een midden en een einde
  • vooral een einde: een manier om elegant af te sluiten en weg te gaan

En ik kan dat eigenlijk nog wel goed, interviews afnemen: het is ook een soort puzzel, namelijk. Luisteren, horen wat er niet gezegd wordt, doorvragen, de rode draad in het oog houden maar ondertussen wel ruimte laten om te improviseren, en (in het werk dat ik deed toch) nooit vertrekken zonder de antwoorden die ik wou hebben.

De opdracht voor vandaag, in projectblogboek:

4

Wel: neen. Ik wil geen mensen ongevraagd lastig vallen. Pech.

Niet goed bezig

De #projectblogboek-opdracht van vandaag:

3

Het ontbijt is het belangrijkste maal van de dag, en het moet dan ook niet verbazen dat wij er bij ons thuis toch wel wat moeite in steken. Enfin, ik zeg “moeite”, eigenlijk is het met een beetje organisatie helemaal niet zo veel moeite. We beginnen met vorige vrijdag. Op vrijdag hebben we, naast het gebruikelijke fruit en granen, altijd een warm ontbijt:

Breakfast!

…naaaah. Natuurlijk niet. Ik veronderstel dat ik zou kunnen doen alsof, en kunstig verzorgde foto’s van mooi gedekte ontbijttafels zou kunnen posten, met lachende kindergezichten en een atmosfeer van relaxtigheid en zo, maar dat zou bijzonder ver van de waarheid zijn.

Om te beginnen lig ik tegenwoordig meestal nog in bed als Sandra en de kinderen al wakker zijn. En eet ik geen ontbijt (ik weet het, ik weet het). De kinderen eten normaal gezien wel een ontbijt, iets van boterhammen met iets op, en de zaterdag cornflake-achtige dingen en de zondag koeken, maar vandaag bijvoorbeeld was het worstelen om Anna en Jan iets anders dan een tas warme chocomelk binnen te doen krijgen. Zelie lag trouwens denk ik ook nog in haar nest, toen ik naar mijn werk vertrok.

Jaja, slechte punten. Ik zal er dan eens werk van maken.

Bureau

De opdracht van vandaag, projectblogboeksgewijs, is:

2

Zo ziet mijn bureau thuis er voor het moment uit (ja, ik weet het, ik weet het):

Te zien, in willekeurige volgorde:

  • een custom gemaakt bureau als verlengstuk van een bibliotheek waar vooral kinderboeken in staan en dingen die ik eigenlijk in één van de andere bibliotheken zou moeten steken
  • een luidspreker van Sonos
  • een stuk of dertig terabyte opslagruimte verdeeld over een resem harde schijven
  • een zeer uitstekende bureaustoel
  • een kapotte Epson printer-scanner die eigenlijk weg zou mogen maar misschien is hij nog repareerbaar wie weet
  • een oude laptop die vroeger enorm krachtig was maar die nu eigenlijk vooral enorm veel lawaai maakt, en waar de kinderen elk hun eigen account op hebben (vooral Jan en Anna eigenlijk, Zelie en Louis hebben een eigen laptop)
  • een Microkorg waar ik om de zoveel tijd eens geluid uit pers
  • een ongelooflijke kabelzooi die ik eigenlijk zou moeten verbergen onder het bureau maar wegens nog geen kabelmandje gemonteerd, op het bureau laat liggen
  • een monitor van het merk Samsung, type El Cheapo
  • een Microsoft Surface
  • lege flessen cola
  • volle flessen cola
  • een fotogeriefrugzak onder het bureau
  • een fotogerieftas onder het bureau
  • een rekenmachine van Mercedes uit 1936
  • een filmcamera van Panasonic
  • een fles water
  • de handouts van de cursus van gisteren
  • een uitgeprint treinticket
  • een doos met een motor en zelfontspannercomputer voor time lapses
  • een dikke envelop vol overlijdensberichten, adresveranderingen, geboorte- en huwelijksberichten die ik verwerkt heb voor de database van de oudleerlingenbond van de school
  • een volgeschreven schrijfboekje
  • een kapstok voor laptops, die ik niet meer gebruik wegens dat ik mijn Surface gewoon op het bureau zet in plaats van vroeger de Mac op dat ding
  • een laserpen
  • nog een laserpen
  • een doos met calligrafiepennen
  • dozen van wel zeker vier verschillende merken en types pijnstiller
  • koptelefoonoren
  • twee zaklampen
  • een ding van wel vijf kilo zwaar om droogstempels in papieren boeken te zetten (“this book // used to belong to // Michel Vuijlsteke” in een kunstige cirkel)
  • drie zakmessen
  • een microfiberdoekje om mijn bril mee af te kuisen
  • een leeg blik Rubicon Sparkling Lychee dat ik vanmorgen om 3u35 uitgedronken heb en dat mij de rest van de dag barstende koppijn gegeven heeft

…maar eigenlijk, om tot de vraag terug te komen (“maak een foto van je (onopgeruimde) bureau en vertel je lezers hoe jij je werk organiseert”)… Ik kan daar heel erg kort over zijn: de manier waarop mijn bureau georganiseerd (of niet georganiseerd) is, heeft niets te maken met de manier waarop mijn werk georganiseerd is.

Mijn werk gebeurt allemaal op de computer, en ik heb daar geen andere dingen voor nodig. Geen papier, geen gerief, geen ruimte, niets. Als ik met iets bezig ben, dan maakt het mij allemaal niet uit, op voorwaarde dat ik genoeg schermoppervlakte heb, genoeg plaats om een keyboard en en muis te plaatsen, niet te veel licht in mijn scherm en in mijn ogen, en vooral een degelijke bureaustoel.

En al de dingen die ik nodig heb om dingen gedaan te krijgen, die staan in mijn mail of op een server ergens of in de klaawd. Alwaar ik gebruik maak van vooral het gegeven “zoeken”, en niet zozeer het gegeven “organiseren in folders en subfolders en trefwoorden en alles”.  Ik weet alles staan in mijn hoofd, en wat ik er mij van kan herinneren is genoeg om terug te vinden wat ik niet meteen exact weet staan.

Van alle mail die binnenkomt, bijvoorbeeld, scan ik minstens de titel van om te weten of het interessant zal zijn, en als het echt niet nodig is om in detail te kijken, dan blijft het gewoon ongeopend in mijn inbox — al dat neurotische inbox zero-gedoe is aan mij niet besteed: mijn GMail zegt mij dat ik op dit moment 221.281 ongelezen mails heb, en ik lig daar geen moment van wakker.

[Deze post u gebracht via #projectblogboek. Om goed te zijn, had ik beter mijn bureau opgeruimd en dan creatief in ‘wanorde’ gebracht, had ik een pomo-fucking-doro of zoiets naast een systeem van in- en outboxen geplaatst, een paar subtiel maar toch net leesbaar genoeg in beeld gebracht interessante boeken nonchalant over de ruimte verdeeld, een etnische smoothie en een volkoren-geitenkaas-komkmommer-sandwich op een lichtblauw matporseleinen bord gelegd, en de belichting verzorgd en zo. Maar hey, hoe gaat het soms? Mijn avondeten was trouwens een oude sandwich met een zwanworst en een met preparé.]

 

De laatste…

1

De laatste keer dat ik moest huilen: elke keer als ik iets voorlees aan één van de kinderen. Of iets ontroerend toon op de computer. Ik weet ook niet waarom, maar ik krijg daar altijd een krop van in mijn keel. In het algemeen ben ik een bleitkous, maar ’t is raar: soms komt er geen emotie uit wanneer andere mensen emotioneel worden, en omgekeerd. Meestal, eigenlijk: dan sta ik te snotteren in een hoek om ogenschijnlijk niets, of mij nerveus te maken over mensen die in mijn ogen gelijk allemaal doen alsof. Ik denk dat er iets kapot is in mijn hoofd, denk ik. 🙂

Laatste gerecht dat ik klaarmaakte: dat was vandaag, pizza. Niets gastronomisch of zo: gewoon pizzabodem, daarop wat passata, en ricotta, mozzarella, parmgiano, gorgonzola. Van bij Pizza Roma, een groot gemak. Daarvoor was het Sadnra die gekapt met tomatensaus en puree in de oven gemaakt heeft, en daarvoor hebben we samen allerlei gemaakt.

Laatste boek dat ik las, was Deadhouse Gates. Ik ben nu bezig aan het vervolg, Memories of Ice. Ik ben ook bijna door Anthony Bourdain’s Kitchen Confidential: Adventures in the Culinary Underbelly. En dan denk ik dat ik eens een nieuwe poging onderneel om Anathem van Neal Stephenson uit te lezen.

De laatste site die ik bezocht: Wikipedia. En daar net voor Inkelspielchen (Het water aan de lippen: nu even niet van toepassing, maar bijzonder herkenbaar). En daar net voor: Reddit. Geneanet. De meerderheid van de dag: Google Drive, voor het werk (man dat gaat trager en trager, voor documenten die langer zijn dan een paar pagina’s).

Het laatste waar ik trots op was: onze twee oudste kinderen, die vandaag van school kwamen en meteen gingen studeren, zonder daartoe aangezet te worden. En dat onze oudste een paar bijzonder goede toetsen had gemaakt.

En onze jongste, die zich in stilte aan het bezig houden was, en toen het tijd was om te gaan slapen, gewoon rustig naar de badkamer ging, wassen en tanden poetsen, en naar bed ging. En onze tweedejongste, die van de voetbaltraining terugkwam. Ik ben zo ongelooflijk trots op onze kinderen, ge kunt u dat niet inbeelden.

[Deze post u gebracht via #projectblogboek. Om goed te zijn, had ik waarschijnlijk beter niet één zinnetje per voorbeeld afgehaspeld, maar had ik er eentje uit gekozen en was ik daar op in gegaan. :)]

Hashtag projectblogboek

Die Kelly, dat is een sympathieke. En ze heeft een boek geschreven over bloggen.

blogboek

Ik ben niet in de markt voor boeken over bloggen, wegens niet echt geïnteresseerd in een goed blog maken of lezers vinden of houden of zo — als dat het geval zou zijn, had ik het al tien jaar geleden opgegeven. Meer nog: ik ben al jaren allergisch aan de hele sector in de markt die afgeleid is van Probloggeren zijn naäpers.

Probloggers, met hun zorgvuldig getargete niches, met hun zorgvuldig opgebouwde netwerken, met hun zorgvuldig gecalculeerde posts en hun zorgvuldig opgebouwde archief, met hun zorgvuldig uitgekozen gastbloggers en hun uitgekiende strategieën. Waar het niet om het bloggen zelf gaat, of om het vertellen van verhalen, of om het leren kennen van mensen, maar om het geld verdienen, of om het pivoten naar godweetwat, of hengelen naar media exposure, enfin, niet zo fijne dingen in mijn boek.

Awoert Darren Rowse, leve Jenny Lawson, in mijn boek.

En leve Kelly. Want dat is een sympathieke met het hart op de juiste plaats, die dingen zegt die ik ook zou willen durven zeggen, op een manier dat ik wou ik ze kon zeggen.

MAAR HOEDANOOK.

Ik ben, waarschijnlijk nog wat meer dan Ilse, iemand die meer regels schendt dan er er in gelijk welk blogboek staan. Niet wegens attention span of a gnat-syndroom (“kijkeenvogeltje”, gelijk Ilse zegt), wel wegens can’t be arsed-syndroom (“ik ga dat dan eens doen, dan eens, zomet… naaah”).

Maar waar ik wél goed in ben, dat is om geen enkele aantoonbare reden dingen doen, dagen en weken en maanden aan een stuk als het moet. En ook als het niet moet. (Gelijk opschrijven wanneer ik slaap en en niet, wat ik lees, waar ik geweest ben, foto’s nemen van allerlei — dat soort dingen.)

En wil het toeval toch wel dat Ilse zo’n project uit de vloer stampt zeker? Zoals ik het begrepen heb: 120 ideeën voor blogposts. Da’s dus 120 dagen posts. Geen idee hoe dat verdeeld wordt, maar I’m game.

15-ideeen

Als ik het goed bereken, dan is dat iets meer dan 17 wijvenweken op rij. 🙂

© 2019 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑