
Ik kan het mij enorm hard voorstellen. Van zodra ik nog eens thuis ben, ga ik inkt voor de printer kopen. Dan kunnen we boekjes maken en zo.
Tales of Drudgery & Boredom.

Ik kan het mij enorm hard voorstellen. Van zodra ik nog eens thuis ben, ga ik inkt voor de printer kopen. Dan kunnen we boekjes maken en zo.
⁂
Oh ik ben kwaad vandaag.
Kwaad, nijdig, pisnijdig, stamp-in-mensen-hun-gezicht majorly pissed.
Maar! Zie mij een model van zelfbeheersing zijn! Bijna niets naar buiten, alleen maagzuur en gebalde tenen en ziedende, withete, machteloze ingehouden woede.
Het was eigenlijk nog eens lang geleden. Pas op, niet dat ik niet gemakkelijk kwaad word, daar in het geheel niet van. Maar zó kwaad dat ik zin heb om met staalgetipte Doc Martens in slechte buurten te gaan rondlopen, in de met het uur steeds meer ijdele hoop dat iemand mij aan zou spreken en aanstalten maken om lastig te doen zodat ik kon stampen: dít was al een heel aantal jaar geleden.
Oh, en op een volledig andere noot: ik had nooit gedacht dat ik ooit nog zo écht zou uitkijken naar krokusvakatie. Zelfs al is het maar twee dagen. Ik doe mijn werk graag hoor, versta mij niet verkeerd, maar ’t is dringend, dringend, dringend nodig.
Ah, en: teveel look in de spaghetti gedaan vanavond. Morgen zal ik ver van collega’s en treinreizigers moeten blijven.
Dat van dat kwaad zijn, trouwens: neen, het is niet wat wie dan ook denkt. Daar zijn we dan ook weer van af. Binnen tien jaar als ik dit lees, zal ik weten waar het over ging, en dat is genoeg voor mij. ’t Is mijn weblog, niet dat van iemand anders.
⁂
Ik heb dat nu al meer dan een half leven, dat ik de helft van de tijd wakker ben terwijl ik droom.
Meestal geen probleem en eigenlijk wel wijs: kunnen bijsturen en zo, zeggen “ik ga nu dit eens doen” of “hoe zou het zijn als ik dat zou doen”, en dat de droom dan de richting uitgaat die hij moet uitgaan.
Heel soms, en veel vaker als ik écht moe ben, kan ik niet tussenkomen in mijn dromen maar ben ik wél wakker. En dat is dus niét leutig, want dan zijn het meestal dromen waarbij ik val en dingen.
Vrijdagnacht, bijvoorbeeld: een avond in een appartement van vrienden. In Praag of Budapest, in 1991, maar we zijn allemaal wel tien jaar ouder dan we in 1991 waren.
Er zitten mensen rond de eetkamertafel, er zitten mensen in de zetel, er staan mensen in de keuken, het is gezellig. Ik loop over en weer, mensen spreken met mij, ik probeer met mensen te spreken maar dat lukt niet: om de zoveel tijd val ik omver.
Plets omver, op mijn rechterkant, als een boom. En dan lig ik daar op de grond, ik kan nog wel bewegen, maar ik kan niet spreken en ik kan niet controleren wat ik doe met mijn armen en benen. Ik lig er te plaatse halve stapbewegingen te maken, met een helemaal gekromde rug en verkrampte armen en handen.
En dan gaat het over, en sta ik recht, en doet iedereen zijn best om te doen alsof er niets gebeurd is. Tot een halve minuut of een minuut of twee minuten later, en ik weer omver val. Oncontroleerbaar: ik weet dat het zal gebeuren, en dan gebeurt het en ik weet dat het aan het gebeuren is, en het gebeurt opnieuw, en opnieuw, en opnieuw, en opnieuw.
Oh, en om de tien minuten of zo krijg ik een band van ondraaglijke pijn van mijn voorhoofd over mijn wanger tot onder mijn kin, en plooi ik helemaal op mezelf en begin ik luidop te krijsen van de pijn–opnieuw helemaal ten volle aan het beseffendat het aan het gebeuren is, en niet in de mogelijkheid om er iets aan te doen. Een stuk of tien eindeloze seconden aan een stuk, dat schreeuwen van de pijn, en dan is het weer over.
En opnieuw, en opnieuw, en opnieuw.
Zoals een onvermijdelijk verkeersongeluk, maar zonder te weten hoe lang het nog duurt, en of het eigenlijk nog gaat ophouden.
Tjaha: dromen zijn bedrog, ’t is toch altijd dat.
⁂
⁂
See you on the other side! Wij zijn naar een verjaardagsfeestje!
⁂
Ik vind dat altijd raar doen, als er kinderen weg gaan op kamp.
Vanavond zijn de twee oudste weg met de scouts. Twee dagen maar, al leek het alsof het valiezen pakken voor aan week of meer was. Louis had op het einde zelfs een kilo of tien boeken mee.
Rust, dan, de rest van het weekend? Euh nee. Dingen te doen, plaatsen te gaan. En artikels af te maken dan wel te schrijven: een paa rpolitiekers op de internetrooster te leggen, twee toestellen te bespreken — als ik er toe kom.
Oh, en zaterdagavond natuurlijk feestje van Gentblogt. Op het programma: zuipen tot we bloed spuien. Dat, of veel te veel cocktails drinken. Of een andere wijvendrank.
O ja, euh: komen hé.

⁂
Flickr was gisteren zes jaar oud. Ik vroeg me af hoe lang ik al bij Flickr zat – dat bleek sinds maart 2004 te zijn. En een Pro account sinds oktober 2004.
We worden oud, meneer.
⁂
Jo De Poorter in TV Makelaar op VTM: hij steekt mij verschrikkelijk tegen.
Te nonchalant competent, of althans overtuigd van zijn eigen nonchalante competentie, of althans op mij overkomend als te gemaakt nonchalant overtuigd van zijn gemaakte competentie.
“Ik sta hier nu tot mijn enkels in de sneeuw,” zaagt Jo dramaqueenerig: hij staat létterlijk bovenop op een dikke centimeter poedersneeuw. Hij spreekt in metaforen en stijlfiguren en overdrijvingen en doet zo’n soort dictie tussen staccato te-Algemeen Nederlands en vlottejongens-ondermekaars, een taal die ik terecht met Mike Aan Zee uitgestorven dacht.
Jo is ook niet meer – hij zal hoop ik zelf de eerste zijn om dat toe te geven – de jeune premier die hij jaren aan een stuk leek te blijven: zijn gezicht te verweerd, zijn haar te verward. Ik weet niet of ik het schattig dan wel zielig moet vinden dat hij nog altijd als een zeventienjarige in 1985 gekleed lijkt, en ik weet niet of het aan mij ligt, of dat zijn ogen écht op het randje tussen hysterische wanhoop en manische ik-wil-wel-maar-ik-kan-niet-meer twinkelen.
Nee, ik vind hetzó tenenkrullend dat ik niet anders kan dan blijven kijken. Om te proberen preciés te doorgronden waarom ik er mij zo nijdig bij voel worden.
’t Is uiteraard niets persoonlijks, ik ken die mens alleen maar van de televisie, en op zichzelf en ver van de camera’s is dat ongetwijfeld de liefste en meest meevallende persoon die God in zijn Rijk heeft.
Maar godallemachtig, wat een vervelend zelfingenomen allerlei onzekerheden proberende te verbergen karakter zet hij neer op televisie.
⁂
Mervyn Peake lezen is een plezier; Mervyn Peake voorgelezen krijgen door iemand die dat goe doet, is nog oneindig veel meer een plezier.
Beeld u in hoe dit klinkt:
The door knob moved and then the door began to open and Flay’s physical opposite began to appear around the opening. For some time, so it seemed to Flay, taut areas of cloth evolved in a great arc and then at last above them a head around the panels and the eyes embedded in that head concentrated their gaze upon Mr. Flay.
Flay stiffened — if it is possible for something already as stiff as a piece of teak to stiffen still further — and he lowered his head to the level of his clavicles and brought his shoulders up like a vulture. His arms were absolutely straight from the high shoulders to where the fists were clenched in his trouser pockets.
Swelter (…) stopped dead, and across his face little billows of flesh ran swiftly here and there until, as though they had determined to adhere to the same impulse, they swept up into both oceans of soft cheek, leaving between them a vacuum, a gaping segment like a slice cut from a melon. It was horrible. It was as though nature had lost control. As though the smile, as a concept, as a manifestation of pleasure, had been a mistake, for here on the face of Swelter the idea had been abused.
Yay!
Mag ik iedereen die wel eens op de fiets zit of in de auto of in de trein, van harte audioboeken aanraden?
Ja, het duurt even voor men er aan gewoon is dat het niet zo snel gaat als men zelf zou willen, dat er geen pagina’s kunnen overgeslaan worden, en dat er geen diagonaal lezen meer bij is.
Maar daar staat tegenover dat het u de kans geeft om elk. individueel. woord. en. elke/ individuele. zin. met onverdeelde aandacht op te nemen. Of, naar keuzen om alles over u te laten spoelen, zoals een massage van woorden.
⁂
Mijn geluk kon niet op:
Beste Michel
Schitterend nieuws: Telenet maakt internetten nog plezanter!
We leggen onze trouwe klanten immers graag in de watten. Want vanaf midden maart kan je met Telenet TurboNet nog sneller surfen. Sterker nog: vanaf juli geniet je van een onbeperkt volume! Je kan dan zoveel downloaden als je wil.* En dat zonder één cent meer te betalen.
Eindelijk backup naar de cloud! Eindelijk HD!
Het sterretje verwees helaas naar dit:
Ongelimiteerd gebruik enkel voor privédoeleinden en overeenkomstig de algemene voorwaarden van Telenet. Telenet behoudt zich het recht voor om klanten te verwittigen die regelmatig een opvallend hoger maandelijks volumeverbruik hebben dan het gemiddelde van het product in kwestie. Deze klanten zal gevraagd worden hun verbruik te verlagen en Telenet behoudt zich het recht voor deze klanten tijdelijk op een lagere snelheid te plaatsen.
Terug naar de akelige don’t ask don’t tell-onduidelijkheid van x jaar geleden dus. Stom.
Ik wil wéten vanaf wanneer ze op mijn vingers gaan tikken. Want ik weet nu bijvoorbeeld al honderzeventig procent zeker dat ik elke maand meer verbruik dan het gemiddelde.
Bah.
⁂
Zo’n gebruikerstest, helemaal met een protocol en een halfdoorzichtige spiegel, en een camera op het gezicht van de geteste, en schermopnames van wat hij doet en extra monitors om mee te kunnen volgen en alles en alles: dat is vaak confronterend.
Dan zit men daar, als ontwerper of als programmeur of als informatiearchitect of watdanook, machteloos en geruisloos te roepen naar de domme gebruiker aan de andere kant van de spiegel: MAAR DUW DAN TOCH DIE KNOP VERDOMME GIJ STAAT JUIST VOOR UW NEUS.
Of die mens moet daar iets doen en blijft zichzelf maar dezelfde vraag stellen en ER STAAT IN FUCKSNAAM EEN HELE PARAGRAAF UITLEG OETLUL.
Het punt is: gebruikerstesten, dat is soms heel, heel erg pijnlijk. Van die dingen waar een heel team aan gewerkt heeft soms maanden aan een stuk, en dan komt de ene na de andere na de andere gewone gebruiker het ding uittesten, en dan loopt het keer op keer op keer mis.
Vandaag waren we bij Flow in Londen. Concullega’s van mijn werk, moet ik dan zeggen, vermoed ik, maar de wereld is groot genoeg, en we doen toch niet exact hetzelfde, en het zijn sympathieke mensen waar het aangenaam mee samen werken is, voor het weinige dat ik het tot nog toe gedaan heb.
We waren er voor gebruikerstesten, en ik hield mijn hart wel wat vast.
Maar kijk: soms, dan gebeurt er wat er vandaag een paar keer gebeurd is. Dat de gebruikers het meteen vatten. Dat ze zeggen dat het een enorme verbetering is. Dat ze wensten dat dat ander deel van de site ook zo zou zijn. Dat het instinct (of de kunde-slash-kennis, wat uiteindelijk vaak hetzelfde is) van de copywriters helemaal spot on was toen ze dié term gebruikten in de plaats van dié term.
En ook: dat ze niet zien waarvan we wel dachten dat ze het niet gingen zien. Dat de dingen die we wisten verwarrend te zijn, inderdaad voor iedereen verwarrend zijn. Dat de theorie inderdaad zeer nauw de praktijk volgt en niet zomaar theorie voor de theorie is.
Oh en ook nog: dat er wel degelijk mensen bestaan die zo ongeveer 100% overeenstemmen met een persona. Whee!
Nee, fijne dag vandaag. Fijne dag.
⁂
De allerlaatste zou écht te laat zijn, maar de trein van 23u05, dat is nog net te doen. Geen trein meer naar de Dampoort, dat wel: het zal een taxi worden.
En ik blijf het ongelooflijk vinden dat het kín, even een volle werkdag in Londen doen en zowel ’s morgens als ’s avonds thuis zijn.
En dan een taxi nemen, met een taxichauffeur die –kom het tegen– óók zijn rug gebroken heeft, en die óók zoveel procent gehandicapt is, en die óók full-time werkt en na zijn werk en tijdens het weekend een kapotte mens is.
Een minuut of zes, zeven om twee levens uit te wisselen, meer is soms niet nodig.
⁂
Die ochtend, in de gazet:
Belangrijke punten:
⁂
Okay Angelo, we’re in a dark woods now… there’s a soft wind blowing through sycamore trees…
⁂
Not a dry seat in the house, alhier, bij de laatste aflevering van Oud België.
Zo schoon!
En! zo ongeveer het mooiste happy end dat ik me kan herinneren.
Voor de rest? Ah, nog eens zo’n weekend met te weinig uren. Zaterdag met een paar mensen van Gentblogt geïnterviewd voor een artikel in de krant morgen.
Last aan mijn rug, veel in de zetel gezeten.
Kaas gekocht bij een nieuwe kaaswinkel en goed bevonden.
Voor het eerst in letterlijk twintig jaar nog eens een doos peetjes van Warhammer 40000 gekocht. En verf en borstels: ’t is om te schilderen namelijk. De winkeldochter winkelzoon meneer in de winkel vroeg mij of ik speelde, en of ik misschien zou willen in de club komen of zo – ik heb hem naar waarheid geantwoord: spelen dat is voor sociale mensen, ik had alle boeken en zo natuurlijk wel, maar ik schilderde alleen maar (en zelfs dat was ternauwernood).
Mij zwaar ingehouden om comics te kopen, trouwens, in dezelfde winkel: het zal zijn voor als ik eens meer geld verdien dan nu, die dingen zijn echt ongelooflijk duur tegenwoordig.
Willen foto’s maken met een fototoestel dat ik ter test had, om te constateren dat ik de lens die erbij zit, niet kan focuseren: noch automatisch, noch manueel. Jammer, dat wel.
En volgende week? Een stukje website afmaken, met wat rudimentaire PHP, met html en css en jQuery. Maandagavond tweede taalles les Gents. Dinsdagavond uitgaan in Brussel (uitgaan gelijk een kaarsken, wellicht, maar toch: uitgaan). Woensdag even over en weer naar Londen om een gebruikerstest te gaan doen. Donderdag en vrijdag: werk, maar nog geen idee wat. Zaterdag: feest van vijf jaar Gentblogt.
The days are just packed.
⁂