Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Benny

De akelige dramaqueenerige broer van Bart De Pauw, die zichzelf veel te serieus neemt. Zo zat Benny Claessens jarenlang in mijn hoofd.

En toen zag ik links en rechts flarden van flarden van zijn recenter theaterwerk, en was mijn instinctieve reactie twijfelen tussen “hohoho, zo edgy maat” en “maar toch wel wijs dat hij de draak steekt met al die zichzelf veel te serieus nemende dramaqueens”.

Ik ben geen kunstkenner. Ik heb toen ik veel jonger was en nog een abonnement had op cultuur, veel theater gezien. Mijn laatste abonnement was met Sandra samen, en één van de laatste voorstellingen was iets van ik weet niet meer welk Groot Gezelschap, waar een mevrouw een hele tijd (in mijn herinnering echt een hele tijd) doorbracht met een pot noordkrieken. Ze stak ze tergend langzaam in haar vagina, en plopte dan de hele pot tegelijk weer uit in een emmer.

Misschien heeft mijn geheugen het helemaal vervormd, maar ik herinner me dat ik toen buitengekomen ben met de gedachte “gho, dat was dan toch wel Kunst met een heel grote K”. Misschien dacht ik ook wel dat het gewoon Kut met een heel grote K was, ik wil er van af zijn.

Maar ik wil niet dogmatisch zijn, ik maak mezelf wijs dat ik open sta voor vanalles (herinner mij eraan dat ik The Pale King herlees, één dezer), en ik wil mijn uiterste best doen om te begrijpen wat ik niet begrijp. Of te voelen wat ik niet begrijp omdat het niet te begrijpen is maar visceraal moet gevoeld worden, you know what I mean.

Dus nam ik De Standaard ter hand en las ik het interview met de genaamde Benny Claessens: ‘Die oude generatie doet alles al 100 jaar hetzelfde. Ik wil het anders doen’. Net onder de kop: “Is Claessens een radicaal genie of toch vooral een diva met lange tenen? Op zoek naar een antwoord spoorden wij richting Berlijn.”

Het belooft, al bij het begin, met een hele tirade over het vliegtuig en “een rijk, oud, heteroseksueel publiek van veertig man dat enkel Tsjechov wil zien” waar hij nooit vanzeleven nog voor wil spelen, maar:

Bij een eerste indruk bevestigt Benny Claessens meteen zijn imago als enfant terrible. […] Maar in de twee dagen dat we in zijn kielzog meelopen in Berlijn, toont hij een heel ander gelaat. Dat van de zorgzame regisseur, bijvoorbeeld. Of de bon vivant bij wie kunst en vriendschap totaal versmolten zijn. Hij blijkt ook een grapjas die zichzelf heel goed kan relativeren, maar hij staat wel vol overgave op de barricaden voor meer queer kunst.

Kijk luistert. Ik lees veel mensen hem bewieroken, akoord. Maar het spijt mij, het artikel is er niet in geslaagd mij een andere indruk te geven dan mijn allereerste, die die zijn personage in Het Geslacht De Pauw achterliet.

Wellicht is het allemaal goed bedoeld, maar hoe dat dan op de pagina staat, is het enkel op mij dat het verschrikkelijk arrogant overkomt? Dit bijvoorbeeld:

Ik moet zo dikwijls de bitch uithangen in stadstheaters, maar ik ben dat beu. Zij werken daar, dus zij moeten hun job goed doen. Als je dan, zoals ik, te veel zegt dat ze amateurs zijn, word je verwijderd.

Ja, niet iedereen is briljant, niet iedereen is mee, niet iedereen kan of wil mee. Mensen zijn soms van slechte wil. Omdat ze bang zijn, of incompetent, of gewoon omdat ze niet beter weten. Maar mensen uitmaken voor amateurs, is dat nodig? “De bitch uithangen”, moét dat? Wie wordt er beter van als ge het hebt over “gewoon hupsie-flupsie-kakkietheatermaken met acteurs als Els Dottermans”?

En hoe kunt ge iets als dit anders dan arrogant interpreteren?

Mensen zoals Els denken dat zij de normalen zijn en de rest de raren – zo denkt trouwens negentig procent van het Duitse en Vlaamse theater.

Misschien even een grafiekje erbij:

normaal

Ik wil niet in een semantische discussie verzeilen, maar als 90% van de mensen op een bepaalde manier denkt en 10% niet, dan lijkt mij redelijk duidelijk wie er eigenlijk per definitie “normaal” en “raar” is, nee?

En dan zoiets als dit:

Ik wil dus eigenlijk niet trashen over Els. Voor mij gaat het om iets groters. Els, die ik zelfs een goede actrice vind, is ook maar een symbool van een oude wereld die zich superieur voelt.

Wat moet een mens daarvan maken? Eerst iemand afzeiken en dan zeggen “maar ik wil eigenlijk niet trashen“, is dat niet een beetje gemakkelijk? Dat venijnige “die ik zelfs een goede actrice vind”, is dat niet een beetje neerbuigend? En als ik dit helemaal lees, ben ik dan de enige die concludeert dat er wel degelijk een wereld is die zich superieur voelt, maar dat het niet noodzakelijk die “oude wereld” is?

Ik werd niet vrolijk van het artikel over Benny Claessens. Misschien een geschikte jongeman in het echt, en misschien is het de journalist die uit de bocht gaat, maar het kwam bij mij binnen als het portret van een soort vleesgeworden arrogante karikatuur van een “Kunstenaar”.

Van een akelig ventje dat ik eigenlijk helemaal niet wil kennen.

Activist van het eerste uur

Mijn eerste stappen in de locale politiek, dat moet ergens in het begin van de jaren 1980 geweest zijn.

In de GB, waar er in de nieuwe Maxitec-afdeling een hele muur vol computers stond die mensen mochten bepotelen: ze één voor één allemaal afgaan (ZX Spectrum, Sinclair QL, VIC-20, Commodore 64, Atari 400 en 800), variaties op dit schrijven:

zx.PNG

..en dan allemaal in gang steken:

gb.pnhg

MWAHAHA.

De administratieve molen

Ik moet een nieuwe identiteitskaart krijgen. Foto genomen van mezelf, naar het administratief centrum, alles afgegeven en ingevuld, en dan wachten op een bericht dat ik mijn kaart mag afhalen.

Vorige week: bericht!

20180616_115142

Ik moet komen met mijn oude kaart (check), maar ook met mijn “codes”. De PIN van mijn oude kaart, die ken ik, maar kreeg een mens zo geen papiertje met een PUK en een PIN bij het ophalen van de nieuwe kaart?

Hm.

Ik heb in ieder geval nog geen brief gezien met codes erin, dus ik wacht nog even.

Een week gaat voorbij, geen brief met codes. Ik heb, met andere woorden, mijn codes niet ontvangen. Dus kan ik naar www.ibz.rrn.fgov.be gaan om ze aan te vragen:

rrn

Ik heb wat rondgezocht, maar ik vind nergens “uw codes aanvragen”, dus heb ik maar op “aanvraag PINcode” geduwd, en jawel!

Bij de aanmaak van uw nieuwe elektronische identiteits- of vreemdelingenkaart heeft u van de kaartproducent een brief met uw codes ontvangen. Heeft u deze brief nog? Dan kan u met deze brief naar uw gemeentehuis gaan om er nieuwe codes aan te vragen. Indien u deze brief niet meer heeft, kan u nieuwe codes aanvragen, ofwel in uw gemeente ofwel door hieronder uw gegevens in te vullen.

Helaas:

Uiterlijk drie weken na uw aanvraag zullen de nieuwe codes toekomen in uw gemeente. Indien u recent bent verhuisd, is het mogelijk dat uw codes toekomen in uw vorige gemeente.

Ik heb de aanvraag gedaan, maar vanmorgen toch eens tot bij Gentinfo gestapt: de brief zei namelijk ook dat ik mijn codes kon gaan fhalen “bij het GentInfoPunt in het Administratief Centrum Zuid op het Woodrow Wilsonplein”.

Neen dus. ’t Is wel degelijk dat ik een paar weken moet wachten tot ze daar bij Binnenlandse Zaken nieuwe codes printen, en dat die dan naar Gent gaan gestuurd worden en dat ik er bij het Administratief Centrum om zal moeten gaan.

Gentinfo (leve Gentinfo! Gentinfo zijn de beste!) heeft mij ook het telefoonnummer van een bevoegde persoon bij de Stad gegeven, en die heeft het mij helemaal uitgelegd: de brief die ik had, in een witte envelop van de Stad, is al een rappel. De vorige brief zal in de post verloren geraakt zijn, dat gebeurt nog wel eens.

(vandaar vermoed ik die “hebt u uw codes niet ontvangen?” in de brief)

En dat ik binnen een week of twee eens moet terugbellen om te zien of ze de nieuwe codes hebben gekregen, en indien ja dat ik er om mag gaan.

Tsk.

Mijn oude kaart is nog geldig tot 26 juni. ’t Zal spannend worden!

We gaan ervoor!

We gaan er helemaal voor. Yay!

En binnenkort meer nieuws. Hoera!

En een beetje nerveus, maar dat mag dan wel.

Ha!

Kwaad op computer

Het was al lang geleden, maar ik heb mij zeer kwaad gemaakt op mijn computer.

Situatie: ik heb een laptop en een bakje om van USB-c naar VGA-kabel te gaan.

Dat heeft een tijd gewerkt, maar nu niet meer.

Mijn laptop moet 3000×2000 zijn en de monitor 1200×1920. Maar ik krijg de monitor niet meer groter dan 1200×1600 (of 1600×1200 als hij niet portrait staat). En in geen enkel geval krijg ik monitor en computerscherm tegelijk aan. Het is ofwel de ene ofwel het andere.

Maakt niet uit of ik herboot of wat dan ook.

En de klassieker, vóór ge het vraagt: Nee, ik heb niets veranderd.

Onmetelijk irritant.

Maandag neem ik eens een andere kabel mee. Zien of dat helpt.

Het moest ooit eens gebeuren

Het is mij in mijn hele leven exact twee keer overkomen. Eén keer in 2005 toen ik in Brugge moest zijn maar in Oostende bleek te zitten, en vandaag: ingestapt in Brussel-Centraal, en wakker geworden in Brugge in plaats van in Gent.

Ik ben in slaap gevallen ergens net na Brussel-Zuid, en ik heb geen enkele halte zien passeren. Zo erg. En ik had vannacht nochtans genoeg geslapen en al.

Gelukkig ben ik geen afgevaardigde van de Grote Satan

Hoezee! Als de Gentse Feesten gedaan zijn, kan ik een paar dagen uitrusten, en dan neem ik het vliegtuig naar Teheran!

Om te gaan werken en workshops te doen en alles, maar hey, ziet eens hoe prachtig van lokatie!

15212615775_63e8655c5f_h

Ik ga eens aan collega Mina moeten vragen wat ik allemaal moet bekijken. 🙂

Allemaal kleine axolotls

In de tuin van mijn ouders is er een klein vijvertje. ’t Is te zeggen, een grote vierkante bak waar ooit vissen in gezeten hebben maar nu niet meer.

Toen de vissen allemaal schielijk heengegaan waren, zat het even vol met muggenlarven, maar toen kwamen de rugzemmers, en nu zag ik geen muggenlarven meer.

Het zit er wel vol van blauwe waterjuffers, en ik dacht dat ik gisteren daar allemaal larven van zag. Van die gemene roofbeesten in het water, bah — maar toen ik dichter ging kijken, zagen ze er veel te beweeglijk uit, en te donker, en verkeerd van vorm, en eigenlijk ook te groot.

larve

Het waren begot allemaal larven van salamanders!

Vroeger lang geleden, toen er nog een beek in de buurt was die vol leven zat (spinnen met een duikklok! kikkers! padden!) zagen we heel, heel zelden ook eens een salamander.

Ik had nog nooit van mijn leven een salamanderlarve in het echt gezien (op de axolotls van Tony in de lagere school na, maar da’s neotenie en dat telt niet), en nu ineens wel twintig of dertig! En al redelijk groot!

Zo spannend. Geen flauw idee ook hoe er ooit een salamander in dat vijvertje geraakt is.

De vinger aan de pols

Ik ben zó mee met de jeugd dat ik er soms zelf bang van word.

Daarnet aan tafel heb ik ze zelfs gewaarschuwd dat ik jongerentaal zou spreken, maar ik zweer dat het zo in mijn hoofd zat:

Sad life als ge naar een serie aan ’t kijken zijt op popcorn time maar ze staat eigenlijk op netflix.

Screen_Shot_2017_07_13_at_1.09.20_PM.0

En dat ik bijvoorbeeld moet vechten tegen mezelf om telkens ik eigenlijk “kwamsuis” of “zomaar” zou kunnen gebruiken, ik eigenlijk geneigd ben om “casual” te zeggen.

En nog uitgelachen worden door uw kinders hé. Op vaderdag en al.

POLITIESTAAD GENT

Ik was naar mijn moeder gefietst. Dat kan op een kwartier, maar ik heb er vijfentwintig minuten over gedaan want ik heb een beetje rondgeflaneerd en op het gemak genoten van de zon.

Ik was om kwart voor elf bij mijn moeder, en dan rond een uur of vijf weer naar huis gefietst. De rechtstreekse weg in het terugkeren, niet te snel en niet te traag, proper op het fietspad, met een fiets die helemaal in orde is, niet aan het sms-en of een film aan het bekijken — helemaal reglementair dus.

En dan reed ik aan de Snepkaai, aan 12 per uur of zo achter een familie die met fiets en twee kleine kinders op stap was, geen aanstalten aan het doen om ze in te halen of niets. Nog eens: helemaal in orde met alle mogelijke regels en verordeningen. Op een van de rijweg afgescheiden fietspad. Kijk, hier reed ik:

snepkaai

Gewoon op de fiets, minding my own business, en jawel: ineens een politiecombi naast mij, luid geroep en getier uit het open venster, zo ongeveer klemregeden, geforceerd te stoppen.

Ik was zodanig onder de indruk dat ik mij het gesprek niet letterlijk meer herinner, maar het was iets in deze zin:

Politie: Ah meneer, wat zijn wij aan het doen?

Ik: Euh op de fiets rijden meneer.

Politie: En wij vinden dat normaal of wat?

Ik: Euh ja meneer, ik ben gewoon naar huis aan het rijden.

Politie: En gij rijdt altijd in uw pyjama en uw sletsen rond?

Ik: Euh nee meneer maar ’t is zondag en ik had geen goesting om mij aan te kleden want ik heb gisteren al mijn kleren moeten aandoen om ergens naartoe te gaan en normaal gezien doe ik heel het weekend mijn peignoir aan en niet mijn kostuum.

Politie: Allez, en gij vindt dat dus geen probleem?

Ik: Euh nee meneer maar ik ben toch bijna thuis.

Ze hebben mij vernederd, of tenminste proberen vernederen, of tenminste de indruk gegeven dat ze in mijn gezicht aan het glimlachen waren. En dan zijn ze doorgereden.

Pyjama shaming. ’t Is erg, de wereld tegenwoordig.

Voor ’s nachts

Op het werk maken we iets dat door mensen in allerlei omstandigheden gebruikt zal worden.

Er bestond al een ontwerp, in tinten van blauw en met veel wit en alles. Maar eén van die omstandigheden is: in ’t donker. In het redelijk donker soms, maar soms ook in het helemaal donker. Zoals in, bijna geen enkel licht nergens.

En dus dacht ik op een zekere avond dat het misschien wel eens wijs zou zijn om een donkere interface te maken. Ik persoonlijk werk meestal met donkere interfaces, zeker ’s avonds maar eigenlijk ook wel vaak overdag, en dus heb ik iets gemaakt zoals ik het eigenlijk zou willen.

Eerst in het rood op zwart, gelijk in sommige software voor telescopen en dergelijke. En dan eens in het amber. Die twee versies voor in het helemaal donker, en dan een versie voor huis-tuin-keukengebruiken in een normaal verlichte-maar-geen-daglicht-ruimte.

interface

Klik voor ware grooten: linksboven het origineel, onderaan voor zonder licht (niet te testen als uw ogen niet al een kwartier of meer aan het pikkedonker gewoon zijn geworden), rechtsboven voor gewoon donker.

’t Is leutig, als ge een beetje html en css kent. Dan kunt ge uw ideeën ook meteen werkelijkheid maken. 🙂

Ik word voortdurend gesaboteerd

Woensdag kwam ik thuis, en er was een afspraak met iemand die aan mijn bureau zou moeten zitten boven, dus had ik het minimum minimorum gedaan en genoeg dingen aan de kant gelegd dat het leek, met uw hoofd een beetje scheef en uw ogen een beetje dichtgenepen, alsof het min of meer opgeruimd was.

Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb soms van die routines.

Thuiskomen, mijn telefoon uit mijn borstzak halen en op het aanrecht leggen in de keuken. Mijn koptelefoon ernaast leggen. Dan naar boven gaan en mijn telefoon meenemen maar mijn kopfoon laten liggen. De telefoon op mijn bureau leggen. Mijn Kindle uit mijn linkervestzak halen en op mijn bureau leggen.

In de loop van de avond, ten laatste net voor ik ga slapen, ga ik mijn kopfoon halen in de keuken, neem ik mijn kindle mee, en ga ik slapen met mijn telefoon, kopfoon, en met met  de kindle in de rechterbovenhoek van mijn bed.

’s Morgens neem ik dan mijn gerief allemaal mee, steek ik mijn kindle in mijn linkervestzak, de telefoon in de borstzak, de kopfoon in de oren, en ben ik vertrokken.

Woensdag kwam er dus iemand op bezoek, en de routine was helemaal weg. Ik heb van de antratie mijn kindle laten liggen op mijn bureau, en donderdag ’s morgens lag hij dus niet in mijn bed en zat hij dus ook niet in mijn linkervestzak toen ik naar Brussel vertrok om 6u51.

Moet het toch wel gebeuren dat het donderdag de eerste dag was dat ik helemaal alleen in het bureau zat bij Eurocontrol, en dat ik ook helemaal alleen in de refter zat en dat ik dus een boek wel kon gebruiken.

Grrr! Mijn boek lag nog op mijn bureau thuis!

Gisteren kom ik thuis, en wat graadt gij? Mijn boek lag niet op mijn bureau! Een onverlaat had mijn boek gediefd!

Ik ben kalm gebleven, ik ben geen verwijten beginnen rondgooien, ik heb gewoon overal gezocht waar mijn kindle mogelijks eventueel zou kunnen gelegen hebben — veel plaatsen zijn dat niet: de keuken, mijn bureau boven, het bed, onder het bed, zeer eventueel in de zetel.

En dan ben ik vandaag opnieuw zonder kindle gaan werken.

Om dan vanavond In Ernst te beginnen zoeken. In de keuken: niets. Op het bureau boven: niets. Op en onder en tussen het bed: niets. Zelfs de zetels één voor één bekeken: niets.

Ik ben kalm gebleven. Meer dan ijzig kalm. Alle mogelijke scenario’s overlopen: dieven in het huis? Nee, die zouden wel wat anders meegenomen hebben. Eén van de kinderen die mijn kindle meegestolen had en dan verkocht op straat om harde drugs mee te kopen? Nee, ik denk niet dat er zo enorm veel vraag naar kindles is op de zwarte markt. Sandra die woensdag ergens in het midden van de nacht geprobeerd heeft de lamp boven mijn bureau te vervangen, op mijn kindle gestapt heeft, het niet durfde zeggen en hem dan maar weggemoffeld heeft in de vuilbak? Nee, Sandra zou nooit lampen vervangen ’s nachts.

Bleef maar één logische conclusie over: een aantal van mijn huisgenoten proberen mij door middel van gerichte acties mentaal kapot te krijgen. Steken dingen weg en doen dan alsof er niets aan de hand is. Duivels.

Er zat dus niet anders op dan te doen alsof ik berustte in mijn lot. En dat ik nog aandachtiger dan vroeger zou kijken naar mijn omgeving, en een cataloog beginnen bijhouden van andere dingen die zouden verdwijnen, “zomaar”. Andere dingen waarvan ik meer dan 100% zeker zou geweest zijn dat ze precies daar lagen, maar dat de andere mensen in huis even stellig zouden zeggen dat ze niet wisten waar ze zouden kunnen geweest zijn.

I’m not gonna crack.
I’m not gonna crack.
I’m not gonna crack.
I’m not gonna crack.

*
*      *

AHAHAHAHA!

HUN PLAN IS MISLUKT!!

Er was een vriendin van Zelie op bezoek, en die kwam plots af met mijn kindle. Ze had hem “gevonden” waar iemand hem had verborgen, bovenop een stapel kleren op het tweede verdiep.

Mijn huisgenoten deden zelfs niet alsof ze verbaasd waren. En staken het natuurlijk op mij.

I know what they’re up to.

Settling in

Ik ga voor mijn werk twee à drie dagen per week buitenshuis werken, voor een groot meerjarenproject. Collega Johan en mezelf hebben daar een bureau, computers, stoelen, tafels, een kast, en al wat nodig is om te werken.

Maar het bleef toch een beetje behelpen: het is een zeer grote organisatie, de veiligheid wordt er meer dan zeer serieus genomen, en dus is het redelijk moeilijk om dingen te doen op de werkcomputer.

Om een idee te geven: om een niet-standaard-font te installeren (Roboto), moet een mens een officiële aanvraag doen. En na een paar keer over en weer blijkt dat ik geen duidelijk genoege business case kon maken waarom ik die font nodig had, en dus komt die er niet. 🙂

We gaan dan maar niet spreken van een Virtual machine installeren, zelf npm in gang zwieren en React doen, of dingen van dat allooi.

Wat dus wil zeggen dat ik op twee computers tegelijk moet werken: één van mijn klant-werk, en één van mijn werk-werk. De eerste voor Sharepoint en Jira en Bitbucket en Outlook e tutti quanti, de andere voor het productiewerk — VS Code, Axure, Photoshop, React.

En de configuratie was nu al weken aan een stuk dat de grote monitor aan de klant-werk-laptop hing, waaraan ik ook en klavier had gehangen (wegens liever azerty dan qwerty, en enkel qwerty daar), terwijl ik half voorovergebogen schuin naar mijn werk-werk-computer zat te pieren.

Maar sinds vandaag dus niet meer. Stap 1: het scherm achterstevoren op de Surface gezet, en het klavier aan de Surface in plaats van aan de klant-computer:

20180607_091409

Dat was al veel beter, maar het kon nog beter. Ik heb overal een beetje gezocht, en uiteindelijk een door champagneglazen gecoöpteerd uit de dichtsbijzijndste keuken:

20180607_105848

En om het helemaal compleet te maken, heb ik de gordijnen toegedaan, de airconditioning op hard en de blinden rondomrond ook toe. Ik zat er vandaag toch alleen.

Leutig werken, ge moogt er zeker van zijn.

Google voor non-profits

Refu-Interim groeit en groeit, en met allerlei e-mailadressen en hier eens een Google Calendar die persoonlijk is maar gedeeld, en daar eens een Google Docs-folder kan dat allemaal wat gestroomlijnder.

Google Apps, ’t is te zeggen G Suite tegenwoordig, heeft een proper aanbod voor non-profits. Het kan niet eenvoudiger: aanmelden, uw bewijs dat ge een non-profit zijt invullen, de MX servers omzetten naar Google, en hopla! alle mail komt toe bij Google en er is een gemeenschappelijke kalender en documenten en allerlei en dingen.

EDOCH.

Als ge eerst die account aanmaakt, en dan het bewijs van non-profit aanvraagt en nét een beetje te lang wacht om verder te gaan met de procedure bij Google, dan cancelen ze uw voorlopige account.

En als ge dan een nieuwe aanmaakt, maar dat is dan al een betalende en die is zogezegd gekoppeld met uw domeinnaam maar niet echt, dan wordt het heel snel heel verwarrend.

’t Was een beetje zoeken, maar ziet: ’t is in orde geraakt!

Enfin denk ik. Want er staat nog een vreemde boodschap in potjesnederlands — als ik het goed begrijp, zou er een mailtje naar de eerste, ondertussen gecancelede account gestuurd worden, om te vragen of het in orde is. En in het slechtste geval, duurt het nog 14 dagen:

ttt

Trr.

Kopenhagen ho!

Zodus, ik ga ergens na de zomer naar Kopenhagen.

Twee dagen conferentie maar uit noodzaak drie overnachtingen dus eigenlijk drie en een halve dag ter plaatse — en als het lukt, gewoon ook nog de vrijdag en het weekend meenemen.

Is daar eigenlijk iets te doen, eigenlijk?

« Oudere berichten

© 2018 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑