Many happy returns.
Of recenter:
Tales of Drudgery & Boredom.
Many happy returns.
Of recenter:
⁂
Hey kijk nu, dat was vanavond. Ik had andere dingen aan mijn hoofd, haja.
⁂
Er zijn een paar games per jaar die ik redelijk à fond speel, en nog minder dan dat die ik blijf spelen.
Ik koop er wel meer dan ik er speel, vrees ik: sinds Steam en gelijkaardige bestaan moet het denk ik zeker meer dan vijftien jaar geleden zijn dat er hier nog een illegaal spel is binnengekomen.
Sinds begin deze week staat er een Playstation 3 in huis: wederdienst voor een dienst, want ik zou er zelf geen écht geld aan uitgeven. De bedoeling was: Little Big Planet voor de kinderen, en Journey voor mij om achterover in de zetel te relaxen.
Het is er nog niet echt van gekomen, die Little Big Planet of die Journey, maar at er wel van gekomen is: demo’s installeren.
En miljaaarrrrr wat ben ik content dat dat kan. Zo weet ik op een kwartier dat ik écht écht geen held ben met een controller — twintig jaar muis en keyboard, dat gaat er niet zo eenvoudig uit raken, vrees ik. En dat ik dus best niet al te veel multiplayer dingen koop.
Alhoewel: ik zal wel moéten leren: er zat Uncharted 3 bij de Playstation, en ik heb er ondertussen bij Game Mania een tweedehands Mass Effect 3 bij gekocht.
So much to do, so little time!
⁂
Het plafond van de living kan niet af zijn voor de balken allemaal in orde zijn. En de balken in orde maken, dat zal in twee stappen gebeuren: eerst tigen in draaien en de moerbalk opgieten met epoxy, dan een schoen rond de kappoot steken en die volgieten met epoxy.
Maar het zal nog allemaal precair zijn, die moerbalk opgieten met epoxy: het einde van de balk dat in de muur zou moeten zitten, is weg, en dat wordt vervangen met dat product dat in het gat zal gegoten worden — maar het is nog niet eens zo zeker dat het gat waar de moerbalk zat, een proper afgesloten gat is!
Als daar een paar scheuren in zitten die naar beneden lopen, dan loopt al ons duur epoxy-gedoe misschien gewoon wel in een scheur in de muur. En om daar iets tegen te doen: niet evident. De specialist gaat er eens met zijn endoscoop in kijken, maar een spleetje kan minuscuul zijn, en da’s al genoeg om lastig te doen.
Afijn. Het plan is het plan, we zien wel wat het geeft.
En het plan is het volgende:
En tegen dan is de trap van het achterhuis min of meer klaar om te monteren. En zijn misschien ook wel de kasten van de living en het bureau min of meer klaar.
Uuurgh.
⁂
Drugs are bad, mkay?
[via]
⁂
Nog een beetje en er kunnen zandkastelen gemaakt worden van het stof in huis.
⁂
Kijk, ik had daar nog geeneens foto’s van genomen: het achterhuis met in elkaar gevezen meubels.
Er zit nog blauwe folie op de kasten, zowel links als rechts, en de plinten moeten nog eens gedaan worden, en er zou eigenlijk nog moeten geverfd worden aan muren en plafond, maar hey: ’t is voor als er nog eens geld is.
Het bed valt groot uit, ja:
We gaan het nog een beetje naar links schuiven, en dan tegen de venster zo’n smal bureau van bij Ikea plaatsen:

Genoeg om een laptop op te zetten, en om te studeren. En lang genoeg ook. Ik hoop dat dat compenseert voor de ondiepte. Enfin ja, 40 centimeter, ’t moet maar genoeg zijn.
En dat geeft dan dit, van de hoek waar dat bureau moet komen naar de trap (achter dat muurtje, maar hij moet nog gezet worden):
…maar voor de rest gaat hier niet al te veel meer in gewerkt worden, dus. Op die trap na en de gordijnen die Sandra zelf tegen de muur gaat plakken, is de eerste kamer af. Ongeveer.
In de living wordt er morgen begonnen aan het plafond, voor zover dat kan gedaan worden (wegens dat die ene kapotte kappoot en moerbalk nog moet gefatsoeneerd worden), en als dat gedaan is, kunnen we weer een beetje menselijk leven in die living: plastiek van zetels halen en zo.
Gisteren en vandaag is er geplakt in de trapruimte in de living, trouwens, en dat zal denk ik morgen ook klaar zijn. Van beneden naar boven:
Boven, naar de kamer van Louis en Jan kijkend (die bibliotheekkast staat daar nog verkeerd, ze komt tegen de muur):
Boven, naar de kamer van Zelie en Anna kijkend:
Op de foto hierboven aan de linkerkant: een zoveelste sterk staaltje van creatief met dragende structuren — die twee stukken balk, die zouden eigenlijk één balk moeten zijn:
En een dragende balk met een winkelhaak vast vijzen in een andere balk, dat is precies zo sterk als de twee schroeven die de winkelhaak vasthouden, ja.
Zucht. Maar we laten het zo, ’t is de charme van het huis, meneer mevrouw.
Trouwens: al de mensen die bij de verbouwing hier betrokken zijn, van de verbouwmens en zijn mensen en de architect tot de smid die hier vanmorgen was en de loodgieter die er dit weekend, gisteren en vanavond opnieuw zal zijn: stuk voor stuk, individueel en collectief machtig goed.
Sympathiek, kennis van zaken, degelijk, klantvriendelijk, snel, proper: ik heb niet genoeg superlatieven op zak.
⁂
Nooit zo opgelucht geweest om een hond te zien in mijn hele leven: vandaag was Poppy, de kapotte hond van Tim, voor het eerst op het werk sinds we verhuisd zijn.
Ze is al heel haar leven kapot, wegens oorlogstrauma in ex-Joegoslavië, maar met haar zestien of zo jaar was ze ook redelijk doof geworden, en ze ziet helemaal niet zo goed meer en tot overmaat van ramp had ze een tijdje geleden iets aneurysme-achtigs gedaan waardoor ze helemaal onstabiel liep.
Ze kon de trap niet meer op, en ze zag er absoluut niet zo goed uit, nee.
Ik dierf het dan ook niet vragen, hoe het ermee was, toen Tim na een paar weken vakantie terug op het bureau kwam.
Maar kijk: vandaag was ze er, Poppy.
Nog altijd een beetje wobbelig, en ze is meer dan een paar keer met haar hoofd tegen de venster gelopen, maar ze zag er beter uit dan ze er in maanden heeft uitgezien.
Hoera!
⁂
De hele dag gelezen. Heel de dag.
Van ’s morgens tot ’s avonds. Opgestaan om 8u30 — ongehoord, zo vroeg — en boeken gelezen.
Ik was eigenlijk van plan om nog een paar uur Diablo III achter de kiezen te krijgen, maar Louis en Jan hebben in mijn plaats gespeeld. En toen zij naar bed waren, moest Sandra mijn PC gebruiken om op te werken.
En is het dus de letterlijke hele dag boeken geworden.
Begonnen met een paar oude strips, dan wat verder gelezen in het machtig interessante James the Brother of Jesus, nog wat verder gelezen in A Pattern Language, en deze namiddag de Nebula-winnaar in één trok uitgelezen.
Productieve dag.
⁂
“Wat hoor ik? Het lijkt erop alsof alles min of meer goed zou durven te komen, of dat is toch wat ge denkt?”
“Ik dícht het niet”, zegt de wereld in het algemeen dan tegen mij.
Daarnet aan mijn geïmproviseerd bureautje in de living: tik. Ha, denk ik: een stuk steen of stof of andere rotzooi dat naar beneden valt. Da’s al weken aan de gang, dat naar beneden vallen van rotzooi, in de living.
Een minuutje later. Tik.
Gho, denk ik: en zeggen dat als het plafond er nog lag, dat er ook om de zoveel tijd stukken godweetwat naar beneden vielen. ’t Is niet moeilijk dat er een container vol stof en gruis op straat staat, nu dat plafond afgebroken is.
Dertig seconden later. Blop.
Blop.
Blop.
Ik kijk naar boven:
Tiens, een donkere plek op de onderkant van de plankenvloer. Was dat altijd al? Wat is er hier eigenlijk net boven? Kinderkamers?
Ah nee, juist: chauffageketel. En water, en alles.
Blop.
Blop. Blop. Blop.
Dikke druppels water, van tussen de planken naar beneden. Nog een geluk dat de eiken vloer van de living min of meer beschermd is met karton, maar toch: karton is maar karton, en vooral: aaarg er zit ergens een lek in een leiding!!!
Naar boven gegaan en jawel hoor: tik-tik-tik-tik-tik-tik het druppelt van de leidingen op de vloer als stond er een kraantje open.
Eerst even rustig gepanikeerd, Sandra erbij geroepen, nog wat rustig staan panikeren, en dan heeft Sandra onze loodgieter gebeld – een éngel van een mens, die hier om de hoek woont.
Hij is een kwartiertje later komen kijken: ik heb er niet echt veel van begrepen (iets met over- en onderdruk, iets met een expansievat dat vol zat), maar wat ik wél begrepen heb, is dat het voorlopig in orde zou moeten zijn. En dat hij maandag eens gaat langs komen om het definitief op te lossen.
En juist als ik denk “oef, het zal uiteindelijk toch nog in orde komen”, zegt hij langs zijn neus weg, kijkend naar de onderkant van de planken in de living: “oei, schimmel. da’s natuurlijk minder.”
Zeg-dat-het-verdomme-geen-wíír-is-hé!
Ik hoop nu van ganser harte dat wat hier onderaan links staat géén gevaarlijke schimmel is:
Dat grijs is een elektriciteitskabel, om de schaal weer te geven. In detail:
Aan de ene kant: ik heb het hele plafond afgezocht en er is maar één plaats waar er van die draadachtige dingen zitten. Aan de andere kant van televisieafleveringen weet ik helaas dat als het ergens zit, het vaak ook overal zit. Maar aan de grijpende hand: het huis staat, op notoire uitzonderingen na, redelijk droog, en er zijn geen balken die van boven naar onder gaan, we zijn hier niet in Amerika meneer.
Ah zucht. Nog een zorg bij, dus.
⁂
Oh. Zo. Mooi.
En ’t is waar gebeurd: van Engeland naar Australië op zoek naar fortuin, terugvaren met goud op zak, en op 10 meter van uw huis verdrinken in een storm.
Ik kwam erop via het Wikipedia-artikel over de ramp met de Royal Charter, en daar kwam ik op omdat ik net Les gardiens des enfers gelezen heb (aanrader!).
Zo leert een mens nog eens nieuwe muziek kennen: Tom Russell staat ondertussen op, leve Spotify!
(Papieren boek naar digitale encyclopedie naar (illegale, vermoed ik) filmopname van live-optreden naar (legaal) luisteren naar muziek over negentiende-eeuwse scheepsrampen en rode indianen op het reservaat en Mickey Mantle: we leven in de 21ste eeuw. Machtig.)
⁂
Het is een lang weekend, en er staat niets op de planning. Er is weinig dat mij zo content kan maken als een weekend zonder dingen gepland.
We (’t is te zeggen Sandra) hebben daarnet een paar handvaten aan de schuiven (schoven?) in de kleerkast in het achterhuis gevezen.
Ik zit aan een klein tafeltje dat ik in de living op de plaats heb gezet van waar later een bureau-dink zal zijn, mijn bureaustoel is uit storage gehaald, ik heb de CyberPad naast mijn computer gezet om terloops wat naar tv te kijken terwijl ik een boek lees op de computer.
Het wordt donker, de kinderen spelen op straat, ik kijk naar de rest van de living, en ’t is voor het eerst in lang dat ik denk dat het wel in orde zou kunnen komen, ooit.
⁂
Een balk waar het einde van ontbreekt, dat wordt meestal zo opgelost:

Er worden staven ingedreven, en dan een bekisting op het einde gezet, en in die bekisting wordt iets epoxy-achtigs gegoten. Dat wordt zo hard als zeer harde steen, en in combinatie met die staven maakt dat een balk die steviger is dan wat er vroeger zat.
We hebben dat vorige keer zo gedaan, met alle andere uiteinden van balken die kapot waren, maar toen hadden we buren die net ook aan het verbouwen waren en konden we dus via hun muren aan het einde van de balk. Wat nu niet kan, en dus moet er een andere oplossing gevonden worden.
Nu, er zijn geen twintig manieren om hetzelfde te doen — ’t zal waarschijnlijk iets dergelijks worden:

Schuin erin, en dan de gaten (gaatjes) die overblijven proper opvullen. Haja.
Vandaag is er in de slaapkamer van de jongens een opening gemaakt rond die kappoot (en zijn er voor alle zekerheid een paar plafond-ophoud-stations geplaatst). Het was zo:
En nu is het zo, snif:
Het was natuurlijk wel nodig, dat gat, om te kunnen zien wat er precies aan de hand is met die balk van het dak.
En haja, ’t is inderdaad niet zo goed:
Leutig is anders, maar bon. Er kan waarschijnlijk een oplossing voor gevonden worden.
En dan gaat het snel gaan, denk ik: morgen gaan de mannen in het achterhuis de omkasting van de trap verder afwerken, en gaan ze onze living weer wat op poten zetten.
Maandag wordt er in de living gepleisterd, van de nok tot aan de muur.
En volgende dinsdagochtend komt de verbouwmens langs met de smid, en zullen ze samen met de architect kijken wat voor schoen er onder de kapotte kappoot gezet zal worden.
En als dat gedaan is, zitten de werken wat vast tot de, ahem, “aanpassingen” aan de moerbalk zijn gedaan. Dan kunnen ze beginnen met het verlaagd plafond en de lichtbakken in de living.
Ondertussen is het bureau beneden trouwens ook zo ongeveer klaar: plafond is klaar, lichten werken, alleen nog de kasten, denk ik. En plafond schilderen. En hebben we weer een thermostaat in het huis, en zijn er allemaal gaten gemaakt voor lichtschakelaars in de living:
Die spiegel die dar staat, trouwens, die gaat in deze nis komen:
En zo gaat het toch stukje bij beetje vooruit, nietwaar?
⁂
Ik heb gisteren te hard in mijn oor gekoterd. Geen angst: niet in mijn trommelvlies gezeten of zo, geen gehoorschade, geen bloed.
Maar wel: gelijk dat heel mijn hoofd aan de rechterkant een blauwe plek is. Ai. Ai. Ai.
Miljaaarrrrrr dat doet pijn! En slim dat dat is, ja. Grmbl.
⁂
Ik heb hier met open mond naar zitten kijken. Er gebeurt zodanig veel tegelijk, en er is zoveel te zien: machtig.
[via]
⁂