Ik heb mijn uurwerk — of beter, het uurwerk van mijn grootvader — eind juni bij de uurwerkreparateur binnengestoken.
Het was een heel verhaal, dat het naar Zwitserland zou moeten opgestuurd worden omdat Omega van zijn oude horloges de onderdelen allemaal heeft opgekocht wereldwijd om geratnie te kunnen garanderen en kwaliteitscontrole en watnog.
We zijn ondertussen bijna twee maand later en ik had er nog niets van gehoord, dus ik ben eens langsgegaan bij de horlogemaker.
Wat blijkt?
Omega heeft er geen onderdelen meer van. Het is zó oud, of zo weinig vindbaar, dat ze er geen voorraad van materiaal voor hebben.
En dus is David van de winkel zelf op zoek aan het gaan naar onderdelen. Niet evident: dat is mensen opbellen en contacteren en langsgaan om te kijken of ze dit of dat raderwerk of vijs of ikweetnietwat allemaal nog liggen hebben. Mensen die vaak al stokoud zijn en op pensioen, die misschien nog kasten met dozen met antieke Omega-onderdelen liggen hebben.
Ik vind het eigenlijk wel spannend.
Het allerspijtigste van de zaak is wel dat het uurwerk zoals ik het gevonden heb in een papieren zakje zat met een rekening erbij van “reparaties” die een appel en ei gekost hebben, maar die er wellicht veel meer kwaad dan goed aan gedaan hebben. Als het meteen naar een serieuze reparateur was gebracht, zou het ongetwijfeld minder een probleem geweest zijn.
Maar bon. Ik leef in hoop.

