• Culot

    Eigenlijk wel straf, eigenlijk. Ik kreeg daarnet een updateboodschap van een utility, die zei onder meer dit:

    This is also probably going to be the last Mac OS 10.5 Leopard compatible release.

    We usually support the current version of Mac OS X and one previous version to allow customers plenty of time to upgrade.

    Apple has, however, made a number of moves in the last few weeks that make it harder than ever to maintain backwards compatibility. The Mac App Store requires that code be targeted to Mac OS X 10.6 Snow Leopard and Apple’s XCode 4 development tools that have gone to Gold Master last week have dropped the Mac OS X 10.5 SDK and PowerPC support entirely.

    Dus eigenlijk verplicht Apple al zijn gebruikers om telkens alle updates van hun OS te kopen, of ermee te leven dat hun applicaties blijven steken in vorige versies. En niet meer kunnen gekocht worden in de Mac App Store.

    Sterk.

    Microsoft zou het moeten gedaan hebben.

  • Reis naar Rusland, wat u gemist heeft

    Ik word zelf wat lastig van reisverslagen vele dagen of weken achteraf; ik ben dan ook niet van plan om er een te plegen.

    Geen wilde verhalen dus over het Eten In Rusland (samenvatting: geen klachten, noch van de Resto GB-achtige glegenheid waar we twee keer gebruncht hebben, noch van de Russian Vodka Room noch van iets anders, en ik heb mijn best gedaan om buiten allerlei mogelijke comfortzones te gaan, met geleien en aspics en kraakbeen en orgaanvlees en een bijzonder interessante schotel die bleek te bestaan uit alleen maar krullen varkensvet).

    Salo

    (en ook geen klachten over de vaststelling dat voor de Russen groenten blijkbaar écht alleen voor konijnen zijn)

    Groenten is voor konijnen Groenten is voor konijnen

    Geen uitgebreid verslag van Koekelberg-maar-dan-in-het-goud-en-zilver-en-edelstenen, Исаа́киевский Собо́р, de Sint-Isaakkathedraal (samenvatting: alles bij elkaar beschouwd belachelijk lelijk, en ondanks alle pracht en praal het tegenovergestelde van wat een kerk zou moeten zijn — indrukwekkend in de zin van tremendum et fascinans).

    Geen omschrijving van hoe koud het precies was (samenvatting: we hebben dagen aan een stuk rondgelopen als grootmoeders met incontinentie, straten en trottoirs gemaakt van zwart ijs zijn niet leutig — maar van koude koude zelf was een onderlijveken en een hemd ruim genoeg, ik heb heel de reis mijn veel te dikke pull als een overleden albatros meegeschlept naar overal).

    Geen gedetailleerd verslag van het security theatre in de verschillende luchthavens (samenvatting: serieus gasten, was ik een terrorist is had allevier de vluchten kunnen faliekant doen aflopen).

    En ook geen fotoreeks over het Museum van Godsdienst (samenvatting: oh kijk, een kamer vol bijgeloof. Oh kijk, nog. En nog. En nog. En nog. Oh, en een hele sectie over soms hilarische –Joden met één oog!– antireligieuze communistische propaganda van de Communisten, waarvan ik minstens tien posters zó zou kopen, vooral die van de cosmonaut die geen God ziet in de ruimte.)

    Boga nyet!

    Zo, daar en aan allemaal nog andere dingen bent u maar mooi ontsnapt.

  • Het stapelt op

    Een paar dagen niet thuis, en er zijn direct een bootlading gemiste series, zowel op de televisie als op het internet, ’t is erg.

    En er zijn boeken te lezen! En te beluisteren! En ik ben mijn koptelefoon verloren tussen de keukentafel en de voordeur, vanmorgen! En Sandra gaat een afspraak maken bij een kapper voor mij want anders geraak ik er niet! En ik moet een nieuwe broek kopen! En de release notes voor de volgende versie van Adhese worden morgen gefinaliseerd! En ik moet nog een tutorialachtig iets af krijgen voor pivottables! En vrijdag is het eten met Gentblogt! En dit weekend is het feestje voor Jan met zijn vriendjes, en volgend weekend is het feestje voor Jan met de familie, we gaan met z’n allen naar een voetbalmatch van hem gaan kijken!

    Ayup: the game is afoot. ’t Wordt druk, tot het weer vakantie is, en ik kijk ernaar uit — zowel naar het druk als naar de vakantie.

    De misschien twéé vakanties, zou ik moeten zeggen, want we hebben er misschien twee op het oog dit jaar: één naar Ierland en Engeland en Wales in de grote vakantie, met de auto en on the cheap, en misschien één in de paasvakantie naar een bungalow of een vakantiedink of een gîte of watdanook — iets waar we kunnen zijn, wie weet met vrienden, en gewoon een paar dagen niets doen.

    Een puzzel meenemen, een paar gezelschapsspelen, wat eten en drank, een zwembad in de buurt. Misschien eens een uitstap doen per fiets of zo, misschien duinen of een bos of zo dat de kinderen kunnen spelen misschien met andere kinderen die er ook zouden kunnen zijn.

    Een vakantie om niets te doen, met andere woorden. Tips welkom!

  • Alsnog Moskou

    Zeg, die mensen bij Aeroflot en bij het consulaat die ons bij hoog en bij laag bezworen hadden om IN ‘S HEMELSNAAM NIET met het openbaar vervoer door Moskou te gaan: ik denk dat die onder een hoed spelen met de taxichauffeurmaffia.

    In het gaan zijn we van Domodedovo naar Sheremetyevo gegaan via taxi, over de ring rond Moskou. Dat heeft uren geduurd, en we hebben niets ten duvel gezien van Moskou. Ja, allemaal woonkazernes en links en rechts wat berken en dennen, en soms eens een koeltoren of vier, maar niets van de stad zelf.

    En uren duren dus, vooral dan het laatste stuk, waar we gewoon drie kwartier gedaan hebben over de laatste zeventien kilometer.

    In het terugkeren hebben we het gewoon met de trein en de metro gedaan. We hadden een paar uur om van de ene naar de andere kant van Moskou te gaan, en dat is bijzonder zeer goed gelukt. De trein van Sheremetyevo naar Byeloruskii Voksal is een hypermodern superstipt gedoe, ruim, snel, geruisloos, mét wifi aan boord. De metro is vele keren duidelijker dan de metro in Brussel, en vele keren properder, en voelt vele (véle) keren veiliger aan.

    (En trouwens, op dat onderwerp: ik heb in Brussel Zuid meer bedelaars en ongure personages en zatlappen en agressieve groepjes gezien op een half uur dan op drie en een halve dag Rusland. Het was echt bijzonder angstaanjagend vies, terugkomen in Brussel.)

    Moscow_Metro.jpg

    Moscow-metro.jpg

    De metro in Moskou is ook redelijk beroemd wegens hier en daar behoorlijk schone stations; ons doel was om de metro van Byeloruskaya twee stations verder naar Teatralnaya te gaan, daar naar boven te gaan, het Rode Plein te zien, terug naar beneden te gaan, en twee stations verder naar Paveletskaya te gaan. Waar we de trein naar Sheremetyevo zouden nemen.

    We zijn er een beetje naast gegaan — in plaats van de groene lijn te nemen in Byeloruskaya de bruine genomen, uitgestapt in Kurskaya (we waren, ah ha, wait for it, wait for it, een beetje uit Kursk geraakt), dan teruggekeerd maar eentje te ver gegaan en in Arbatskaya uitgekomen, eentje weer terug genomen naar Ploshad Revolutskii en daar uiteindelijk buitengeraakt en het Rode Plein gezien.

    Het was relatief warm in Moskou, -10 °C, maar met een redelijk bijtende wind voelde dat serieus kouder aan dan de -15 à -20 °C die we in Sint-Petersburg hadden. In Sint-Petersburg was het na even buiten lopen altijd zo dat mijn baard helemaal vervroren raakte, maar dat was eerder leutig dan lastig; in Moskou had ik geen half uur meer moeten buiten lopen of er waren kosten aan mijn neus en mijn oren.

    We hebben er niet veel meer gedaan dan wat foto’s nemen en dan weer terug onder de grond gekropen. Ah ja, want mijn reisgezel wilde fotografisch bewijsmateriaal:

    IMG_1659 Panorama.jpg

    IMG_1669 Panorama.jpg

    Daarna zonder incidenten de metro naar Paveletskaya genomen, de trein naar Sheremetyevo, en hopla aangekomen, met ruim een half uur voorsprong op zelfs het meest strikte schema om zéker op tijd te zijn.

    Geen onvertogen woord over het openbaar vervoer in Moskou, toch dat stukje ervan dat we gezien hebben.

    Hey: wij hebben het Hermitage gezien, wij hebben het Rode Plein gezien — dat is zeer goed, vind ik, voor twee dagen in Rusland te zijn.

  • Dokter cadeaukoper

    HA! Een maand of een weekend op reis gaan, dat maakt niet uit: terugkomen, dat is terugkomen met cadeaus.

    Vier kinderen, dat is vier keer plezier om cadeaus te zoeken en te geven. Niet dat ik er lang van wakker lig, ’t is gewoon op iets vallen, en dan passen wat er bij welk kind gaat.

    Voor deze reis is het geworden, en ik ben er eigenlijk redelijk content van, van mijn keuzes:

    • Voor Louis: een enorm grote en zware en krachtige zaklamp, met een ingebouwde driepikkel, om ergens te zetten en dan te schijnen op dingen.
    • Voor Jan: een megafoon in camouflagekleuren, met ook een ingebouwde straffe LED-lamp.
    • Voor Anna: een set matrioshka’s, klein, kleiner, kleinst — het grootste is vijf centimeter of zo hoog, en er zitten er tien in mekaar.
    • Voor Zelie: een Russische muts van Chinchilla.

    Toen ik thuiskwam kon ik de twee oudste hun cadeau geven (de twee jongste sliepen al). Louis was erg content, Zelie was extatisch. En dan zei ik dat het echte chinchilla was, en was Louis ontroostbaar.

    Chin_resting_on_sofa.jpg

    Erg, erg ontroerend. 🙂

    (En voor Sandra een zak vol chocolade uit Rusland, voor de gimmick, en van die grote Toblerones wegens ze heeft dat graag.)

  • Alles is in orde, denk ik

    Als u dit leest, is het dat er geen internet meer is in Moskou.

    Of dat we onder een auto gelopen zijn.

    Of in een rivier gelopen en vervrozen.

    Of in de metro verdwaald.

    Of tegen een kunstwerk gebotst en gearresteerd.

    Of door de maffia ontvoerd.

    Of opgeblazen in een zelfmoordaanslag.

    Of is het dat we te zat zijn om een computer te bedienen.

    Of dat we in het hospitaal liggen met voedselvergiftiging.

    Of dat de piloot die naast ons liters bier zat te drinken bleek onze piloot te zijn.

    Of, natuurlijk, dat er geen internet meer te vinden was tussen Sint-Petersburg en thuis.

    update: typisch — overal in Rusland is er gratis wifi, overal. Van hotel over stations tot treinen en café’s en restaurants. ’t Is maar wanneer we in Brussel terug waren dat er geen internet meer te krijgen was.

    Maar hey: thuisgeraakt, dus. Hoezee!

  • Muzieks!

    Zou dat nu eigenlijk echt helemaal bewust zijn, dat ze slechte muziek spelen op vliegtuigen om de mensen rustig te houden terwijl ze lucht met meer zuurstof dan anders in de cabine pompen, bij opstijgen en landen?

    Ik kan anders niet echt een reden vinden voor de muziekkeuzes. De vlucht van Moskou naar Sint-PEtersburg, daar hebben we een goeie drie kwartier recht gehad op George Zamfir En Zijn 1001 Violen, die een mierzoete versie van My Name is Nobody deden.

    Er was iets misgelopen bij de electronische check-in, waardoor we niet naast elkaar zaten, niet aan de gang, en waardoor er een mevrouw om onverklaarbare redenen tussen ons geraakt was. Ze zat er wat schaapachtig te wezen, en naar haar wel twaalf reisgenoten te zwaaien als ze voorbijschuifelden (en dan allemaal samen zaten een paar rijen naar achter).

    ’t Was een domestieke vlucht, een shuttle eigenlijk, niet veel meer dan een bus-maar-dan-in-de-lucht, en dan doen ze niet echt veel van “oei misschien zit er een buitenlander aan boord”: we hadden recht op een Russische woordenstroom, waar nog min of meer te begrijpen was dat het vliegtuig naar een oorlogsheld genoemd was (fijne zaak, de vliegtuigen krijgen er blijkbaar allemaal een naam), en dan bouwde het langzaam naar een paroxisme van onbegrijpbaarheid, met op de achtergrond panfluiten en violen.

    Om de zoveel tijd kwam er een Werkelijk Zeer Presentabele Dame voorbij, met helaas veel meer tussenpozen kwam er een Werkelijk Zeer Presentabele Dame met minder dan drie millimeter make-up op het gezicht gepanennkoekt voorbij — de mevrouwen die we gezien hebben met geëpileerde wenkbrauwen, fluo waar geen fluo hoort te zijn en naaldhakken, ’t is echt wel wat.

    En met “naaldhakken” bedoel ik wel degelijk van die hakken die niet veel mear zijn dan een tien centimeter lange spijker. Serieus. En dat dus op straten die permanent zo glad als een teflon ijsbaan liggen.

    Na de aankondiging van de piloot en tijdens de veiligheidsprocedure had Zamfir plaats geruimd voor een suikerwaterversie van Raindrops Keep Fallin’ On My Head. Waarna een mashup van Eine Kleine Nachtmusik en Zorba De Griek — violen en boezoeki’s één strijd.

    En op de vlucht terug van Sint-Petersburg naar Moskou hadden we recht op een medley van filmmuziek — Dr. Zhivago, My Heart Will Always Go On en het thema van E.T. — door het vermoed ik Grote Balalaika-orkest van Omsk, in een muzikale regie van James Last. Heel de vlucht lang, sotto voce.

  • Blast form the past

    Zozo, twee dagen Rusland, en we waren er nog geen én tegengekomen: een wachtrij gelijk in de tijd van de sovjets.

    De schuldige was de mevrouw aan de Costa Coffee-stand in Pulkovo, de luchthaven van Sint-Petersburg. Wij gingen ontbijten (muffin voor mij, koffie met croissant met kaas en een zak chips voor de reisgenoot), en de dame achter de toog had er nog niet écht vreselijk veel zin in. Elke handeling ging ter-gend traag.

    photo-1.JPG

    Schoteltje nemen, schuifel, schuifel, naar de toog. Schuifel, schuifel terug. Kopje nemen. Schuifel, schuifel. Naar toog. Terug naar achter. Lepeltje. Terug naar toog. Naar koffiemachine. Naar koffiedispenser. Terug naar machine. Terug naar toog. Kopje pakken. Naar machine. Naar toog. Naar kassa. Naar toog. Croissant pakken. Naar toog. Naar micogolf. Terug naar koffiemachine. Naar microgolfoven. Micorogolfoven aan. Terug naar toog. Naar koffiemachine. Naar toog. Muffin pakken. Schuifel, schuifel, schuifel.

    Met even vastberaden maar trage bewegingen als een drietenige luiaard. Een drietenige luiard in de vorm van een mooi meisje, daar niet van, maar toch.

    En dan rommelen in de achterkeuken, om geen aantoonbare reden. En terug naar de toog. En ondertussen een rij tot vele meters ver.

  • Mevrouwen in kotjes

    Rusland is heel erg veel veranderd sinds het niet meer de Sovjetunie is, en Sint-Petersburg sinds het niet meer Leningrad is.

    Nevsky Prospekt was toen een troosteloze, lange grijze straat vol kleine vierkante autootjes, met van tijd tot tijd eens een voorbijzoevende zwarte Zyl. Het was de bedoeling, vermoed ik, om de andere hoofdsteden van Europa naar de kroon te steken met een nóg langere, nóg bredere, nóg meer indrukwekkende boulevard te maken, maar ik herinner het me vooral als grijs en stoffig. Met winkeltjes die allemaal op mekaar leken, met oude mensen die zelfgeplukte paddenstoelen of van die ronde harde koek-achtige broden verkochten, in den duik wegens verboden kapitalisme.

    De gebouwen zagen er in mijn herinnering allemaal hetzelfde uit: groot, grijs, en om de zoveel tijd een communistische slogan. Gedenk De Helden Van De Glorieuze 23ste April! Allen Samen Voor Het 10de Vijfjarenplan! Met Kameraad Tsjernenko In De Voetstappen van Brezjnev, Voorwaarts De Revolutie Van Het Proletariaat!

    Een beetje zoals Unter Den Linden in Berlijn begin de jaren 1980: met de ogen half dicht, met het hoofd een beetje schuin en in een zeer bepaald licht, was het min of meer mogelijk om te zien dat het een plaats was waar meer uit te halen was.

    Nu daarentegen!

    Er is niet eens meer veel goeie wil nodig, zelfs op een koude februaridag, om te zien wat Peter De Grote in gedachten had. De winkels zijn dezelfde als in om het even welke grote dure winkelstraat ter wereld, de auto’s zijn dezelfde als in Parijs of Londen (behalve misschien dat er verdacht veel Porsche Cayennes rondrijden), er zijn overal restaurants en café’s en allerlei.

    ’t Is gewoon wat het had moeten zijn, een Europese hoofdstad.

    …op toch links en rechts atavismen na, waarvan heel erg hoog op nummer één het fenomeen van de Mevrouwen In Kotjes is.

    Ze zien er ongeveer hetzelfde uit als altijd al, de mevrouwen in kotjes. Iets minder haar in het gezicht misschien, en iets minder doorgroefd. Ik voel er mij nu wel meer op mijn gemak bij dan jaren geleden: om te beginnen ben ik een eind ouder, maar ook en vooral: al die mevrouwen die zestig waren in 1980, dat waren misschien wel allemaal actieve vechters in de Tweede Wereldoorlog. De Russen hadden het niet zo erg met Vrouwen Aan De Haard, toen: elke kilo vlees die Stalin in de richting van de Duitsers kon duwen was goed, man of vrouw, met of zonder geweer, met of zonder munitie.

    En wie ooit boeken of films gelezen of gezien heeft over het Oostfront, kijkt dan wel anders naar die oude mevrouwtjes. Wie weet was dié een scherpschutter, wie weet hoeveel Duitsers heeft dié eigenhandig de keel overgesneden, wie weet zat dié in één van die hout-en-canvas-vliegtuigen, wie weet bestuurde dié een tank, wie weet was dié een partisaan die onnoemelijkheden begaan heeft, of iemand die onnoemelijkheden gedaan heeft met partisanen?

    In elk hotel, op elke verdieping: een mevrouw achter een tafel. Dag en nacht, weekdag, weekend. Zelfs in iets als ons “hotel”, dat eigenlijk één kant van een vijfde verdieping in een middelklein herenhuis was — een gang en nog een gang, zeven smalle kamertjes na elkaar. Ze wisselen elkaar om de vermoed ik twaalf of zo uur af, ze doen ik ik heb er geen flauw idee van wat, maar ze zitten er wel. Vroeger was het nog flagranter dat ze niets deden, nu stond er een computer en was er internet, ik vermoed dat ze de hele dag kunnen Farmville spelen.

    Onderaan de trap in het gebouw waar ons hotel in was, naast de lift — een lift die Pushkin nog meegemaakt heeft en die sinds 1929 geen onderhoud meer kreeg: een kotje van anderhalve op één meter, met een mevrouw erin. Een houten kotje met een glazen venster aan twee kanten, en de mevrouw zit bijna helemaal verborgen achter een vaalblauwe gordijn, in een cocon van kusens en dekens, voor zover we konden waarnemen altijd naar televisie te kijken: we hebben ze gezien om 2u ’s nachts, om 11u ’s morgens, om 17u ’s avonds, om 4u ’s nachts. Ik heb er geen flauw idee van wat ze daar zat te doen. Of het zou moeten zijn aan de mensen uitleggen dat de vijfde verdieping niet werkt in de lift, en dat het eerst shtiri is (vier vingerlozen handshoenvingers naar boven) en potom (beweging van Daarna, Daarna) pyat (open hand) (Trappen-Op-Loopbeweging-Met-Wijs-en-Middenvinger).

    Ga een metrostationroltrap naar beneden: onderaan, een halve kilometer ondergronds, zit een mevrouw in een kotje. De hele dag te kijken naar de trappen die op en neer gaan. Geen idee waarom ze nodig is, misschien zit ze mt haar voet op een dodemanskruk en valt de trap stil als ze haar voet beweegt, misschien zit ze dag na dag te wachten tot ze een onverlaat op de trapleuning wil surfen of naar boven wil op de naarbenedentrap kan berispen, misschien is het haar taak om op de noodrem te duwen als er een noodremknop ingedrukt wordt, ik heb er geen idee van. In ieder geval: onderaan de trap is er een kotje, en een mevrouw in het kotje.

    Zelfs op bussen zijn er, op een manier, mevrouwen in kotjes. Stap op, ga zitten, en van zodra de bus aanzet komt er vanop een speciale stoel naast de deur een mevrouw rechtgestaan, helemaal ingepakt in wel twintig lagen kledij en sjaals, met een elektronisch apparaat om magnetische kaarten te lezen en een heuptas vol wisselgeld, om tiketten te komen nakijken. De tiketten zelf zijn trouwens denk ik nog dezelfde als dertig jaar geleden, van wellicht dezelfde rol papier, ooit ontworpen in 1937.

    In musea hetzelfde: elke kamer heeft zijn stoel met een mevrouw erop — ik beeld me dan in dat dat allemaal kunsthistorici of vakexperten zijn, en ik voel me op de een of andere manier schuldig als ik niet met voldoende aandacht “hun” kamer bekijk. Zo van, ze hebben maar dat in hun leven, ze kennen waarschijnlijk elk schilderij en elke vierkante centimeter parket en behang van buiten, ze hebben wie weet hoeveel verhalen te vertellen, er hangen vier eeuwen geschiedenis tegen de muren, en ik loop er op veertig seconden voorbij.

    Oh! En het vreemdste van al zijn de kotjes op het trottoir, om de zoveel tijd. Ze zijn met niets verbonden, ze staan gewoon tegen een gevel, er is voor zover te zien was geen loket of zo, geen briefje met uitleg. Compleet weird.

  • Het cultureel programma (1)

    Er stond zaterdag eigenlijk maar één ding op het programma: het Hermitage gaan bezoeken. Ik had het al een paar keer gezien, ’t is te zeggen, ik was er al een paar keer geweest — alles zien is compleet onmogelijk, en alles in u opnemen al helemaal.

    Het Hermitage is namelijk zo ongeveer het grootste museum ter wereld, en de collectie is niet alleen onmetelijk, maar ook nog ongelooflijk divers. Het gaat van de goorste kitsch tot de prachtigste kunst, van de 20ste eeuw tot millennia voor Christus, van Europa tot Het Verre Oosten.

    Die gore kitsch, ik vermoed dat deze mevrouw en haar familie ervoor verantwoordelijk zijn:

    Katrien II

    Catharina de Grote, zoals ze hierboven op de foto staat, ziet er heel heel content uit, met haar Winterpaleis vol zalen de ene al groter dan de andere, en de ene al meer overladen dan de andere. Er zijn zalen in roze marmer, lichtgroene marmer, witte marmer, gele marmer, goud, met spiegels, met minoïsch-aandoende fresco’s, er is ongelooflijk parket, er zijn ongelooflijke vloeren, er zijn ongelooflijke tapijten. Er zijn heelder trapzalen in wit marmer, er zijn tafels en vazen in lapis lazuli, er zijn –afgrijselijk lelijke maar ongetwijfeld schandalig dure — mozaieken in halfedelsteen, ’t is soms wat teveel van het goede.

    Hermitage

    Het Winterpaleis heeft wat Sint-Petersburg in zijn geheel heeft: “oh, Parijs heeft van die lange brede boulervads? fijn zo, dan maken wij de onze tien keer zo lang en vier keer zo breed”, of “oh, jullie hebben een kerk met verguld en schilderijen en zo? nyet problyem, wij maken onze kerk vijf keer zo groot en we smijten er vijftig kilo goud en tienduizend kilo zilver in, én we verven ze van boven tot onder, én we steken de muren vol met mozaieken en edelstenen en halfedelstenen, én we doen massieve malachieten en lapis lazuli kolommen, en gulder nu“.

    Het is groot, groter, grootst, in het Hermitage. Zaal na zaal na zaal, waar men niet weinig het gevoel krijgt dat ze gingen van “oh, Versailles heeft zoveel kamertjes na mekaar? okay dan, wij doen er zoveel maal drie, én we maken ze allemaal twee ker zo lang, zo breed en zo hoog”.

    En de ene na de andere zaal bevat werken die een normaal mens alleen nog maar in de boekskes gezien heeft. Zo enorm veel dat het op den duur wat afstompt: oh kijk, nog een Rubens, Caravaggio, Velázquez, Van Gogh, Michelangelo, El Greco, Rembrandt, Van Dyck, Picasso, Watteau, Renoir, Monet, Kandinsky, Tintoretto, Raphael, Gainsborough, Da Vinci…

    Canova's Drie Gratiën

    (Oh hey kijk, ’t is Voltaire, Katrien’s grote vriend:)

    Voltaire

    De diversiteit is ook om van te duizelen: al de voornoemde schilders en enorm veel meer, van Middeleeuwen tot nu, maar ook pakweg boeken, en meubels, en beeldhouwwerken, en archeologie.

    Mevrouwen

    Dan staat een mens plots oog in oog met Antoninus Pius, Handrianus, Lucius Verus, Balbinus, Marcus Aurelius, met standbeelden, portretten, graven, Romeinse dingen. En dan met stapels Griekse vazen van eeuwen vóór Christus. Niet zomaar eentje die pride of place krijgt in een museumzaal achter kogelvrij glas, met prachtige verlichting en meticuleuze uitleg, maar een kamer vol, monumentaal grote zomaar waar de mensen ze kunnen aanraken, en kleinere in schappen in kasten, de ene na de andere na de andere.

    Vazen

    Fenomenaal, overweldigend, ongelooflijk. Waar zo ongeveer om het even welk ander museum ter wereld zich ongelooflijk gelukkig zou prijzen met één of twee, staat het in het Hermitage bom- en bomvol. Van vanalles. Niet één Picasso, maar zalen vol, schilderijen en ceramiek. Niet één vaas uit 350 voor Christus, maar een hele kamer vol.

    En oh ja: de over-overgrote meerderheid van de collectie staat niet tentoon. Slik.

    We hebben het zo ongeveer allemaal gezien, al was het in het voorbijgaan, op de Nederlandse en Vlaamse collecties na, en de Duitsers en de Engelsmans, waar we in ijltempo voorbijgestrompeld zijn na zes uur rondhossen.

    Hetgeen me deze keer het mest gepakt heeft — vorige keer was het de schatten van de Scythen en de Parthen — was een stuk dat we bijna voorbij waren gelopen, wegens vol staande met verhuiskisten:

    In pakken

    Allerlei dingen uit graven in de permafrost. Deze bijvoorbeeld: een wagen van de Pazyryk, metershoog, aantoonbaar echt gebruikt, en in perfecte staat:

    Kar

    Of vilten zwaantjes:

    Zwaan in vilt

    Of een prachtig kleed om over een zadel te leggen:

    Zadeltas

    Of een soort masker voor een paard:

    Hermitage

    Of dit hoofd van een griffioen:

    Hermitage

    …en oh ja, had ik gezegd dat die dingen allemaal van 2500 jaar geleden zijn en dat ze er praktisch als nieuw uitzien? Serieus: magisch.

    We hebben een hele dag in het Hermitage rondgelopen, we waren allebei kapot, maar de reis kon toen al niet meer stuk.

  • Uitgaan, gelijk een kaarsken

    Wij gingen, envers et contre tout, een stapken in de wereld zetten.

    Ah ja, een mens is op vakantie, dan moet een mens verplicht zijn uren leute maken, wat denkt ge — in alle geval niét gelijk die keer dat ik weken aan een stuk in New York zat en niet echt uit de loft aan Broadway & Houston geraakte.

    Wij dus het internet afgeschuimd op zoek naar een eetplaats, en geen flauw idee hoe, maar uiteindelijk zijn we gestopt bij Nevsky 106. Dat dan bleek een conglomeraat van een bar, een italiaans en een japans restaurant (om de één of andere reden overal sushiplaatsen in Sint-Petersburg) te zijn, met een discobar en een paal voor paaldanseressen, en live muziek, en entertainment, en vanavond een pre-Valentijn-special. Allez ju. ’t Is dat mijn reisgenoot er op stond, anders was ik gewoon in mijn nest gekropen.

    Op weg naar daar kwamen we deze meneer tegen:

    …en ’t is heel spijtig dat ik niet net een halve minuut verder gefilmd heb, want na dit nummertje zei hij in internationale straatmuzikantentaal dat hij om het even wat kon spelen, iets van Rusland, van Duitsland, van Frankrijk, van Israel — waarop het publiek luid boe! riep en één toeschouwer luid Израилю Смерть!, dood aan Israel! riep. Kwestie van het toch even duidelijk te maken.

    Hij heeft dan maar het Russische volkslied gespeeld, en ik heb wat binnensmonds meegezongen, wegens ik ken alleen de versie van de Sovjetunie, en ik had zo gelijk hat idee dat het niet erg gepast zou zijn om van Единый, могучий Советский Союз en Партия Ленина — сила народная / Нас к торжеству коммунизма ведёт te zingen, wegens dat er geen Sovjetski Soyuz meer is, en dat de Partiya Lenina duidelijk niet tot de triomf van het communisme geleid heeft.

    Doorgestoken naar die eet-drink-muziekgelegenheid, en ’t was al direkt in orde: tegengehouden om naar boven te gaan door twee afgeknotte spiermensen: géén jassen boven meneer. En er werd héél aandachtig gekeken of we geen wapens bij hadden. En ook boven liepen er discreet redelijk wat van die security-mensen rond, weird.

    We waren voor zover we zagen de enige niet-Russisch-sprekenden in het hele etablissement. Nu, van wat we ervan al meegemaakt hebben, hebben de Russen een heel eenvoudige strategie om om te gaan met mensen die geen Russisch spreken: gewoon wat ze aan het zeggen waren herhalen. Niet noodzakelijk luider, maar wel een paar keer sneller. En dan nog eens. En geen “het spijt me, ik spreek geen Russisch” of “sorry, ik begrijp geen Russisch” kan daarbij helpen, hoe duidelijk we dat ook zeggen.

    Pas op, ik heb daar alle respect voor, en ik zou in dergelijke gevallen terugplooien op eenvoudige bewoordingen, genre “dit graag” + wijzen naar menukaart, als er een menukaart is. Of woorden die ik ken en waar ik van weet wat ze betekenen — al is dat trickier dan het lijkt: ik weet wel dat bier pivo is, en vodka blijft vodka, en water is vody, en wijn is vina en zo, maar bestel eens “water”, “bier”, “vodka” of “wijn” in een drinkgelegenheid: negen kansen op tien komt er een vervolgvraag genre “wat voor — moet dat zijn”, en dan zijt ge ook gepiept.

    Nee, ik zou ik het in dergelijke gevallen houden op internationale merkentaal: Coca-Cola, geen mens die dat niet begrijpt. En dan zou ik in een hoek zitten, en stil zwijgen.

    Buiten mijn reisgenoot gerekend: dat is zo’n mens die met andere mensen babbelt, en die gaat dansen en zo. Waardoor we na nog geen vijf minuten al met de mensen aan de tafel naast ons aan het babbelen waren: een Rus en een in Sint-Petersburg wonende Kazak. Enfin, ik zeg “babbelen”, ik bedoel “over en weer roepen boven de muziek, en dat niemand niemand begrijpt, en dat iedereen doet alsof ze het begrijpen, min of meer”. Which I hate with a passion, dus. Gelukkig zat ik een stoel verder en kon ik het al helemaal niet begrijpen, én gelukkig was er schoon vrouwvolk aan de danspaal, en gratis wifi om op het internet te gaan, ha!

    De enige niet-Russisch sprekenden in het gebouw, en van de misschien wel tien diensters was er blijkbaar maar één die Engels sprak, ’t zijn dingen. Dat leidt dan tot de vreemdste zaken — zo was er plots een halve discussie over het merk van de vodka die we aan het drinken waren: Белая берёзка. Er was internet, en mijn telefoon heeft ook een Russich klavier en Google Translate doet zijn ding, dus ik wist al dat de naam Witte Berken betekent, dat het een vodka met berkensap erin is, en ook dat Белая берёзка naast een vodka ook een Nederzetting Met Stedelijk Karakter is in Oekraïne, en als het nodig was kon ik iedereen recepten geven, en reviews, en allerlei — maar dat was dus buiten de Drang Naar Communicatie gerekend.

    Waardoor er zich een heel gesprek ontspon over vodka en planten-waar-niemand-van-op-de-naam-kon-komen, en het getal drie, en bessen, en sap, en of er ijs (de Rus) dan wel fruitsap (de Kazak) bij vodka kon, en toen werd die ene semi-Engelstalige dienster ingeschakeld in de discussie, en voor we het wisten was het gesprek alweer over, stonden Rus en Kazak op de dansvloer, was de vodka al lang op, maar was er plots een glas lauw appelsap verschenen op tafel.

    Que? I don’t know either.

    Zo waren er nog een paar schetsen in de buurt van een conversatie: over ons beroep — mijn reisgezel heeft ze wijsgemaakt dat ik een wetenschapper ben, en ik ben er heel erg gerust in dat ze er geen woord van begrepen hebben, over waar we vandaag kwamen — niemand van de hele tafel wist wat “Belgiya” was en waar het lag, enkel van “Germaniya” hadden ze een vaag besef dat dat ergens in het westen lag, over sushi, over drank, over een enquête naar de tevredenheid van de klanten van het etablissement.

    We hebben het niet al te laat gemaakt: om halfvijf lagen we in ons bed. En morgen (euh, vandaag) zouden we nog naar Sint-Isaak moeten geraken. Toch minstens.

  • Ночь на дискотеке

    Kapot wegens een dodentocht van wel twintig kilometer in het Hermitage gedaan te hebben, en in normale omstandigheden zou ik gewoon in mijn zetel slash bed blijven liggen, maar hey, vakantie!

    En dus zijn we naar een bar café discotheek sushibar paaldanseresclub in de buurt getrokken.

    Nu, ik ben niet de allermeest sociale mens in gezelschap, en ik spreek niet graag talen die ik niet voldoende beheers, en ik wil normaal gezien niet echt nieuwe mensen leren kennen, dus het zag er niet echt goed uit op voorhand.

    Maar goed. Uiteindelijk wel lekkere sushi, echt wel presentabele paaldanseressen, en drinkbare vodka: meer moet een mens niet hebben. Mijn compagnon is even aan het dansen. Ik denk, ik bestel nog een vodka. Van die Белая Берёзка.

    Waar we met drié diensters, een Rus en een Kazak een discussie over hadden om te achterhalen wat de term eigenlijk betekent — en dat de résultat des courses om de één of andere reden was dat we er niet echt raakten, maar plots wel een glas appelsap rijker waren.

    Ahem. En de avond is nog maar begonnen.

  • Ik ga op reis en ik neem mee…

    Een schoudertas met een computer erin en een stroomdraad. Twee hemden en twee onderbroeken en een vers paar kousen. Een schrijfboekje. Een Kindle. Een telefoon met oplaadkabel en koptelefoon.

    Mijn enige toegift aan de temperatuur zijn twee t-shirts, kwestie van een laagje extra te hebben.

    En voor de rest moest het zo lukken.

    Nee serieus: voor anderhalve dag ter plaatse te zijn, was ik écht niet van plan om meer dan dat te doen.

    En toen kreeg ik nog een pullover mee.

    En toen bleek dat het gemakkelijker zou zijn met echt maar één stuk handbagage. Enfin, ik zeg “gemakkelijker”, ik bedoel “de vliegtuigmaatschappij zei dat ik maar één zakje mocht meenemen”.

    En nu loop ik dus rond met ondergoed en badkamergerief in mijn vestzakken. Zucht.

  • Keukens en meubels

    Misschien is het uitsluitend zo voor luchthavens en grote ringwegen, maar voor zover ik kon zien is tegenwoordig in Rusland ongeveer de helft van de grote niet-residentiële gebouwen ofwel een meubelzaak, ofwel een keukenzaak van Leroy Merlin.

    Serieus: aan Sheremetyevo was er zo’n meubelzaak van wel honderd voetbalvelden groot, met discoverlichting en een levensgrote ufo die uit de voorkant lek op te stijgen.

  • Homeopathie kan geen kwaad, toch?

    Toch?

    Baat het niet, het schaadt ook niet? Hé? Toch? Hé?

    Neen dus. Parents guilty of manslaughter over daughter’s eczema death.