• Die keer van Gentblogt

    Het was in de prehistorie van het internet in Vlaanderen. Toen de dieren nog spraken, toen zowat iedereen die een website onderhield op het Vlaamse internet zowat iedere andere website op het Vlaamse internet kende en/of las. Het was begin 2005 toen ik bij Gentblogt kwam; ik had toen zelf al, oh, een jaar of tien een eigen website-weblog-achtig iets draaien.

    Vroéger werden website nog met de hand gemaakt. Er waren natuurlijk wel stapels mensen die een dagboek- of krant-achtige site maakten, maar het was toch wel een behoorlijk ambachtelijk-slash-voor-techneuten-gedoe.

    En toen waren er plots rond het jaar 2000 dingen als LiveJournal en MovableType en Blogger, en kon plots om het even wie om zonder echt veel moeite een degelijke site maken waar regelmatig inhoud bij kwam.

    En toen werden ook reacties mogelijk, en waren er trackbacks waarmee je kon zien of iemand naar jou gelinkt had, en voor er iemand “een revolutie in de maak” kon roepen, sproot het ene na het andere weblog op, begin de jaren 2000, in het puin van de dotcom-crash.

    In de omstreken alhier heeft het nog een paar jaar geduurd voor het echt ingeburgerd raakte, die websites-door-gewone-mensen, maar in 2005 waren we er toch wel ongeveer: er was een min of meer blogosfeer, zoals daar toen in de boekskes over geschreven werd. Van mensen die elkaar min of meer van ver kenden, zo “van op het internet”.

    En dan, februari 2005, stond er plots een artikel in De Standaard, “Gent krijgt eerste stadsblog”.

    » Lees verder op Gentblogt.

  • The internet is made of cats

    Zo is het maar net.

  • iPad

    In de gang net buiten waar ik werk voor het moment:

    iPad

  • Vijf jaar Gentblogt

    Dat ge’t weet: de zaterdag voor Valentijn is het in ’t PAtershol te doen.

    20100213_feest500

    Allen daarheen! Dansen voor wie wil dansen! Plaats om te babbelen voor wie wil babbelen! Muziek! Optredens! Beken, sloten, rivieren cocktails zullen ons deel zijn!

  • It just works

    Ondertussen heb ik alleen nog maar windowscomputers met Windows 7 erop, zowel de werklaptop als de thuislaptop als de thuisdesktop. En getver wat werkt dat goed!

    Ik heb een computer in ons achterhuis staan. Hoe de netwerktopologie in mekaar zit, ik weet het niet precies, maar het is een mirakel dat dat toestel op het internet geraakt, met alle routers en toestellen en draadloze dingen die tussen computer en interweb staan.

    Op die ene computer heb ik in Windows Media Player gezegd dat één bepaald ID aan mijn library mag van overal ter wereld. Vandaag zat ik achter wieweethoeveel andere firewalls op het werk, en vroeg ik me af of ik eigenlijk van daar uit ook aan die library kon.

    En jawel: gewoon inloggen, en hopla, daar staat mijn volledige bibliotheek van muziek en film en foto’s. Geen instellingen, geen gedoe: het werkt gewoon.

    Zelfde scenario vanavond: ik wil Zelie zelf muziek doen ontdekken, dus geef ik haar ook toegang tot de bibliotheek. En hopla: niet alleen de muziek van de computer in het achterhuis, maar omdat ik gezegd had dat de dingen op de laptop ook gedeeld mochten worden, krijgt ze ook de dingen te zien die ik via iTunes gekocht heb, en de tv-programma’s die ik op de laptop opgenomen heb.

    Want ah ja: in Windows 7 zit ook Windows Media Center, dat ook al zo gemakkelijk is als iets. Oh ja, en qua interface: Apple kan er nog een héél erg zwaar puntje aan zuigen. Ja, zélfs die nieuwe iPad. Het contrast tussen Media Center en iTunes is bijna lachwekkend, zo antiek dat iTunes er uitziet.

    En ik heb het geprobeerd met andere dingen hoor, allerlei media-dingen in Ubuntu en een NAS alhier en een dinges aldaar, maar niets, niéts dat zo gemakkelijk is om een media server op te zetten als Windows 7, tot nog toe.

    Eindelijk beginnen ze daar in Redmond een paar dingen écht goed te krijgen. HEt heeft lang genoeg geduurd.

  • Rug

    Hohoho. Vanavond te voet van het Corporate Village naar het station van Zaventem-dorp gestapt. En dan in Brussel-Noord op een nog sneller tempo naar de trein gegaan. En dan in Gent-Sint-Pieters zowaar een paar tiental meter moeten half-lopen-half-wandelen-half hinken (meer dan dat zit er helaas niet meer in, ha).

    Gevolg: haal boven dat vuilblik. Het is gedaan voor de rest van de week, dat weet ik nu al.

    Hey, en weet ge wat? In het grotere beeld van de wereld en wat er rond mij gebeurt is het peanuts, maar het wordt alsmaar erger, en het wordt alsmaar vervelender, en is voor de rest van mijn leven, en de écht vervelende zaken, daar spreek  dan zelfs nog ik met niemand over behalve met mijn dokter.

    Morgen, denk ik, ga ik terug naar zo-weinig-mogelijk-te-voet-doen-modus.

  • We zullen nog maar een generatie wachten, zeker?

    Apple heeft een iPad uit, ’t is te zeggen, tussen dit en een maand of twee, drie, afhankelijk van of er 3G bij moet of niet.

    Het ding zal ergens tussen ik vermoed zeshonderd euro en 1200 euro kosten, afhankelijk van hoeveel opslag en of er 3G op zit of enkel Wifi.

    Er zit een propere eBook-reader bij, maar het scherm is wel een lichtgevend ding, dus in de zon lezen is er niet bij. In bed lezen dan wél weer – maar niet voor mij: ik zie niet goed genoeg om zo’n groot scherm te lezen zonder bril, voor mij is een iPhone/iPod net klein genoeg om met één oog te kunnen lezen en zonder bril.

    Het boekdinges is met een bookstore, en het is met een open formaat, wat dus wil zeggen dat ik kan kopen met iTunes (yuck) en wellicht zonder problemen kan lezen op iPhone én op Kindle. So far so meh.

    Scherm: niét breedbeeld, en och here och God ’t is maar 1024×768.

    Verder: het doet nog altijd geen multitasking!!

    De browser heeft nog altijd geen Flash!! En jajajaja, we hébben het al gehoord, HTML5 zal Flash irrelevant maken, dit jaar nog, of althans zéker dit decennium, maar dit is 2010, niét 2012.

    Er zit géén camera in (en dus zeker geen 5 megapixel camera, en al helemaal geen camera vooraal en achteraan waarmee videotelefonie mogelijk zou zijn).

    Het doet ook geen telefonie, dus wie met zo’n zwaar en duur en breekbaar ding als een iPad op stap is, moet ook nog een telefoon meehebben. En een foto/videotoestel, wie wil foto’s of filmpjes maken.

    Batterij zou tien uur meegaan. Mag ik daar een welgemeende maan uuge piero tegen inbrengen? Tien uur met het scherm of althans de verlichting uit, zonder video en zonder netwerk, ja, dín, heel erg misschien, vermoed ik. Ik wil weten hoe lang ik er een boek mee kan lezen, en een film mee bekijken.

    Enfin bon. Samenvatting, na de live verslaggeving her en der gevolgd te hebben: ik wil er één hebben. Maar het zal niet voor nu zijn. Binnen een generatie. Of twee.

    update Gizmodo was ook, euh, niet meteen a priori ten volle honderd procent overtuigd:

    no thanks

  • Bizzy als een bizzy bie

    Maandag was het voorbereiden van een les die dinsdag zou gegeven worden: we gingen nog schaven aan de timing. Dinsdag de les gegeven, en uiteindelijk bleek tijdens het geven van de les dat we er echt geen volle dag van kunnen maken. Dat het met een dikke halve dag ruim voldoende is.

    Of beter, ’t is te zeggen: we hebben een stuk les dat op een paar uur kan gedaan worden (“hoe gebruik ik het tool”), en dan hebben we een stuk waar we gemakkelijk een paar dagen mee kunnen vullen (“hoe maak ik prototypes/wireframes/mockups”). Het (overigens bijzonder fijne) publiek dat we dinsdag hadden wist ruim veel van het tweede, en was al een eind op weg voor het eerste, dus we hadden echt wel tijd over.

    We passen er een mouw aan, volgende keer.

    En hoe meer ik er mee bezig ben, hoe meer ik zin heb om zo’n boek te schrijven, over dat prototypes, wireframes, mockups etc. maken. Zoiets korts, een pagina of honderd misschien. Met veel tekeningen en veel praktische tips.

    Het zal voor, jawel, dan eens zijn.

    Maandagavond was het taalles: cursus Gents. Een inleiding, 25 cursisten die zichzelf zo goed en zo kwaad mogelijk in het Gents, of althans in hun eigen dialect, taaltje, verkavelingsvlaams, of “poging tot” moesten voorstellen, en dan een kort stukje over de vervoeging van “ja” en over de persoonlijke voornaamwoordne in het Gent, een lijst met te kennen uitdrukkingen tegen volgende keer, en een opgave van huiswerk – van het genre “vorm een zin met de volgende woorden”, met schone woorden als “griolen”, “slekkestekker” en “’uurndroagsterigge”.

    Dinsdagavond was hetvergadering, ’t is te zeggen bijeenkomst, ’t is te zeggen gedachtenwisseling met de mannen van opgewekTienen.be, en dat het wel fijn was om een paar lessen van bijna vijf jaar Gentblogt over te dragen.

    Morgen vier uur trein en vervoer. Dat zal al heel wat minder zijn.

    Oh, en: mijn bril is uitgekomen. Hij lag tussen de lakens in bed.

  • Lose my own head next

    Ge vraagt u af hoe het mogelijk is: ik ben mijn bril kwijt.

    Zo ver kan hij niet liggen nochtans, ik ben zo blind als een mol zonder bril. ’s Avonds kruip ik in bed en leg ik die bril naast mij op mijn nachtkast, ’s morgens zet ik hem weer op mijn hoofd.

    Behalve dus dat vanmorgen de bril er niet meer lag. Op de tast niet vindbaar, en zelfs met hulp van Sandra niet vindbaar. Matrassen opgeheven, zaklamp onder bed, alles verzet dat in de buurt stond: wég.

    Mysterie!

    Gelukkig dat ik nog een oude bril had liggen (die minder sterk is maar nog bruikbaar), anders was ik technisch helemaal werkloos.

  • Del.icio.us op 25 januari 2010

  • Ken uw talen

    Ik ga naar de taalles. Ha!

  • Routine

    Het ziet ernaar uit dat mijn werk vanaf woensdag gedurende een paar maand een vaste plooi zal nemen.

    Alleen nog nu maandag een les voorbereiden en nu dinsdag de les geven, en dan een tijdje werken bij één en dezelfde klant.

    Dat is geen normale zaak: we zijn zo ongeveer het tegengestelde van bodyshoppers op het werk, dus normaal gezien doen we meer dan één project tegelijkertijd, en doen we ook de overgrote meerderheid van het werk niet bij de klant zelf – behalve interviews en vergaderingen en workshops en dergelijke, natuurlijk.

    …wat het nu wat vreemd maakt, dus.

    En het weekend was weer te kort: zaterdag ’s morgens meegegaan naar Jan’s voetbalmatch, en dan gestuikt. Niet van de moeheid hoor, gewoon in het hoofd. Geen idee meer, eigenlijk, wat er zaterdag nog gebeurd is. Vanmiddag is Charles komen eten (bloedworst en gekaramelliseerde appels!), en dan weet ik ook niet meer wat ik gedaan heb, en toen was het avond en hebben we pannenkoeken gegeten met de rest van de appels van vanmiddag, en dan was het tijd voor de avondprogramma’s op de televisie: nieuws, Zoo Australië, Pappenheimers, Oud België, The Closer. En dan nu de rest van de avond nog crime dinges.

    En morgen werk, dus.

    En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend. En dan weer werk. En dan weer weekend.

    Ik voel me helemaal Jack Torrance, ook al wegens bovenstaande helemaal zonder copypaste gedaan.

  • Toteninsel

    Zo raar. We waren in Berlijn aan het rondlopen in Berlijn op het Museumsinsel, en in de Alte Nationalgalerie terechtgekomen.

    Slenter, slenter, wat doet een mens in zo’n musea als hij niets kent van negentiende-eeuwse Duitse schilderkunst?

    En toen zag ik plots dit schilderij, en bleef ik als getransfixeerd staan:

    Ik heb dat nog maar met een paar schilderijen gehad, dat ik zo helemaal in de ban was. Ik had het ook met Study after Velízquez’s Portrait of Pope Innocent X van Bacon, en met L’empire des lumières van Magritte:

    Bacon, Study After Velazquez's Portrait of Pope Innocent X 1953 [Clio_Team]_1953-1954_Magritte_L_Empire_des_LumiКres,_195_4x131_2_cm_[]

    Een raar gevoel hoor: bij de keel gegrepen worden door een schilderij, en niet weten waarom precies. En ’t was dan nog niet eens wat ze grote kunst zouden noemen, vermoedde ik: sentimenteel negentiende-eeuws gedoe, die Böcklin.

    Maar kijk – niet alleen was Böcklin’s Htler’s favoriete schilder, las ik vandaag op het internet, hij was ook een invloed op Dali, Rachmaninoff, Marcel Duchamp. En H. R. Giger.

    Ik ben in goed gezelschap, dus. Ha!

    Het was toch eigenlijk wel écht een andere wereld, vroeger. Als ik iets wou weten over die Böcklin, dan moest ik naar een bibliotheek, en dan gaan zoeken in een boek of er ergens iets te vinden was. En dan eventueel een ander boek waar er misschien wel afbeeldingen stonden, met veel geluk zelfs in kleur.

    Nu? Hop snak boem, interweb, antwoorden en kritieken en afbeeldingen en vanalles. ’t Is beter hé, maar bon. ’t Verliest toch een beetje van de charme van de serendipiteit.

    Muziek? Idemditto. Hoe ik in de plaatottheek zuiver toevallig Kraftwerk vond, en The Residents, en allerlei oude mensen die zongen voor Folkways en dingen. Of The Beatles en The Shadows in de platenbak thuis. ’t Is tegenwoordig beter, daar niet van. Maar toch anders.

  • De meeste dromen

  • Feest!

    Houd 13 februari, da’s een zaterdag, alvast vrij. Details volgen!