• Fototoestel

    Hatelijk. Ik had mijn hoofd al weken nergens meer bij en ik verloor vanalles: sinds begin deze maand ben ik een fototas met een fototoestel erin kwijt.

    Niet verloren, maar mislegd. Honderdvijftig procent zeker niet op de trein of zo laten liggen, maar voor de rest: ik weet het niet. Misschien nog ergens op mijn werk, misschien (niet zeer waarschijnlijk) ergens in huis, misschien (heel, heel erg misschien) in een restaurant laten liggen dat gesloten is tot één augustus.

    Ik ben benieuwd wanneer en waar het zal uitkomen.

    En ik hoop dat de zaken nu wat beter gaan beginnen gaan. Trrr.

  • Mitchell and Webb

    Aargh! TM&WL is ook al gedaan!

    Oh, geniale dingen alweer in de derde serie. Slechts één keer The Surprising Adventures of Sir Digby Chicken-Caesar, maar wat voor één: meteen de achtergrond van Ginger te weten gekomen. Kleine verwijzingen links en rechts naar het geniale Numberwang, maar vooral: veel nieuw gerief. Bijvoorbeeld deze:

    —te hopen dat er een vierde serie komt. Te hopen, te hopen.

  • De echte analoge kloof

    Pieter heeft het over de analoge kloof, en dan bedoelt hij dat mensen die opgegroeid zijn in de digitale wereld het moeilijk hebben met dingen als kleefbriefjes bij de apotheker, of formulieren die nog moeten uitgeprint worden en met de hand ingevuld.

    Mja. Mja.

    Zo heb ik er ook nog wel een aantal: waarom moet ik bewijzen dat ik echt een abonnement heb op de trein, als de controleur met een draadloos toestel kan nakijken of ik er één heb? Of waarom moet ik een belastingsformulier invullen als de staat toch al zowat alles weet?

    …maar de échte analoge kloof, die kom ik tegen in interacties met mensen. En het is geen verschil van al dan niet kunnen met de computer werken, het is een generatieverschil.

    Mensen die na 1980 geboren zijn, kunnen zich vaak geen wereld meer inbeelden zonder internet. Zij denken niet eens meer in termen van digitaal versus analoog: een computer is gewoon een venster op het internet. En het internet (of: Facebook, Netlog, MSN, spelletjes.be, whatever) is gewoon een onderdeel van het leven.

    Eerst huiswerk maken en dan buiten spelen? Nee: multitasken is een onderdeel van het leven, huiswerk maken met een IM-venster open, mail in een ander venster, muziek uit een derde.

    Een brief sturen en wachten op een antwoord? Vergeet het, dat is de twintigste eeuw: mailen (of beter: IM, of Facebookmessage) en meteen een antwoord krijgen.

    Neem een eenvoudig voorbeeld: communicatie met een begrafenisondernemer. De man komt langs voor een gesprek waar een aantal keuzes gemaakt worden, en verder verloopt quasi alles via mail.

    Behalve dat het niet echt loopt, maar eerder kruipt. Ik stuur een mail met een tekst, daar gaan zes uur over voor er een antwoord komt. Ik stuur tien minuten na het antwoord mijn antwoord. Drie minuten later nog een correctie, en vijf minuten laten nog één.

    Vijf uur later: een telefoontje. Of ik al tijd had gevonden om de tekst na te kijken. Euh ja: ik had meteen gereageerd. Oh, per mail? Ah ja, ik heb mijn mail nog niet nagekeken.

    Een uur of twee later reactie, waar ik vijf minuten later op reageer. De dag erna ergens krijg ik een telefoon terug. En ondertussen heb ik —heel erg letterlijk— uren aan een stuk zitten refresh duwen in GMail. Omdat het écht belangrijk was.

    Het heeft niets met ongeduld te maken, maar alles met onmiddellijkheid. Als het antwoord niet meteen kan, dan moet er minstens onmiddellijk een antwoord komen dat er geen onmiddellijk antwoord komt.

    Mensen van pakweg na 1980 leven in een wereld waar verandering de regel is, niet de uitzondering. Waar er geen hiërarchie is, of beter: waar structuur bottom-up gecreëerd wordt, niet top-down.

    In een bedrijfscontext — en dan spreek ik over grotere bedrijven of overheden, niet over kleine KMO’s — is dat een huizenhoog probleem. De overgrote meerderheid van de beslissingsnemers is van een oudere generatie, en die kan daar door de band moeilijk mee om.

    Het zit in kleine dingen soms: vergelijk een typische Outlook-mailbox (oude generatie) met een typische GMail-mailbox. In Outlook probeert de oude generatie met alle macht (automatische regeltjes, folders en subfolders en subsubfolders, kleurtjes, labels, vlaggetjes) een structuur op te leggen. In GMail komt alles op één grote stapel, en vinden we het wel terug door te zoeken.

    De oudere generatie wil hebben (MP3’s op mijn computer zetten) en controleren (alles in foldertjes), de nieuwere generatie kan leven met vinden (muziek beluisteren op Youtube of Last.fm) en ontdekken (links volgen en serendipiteit — verras me).

     

    Een ander probleem heeft met een dooddoener van formaat te maken: technologie verandert alsmaar sneller tegenwoordig, meneer.

    Voorbeeld, vorige week meegemaakt: drukproeven. Er moesten kaartjes gemaakt worden, en we hadden specifieke eisen — nog zo’n typisch generationeel iets trouwens: niet content zijn met standaardformaten. Vooraan een aflopend beeld, binnen tekst in een bepaald font, achteraan tekst in twee kolommen.

    De “drukker” (ik gebruik de term zeer losjes, tegenwoordig is iedereen die een iets-beter-dan-standaardprinter en een snijmachine heeft blijkbaar drukker) heeft een website waarop “drukproeven” (ik gebruik de term zeer losjes, tegenwoordig zijn lageresolutie screenshots van PDF’s blijkbaar ook al drukproeven) staan.

    Vernieuwend! (vijf jaar geleden toch)

    Een eerste proef staat er zeer snel op, maar die bevat enkel mijn foto en een lege achterkant met “copyright NaamVanDrukker” erop. Niét goed, dus. Mail om uit te leggen wat er moet gebeuren. Urenlang geen antwoord, uiteindelijk telefoon: als de tekst in twee kolommen moet, dan lukt dat niet want “dan moet het in zeven punt mijne jong en dan is da nie meer leesbaar”.

    Of ik een PDF kan doorsturen die zijn dan gewoon as is kunnen afdrukken? “Zeker da mijne jong doe gij maar da kom in orde zo mijne jong.”

    Ik mail een PDF. Geen antwoord gedurende uren, uiteindelijk mail met “drukproef” (niet meer op de website), waar ze blijkbaar de tekst zelf hertypt hebben, en er één kolom in 9 punt staat, de andere in 10 punt.

    Afijn, lang verhaal kort: er zijn zeker zes telefoons aan te pas gekomen, een stuk of tien mails, drie verschillende partijen, en uiteindelijk heb ik de laatste “drukproef” niet eens meer gezien.

     

    Die drukker heeft nu wel zo’n website-met-drukproeven, maar echt werken doet dat niet. Vijf (of tien!) jaar geleden stond hij wellicht op de technolgische vernieuwingsbarrikaden, maar nu loopt hij hopeloos achter — ik vermoed dat die “drukproeven” eigenlijk manuele screenshots zijn die dan naar een zelfgebrouwen “content management systeem” moeten gestuurd worden, en dat het eigenlijk meer last dan gemak is. Niet verwonderlijk: die mens —gespecialiseerd in bidprentjes en doodzantjes— zit natuurlijk helemaal gewrongen: ergens tussen echt digitaal en niet echt digitaal, en moeten omgaan met mensen die eigenlijk vaak nog analoog zijn.

     

    Maar het punt is: technologie gaat sneller dan veel bedrijven, en zéker sneller dan grote bedrijven (of veel overheden). Waar vroeger innovatie uit de bedrijfswereld kwam (electrische typmachines! kopieertoestellen! fax! draagbare telefoons! internet! e-mail!) en percoleerde naar de persoonlijke levenssfeer, gebeurt nu precies het omgekeerde.

    In een puur digitale wereld persoonlijke wereld zijn de grote problemen opgelost. GMail voor massal grote hoeveelheden mail, Google Documents om eenvoudige documenten met veel mensen samen te bewerken, MediaWiki voor handleidingen en wat meer gestructureerde data, Drupal of andere voor content management, Vimeo, Youtube, Slideshare, Google Talk, Skype, YouSendIt, Facebook, Doodle.ch et les autres: voor zo ongeveer elk probleem is er wel een degelijke oplossing.

    …maar probeer dat eens over te zetten in een bedrijfscontext?

    Hoeveel grote bedrijven werken er nog met centrale fileservers, waar dan duizend versies van allerlei documenten in een woud van folders en subfolders zitten? raadvanbestuur_juli2009.doc? raadvanbestuur_juli2009_finaal.doc? raadvanbestuur_juli2009_opmerkingenJan.doc? raadvanbestuur_juli2009_definitief.doc? raadvanbestuur_juli2009_definitief-kopie.doc? raadvanbestuur_juli2009_echtdefinitief.doc?

    Hoeveel bedrijven slagen er niet in om—vaak enorm confidentiële—documenten te delen met andere vestigingen of met externen, en zetten het dan maar op Google Docs? Hoeveel grote bestanden geraken niet door de interne mail en worden dan maar via YouSendIt of GMail verstuurd?

    Hoeveel managers worden er horendol van dat hun jongere personeelsleden geen enkel respect meer hebben voor structuren en hiërarchie? Hoeveel jongeren personeelsleden lopen de muren op van het totaal gebrek aan flexibiliteit van “de bazen” en de compleet belachelijke manier waarop tijd en middelen verspild worden aan nonsens?

    En in tegenstelling tot pakweg tien of twintig jaar geleden, leggen de mensen die gefrustreerd lopen op het werk, zich steeds vaker niét meer neer bij de situatie. Ze blijven niet bij de pakken zitten: ze hebben interne (e-mail) en externe (pakweg Facebook) communicatiemiddelen, én ze zijn veel mondiger geworden.

     

    Het is echt boeiend om zien, hoe het er in de bedrijfs– en overheidswereld aan toe gaat, tegenwoordig. Want ze zitten allemaal met dezelfde problemen.

  • Rantsoenering

    Ik zit aan ongeveer een derde van seizoen vijf van The Office (US), dat met seizoen zeker niet slechter wordt, niet in het minst omdat ze niet bang zijn om de personages te laten evolueren. Ze hebben de potentiële jumping the shark-miserie van langetermijn will they or won’t they-histories genre Moonlighting niet één of twee maar zeker vier keer vermeden, bijvoorbeeld.

    …ah, maar dat alles wil dus wel zeggen dat ik bijna door mijn voorraad afleveringen zit. En dat ik mezelf ga moeten rantsoeneren: één per dag? Twee per dag?

    En ondertussen heb ik nog een stapel boeken te lezen. Gisteren door Who Wrote the Bible geraakt (spoiler: Ezra), en vandaag begonnen aan 1491, over Amerika vóór de Europeanen (leuk tot nog toe). Daarna iets over Churchill.

    Het wordt een boekenvakantie, yep.

  • iPhone, een maand of zo later

    Het is eigenlijk niet zeer moeilijk: als er ooit een gemakkelijk te gebruiken en te vervoeren echt klavier uitkomt voor die iPhone — misschien iets met tegelijk wat extra batterij erin en een mini-muis of zo — dan kan ik eigenlijk heel, heel lang zonder computer voort.

    Zo goed is die iPhone: er zit internet op, er zijn applicaties voor vanalles en nog wat, het doet muziek en film en boeken en radio en spelletjes.

    Een echt keyboard dus, misschien per Bluetooth, en een eenvoudige manier om met meer dan één computer te syncen. En dat zou het zowat moeten zijn: ik kan niet direkt op een ander groot gebrek komen.

    Iemand?

  • Two down

    Het is al zondag. Of nee, het is al bijna maandag: nog acht dagen, min of meer, en de Gentse Feesten zijn gedaan.

    En dan is het vakantie, ’t is te zeggen, dan neem ik een stuk ouderschapsverlof op: met alles van de afgelopen maanden denk ik dat het anders helemaal slecht zou afgelopen zijn.

    Decompressie, een paar weken lang, en orde op zaken stellen in huis en zo. De tuin aanpakken, een poging doen om de keuken afgewerkt te krijgen, misschien proberen beginnen aan ergens elders (het achterhuis? de living?), misschien zelf wat afwerking proberen: schilderen, hoe moeilijk kan dat zijn?

    Oh, en papierwerk dat in orde zou moeten komen: eens een grote tafel vrijmaken en een paar klasseurs kopen en alle papierzooi op orde krijgen, voor eens en voor altijd.

    Ah, en boeken klasseren, op de één of andere manier. Er is nog geen bibliotheek, maar ik word er krankzinnig van dat ik niets meer terugvind.

    En het speelgoed en zo van de kinderen.

    En het computergerief: wegdoen wat niet meer nodig is, op orde leggen war ik wil houden.

    En dingen. En dingen.

    Yep.

    /verzamelt moed

  • Oeioei

    Gisteren was hier iemand uit Brussel met zijn vrouw.

    Hij was zó zat, maar zó zat!

    En maar ruzie maken, om vier uur ‘s nachts, om achter het stuur te mogen kruipen. Tot zijn vrouw uiteindelijk moest toegeven, en hij helemaal laverend de straat uitreed terug naar Brussel: “mijn GPS kent de weg!” riep hij ons nog toe.

    Ik ben bijna bang om te vragen hoe ze thuis geraakt zijn.

    Tsss. Sommige mensen zouden echt niet zoveel mogen drinken.

    Afijn.

  • Feesten

    De Gentse Feesten zijn begonnen, en begod dat ze goed begonnen zijn.

    Met goeie vrienden en zelfgemaakte mojito’s — ik had al zo’n stamper, het was het minste dat ik kon doen om ook wat rum te kopen, en muntblaadjes (35 cent per struik bij Bayram, leve Bayram), en spuitwater, en limoen (morgen nieuwe kopen, note to self) en blokken rietsuiker in de vijzel te stampen — en Rauw en Onbesproken.

    ZONE NUL NEGEN REPRESENT NEGENDUUSD!

    (ahem, sorry, dat moest er even uit)

    …ik zei dus: met Rauw en Onbesproken, en goede vrienden, en nog zelfgemaakte mojito’s en dan nog Bij Sint-Jacobs, waar er achter ons een gast of drie stonden te rappen en te flowen en te dissen en te battlen dat het geen naam had, en dan Raymond, en dan Dirk tegenkomen en bier en frieten en nog zelfgemaakte mojito’s.

    En dan naar de computer om dingen klaar te zetten voor morgen op Gentblogt, en dan naar bed.

    Nog negen dagen.

  • .

    >This space intentionally left blank<

  • Papa

    Kijk, de laatste foto die ik van mijn vader genomen heb, een paar weken geleden:

    Papa

    De vroegste herinnering die ik aan mijn vader heb, is dat hij laat thuiskomt. Mijn vader kwam altijd laat thuis. Ik lig al in bed, maar hij komt naar boven, en we babbelen. Al fluisterend, in het donker. Tot ik in slaap val — en soms, tot hij in slaap valt. In mijn hoofd lijkt het alsof we bijna elke avond gesprekken voerden. Over school, en verdriet, en schrijven, en zijn werk, en boeken; jaren aan een stuk, over vanalles en nog wat.

    Een jaar of elf geleden is mijn vader voor het eerst geopereerd. Hij had het niet verwacht dat ze zijn twee stembanden eruit zouden halen, en dat hij nooit meer normaal zou kunnen spreken.

    Hij vertelde ons dat hij na de operatie op zijn kamer lag, en dat er twee mensen van de steungroep voor getracheotomeerden langs kwamen—hij had zo’n gat in zijn keel—met folders en brochures: meneer, u moet begrijpen, ondanks uw vréselijke handicap, zou het tóch kunnen dat u op een bepaalde manier soms ooit toch nog een béétje een soort normaal leven zou kunnen leiden.

    Ik denk niet dat ze in de geschiedenis van de steungroep al ooit ergens zo snel buiten gesmeten zijn. Met een handgeschreven briefje dan nog wel. Mijn vader moest geen medelijden hebben.

    In plaats van maanden revalidatie te doen, heeft hij zichzelf opnieuw leren spreken. De operatie was midden december: hij heeft nieuwjaar thuis gevierd, en in januari was hij weer aan het werk.

    ’s Morgens heel vroeg kreeg hij zijn chemotherapie en bestralingen, en dan om een uur of acht, halfnegen, nam hij de trein naar Brugge, en ging hij werken tot ’s avonds laat. Dat is natuurlijk eigenlijk onmogelijk, al wie ervan wist, verklaarde hem gek — maar hij weigerde toe te geven. Hij heeft nooit een kik gegeven en hij heeft nooit geklaagd. Business as usual, end of story, geen discussie.

    Mijn vader is de laatste tien jaar nooit blijven stil staan, zoals hij nooit is blijven stil staan. Hij heeft voor zijn werk de wereld afgereisd, soms op een week van Zuid-Amerika tot in Siberië via Bulgarije; hij heeft departementen voor Europese studies uit de grond gestampt van Sint-Petersburg tot Maleisië; projecten gestart en begeleid, contacten gelegd, en veel, véél mensenlevens veranderd.

    *
    *    *

    Kanker is een smerig beest. Die dingen zijn nooit helemaal zwart-wit, maar hoe je ’t ook draait of keert: mijn vader wist sinds ergens eind vorig jaar zéker dat hij de zomer niet zou halen.

    Hij is niet gestopt met werken, natuurlijk: hij ging tot een paar weken geleden nog naar Brugge. Hij had onmenselijk veel pijn, hij zat letterlijk met zakken pijnstillers op de trein — maar hij heeft het nooit opgegeven. En toen hij stierf, was hij niet op ziekteverlof: hij had zijn vakantiedagen opgenomen.

    Hij heeft het nooit opgegeven.

    Heel soms zei hij het: dat hij al jaren met een zwaard van Damocles boven zijn hoofd leefde. En dan was dat half al lachend, en ik weet niet of er veel mensen beseften hoe ongelooflijk moeilijk hij het er eigenlijk mee had.

    Wij zijn niet zo communicatief, qua gevoelens, in de familie Vuijlsteke. Mijn vader was in veel opzichten voor ons allemaal een mysterie: we zagen elkaar doodgraag, maar we kenden elkaar niet echt.

    Toen mijn grootmoeder stierf, stond op haar doodsbriefje iets wat er eigenlijk op dat van mijn vader had kunnen staan: we hadden elkaar nog zoveel te vertellen.

    Er was nog immens veel te doen en te zeggen.

    Hij was zijn doctoraat aan het herwerken, en ik ben er trots op dat ik hem daar (een beetje) heb kunnen bij helpen. Hij was opzoekingen aan het doen over familie in Rusland. Hij sprak er vorige maand zelfs nog over om met de hele familie een boot te huren en te gaan varen.

    Vergis u niet: hij wist zeer goed wat er aan het gebeuren was, maar hij weigerde stil te staan. En hij dacht, zoals hij heel zijn leven al gedacht had, dat er meer tijd zou zijn. Dan eens. Later.

    Het is hem heel zijn leven gelukt om op het laatste moment, met al dan niet bovenmenselijke moeite, gedaan te krijgen wat er moest gedaan gekregen worden—een toespraak, een rapport, een boek, een artikel, de belastingen.

    Deze keer niet meer.

    Ik wil er geen sprookje van maken: de laatste maanden en weken was het voor mijn moeder, voor mijn broer en voor ons allemaal, maar vooral voor mijn vader, echt slecht. Hij had veel pijn en hij was aan het doodgaan en hij wist het, en helemaal op het einde besefte hij plots dat het sneller ging dan dat hij gedacht had, en dat hij geen tijd meer had. 

    *
    *    *

    Mijn vader heeft elf jaar geleden kanker gekregen, en hij is zaterdag gestorven. Ik ben ongelooflijk triestig dat hij dood is, maar ik ben opgelucht dat hij geen pijn meer heeft.

    Mijn vader heeft elf jaar geleden kanker gekregen. Zelie is tien jaar. Ik kan niet zeggen hoe gelukkig ik ben dat mijn kinderen hun grootvader hebben gekend.

    Mijn vader was gepassioneerd door honderd dingen: geschiedenis, taal, science fiction, politiek, muziek, discussie, reizen — maar ik heb hem nooit gelukkiger gezien dan met Zelie, Louis, Jan en Anna.

    Als ze mij later zullen vragen wie hun grootvader was, dan zal ik heel erg gemeend zeggen wat ik nu soms al lachend zeg: mijn papa was superman. En hij zag jullie heel, heel graag. En hij hoopte dat jullie hem niet zouden vergeten.

    Hij moest zich geen zorgen maken: wie mijn vader leerde kennen, vergat hem niet meer.

    Papa, on ne t’oubliera jamais. 

    *
    *    *

    Papa

    Dr. Marc Vuijlsteke, geboren in Gent op 9 mei 1947, is overleden in Gent op 11 juli 2009.

  • E.T.

    Ik ben eens benieuwd wat de kinderen —Zelie en Louis— ervan gaan vinden, van de film op televisie vanavond.

    En of ze even hard gaan wenen als ik, toen we er in 1982 met mijn ouders naar gingen kijken.

  • Del.icio.us op 16 juli 2009

  • That’s how I roll

    Motherfucker

    Ik zie het mij nog doen.

  • Genbox 4 ho!

    Beste manier om op de hoogte te blijven van de ontwikkeling van een pakket waar ik al vier (vier!) jaar op zit te wachten: Bill Flight heeft een twitterdink.

    15-07-2009 17-33-18

    Machtig. En nu hopen dat het pakket er nog ergens dit of volgend jaar aan komt.

  • Vuile boekskes

    Voorkant:

    Bible1

    Achterkant:

    Bible2

    Ik ben al een beetje bang om erin te beginnen lezen.