Ah, hallo, aangenaam

donderdag 28 maart 2013 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Ik kan mij niet anders inbeelden dan dat er een geleerd woord voor bestaat: het fenomeen van iemand één keer gezien te hebben, of een paar keer over een lange tijd, en dan die persoon voor geen halve meter meer te herkennen. 

‘t Is geen prosopagnosie, want ik ben niet gezichtsblind. Integendeel, ik heb een uitstekend geheugen voor patronen en woorden en dingen, en ook gezichten en afbeeldingen — ‘t is gewoon dat ik echte mensen al een paar keer moet gezien hebben voor ik ze herken. 

Alleen echte mensen, want foto’s en schilderijen, daar heb ik het probleem niet mee. 

En dus was het zo dat er vandaag iemand langs kwam op het werk, die ik duidelijk in het verleden al een paar keer moet gezien hebben — héb gezien, zelfs — maar sla mij dood, ik kon mij hem niet herinneren. Schaamtelijk, ook, als het op leraars van de kinderen aankomt: die zie ik alleen maar bij oudercontacten, en er zijn er die ik al tien jaar zie, maar dat ik nog altijd niet weet wie wie was. En dat ik ze op straat zou kunnen tegenkomen en zo’n vaag gevoel hebben van erm, hang on, maar dan zijn ze al voorbij. 

Of dan doe ik zo’n halve allo met de hand of een schimmige hoofdknik-met-schets-van-glimlach, de internationaal erkende beweging voor “misschien kennen wij elkaar maar indien niet, hebben we een zekere plausible deniability dat het maar een spasme van de arm dan wel een algemeen vriendelijke knik was”. 

En.

Dan kan het ook het omgekeerde zijn. 

Het moet nu al een tijdje zijn dat er iemand in de buurt van mijn werk werkt, denk ik, waarvan ik vermoed dat het de halve trouwboek van iemand is die ik op het internet ken (ik heb háár ook niet meer dan een paar keer gezien in het echt, maar ik zou ze wel herkennen). Dus niet die persoon die ik zou herkennen, maar haar betere helft, denk ik. Dénk ik. Want de eega ván, die ken ik alleen maar van fotootjes bij avatars en op The Facebook. 

Maar ik dénk dat ze in mijn buurt werkt. Denk ik. Want soms staat ze bij dezelfde bakker. En loopt ze op de straat waar ik fiets. En doen we van plausible deniability-hey! naar elkaar. 

Serieus, de zaken waar ik gestresseerd van kan lopen, ge wilt het niet weten. 

Druk druk druk

donderdag 6 september 2012 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Het is zo’n beetje een standaardantwoord geworden, schreef Tim Keider in de New York Times, als je iemand vraagt hoe het ermee gaat: “Druk!” “Zo druk!” “Druk druk druk”. 

Notice it isn’t generally people pulling back-to-back shifts in the I.C.U. or commuting by bus to three minimum-wage jobs  who tell you how busy they are; what those people are is not busy but tired. Exhausted. Dead on their feet. It’s almost always people whose lamented busyness is purely self-imposed: work and obligations they’ve taken on voluntarily, classes and activities they’ve “encouraged” their kids to participate in. They’re busy because of their own ambition or drive or anxiety, because they’re addicted to busyness and dread what they might have to face in its absence.

Almost everyone I know is busy. They feel anxious and guilty when they aren’t either working or doing something to promote their work. They schedule in time with friends the way students with 4.0 G.P.A.’s  make sure to sign up for community service because it looks good on their college applications. I recently wrote a friend to ask if he wanted to do something this week, and he answered that he didn’t have a lot of time but if something was going on to let him know and maybe he could ditch work for a few hours. 

Ik ken ook zo van die mensen en ik heb er een hekel aan. “Zullen we dan binnen drie weken donderdag iets doen?” “In principe ja, maar ik kan niets beloven. Druk druk druk!” En dan twee uur voor het afgesproken moment op de afgesproken dag: “Sorry, ‘t zal niet lukken. Er is iets tussen gekomen. Druk druk druk!”

Busyness serves as a kind of existential reassurance, a hedge against emptiness; obviously your life cannot possibly be silly or trivial or meaningless if you are so busy, completely booked, in demand every hour of the day. 

Er zijn mensen die druk bezig zijn (of ze nu al dan niet veel doen of te doen hebben), en er zijn mensen die niet druk bezig zijn (of ze nu al dan niet veel doen of te doen hebben). Ik ben niet druk bezig. Mijn agenda is, op zeldzame uitzonderingen na, altijd leeg. 

Oh zeker, dat ligt er ook wel aan dat ik geen sociaal leven heb en nergens naartoe wil gaan, maar zelfs mocht dat zo zijn: dan nog zou ik het niet druk-druk-druk hebben.

Ik heb het nooit voor dat ik niet weet wat gedaan, er is altijd iets te doen, maar ik weiger sinds een hele tijd thuis te komen en verplicht dringend werk te hebben. 

En ja, dan slabakt het allemaal een beetje, zeker dat. Het alternatief is duizend keer erger. 

Roloog

dinsdag 28 augustus 2012 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Zo grappig (enfin ja). Er was vandaag iemand die op Twitter zijn beklag deed dat er op Gentblogt teveel over een bepaald onderwerp zou verschijnen. 

(De enige reden dat ik dat weet, is omdat er een @gentblogt in zijn boodschap stond, en dat dat dan automatisch in de redactiemailbox van Gentblogt terechtkomt, ‘t is niet alsof ik Twitter meer dan pakweg een keer per twee weken op zet, tegenwoordig.)

Wat moet daar op geantwoord worden? “Sorry daarvoor, maar hey: niemand verplicht u het te lezen, er komt gelukkig nog wel redelijk wat anders op de site ook” lijkt het meest van toepassing, misschien ook wel iets als “als het u stoort dat er dát op staat in plaats van andere dingen: wij zijn altijd op zoek naar vrijwilligers die willen schrijven of foto’s trekken of films maken en zo”. Of het kan nog beleefder en verontschuldigende: “Hey sorry, we zetten er ook maar op wat we doorgestuurd krijgen en wat ons opvalt, de ene redacteur zijn/haar interesses zijn niet die van de andere.”

Dat is correct en alles, en dat is pr-gewijs juist en zo. 

Een andere optie, die misschien geen goed doet maar ook geen kwaad, is gewoon niets zeggen: één tweet in een niet-aflatende stroom van andere tweets in een uithoek van een uithoek van het internet — who the fuck cares?

Maar in mij, daar zo ergens onderaan mijn keel net onder mijn adamsappel, brandt het van de drukkende gnnnnn

Het is uiteindelijk maar goed dat ik die Twitter en dat Facebook niet regelmatig aanzet, of godbetert de hele tijd zou laten aan staan: per minuut dat die dingen open staan, zie ik twintig dingen voorbijvliegen waar ik eigenlijk in vette hoofdletters zou op willen antwoorden. 

Zo van OH FUCK OFF WIE HEEFT UW OPINIE GEVRAAGD. Of gewoon, giftige sarcastische commentaren geven op mensen die zichzelf zo dodelijk serieus nemen. Van gij fucking triestigen aap, iedereen lacht u uit, en gij snapt dat gewoon niet. Of zaken toebijten in de zin van “uw vijfdehandsopinie heb ik vier jaar geleden al *hier* (met url) beter horen uitleggen door boeiender mensen dan u”. Of regelmatig eens de goesting om luid te roepen OH STERF TOCH KUTWIJF/KLOOTZAK. 

Ik maak mij zo kwaad, voortdurend zo kwaad op de dingen en de mensen, ‘t is welhaast niet te geloven. Pas op, het is al veel verbeterd sinds ik grote kuis gehouden heb in de mensen en de feeds die ik volg, maar toch: dat kan toch niet gezond zijn, denk ik, om zo voortdurend met een wijdopenrologende, schuimbekkende berserker in mijn hoofd rond te lopen. 

Als de wijn is in de man…

woensdag 27 september 2006 in Foto's. Permanente link | 5 reacties

‘t Was eigenlijk niet verantwoord: foto’s trekken in het schemerdonker en dan uiteindelijk ook helemaal donker, zonder flash, met een el cheapo D70 op véél te veel ISO en een niet-portretlens.

Onscherp, ruis, strepen wegens te donker, maar toch: ‘t kan mij niet echt schelen. ‘t Zijn herinneringen hé meneer.

Het bijna-jarige radiofonisch instituut Decroubele

Drie! Sterren! in de Morgen! Drie!

Lien en Jeroen

Bruno

Enk en Ilse

Zo leutig dat dat is, als ge zo mensen kent en daar van tijd tot tijd dingen mee kunt doen! Nóg foto’s op Flickr.

Persiste et signe

zondag 15 januari 2006 in Weblogs. Permanente link | Eén reactie

Kijk, dat vind ik nu eens sympathiek: Tanguy blogt nog altijd! Commentaar niet toegelaten, maar toch.

mensenweblog

…and a happy place to be

maandag 19 december 2005 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Tous en cœur!

Dit weekend spraken we over adoptie (niet voor ons, gewoon, in verband met andere dinges) en zei mijn madam iets over iemand die op haar weblog iets had gezegd (alhier).

Ah juist, zeg ik, Kat. Maar dan wel met haar volledige echte naam.

Môh! zegt Els, zowat de beste vriendin van Sandra, kennen jullie die?

Baneenwij, zeggen we allebei, alleen maar van tinternet.

Want zij dus anders wel. En dat ik dus de groeten moest doen van Els en Wim.

De wereld meneer, zo klein: welhaast microscopisch.

mensen

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338