• Verbouwingen: isolatie: check

    Het was vandaag, beweert het internet, ontieglijk warm buiten. Gelijk 32 graden of zo.

    Wij hebben sinds kort een glazen dak en een glazen muur aan onze keuken. Het was dus wel wat spannend, zien of het vandaag binnen een sauna zou zijn of niet.

    In één woord: niet. In 21 woorden: hoera! die vier lagen glas houden zowel de warmte buiten als de frisheid binnen, en dus wellicht ook omgekeerd indien nodig!

  • Verraden door de computer

    Wij zijn gaan eten in Brugge, en toen we terugkwamen rond kwart voor elf, lagen alle kinderen behalve Zelie braaf in bed. (Zelie is nog aan het studeren.)

    So far so good, ware het niet dat na vijf minuten thuis er plots één “dringend dorst” had (doet hij normaal gezien als hij nét in zijn bed gekropen is), en dat de computer van de andere nog aan het blazen stond (terwijl die na een paar minuten normaal gezien in slaap valt).

    Ah well. 🙂

  • Gelezen: HHhH

    hhhh-laurent-binetZoho: ik had Jonathan Strange & Mr. Norrell gelezen, opgemerkt dat ik het bijna ongelooflijk vond dat het een debuut was, en daarop zei Gerrit dat hij HHhH ook een sterk debuut vond.

    Meer dan dat heb ik niet nodig, en met dank aan de geneugten van het digitaal kopen: naar de winkel gegaan, klikety-klik, hopla, instant gratification.

    Gerrit had geen ongelijk. Ik vind het niet ongelooflijk dat het een debuut is — het leest fris en onbevangen, tegelijkertijd pretentieloos en op een charmante manier net wel heel pretentieus — maar ik heb er zeer van genoten.

    HHhH staat voor Himmlers Hirn heißt Heydrich: het brein van Himmler is Heydrich. Heydrich is een bepaald akelig mens, die het schopte tot baas van het SS-Reichssicherheitshauptamt (waar onder meer ook de Gestapo onder viel), die de Kristallnacht organiseerde en achter de Nacht van de Lange Messen zat, die verantwoordelijk was voor de Einsatzgruppen (SS-doodseskaders, hoezee), die de Wannseeconferentie voorzat (die van de Endlösung), en die op het einde de baas was Bohemen-Moravië.

    Daar pleegden Tsjechoslovaakse spionnen een aanslag op hem, en hij stierf kort erop aan een ontsteking.

    Laurent Binet schrijft het verhaal van de aanslag op Heydrich. En terwijl hij dat verhaal schrijft, schrijft hij het het verhaal van het schrijven van het verhaal van de aanslag op Heydrich. Ja, het soort postmoderne nonsens en zelfbewuste dinges waar ik normaal gezien al op voorhand zenuwstuipen van krijg.

    Maar het is, zoals ik zei, zó charmant en eenvoudig gebracht, dat ik er helemaal voor val. Serieus, neem nu een opmerking als deze, nadat hij het had over Emanuel Moravec en de sluiting van de scholen en universiteiten ten voordele van sportkampen:

    Ce discours m’inspire trois remarques :

    1. En Tchéquie comme ailleurs, l’honneur de l’Education nationale n’est jamais aussi mal défendu que par son ministre. Antinazi virulent à l’origine, Emanuel Moravec est devenu après Munich le collabo le plus actif du gouvernement tchèque nommé par Heydrich, et l’interlocuteur privilégié des Allemands, bien davantage qu’Emil Hácha, le vieux président gâteux. Les livres d’histoire locale ont pris l’habitude de le désigner sous le terme de « Quisling tchèque », du nom de ce fameux collaborateur norvégien, Vidkun Quisling, dont le patronyme, par antonomase, signifie désormais « collabo » dans la majorité des langues européennes.
    2. L’honneur de l’Education nationale est bel et bien défendu par les profs qui, quoi qu’on puisse en penser par ailleurs, ont vocation à être des éléments subversifs, et méritent qu’on leur rende hommage pour cela.
    3. Le sport, c’est quand même une belle saloperie fasciste.

    Right on. :)

    Ik heb er geen enkel idee van in hoeverre het auteur-personage een pose is. Is hij écht zo anachronistisch Tsjechoslovaaks nationalistisch/nostalgisch? Als hij karikaturen neerzet (Himmler, pakweg), is dat omdat hij niet beter kan of omdat hij niet anders wil? Is het allemaal écht, zijn ‘sociaal incapabele Michiel’-schtick, of doet hij maar alsof? Ik had er tijdens het lezen vragen over, maar het stoorde me niet genoeg om me tegen te steken.

    Binet schrijft hoe hij jaren en jaren aan een stuk obsessief alle mogelijke documentatie heeft verzameld, hoe hij twijfelt aan de manier waarop hij het verhaal moet schrijven, hoe hij wanhoopt dat het hem niet zal lukken, wat hij aan het doen is, bijna hoofdstuk per hoofdstuk en soms paragraaf per paragraaf:

    Cette scène n’est pas forcément très utile, et en plus je l’ai pratiquement inventée, je ne crois pas que je vais la garder.

    Het klinkt meer gekunsteld dan het is: de stem van de auteur evolueert mee met het boek. Ik heb de indruk dat het in het begin meer gaat over details en methodologie, dat het daarna naar kritiek van andere schrijvers en zelftwijfel overgaat, tot hij ergens voorbij de helft ‘beseft’ wat hij aan het doen is:

    Je crois que je commence à comprendre : je suis en train d’écrire un infra roman.

    …en dat hij op het einde in dialoog gaat met zijn personages, ze aanmoedigt, bijna van plaats met hen verwisselt en finaal uit de weg gaat en het verhaal zelf laat gebeuren.

    Spannend en ontroerend ook, zelfs al weten we van het begin hoe het zal eindigen. En verrekt ingenieus: er moet een hele stapel informatie in ons hoofd geduwd worden, van interne Tsjechoslovaakse politiek over appeasement, de structuur van Nazi-Duitsland, het verloop van de oorlog, tot de structuur van spionage- en verzetsnetwerken en de levens van uiteindelijk bijna-onbekende partisanen.

    Dat die hele infodump mét zijn metaverhaal helder en bijzonder aangenaam leesbaar blijft, is meer dan een verdienste.

    Aangeraden!

    [van op Boeggn]

  • …en nu (bijna) écht gedaan

    Zozie, de laatste vergadering van het seizoen zit erop. Raad van Bestuur van de Alumnivereniging van de school, en daarmee is het jaar vergaderingsgewijs helemaal afgesloten.

    In de loop van deze en volgende week is er nog het boekje van de school te maken (InDesign, hoezee!), en dan vertrekt dat naar de drukker, en dan is het het lange niets tot volgend academiejaar.

    Het was daarnet op de vergadering trouwens ook een beetje Babylonische spraakverwarring, met wat wie precies als ‘begin’ en ‘einde’ van een jaar ziet, en zelfs wat ‘voorjaar’ en ‘najaar’ (respectievelijke september en mei voor sommigen) is — en daar lopen dan nog eens de kalenders van boekjaren en beursevenementen en dingen door.

    Ik heb zo’n vermoeden dat het allemaal rap zal gaan: met wat geluk is er volgende week een vloer in de keuken, dan kan er eens gekeken worden naar de tuin, en voor we het weten zal het bouwverlof zijn en voor we het weten is de grote vakantie gedaan en voor we het weten is het weer nieuwjaar.

    Ouder worden hé.

  • Winding down

    Er zijn geen seizoenen meer, Kerkelijke feestdagen komen en gaan zonder veel waarschuwing of gevolg, en nieuwjaar heeft ook niet meer het magische dat het vroeger had.

    Het ritme van het schooljaar, da’s zo ongeveer het enige dat er nog is.

    Met het einde van het schooljaar stoppen de kooklessen. Niet dat ik daar niet graag naartoe ga, integendeel, maar ik ben toch blij dat het gedaan is. Donderdag gaan we nog eens allemaal samen eten, en dan ben ik een paar maanden de donderdagavond weer gewoon thuis.

    Met het einde van het schooljaar is ook het quiz-seizoen gedaan. Niet dat ik dat niet graag doe, helemaal integendeel, maar ik ben ook opgelucht dat het vandaag de laatste keer was. Elke maandag weer thuis.

    En met het einde van het schooljaar is ook het schooljaar gedaan. Het zal mij vreselijk benieuwen wat de kinderen gaan doen: volgende week beginnen er al examens.

  • Weekend!

    Een weekend teambuilding gehad, ha!

    Zoals dat moet zijn: drie dagen op een meer dan fijne locatie (het kasteel van Gert van Samson en Gert), niets moeten doen, lekker eten (we hebben lasagnes en chili con carne gemaakt en barbecue gedaan), en activiteiten (wandelen, sauna, zwembad, boogschieten) voor wie dat wou.

    Wij hebben een fijn werk, wij.

    (Waar we trouwens nog volk zoeken, hint, hint.)

  • Gelezen: La naissance du français

    NaissanceIk wist niet goed wat te verwachten van dit fascikuul uit de reeks Que sais-je? — ik vermoedde dat het iets even beknopt en van een even hoge informatiedensiteit als het boekje over het Manicheïsme zou worden, maar niets was minder waar.

    Bernard Cerquiglini schrijft leutig. Hij leest zichzelf ook graag, denk ik, of tenminste: hij schrijft het graag in een stijl die als ‘iéts uitgebreider dan telegramstijl’ kan omschreven worden. Dit is hoe hij het heeft over de overgang van enkel-gesproken-taal naar geschreven-taal:

    Quand apparaissent les premiers textes, tout modestes qu’ils soient, des formes sont lisibles, ou reconnaissables sur le parchemin, le soleil de l’écriture, en son aurore, éteint les étoiles de la reconstruction. La mise en écrit du français n’est toutefois pas tenue pour une étape ni une rupture : le français est finalement « attesté », on possède enfin quelques documents sur l’état de langue, ce qui assoit les hypothèses. Tout au plus on le signale en note, et on convoque les philologues. Car pour la linguistique historique, ces documents ne sont pas fiables. Copiés, recopiés, filtrés par les habitudes latines des scribes, ces textes ne renvoient pas directement à la langue de la pratique quotidienne (et le moyen qu’ils le fissent ?), à cette parole vraie que la linguistique historique incessamment recherche. Il convient donc de critiquer ces documents, de leur faire rendre raison de la parole enfouie qu’ils recèlent, de faire surgir ce qui, parfaitement et originellement, fut. C’est le travail de la philologie, archéologie de l’origine, qui vient curieusement reconstruire là où l’on pouvait enfin se passer de reconstruction.

    Ik kan mij inbeelden dat het voor veel mensen lastig of zelf onaangenaam zou kunnen overkomen, maar ik heb dat graag.

    Het duurt denk ik tot de helft van het boek voor het eerste stukje proto-Frans valt. Daarvoor gaat het over de manieren waarop er gezocht werd naar de geboorte van het Frans, en de discussies tussen verschillende scholen.

    En eens het over het eerste Frans gaat, zitten we meteen in 842 met de Eed van Straatsburg (historische context, aanleiding, inhoud), en voor we het goed en wel beseffen, is het boek gedaan.

    Samenvattende these voor Cerquiglini, die zich daarvoor baseert op beter gedocumenteerde analoge situaties met het Italiaans: in tegenstelling tot wat ons op school wijsgemaakt is, is het moderne Frans niét ‘de taal van het Isle-de-France’ die zich als een soort inktvlek over de rest van het territorium heeft uitgebreid en in de loop van 1000 jaar de andere lokale dialecten verdrongen heeft. Neen, zegt hij, ‘het Frans’ is, al van zijn allereerste prille begin in 842, een gemaakte taal. Met elementen van verschillende dialecten, maar die ontstaan en gegroeid is als neergeschreven lingua franca, en dus géén geschreven neerslag van een ooit bestaande taal is.

    Het ontstaan van het Frans is een politieke daad, zegt de man. Huh. Ik zou er eigenlijk meer over willen lezen, nu. Boeiend boekje.

    [van op Boeggn]

  • Het lastige aan een zieke dochter die pillen up the wazoo moet nemen: de pillen liggen niet meer op hun plaats!

    Dan staat een mens op, wilt hij een pijnstiller of twee pakken, en zijn die verdwenen! Aargh! Niét geestig, dedju.

  • Rapture!

    Soms vraag ik mij ook wel eens af waar ik mij mee bezig houd

    Ik was via /r/amibeingdetained op een filmpje terechtgekomen van een Amerikaanse religieuze nut die weigerde zich te identificeren bij een grenscontrole wegens dat hij beweerde dat hij volgens de Bijbel een Israëliet was(don’t ask), en toen klikte ik door op ’s mans kanaal, en voor ik het wist waren we twee uur later — jawel, TWEE. UUR. LATER. — en had ik met volle aandacht van begin tot einde gekeken naar de documentaire “After the Tribulation: The Pre-Tribulation Rapture Fraud Exposed”.

    Déze documentaire, dus:

    Ik vond het machtig interessant. En zeer redelijk, ook: ja natuurlijk is “pre trib rapture” belachelijk, daar ben ik nu helemaal van overtuigd.

    (En ook bijzonder fascinerend hoe jong die gast is, en hoe ik het mij zó kan inbeelden dat zo’n soort mens tweeduizend of meer jaar geleden precies zo’n discussies zou kunnen gehouden hebben. En wat het zou geweest zijn om Jezus of Mani of Mohammed op YouTube te zien.)

  • Verbouwingen: keuken, getting there

    Ik kwam vanavond thuis en ik zag:

    Weken en maanden hingen er plastieken dingen van plafond tot vloer, en daarvoor stond er gelijk vier eeuwen lang een muur. En nu niet meer. ’t Is een eind lichter, ja.

    Eén dezer komt er ook nog een nieuwe vloer. En zo.

  • Links van 17 mei 2015 tot 26 mei 2015

    Tanith Lee, 1947-2015 | Tor.com
    Ugh. Nog een stuk jeugd verdwenen. — "We are saddened to report the passing of science fiction, fantasy, and horror writer Tanith Lee. Lee had a long and prolific writing career, publishing over 90 books and 300 short stories, as well as several poems, four BBC Radio plays, and two episodes of the BBC’s sci-fi television series Blake’s 7."

    ‘Mattress Girl’ Is a Perfect Icon for the Feminist Left | National Review Online
    The continued lionization of Sulkowicz has proven so instructive: It has made clear how utterly uninterested the feminist movement is in anything like an appeal to facts or common reason.

    Welcome to Ordos, China: The World’s Largest “Ghost City” | The Bohemian Blog
    Built for over a million people, the city of Ordos was designed to be the crowning glory of Inner Mongolia. Doomed to incompletion however, this futuristic metropolis now rises empty out of the deserts of northern China. Only 2% of its buildings were ever filled; the rest has largely been left to decay, abandoned mid-construction, earning Ordos the title of China’s Ghost City. Last year I travelled to Inner Mongolia for myself, to get a closer look at the bizarre, ghost metropolis of Ordos… and the experience, as I would discover, was far stranger than anything I could have prepared for.

    Secret’s collapse shows the traditional VC funding model is broken | VentureBeat | Entrepreneur | by Jenny Q. Ta, Sqeeqee
    The monumental failure of anonymous social app Secret and the closing of the company’s doors after a mere 16 months in business has fueled serious discussion among entrepreneurs and venture capitalists. Concerned parties on both sides of the funding table are asking hard questions about what this development means to the future of venture capital funding and whether the well-funded startup’s demise might not in fact indicate that the traditional VC model is broken and badly in need of repair.

    Solving Sudoku with SQL – Database tutorial – developer Fusion
    I embarked on an exercise to write a program that solves Sudoku puzzles. And to make it even more challenging I decided not to write the program in the popular object-oriented fashion (Java, C++, C#, etc.) or in any of the old-fashioned procedural programming languages (Pascal, C, Basic etc); but in Transact SQL, within SQL Server 2000.

  • Gelezen: Le manichéisme

    ManichéismeSnel! Wat zegt u “manicheïsme”? Iets met gnostisch gedoe, iets met dualisme, iets rond Perzië in de derde eeuw, gesticht door Mani, en veel verder kwam ik ook niet echt.

    Een mens kan dan Wikipedia en andere navlooien, maar als het kan: altijd een goed idee om er een Que sais-je? tegen aan te smijten. Dat is handig en beknopt (128 bladzijden, niet meer, niet minder), dat is goedkoop, dat is meestal redelijk state of the art, en dat is wat men noemt ‘haute vulgarisation’: het behandelt zijn lezers niet gelijk kleine kinderen.

    Bij mijn ouders stonden er hele reeksen van die ik enorm graag las (hello, compendium aan nutteloze feiten in mijn hoofd); Le manichéisme is boek nummer 1940 van de ondertussen meer dan 4000.

    Tardieu houdt het sec: een biografie van Mani, een overzicht van zijn werken, de organisatie van de Kerk, een overzicht van de theologische mythologie. Zeer opvallend: géén nadruk op het gnostische en het dualisme waar manicheïsme later min of meer sysnoniem van werd, maar wel op de manier waarop Mani tot zijn wereldbeeld kwam, en op de rijke inhoud en esthetiek.

    Enorm boeiend, hoe Mani uit een joods-christelijke sekte, met enorm veel invloeden van overal — van boeddhisme tot zoroastrisme, van apokriefen uit Oud en Nieuw Testament — een volledig eigen godsdienst maakt. Met een volledig en zeer zorgvuldig uitgedokterd systeem van rangen en standen, van ritussen en gebruiken.

    Een godsdienst om alle bestaande godsdiensten te vervolledigen, waar Mani zelf de sluitsteen van de profeten is. Met nadruk op ascese, eerlijkheid, en schoonheid. Hij vond een prachtig schrift uit om zijn boeken in te schrijven, hij tekende en schilderde, zijn mythes zijn meer poëzie dan theologie.

    En hij had enorm veel succes: van Noord-Afrika (Augustinus was eerst een manicheïst!) en Rome tot in China waren er bloeiende Kerken van Mani.

    Tardieu gaat niet verder dan een beknopte tijdlijn van het manicheïsme na Mani, en ik had ook graag meer voetnoten gehad in plaats van een (toegegeven, degelijke) bibliografie op het einde, maar behalve dat: zeker meer dan de moeite waard voor een regenachtige namiddag ergens.

    [van op Boeggn]

  • Face casts

    Ik heb zó goesting om er aan te beginnen.

  • Microsoft Surface Pro 3

    Het begint traag en het duurt lang, het is niet Apple-gepolijst, maar ik vind dit zó fantastisch, een echte mens die met echte passie spreekt over zijn werk:

    Mijn volgende computer is zonder enige twijfel de opvolger van de Surface Pro 3.

  • Nog een Waegenaer in de gazet!

    Methodisch de kranten van meer dan honderd jaar geleden lezen, dat is ongetwijfeld niet de meest efficiënte manier om aan genealogie te doen, maar het kan soms wel eens verrassende dingen geven.

    In Het Nieuws Van Den Dag van 19 oktober 1894 stond dit:

    Het Nieuws Van Den Dag, 19 oktober 1894 Karel Waegenaer

    Karel Waegenaer, de broer van mijn overgrootvader, geboren op 5 februari 1883 in Zelzate, haalde op zijn elf jaar zijn tweede diploma, met een totaal van 200 punten!

    Ik weet (nog) niet wat dat precies betekent, hoe het zat met lagere scholen die leerlingen ten wedstrijd aanboden, maar voor zover ik het snap: er was geen schoolplicht, het was absoluut niet evident dat kinderen op school bleven zitten, en die wedstrijd op het einde van de lagere school zal wellicht een soort eindexamenachtig iets geweest zijn. En wie goede punten had, kon verder studeren, hetzij in middelbare school, hetzij in adultenonderwijs (voortgezet avond- en weekendonderwijs voor kinderen die eventueel al aan het werken zijn).

    Karel Waegenaer kwam uit de min of meer middenklasse: zijn vader was timmerman en later winkelier en wagenmaker, zijn moeder vroedvrouw; de ouders van zijn vader waren timmerman en vroudvrouw, die van zijn moeder kleermaker en winkelierster. Karel zal na zijn lagere school wellicht iets verder gestudeerd hebben, maar wat precies: geen idee.

    In ieder geval: als de oorlog uitbreekt is hij getrouwd met Maria De Telder, hebben ze een dochtertje Simonne en een zoontje Louis, en woont en werkt hij als douanier in Boekhoute. Tijdens de oorlog wordt een tweede dochter geboren, Elisabeth.

    Eind 1916 richt hij een hele spionagecel op voor de Britten: hij observeert de treinlijn Eeklo-Dendermonde (de trein was immens belangrijk voor troepen- en ander transport), en als douanier is hij ideaal geplaatst om documenten te smokkelen.

    Alle spionagerapporten van de hele regio werden gecentraliseerd in zijn huis, en dan over de grens gebracht — zoals Marie De Telder zei: ze gingen geheimen halen en om ze “binnen ons huis in kloefen weg [te] stoppen en […] dan bestellen ik of mijn man of zelfs onze kleine Simone [ze]”.

    Maria De Telder, Simone Waegenaer, Elisabeth Waegenaer, Louis Waegenaer

    Simonne is het meisje links.

    Karel Waegenaer werd in maart 1917 aangehouden. Het is niet duidelijk waarom — misschien had iemand van het netwerk zijn of haar mond voorbijgepraat, misschien was er bewust verraad in het spel. Wat wel duidelijk is, is dat ze Karel alles hebben doen bekennen met een oude truuk: zijn schoonbroer Arthur Van Borm was ook gevangen genomen, en de Duitsers speelden ze tegen elkaar uit. Tegen Arthur zeiden ze dat Karel alles al bekend had, en tegen Karel dat Arthur alles had bekend.

    Zoals Karel zelf schreef:

    ik wilde het blijven afloochenen maar hij zegde mij gij moet niets meer loochenen uw schoonbroeder heeft het ons al gezegd en als gij hier seffens niet spreekt dan zullen wij seffens telefoneeren en wij zullen uwe vrouw ook doen pakken en haar hier ook doen opsluiten

    Arthur Van Borm schrijft aan zijn vrouw, Leonie Waegenaer:

    luistert ik kwas aan twerken de zondag op de fabriek en ik at die twee lafaars nog in geen twee dagen gezien nu ik at juist wat tijt voor mij te gaan aangeven binst dat ik opde fabriek werte gij kanwel denken dat ik bezig was met te werken want ik kwas niet gekleed ik ben hier up mijn werkdigen gekomen want de fabriek is maar vijf minutten van waar dat ik mij moeste gaan aangeven en daar meede was dat gemakelijk nu als ik daar naar toe ging al ik daar toe kwam de Duitsche zijnden mij dat mijn paspoort toegekomen was al viertien een paspoort aan gevraagt van mijn heer maletoo en die was juist toegekomen en ik moeste gaan tekene gelijk ik altijt moeste doen gelijk op andere jaaren zoo ik konde daar niet van weten danze mij gingen aanhouden ongelukkig genoeg zoo dat is een grotte leugen dat ik zat geweest zijn want ik kwas op mijn werk

    …maar hoedanook: ze hebben bekend. Karel was ervan overtuigd dat het de schuld van Arthur was:

    Nu liefste vrouw het is al de schuld van Arthur hij heeft ons verraden hij heeft gezegd in Holland heeft hij met die mannen in een café zitten drinken en eene soupé gehouden en zij hebben daar zitten klappen en de duitsche politie heeft alles zitten afluisteren

    Arthur en Karel kregen meer dan ruzie in de gevangenis. Arthur was regelmatig zat en had wellicht zijn mond voorbijgepraat waardoor iedereen gearresteerd werd, maar het was waarschijnlijk pas na de bekentenis van Karel dat het hele netwerk opgerold kon worden. Zei Arthur:

    den dinsdag morgent wisten zij mij al te zeggen hoe dat gegaan was en zij noemden tans het geen die gebeurd was en danze in mijn huis schreefde en danze al de raporten naar mijn huis brachten zoo wat moeste ik tans doen of te zeggen van ja en tans zijt de commiesere tegen mij awel Vanborm zie wel damme dat wisten het is uwe schoonbroeder die ons gistere gezijt hebt dat gij gelt gegeven hept in avans voor te wilen werken en dat hij nog mannen moest zoeken voor te werken

    …en dan bekent hij ook helemaal:

    maar nu zijde ik hebt dat nooit geweten wat dan die mannen moesten schrijven want ik hebt dat nooit bezien die brieven ik ben juist afgekomen van tas van gend met een kommisse van debosschere voor dat aan die mannen te zeggen danze mogten die brieven naar mij huis brengen en danze van wagtebeke zouwden om gekomen dat hept ik tans gezijt natuurlijk voor mij plan te trekken deur danze zij diet al op mij staken

    En is hij redelijk kwaad op Karel Waegenaer:

    Karel waegenaere die is zijn tonge niet meester […] het is een groote zieveraar hij weet niet wat hij zecht

    En Karel terug:

    zegt het dan maar goed wat slechte vrouw mensch dat mijne zuster is en ook mijne schoonbroeder […] Arthur is hier altijd bezig als er eens is die pardonnaise zal krijgen dat zal Karel zijn zegt hij maar als hij pardonnase krijgt zegt Arthur dan moest hij creveeren van den aarmoede en de luisen moesten uw gezicht afloopen

    In juli wordt hij ter dood veroordeeld wegens “krijgsverraad”. Hij stuurt zijn familie nog de dag voor zijn overlijden een laatste brief, en op 10 september wordt hij in Gent gefusilleerd:

    Fusillering Karel Waegenaer

    Na de oorlog krijgt hij een staatsbegrafenis in Zelzate, een monument zowel in Boekhoute als in Zelzate, een straat naar hem genoemd in Zelzate, en krijgt zijn weduwe een karrenvracht medailles, onder meer van het Britse Rijk:

    waegenaerbrit

    Zijn familie was er vet mee.