De tijd vliegt soms zó snel, ge kunt u dat niet inbeelden. Het lijkt nog maar gisteren dat ik van Adhese naar Namahn ging. En ik weet nog goed dat ik het toen bijna niet kon bevatten dat het al bijna acht jaar geleden was dat ik van Namahn naar Adhese ging.

Ik heb toen een dikke vier jaar bij Namahn gewerkt — het is nu opnieuw een dikke vier jaar geworden, want binnenkort is er deze changement de décor:

Een jaar of tien Netpoint, bijna twee jaar Europacollege, in totaal een jaar of negen Namahn, en een jaar of acht Adhese. ‘t Is niet meteen jobhoppen, maar toch.

Naast vier jonge kinderen, die veruit de hoofdreden waren waarom ik twaalf jaar geleden besloot te stoppen bij Namahn, was er ook het consultantsyndroom: meestal te laat beginnen, en altijd te vroeg stoppen. Een consultant komt ten vroegste binnen als het probleem minstens al geschetst is (en dus mogelijk ook verkeerd geschetst). Een consultant vertrekt als zijn opdracht gedaan is — in mijn branche betekent dat meestal: als er ergens een omschrijving is van hoe het ding moet gemaakt worden.

Dat is nu absoluut niét de reden.

De laatste meer dan vier jaar heb ik namelijk de on-ge-loof-lijke luxe gehad met mijn collega Johan quasi-totaal embedded te kunnen werken bij Eurocontrol. Eurocontrol is een complexe organisatie, met complexe projecten. We hebben gewerkt aan RAD en aan Airspace, twee tools om allerlei vitale gegevens in de Europese luchtvaart te beheren. We hebben gewerkt aan de Crisis-toepassing, voor als er vulkaanuitbarstingen zijn of oorlog of andere calamiteiten. Aan DNP, dat elke dag zegt wat de luchtvaartsituatie is en hoe allerlei problemen opgelost worden. We hebben het concept uitgetekend en uitgewerkt van Flight, de nieuwe toepassing voor het beheer van vluchten, die onder meer gebruikt wordt door alle luchtvaartmaatschappijen die in Europa vliegen. We hebben hetzelfde gedaan voor Flow, de toepassing die gebruikt wordt door FMP’s en Towers, voor onder meer de coördinatie van luchtverkeersleiding.

We hebben het voorrecht gehad om als UX architect te kunnen werken aan het hele concept van Design Thinking bij Eurocontrol, en aan een allesoverkoepelend design system. We waren betrokken bij EHMI, CHMI, n-CONECT en iNM — vier generaties van enorm grote alleroverkoepelende frameworks, die ettelijke decennia technologie omspannen. Ik heb er met een stapel, een stapel fijne mensen gewerkt — László, Benoît, Andy, Gregory, Habone, Laurie, Emmanuel, Michael, Marcel, Benjamin, Emilie, Livia, Philippe, Hamis, Chris, Ioana, Alexandre, Raphael, Vicky, Serge, Yces, Dieter, Louis, Carlos, Claudia, Esmeralda, Koen, Victor, Zain, Nicola, Srdjan, Marie, Andrew, Hatice, Thierry, Tommy, Jean-Michel, Guido, Anastasiia, Pierre-Henri, Ece… het houdt gewoon niet op: PO’s, analysten, architecten, ontwikkelaars, gebruikers, experten, projectbeheerders, scrum masters, Grote Bazen — ik kan nog pagina’s lang doorgaan.

Samen met Johan bij Eurocontrol werken was zonder overdrijving het meest voldoening schenkende werk dat ik misschien wel ooit gedaan heb. We hebben half Europa afgereisd om observaties en interviews en gesprekken te doen in controlekamers waar normaal nooit iemand onbevoegd mag komen. We hebben jaren de helletocht van en naar Haren gemaakt (twee uur heen! twee uur terug!), en sinds Covid hebben we meer dan twee jaar aan een stuk letterlijk elke werkdag lief en leed gedeeld via Teams. We hebben getekend, vergaderd, gebrainstormd, gespecifeerd, overlegd, geworkshopt, geanaliseerd, onnoemelijk veel bijgeleerd, redelijk wat tanden geknarst, maar vooral veel fijn werk gedaan, en veel, véél gelachen.

Ik ga dat (en hem) zo verschrikkelijk hard missen, ge kunt u dat moeilijk inbeelden.

Waarom van werk veranderen, dan? Er zijn een aantal redenen.

Ik zat op een avond, zoals het een oude mens betaamt, rond te lummelen op Facebook, en er kwam een advertentie voorbij voor een job bij de Universiteit Gent. Ik klikte erop door omdat de job op het eerste zicht leek op wat ik al jaren doe, en ik benieuwd was hoe ze het omschreven en wat de vereisten waren.

Hoe meer ik las, hoe meer ik geïnteresseerd was. De omschrijving van het werk was precies wat ik het liefste doe: iets tussen conceptueel en praktisch werk, spreken met gebruikers en ontwikkelaars, binnen het haalbare een zo goed mogelijke oplossing bedenken, de ontwikkeling begeleiden, en er van begin tot einde bij zijn om het mee in goede banen te leiden.

Geïnteresseerd, maar naturlijk niet om meteen van werk te veranderen. Wél geïnteresseerd genoeg om te bedenken dat ik het mij altijd zou beklagen als ik niét eens zou spreken met die mensen. Gewoon, eens zien.

Ik had mij daar een beetje aan mispakt. De Universiteit, dat is natuurlijk net iets groter dan een gemiddelde KMO, en het was meteen van testen online en dan testen in ‘t echt bij een recruteringsbureau, en pas dán uiteindelijk ook van spreken in ‘t echt.

Die testen, we gaan daar ook eerlijk over zijn, waren vooral leutig dan iets anders, want ik ging daar met nul stress naartoe. Wegens ik héb al een job en ik ben niet op zoek, weetwel. En het gesprek in het echt, dat was ook met zeer weinig stress — ik zat in mijn hoofd nog met de modus van “gho ja we zien wel”. Ik heb het denk ik ook een paar keer gezegd, tijdens dat gesprek, dat ik geen werk zocht, en dat ik helemaal nog niet zeker was of ik wel ja zou zeggen als zij ja zouden zeggen.

Maar dan kwam ik thuis en besefte ik gelijk helemaal in één keer hoe écht graag ik dat werk zou willen doen, en dat het werk en de werkgever moeilijk dichter bij mijn droomjob en mijn droomwerkgever zouden kunnen zijn.

Ik heb de nacht na dat gesprek bijzonder weinig geslapen, zo hard zat ik er mee in. En toen ik een mail kreeg dat ze mij de job aanboden, heb ik alle mogelijke scenarios in mijn hoofd afgespeeld: ik héb werk, ik doe dat graag, ik heb het gevoel dat ik daar mensen ga in de steek laten en ik doe dat niet graag.

Uiteindelijk was het een collega die mij zei dat ik de zaken niet moest bekijken zoals ze op dit moment zijn, maar dat ik mij moest inbeelden dat we een paar jaar later waren. Als ik nu neen zeg, is er een risico dat ik het mij binnen vijf jaar ga beklagen?

Ja, natuurlijk. Uiteraard. Geen twijfel. Ik zou heel mijn leven blijven zitten met “wat als?”. Ik zou het mij morgen al beklagen.

En dus werd het ja, met veel goesting. En wordt het met veel spijt afscheid nemen van een hele stapel fijne collega’s — niet alleen bij Eurocontrol maar natuurlijk ook bij Namahn.

En uitkijken naar, zoals dat heet, Een Nieuwe Uitdaging. 🙂

Doe mee met de conversatie

5 reacties

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.