Wij hebben een roedel kinderen die naar school gaan, en ik denk niet dat ik al één iemand tegengekomen ben die Pascal Smet een goede Minister van Onderwijs vindt.
Dat bespaart op de verkeerde dingen, dat legt regels op die het werk alleen maar lastiger maken, dat heeft de visie van een pannenkoek — wat is er daar aan te doen, eigenlijk, aan een minister die de ene na de andere achterlijke beslissing neemt? Het laatste dat ik las, was dat Smet dit zei:
Vanaf de tweede graad kan een vierde taal naar keuze aangeboden worden, als daar een draagvlak voor is: een gedragen vraag en een gegarandeerde kwaliteit op het vlak van aanbod. Hier komen alle Europese talen en de belangrijkste talen van de BRIC-landen voor in aanmerking, dus ook Chinees, Russisch en Hindi.
…met andere woorden: als uw zoon of dochter een vierde taal wil studeren na Nederlands, Frans, en Engels, dan is er de keuze tussen Bulgaars, Chinees, Deens, Duits, Estisch, Fins, Grieks, Hindi, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.
Turks en Arabisch: daar is geen draagvlak voor, dus schrijf dat maar op uw buik. Leer nog een beetje Maltees of Estisch of zo.
’t Is maar een detail natuurlijk, en wie weet is het niet eens zo bedoeld. Maar ’t is wel indicatief.
Ik vermoed dat hij er redelijk gerust in is, dat er niet te veel man naar zal kraaien: ah ja, als alleen de mensen uit het onderwijs zelf klagen, wie gelooft die mensen nog? Ze klagen over alles en iedereen, en zij zijn gedorie de mensen met drie maand vakantie elk jaar en dan nog eens alle schoolvakanties mee!
Niemand gelooft de mensen uit het onderwijs want ze klagen toch over alles zonder daar reden toe te hebben, en daarbij komt: wat kunnen ze doen? Staken? Ha! En dan zitten alle ouders van Vlaanderen met hun kinderen thuis of zo?
Terwijl het nochtans zo gemakkelijk zou zijn: een harde algemene onderwijsstaking, nu! Of, pakweg, na de examens, in januari. Naar het model van een betaalstaking, met ouders en leerlingen samen: leerlingen kunnen nog naar school komen, maar er wordt geen les gegeven.
Of alleen ludieke les. Films kijken, boeken lezen, spelletjes spelen. En de leraars die geen les geven: naar de Wetstraat. Occupy Law Street! Iedereen content!
Een tip! om de wereld beter te maken! Of zoniet beter, dan toch een beetje aangenamer. Of tenminste wat leutiger. Is het niet voor uw medemens, dan toch zeker voor uzelf.
Hier komt-ie!
Kies één iemand uit uw omgeving uit, en doe alsof hij of zij geen tanden heeft. Herhaal alles wat hij/zij zegt, maar vervang de essen door effen.
– Hola, tijd voor middageten. Wat denkt ge van een soepken met asperges?
– Een foepken met afpergeff? Super-idee!
En dan doen ze zo van huh en denken ze dat ze het verkeerd gehoord hebben, en dan zeggen ze iets in de zin van
– Moet ik nog iets meenemen? Fleske Cola Light?
– Oh, een flefken Coca, uitstekend, merci!
En dan kijken ze naar u met van die rare ogen, maar dat maakt niet uit, want ha, hoe wijs is het leven dan wel niet?
(Niet vergeten om dat morgenochtend tegen de kinderen te zeggen. En nog eens aandringen dat ze een boekje kopen om al mijn grappen en grappen in op te schrijven, dat ze die dan ook op school kunnen vertellen en de toast van de speelplaats te worden. Of de tooft van de fpeelplaatf — see what I did there?)
Enfin bon, ’t is niet echt spam, denk ik. Ik dénk dat iemand mij ingeschreven heeft op een nieuwsbrief die mij eigenlijk niet interesseert. Ik blijf mij maand na maand niet uitschrijven, want zeg nu zelf:
Ik weet alvast wat gedaan als mijn paard last heeft van slapeloosheid!
Grmbl. Prutsen en doen. Prutsen aan de json om dan een bijkomende <div> rond een tabel te zetten, en dan alsnog verdomme een <div> tussen moeten voegen om wat spatiëring te doen. En dan verdomme alsnog een hack moeten doen om een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering te doen voor een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan normaal.
Gnyaargh. Morgen, denk ik, kijk ik er nog eens met frisse ogen naar, want ik kan daar dus niet echt tegen, tegen zo’n vieze dingen.
Ik weet het wel, imitation is the sincerest form of flattery en zo, maareuh jongens…
Ik duim Gent? Met zo’n Facebookduimpje? En een lelijk font? Tsss. Ik vond het origineel beter. En dat van de ossen vorige keer:
Wie is de volgende? Ik bokshandschoen / vuilblik Gent? Ik Vlaanderen Gent? Ik, euh mossel Gent?
(En ben ik trouwens de enige die het relatief vies vind dat er op die website van de OpenVLD niet alleen foto’s met de tag #ikduimgent staan, maar ook gewoon alle foto’s met de tag #gent?)
De zaal was een beetje stil en het was soms sleuren en trekken om door het optreden te geraken, maar op geen enkel moment viel dat echt zwaar op. Net nerveus genoeg om on edge te zijn, net ervaren genoeg om rust uit te stralen, en uitstekend materiaal. Naadloos van horror naar VTM en terug. Chinezen, De Lijn en de NMBS, en de parallellen tussen een oudemensenhome en het amfibieëngebouw in de zoo: droog, maar niet cynisch, had ik genoteerd.
Wat ik daar precies mee bedoelde, weet ik niet meer precies, maar in alle geval: Xander De Rycke, afkomstig uit Zelzate en—begod—geëmigreerd naar Zeeland, negentien herfsten oud, en dat we er nog veel van gaan horen.
En de laatste keer dat ik hem zag, schreef ik dit:
Ik heb tegenwoordig minder en minder geduld met comedy: ik heb altijd van knip daar nu toch eens in verdorie en ook wel van steek daar verdomme toch eens watvaart in dedju hoe is dat mogelijk .
Xander op Comedy Casino was zoals het eigenlijk altijd zou moeten zijn: een paar jaar samengebald op minder dan een half uur. Minder dan een half uur, dat dan wel zeer degelijk is.
Ik vermoed dat mijnheer De Rycke het in zijn tweet dus heeft over die ene keer dat ik Lang leve HT&D schreef, niet over al de andere keren dat ik meer dan positief was over hem.
Die ene keer dat ik bullshit callde toen hij vanop de eenzame hoogte van zijn och here, wat, 23 jaar? 22? 24? eventjes ging poneren dat schrijf allemaal op beste kindjes, “ik ben de maat van alle comedy, en ik alleen zal bepalen wat grappig is”.
Of toch, dat is de conclusie die ik toen trok als hij de mening van Walter Capiau als “de laatste zucht van een stervende dinosaurus” omschreef, en zei dat Geert Hoste niets met comedy te maken heeft.
Zijn twitterdinges waar ik daarnet tegen liep, was er eentje in de nasleep van het Comedy Casino Festival, vorige week. Ik knip en plak even van op de website, want wie weet hoe lang blijft die website nog op het internet staan?
Comedy Casino festival is hèt festival voor stand-up comedy. Liefhebbers krijgen de keuze uit nationale en internationale comedians, in verschillende zalen van het ICC te Gent die op ieders lachspieren zullen werken. Zoals op ieder festival is het uiteraard onmogelijk om alle acts op de verschillende podia, tegelijkertijd te kunnen zien, u zal dus moeten kiezen. Aan de hand van de affiche en het programmaschema, kunt u uw hoogstpersoonlijke favoriete comedy-avond samenstellen. Zit de zaal van uw keuze op een bepaald moment van de avond helaas vol? Geen nood: er staat genoeg komisch talent op de andere podia om u een hilarische avond te garanderen.
Ik ga voorbij aan de tekst zelf (“hilarische avond”? zalen van het ICC die op de lachspieren gaan werken? was hier de copywriter van de boerinnenbond –- no direspect – aan het werk of zo?), ik ga er ook aan voorbij dat ze blijkbaar die tekst geschreven hebben toen er nog meer dan twee zalen voorzien waren (“op de andere podia”).
’t Is gewoon dat wie drie uur comedy van voor de meeste mensen onbekende comedians als een “festival” omschrijft, laat staan “hét festival”, niet moet komen zagen als mensen vinden dat dat toch een béétje hoog gegrepen is.
Toen ik woensdag toekwam, vroeg ik me af of ik niet op de verkeerde dag was gekomen. Het ICC was verlaten. De roltrap naar boven genomen, door een zaal vol tafeltjes en catering die achteraf gezien wellicht niet echt nodig was (als elke comedian een bak of twee bier, een paar flessen cola en een doos wijn had meegenomen, was er ruim genoeg voor alle aanwezigen), en via een resem security naar de Banketzaal geraakt.
In de Banketzaal (veel te breed, een soort geïmproviseerd groot salon net voor het podium, afgrijselijk slechte akoestiek) deed nobele onbekende presentator Bas Birker verwoede pogingen om het gezellig te maken terwijl mensen af en aan liepen en hun voetstappen weergalmden, in de Casinozaal een verdiep lager (goed formaat, goede akoestiek) was Piv Huvliv zijn eigen relaxte en sympathieke zelve.
Ik heb, boven, Thomas Smith gezien van aan de zijkant. Sympathieke kerel, geen schaterlach, maar dat hoeft ook niet: goede set. Enfin, toch wat ik ervan begrepen heb, want voor de mensen die niet récht voor het podium stonden was het alsof ze door een bivakmuts van rijstpap aan het luisteren waren.
Raf Coppens begon er al meteen aan zoals ik hem al meer gezien heb: nijdig en negatief. En niet op een goede manier: het kwam op mij over alsof hij zo duidelijk mogelijk probeerde te maken dat hij daar niet graag stond, dat hij niets had voorbereid, en dat hij vooral zeer kwaad is dat de mensen om Geert Hoste wél lachen en om hem niet, en dat hij nochtans even slechte grappen maakt. Mensen die één slechte imitatie van een sportpresentator van een andere slechte imitatie van een sportpresentator kunnen onderscheiden, vonden het ongetwijfeld dolletjes, dat wel.
Weggelopen, dus, naar Han Solo (ik had het programma niet bij, anders was ik er meteen naartoe gegaan). Ik vond het stukje dat ik gezien heb, zoals bijna altijd, goed. Spijtig dat ik niet alles gezien heb.
Daarna Xander De Rycke gezien, en jawel, ik vond het goed. Voorspelbaar, schreef ik, maar dat wil niet zeggen slecht:
Grappig blijft grappig, natuurlijk. Zelfs al kunnen we collectief de “oei oei ik ben te dik aan het worden”-routine (compleet met voedsel in navel en huidplooien) bijna voorspellen en opzeggen, Xander De Rycke die zijn kruis omschrijft als “Walter Van Beirendonck met een curryworst in zijn mond”, dat is gewoon leutig.
Als ik er toch negatief over moét doen, en dat wil ik niet want ik vind het een sympathieke mens en een goede comedian, dan zou ik zeggen dat hij er bij momenten té nonchalant stond. Dat ik soms de indruk kreeg dat hij een ingestudeerd tekstje vanbuiten aan het opzeggen was. Wat natuurlijk het geval is, dat weet ik ook, maar het lag er soms te dik op. Maar dat is detailkritiek, want het was wel goed en grappig, en hij had de mensen mee, en hij bewijst nog maar eens waarom hij daar ergens vanboven staat.
Terug naar de andere zaal gegaan, en het einde van Bart Cannaerts gezien. Niet mijn soort humor – ik persoonlijk vond het allemaal dingen die ik andere mensen elders veel beter had zien doen. Had ik notities genomen, ik zou u in detail kunnen gezegd hebben wat ik er minder aan vond, maar ik was er niet gekomen voor een bespreking, en dus heb ik dat niet gedaan, en dus kan ik dat niet doen.
Gaan zitten voor Bob MacLaren. Een mens uit Nieuw-Zeeland die tegenwoordig in Holland woont: over smaken valt niet te twisten. Geschikte vent, dacht ik op het moment zelf. Twee dagen later –die ontbrekende notities weer– kan ik me niet meer herinneren waar hij het allemaal over had. Of nee, toch: iets met kinderboerderijen, blijkbaar hebben ze die in Amsterdam in elke wijk. Ik heb een béétje gelachen, niet veel. Ik had de indruk dat hij er lang over gedaan had om, als mens van de andere kant van de aarkloot, voeling te krijgen met zijn nieuw publiek in Amsterdam, maar Amsterdam is niet het Comedy Casino Festival in Gent, en het liep wat stroef, vond ik.
Sean Lock was goed, en bij momenten hilarisch (die keer met die vos die aan het overgeven was! ik kwam haast niet bij!). Dingen die al gehoord had, maar dat maakte niet uit. Hij had ook het probleem van MacLaren, dat hij grappen maakte die in zijn eigen land wellicht zouden werken, maar die het hier niet deden. Hij eindigde (of deed alsof hij zou eindigen) met iets met Michael Jackson, maar dat liep faliekant af. En dus deed hij maar een ding met oude comedians, hoe die de grofste dingen konden zeggen als ze erna maar een liedje brachten: tranen van het lachen, maar misschien ook wel omdat ik het mij helemaal kan voorstellen, met Bernard Manning en de machtige Les Dawson in het achterhoofd.
Jason Rouse was, zoals ik zei, vaak bijzonder grappig. Niet om de grofheid (nonnen fistfucken, eigen grootmoeders betalen voor sex, tralalal), ook niet omdat het onverwacht was (zowat alles wat hij zei, staat op YouTube), maar wel (vond ik) om de absurditeit van het geheel. En de manier waarop het opgebouwd was.
Voor wie het gemist heeft, dit was het optreden, zo voor een goede 90%. Materiaal van minstens een paar jaar geleden, jawel, maar goed is goed:
Dat dat was het dan, mijn idee over comedy Casino. Lock en Rouse vond ik de beste, Raf Coppens en Bart Cannaerts irriteerden mij. Nauwelijks te omschrijven als “een soort van haatbrief tegenover de Vlaamse Comedy”, zoals ene Anke meende te moeten omschrijven wat ik er donderdag over schreef. Al met al was het geen hoogvlieger, maar ik vond het ook niet spijtig dat ik geweest was.
Ik vermoéd dat de meneer of mevrouw van De Morgen zal geconstateerd hebben dat er weinig volk was (en dat was zo), en daaruit zal besloten hebben dat de hype een beetje over is. Ge kunt er niet naast kijken, een paar jaar geleden was het al “Vlaamse comedy” wat de klok sloeg, en was het op zo’n Comedy Casino-festival over de koppen lopen, nu was het dat niet.
Dat er minder volk is gekomen, is niet de schuld van de mensen die kwamen optreden. En zelfs al wordt er tegenwoordig minder spel over gemaakt dan in 2008, er zijn minstens evenveel mensen die goed zijn en goed bezig. Dat er minder volk komt, is honderd procent op het conto te schrijven van de organisatoren.
Allez jong, zijt eens serieus: wat voor affiche was dat?
Ik weet het niet echt, maar ik schat dat één Vlaming op honderd méér dan Raf Coppens en misschien Nigel Williams, en zeer misschien Xander De Rycke. Al de rest? Nobele onbekenden, vermoed ik.
Dat heeft niets met een waardeoordeel te maken: er zijn veel mensen veel bekender die ik persoonlijk veel minder goed vind, en er zijn ongetwijfeld ook wel mensen die niémand kent, die misschien wel beter zijn.
Het is niet met “jamaar ik vind dat hij echt wel bij de betere comedians in Nederland is” dat ge volk trekt. Zonder dat ik ook maar één van de betrokken personen ken, is mijn indruk van het Comedy Casino Festival 2011 dat ze daar bij 3keys niet zozeer een Festival hebben samengesteld, als wel zeer hard gezocht naar mensen die écht niets anders te doen hadden die avond, of die geen excuus vonden om niet af te komen.
In de beste stuurlui-die-aan-wal-staan-traditie, heb ik natuurlijk ook ideeën over hoe ik dat anders zou aanpakken. Die buitenlanders buiten kieperen, bijvoorbeeld. Dat kost geld, en dat is wijs voor wie ze kent, maar als we ze willen zien, zullen we wel op tv of op YouTube kijken in plaats van een dik kwartier naar iemand te zitten kijken die geen enkele voeling heeft met zijn publiek.
Maak er een dag van in het ICC, of zelfs twee dagen. Met activiteiten en films en allerlei. Oude knarren uitnodigen zoals, welja, Walter Capiau, of totaal onhippe mensen genre Jacques Vermeire – niét om ze uit te lachen, maar omdat ze gewoon ook grappig kunnen zijn. Met kleine kamertjes voor intieme voorstellingen, en grote ruimtes voor grote voorstellingen.
En ook eens iets anders dan alleen zuivere stand up comedy: ik zou het fantastisch vinden, bijvoorbeeld, om een sessie YouTube-comedy voor gevorderden te zien. Iets in de zin van Comedy Connections, maar dan van stand up: waar komen ideeën vandaan, wie is er (onterecht) vergeten, waar zitten er mensen die we met de beste wil van de wereld niet zouden leren kennen hebben?
Enfin bon, op de laatste twee edities afgaand, kan ik me inbeelden dat het volgend jaar niet echt meer aan de orde zal zijn om naar een invulling van Comedy Csino Festival 2012 te zoeken. Da’s dan alweer een probleem minder.
(En Xander: ja ik zie u nog altijd graag spelen, en ja ik vind u ne wijzen die goeie comedy doet, zelfs al denkt gij van niet. Trr. Diva’s!)
Er zijn er die er helemaal tegen zijn, tegen de stadshal op het Emile Braunplein. Ik niet. Ik kom er elke dag twee keer voorbij, en ik ben nu al een grote fan.
Als de stellingen weg zullen zijn en alles afgewerkt zal zijn, en het groen groen zal zijn en de bomen bebladerd en de bloemen in bloei: dat wordt een prachtig kloppend hart tussen de drie torens.
Ze waren al een tijdje bezig aan de zijmuur aan de ene kant, en vanmorgen zag ik dat ze aan de andere kant bezig waren. Vanavond, hoera! zag ik dat ze aan één van de vier kanten van het dak begonnen waren. En dat ze, zo ongelooflijk wijs, de binnenkant wat verlicht hadden:
Het is maar een klein stukje dat al afgewerkt is, maar ik vind het magisch schoon. Een zwevend schip van kleine lichtjes.
Ik dacht eerst gedorie ja, Anne McCaffrey, waar is de tijd?
Maar een paar tellen later dacht ik terug aan de jaren 1980, en toen kreeg ik plots een klop.
Het was al een eeuw geleden, maar natuurlijk dat ik al Anne McCaffrey’s boeken gelezen heb. Dragonriders of Pern en Ship Who Sang: ik lééfde in die werelden.
Ik denk dat ik teveel echt grappige dingen gezien heb. Concurrentie met de hele wereld via internet, dat is dodelijk, denk ik, voor veel comedians. “Oh, een stukje over enkele kousen? Eens kijken welke richting het uitgaat… Meh, al vele keren beter gedaan elders, sorry.”
Grappig blijft grappig, natuurlijk. Zelfs al kunnen we collectief de “oei oei ik ben te dik aan het worden”-routine (compleet met voedsel in navel en huidplooien) bijna voorspellen en opzeggen, Xander De Rycke die zijn kruis omschrijft als “Walter Van Beirendonck met een curryworst in zijn mond”, dat is gewoon leutig.
En de mens die net een derde kind gekregen heeft, daar is het voorspelbaar van dat hij manieren gaat opsommen die hij heeft om aan het huis te ontsnappen, maar een auto met een plakkerige achterbank vol rozijnen en kruimels, dat blijft overeind, als materiaal. De lach van herkenning, weetwel.
Ach: ik denk dat ik te kritisch ben. Als er een grap gemaakt wordt over Do They Know It’s Christmas bijvoorbeeld, okay, tot daar aan toe. Dat wil denk ik vooral zeggen dat de mens die de grap maakt niet beseft dat de meerderheid van de mensen in zijn publiek niet eens geboren waren ten tijde van Band Aid.
Ik werd al wat nijdig van als het duidelijk werd dat dat materiaal van meer dan vijftien jaar geleden aangepast werd aan het post-nine-eleven-tijdperk. Okay, de Ethiopiërs hebben geen boodschap aan Do They Know It’s Christmas, maar daar zijn toch zeker enkele tientallen manieren om er een draai aan te geven?
Zo van “Do they know it’s christmas? ik denk dat de consensus in Ethiopië is dat ze liever zouden weten of er vandeweek eten zal zijn. En dat ze dan daarna eens gaan zoeken naar de kerstballen”, of een andere manier om te spelen met het contrast “weten ze daar wel dat het kerstmis is” / “ze hebben gewoon geen vreten”.
Neen, de grap was “Do they know it’s Christmas? They’re fucking muslims, the fuck to they care about Christmas!” GNYAAAARGHHHH. Neen, Ethiopië heeft een grote christelijke meerderheid. En in die tijd was er ook nog een relatief grote minderheid joden.
Afijn.
Om maar te zeggen: als comedian is het een gemak dat ge regelmatig eens uw materiaal tegen het licht houdt. Gelijk, als er maar vijf krantenkoppen zouden zijn in Belgische kranten, dan is één van die krantenkoppen nu al ongeveer een maand niét meer “Khadaffi nog altijd niet gevonden”. Of nog, in dezelfde set: de krantencommentaren devolueren al hele tijd niét meer naar “’T IS ALLEMAAL DE SCHULD VAN DE MAKAKKEN” — dat is tegenwoordig een combinatie van Di Rupo PS profitariaat HOERnalisten walenbuiten.
Bij momenten wel gelachen, daar niet van.
Onder meer met de manier waarop Sean Locke en Jason Rouse hun publiek compleet verkeerd inschatten. Locke dacht grappen te moeten maken over Michael Jackson — euh, srsly?
En Jason Rouse had het in zijn sketch over kinderen martelen, sex met zijn grootmoeder, sex met gehandicapten, tralala. Vaak zeer grappig, maar meestal, als hij het over geloof had, lachte niet echt veel volk. ’t Was schattig: hij ging ervan uit dat dat was omdat wij geshockeerd waren, zo van “oh la la, een non fistfucken daar konden ze nog mee lachen maar een kwinkslag over de here jezes is een brug te ver”.
Terwijl wij allemaal waren van euh, srsly? wij zijn wel wat meer gewoon dan dat, op dat vlak.
Moh, ik had dat helemaal niet zien passeren, maar de mannen van Google zijn met hun street view-gedoe in Gent geweest, en de foto’s staan eindelijk online.
Ha! Ik zei dat ik mijn iPhone kaka vond, en daar schreef Kris Decoodt van Microsoft als reactie op of ik niet eens een Windows Phone wou proberen.
Het ding is vandaag toegekomen, een HTC Radar met Windows laatste versie erop.
Ze hebben daar bij HTC voor de doos zeer goed gekeken naar Apple, maar voor de rest: wohohow, hal-lo 21ste eeuw!
De telefoon voelt aangenamer in de hand dan een iPhone 4 (waar een mens zijn vingers praktisch aan snijdt als er geen hoes rond zit), en de interface, zo op het allereerste gezicht: yes.
Na een paar uut gebruik: ik vind het een eind beter dan iOS. Het voelt aan alsof ik in de 21ste eeuw zit, en terugkeren naar iPhone is als terugkeren naar een interface van een paar jaar oud, die even goed een webpagina zou kunenn zijn.
Het zit in de kleine details, zoals als ik in een lijst zit en scroll: dat is een plezier, de items drukken een beetje in waar ik er met mijn vinger op duw, en het doet niet alleen een beetje bounce op het einde, het drukt de lijst ook een beetje samen.
Afijn. Ik ga er een week of zo exclusief mee rondlopen.
Was er maar een mogelijkheid om mijn microsimkaartje in die HTC te krijgen, die nog met grote simkaarten werkt.
De PS heeft tweemaal zoveel stemmen als u gehaald en is een heel eind in uw richting opgeschoven. Hoever moeten ze nog gaan? “Het gaat mij niet zozeer om partijen”, zegt Alexander Decroo.
Iedereen zegt A, u zegt B. Staat u dan niet geïsoleerd? “Het gaat niet om geïsoleerd staan.”
Zal u dan twee maal de stekker eruit getrokken hebben? “Het gaat niet om de stekker eruit te trekken.”
En allemaal met dat tut tut-mondje. Ik heb sinds maanden niet meer oveel goesting gehad om iemand door de televisie te sleuren.
Ik heb twee dutsen mee op sleeptouw genomen die niet liever willen dan naar hun tempel geraken, maar ze zijn mij veel te gemakkelijk om mij te helpen de andere helft van de wereld te redden.
Ik ben een hoge pief in de Dievengilde, ik ben Archmage, ik ben op weg om een degelijke postie te hebben als moordenaar, tralala.
Als ik goesting heb om in stijl te logeren, blijf ik slapen in de universiteit, alwaar ik mijn eigen duplex-met-binnenhuis-serre heb. En ik heb ook een buitenverblijf, dat ik ondertussen helemaal naar mijn goesting ingericht heb, met een boekenkast vol boeken, een keuken vol eten, een laboratorium vol ingrediënten en een paard op stal.
Yay Skyrim!
(En dan nu naar bed wegens morgen werk te doen op mijn ander werk.)