• Del.icio.us op 22 april 2009

    • One of the major online audience measurement companies, comScore, Inc., has generously donated access to its Media Metrix and World Metrix data sets to the Foundation. comScore has an opt-in panel of two million internet users around the globe and uses a range of statistical techniques to create an internally consistent portrait of the global internet audience. As an example, below is a chart summarizing comScore's estimated audience over the past few years for wikipedia.org, both in the U.S. and worldwide.
    • Gestural (touch) UI is gaining momentum as a suitable companion, and in some cases worthy replacement, to the traditional UI via peripheral device input.

      Of course, with this momentum comes revised thinking about how we design for interaction. To this end, San Francisco-based Punchcut, an agency specializing in mobile design, threw together a very brief video demonstrating five considerations to keep in mind when designing for touch.

    • Acclaimed writer Neil Gaiman is burying Batman, but not before he pens a final "love letter" to the Dark Knight.

      Gaiman, picked by DC Comics to handle Batman's final appearance in the publisher's long-running monthly Detective Comics, almost didn't take the gig. But his high regard for the 70-year-old superhero made this an opportunity he couldn't skip.

    • (tags: me profile)

  • ’t Is zover

    Jan, zonet, bij het kijken naar Man Bijt Hond, waar er van die chopper-achtige fietsen getoond werden: OJOO!! ZO GROTE FIETSEUH!

    Ojo, begot.

  • Loris

    As cute as the slow loris is, it is considered an endangered species and not really suitable as a pet. Not only are they illegal to own, but they have sharp teeth and wild-like behaviors. For example, the loris marks its territory with urine… constantly… for the span of its entire life. This is not a habit that can be changed like house training a cat or dog.

    ….maar dus wel zeer schattig uitziend.

  • Ik heb dat niet gedaan!

    Had ik al ooit eens gezegd dat ik een ongelukkige mens ben als de zaken niet op hun normale plaats liggen?

    Voorgeschiedenis: mijn portefeuille is weg. Verloren, gegauwdiefd, geen idee.

    Eigenlijk kan het haast niet anders dan gegauwdiefd zijn, want ik weet dat ik hem dín had, en dín niet meer. En ik heb hem zéker niet laten liggen, dus hij moét wel uit mijn rugzak gediefd zijn.

    Misschien terwijl ik op mijn aaitotsj naar aflevering drie van John Adams (van harte aangeraden trouwens, historische reeks over één van de founding fathers van den Ameriek) aan het kijken was op het perron van Gent-Sint-Pieters. Ik zou niet weten waar en hoe anders.

    Dus dan maar na een uur of zo zoeken aangifte gedaan bij de NMBS, CardStop gebeld en al mijn kaarten (euh, twee, dus) laten blokkeren), plannen gemaakt om aangifte te gaan doen bij de plietsie.

    …en dan blijkt dat mijn portefeuille wel degelijk in mijn rugzak zat toen ik thuiskwam, maar zich in de loop van gisteren laffelijk onder de laptoptas van Sandra had zien te migreren.

    Op ongeveer vijftien centimeter van de rugzak die ik wel tien keer binnenste buiten gekeerd had.

    Daar zit ongetwijfeld een les in, die ongetwijfeld verhaald kan worden op interfacedesign — iets van “als de mensen overtuigd zijn dat iets op één bepaalde plaats ligt en het er niet vinden, dan gaan ze overal gaan zoeken behalve op de plaats waar het misschien wel zou kunnen zitten”, of zo.

    Of misschien wel een andere les, die ik mijn vader zo ongeveer om de andere dag hoorde zeggen toen ik klein was: dat het tijd wordt dat ik eens leer zoeken (de elventachtigste keer dat ik mijn schoolagenda niet vond terwijl hij gewoon onder een stapel papier lag). (Of die andere klassieker: dat als ik een beetje zou opkuisen dat ik de dingen wél zou terugvinden en wanneer gaat g’uw kamer nu eindelijk eens opruimen.)

    Zucht. Plus ça change, plus ça reste la même chose.

    Op het internet en zo zoeken, dat lukt mij ondertussen wel al hoor. En informatie organiseren in het abstract en in mijn hoofd en zo ook. ‘t Is dat voortecht zoeken en opruimen en zo dat niet altijd wilt gaan. (Waar ik dan ook gek van word, want in mijn hoofd is alles gerangschikt en geordend en heeft alles een plaats, maar in het echt is dat niet zo, aaaargh!)

    Ah well.

    Ondertussen is mijn kredietkaart en mijn bankkaart geblokkeerd. De bankkaart makt niet echt uit, de kredietkaart… Ach ja. Ik kende net mijn nummer ongeveer van buiten, na tien jaar of zo.

    Er zit ook een positieve kant aan: zo vallen er ongetwijfeld een aantal verdoken permanente internetbetalingsopdrachten weg. Zoals die maandelijkse World of Warcraft-rekening, terwijl het al zeker zes maand geleden is dat ik er nog een voet gezet heb.

    Elk nadeel hep zun voordeel.

    (De titel, overigens, is de standaardreactie van Anna als er haar eventueel, mogelijks, misschien, wie weet, ook maar iets te verwijten zou kunnen zijn. Zoals: kinderen samen in de zetel, plots luid geroep omdat de zender van de televisie verzet is. Anna: “Ik heb dat niet gedaan!” Of zoals: Anna zit alleen aan tafel, niemand anders in de buurt, plots schervengerinkel en een bord op de grond. “Ik heb dat niet gedaan!”)

  • Del.icio.us op 21 april 2009

  • ’t Is nu dat verdriet

    Ik ben soms zo’n soort anti-Argan.

    In die zin dat ik weiger naar een dokter te gaan, en dat ik mezelf geen ziekten toedicht, maar net het omgekeerde doe: als ik het maar lang genoeg ontken, dan gaat het misschien vanzelf wel weg.

    Meestal is dat wel zo.

    Tot ik plots met een bonzend onderbeen zit dat vier keer zo dik is als het zou moeten zijn, en de dokter er zelf een beetje van schrikt, en dat ik met wat pech wel dood zou kunnen gaan van sepsis. Bijvoorbeeld.

    Maar meestal gaan de dingen vanzelf wel weg. Ik heb er vooral een gloeiende hekel aan om met een stomme valling of griep naar de dokter te trekken. Wat kan die mens zeggen behalve “ah ja, ‘t zal een valling zijn” of “ah ja, ‘t zal griep zijn” en dan zeggen dat ik het best wat rustig houd en niet buiten loop en zo?

    Ik neem toch geen hoestmiddelen of dergelijke, ik ben een strikte homeopaat in van die huis– tuin– en keukensnotteringen: ik neem niéts, en hoe minder ik neem hoe rapper het over gaat.

    En dan ga ik dus niet naar Dokter Arts, blijf ik even thuis, ga ik dan weer werken, en dan is het lastigheid omdat ik geen briefje van de dokter heb, en dan moet ik alsnog naar de dokter, en dingen, en vanalles, en lastigheid.

    …dat allemaal om ertoe te komen dat ik toch maar eens naar de dokter ga, denk ik.

    Ik dénk dat ik van die RSI heb in mijn ene schouder. De schouder waar mijn muisarm aan hangt. En waar de helft van mijn toetsenbordvingers aan vast zitten.

    Het was een beetje vervelend, een maand of twee of zo geleden, toen ben ik weer overwegend op een echt toetsenbord gaan typen (laptopkeyboards zijn écht geen fijne dingen om mee te werken, en het maakt niet uit dat ik er nu al twee en een half jaar elke dag heel de dag op schrijf) en voor Photoshopwerk op een tablet overgeschakeld.

    Het werd niet slechter maar ook niet echt beter, en een week of drie geleden was het wel erg vervelend geworden. Vorige week heb ik praktisch niets op de computer gedaan en was het gewoon vervelend. Nu ben ik al een dag of vier wat meer op de computer aan het werken en is het meer dan vervelend.

    ‘t Is nu dat verdriet, verdorie.

    Ik kan het nog begrijpen van mensen die lang niet met computers gewerkt hebben en dan plots heel erg veel, maar moet ik daar zo oud voor geworden zijn, heel mijn leven of praktisch met computers en muizen gewerkt hebben, en daar nù ineens miserie mee krijgen?

    Ik heb het lang geleden, toen ik voor het eerst instensief met een muis werkte — Degas op Atari ST, ah, sweet memories — even gehad, een soort peesontsteking op de pees van mijn muisklikvinger, maar da’s even snel over gegaan als het opgekomen was.

    Ik hoop nog altijd dat het nu ook wel zal over gaan, maar als het, um, pak, euh, tegen… vrijdag niet over zou zijn, dan ga ik Dokter Arts eens een bezoek gaan brengen zie.

    (die mij dan ongetwijfeld zal zeggen het wat rustiger aan te doen, hier, wat van die flexiumgel erop, en hier, wat brochures over ergonomie op de werkplek)

  • Fuck

    Ik ging vanmiddag even de stad in gaan, eten halen.

    Mijn portefeuille nodig, dus.

    Mijn portfeuille, die maar op twee plaatsen kan zitten: ofwel in de zak van mijn jas, ofwel in mijn rugzak.

    Mijn portfeuille, die noch in jaszak, noch in rugzak zat.

    Crapovitch.

    Gisteren was het zeer warm en overbevolkt op het werk, ik heb een trein vroeger genomen om thuis verder te doen.

    Brussel-Noord > Gent-Sint-Pieters: portefeuille võór mij op het tafeltje gelegen, en ik heb zelfs niet geslapen. Bij het uitstappen heb ik hem zéker meegenomen, ik kijk altijd of ik alles mee heb. Het was warm, ik had mijn jas wel mee maar niet aan, mijn rugzak zat wel op mijn rug.

    Gent-Sint-Pieters > Gent-Dampoort: portefeuille niet boven gehaald. Jas is uit gebleven, rugzak is aan gebleven.

    Gent-Dampoort > huis: rugzak aan gehouden, jas in fietstas gestoken.

    En nu is mijn portefeuille nergens meer te bekennen. Logischerwijs zou het ding in mijn rugzak moeten zitten, waar ik het samen met mijn leesboek en oorkussen gestoken heb toen ik van de trein stapte in Gent-Sint-Pieters, maar het zit er in.

    Ofwel ben ik gegauwdiefd, ofwel iets anders.

    Dedju.

    Ik heb alvast een aangifte gedaan bij de NMBS.

    Dedju.

  • Del.icio.us op 20 april 2009

  • Del.icio.us op 19 april 2009

  • Caprica

    Vorige week gezien, en vandaag nog eens.

    Umm… jazeker. Ik zie waar het naartoe zou kunnen gaan, en ik kan er mij helemaal in vinden.

    Battlestar Galactica maar dan soap, had ik begrepen. Ik heb dat inderdaad ongeveer wel gezien, maar ik denk dat ik zo meteen drie, vier manieren zou kunnen opnoemen waarop het zou kunnen zeer onderhoudend worden.

    Veel antwoorden al meteen in aflevering één: we weten waar de cylons vandaan komen, waarom ze monotheïstisch zijn, mogelijke achtergronden voor een conflict, verrassende insights in de familie Adama: ayup, them’s all good eats.

    Oh, en was ik de enige die als een klein kind met een grijnslach van oor tot oor zat bij de allereerste by your command? 😀

    [ter vergelijking en herinnering, in de jaren 1970:]

    [ah, memories]

    [en in Razor, een jaar of twee geleden:]

    [ik zat toen ook gelijk een klein kind te grijnslachen]

  • Ze moeten bij de VRT toch nog eens les volgen in demagogen ontzenuwen.

    Dedecker werd zogenaamd op de rooster gelegd door het journaille van dienst: een schaamtelijke, tendentieuze vertoning, de VRT onwaardig.

    Een journalist die geen ogenblik van zijn vooraf vastgestelde ideetje afstapte, die niet luisterde naar wat Dedecker zei, en die maar bleef doordrammen: Jeremy Clarkson Paxman you ain’t, buster.

    “Zou het niet beter Lijst-DDR zijn in plaats van LDD?” — van dat niveau.

    Bah.

    Oh, en natuurlijk: nog een paar procent bij, voor Jean-Marie Dedecker, als dit nog een paar keer herhaald wordt.

    …oh, hang on. In een vervolgstukje werd de juiste reflex gedaan: de verontwaardiging over het gebruik van een privé-detective losgekoppeld van de vermeende feiten, de schimmige dingen rond die sale and lease-back-operaties.

    Jammer dat het kwaad al gedaan was en dat er geen ruimte voor nuancering of voor dat onderscheid was in het interview zelf.

  • Science Fiction te lezen

    Allemaal tips om te lezen gekregen, alhier.

    Even overlopen:

    • D.M. Arnold zegt me niets. Zijn boeken zijn gratis te downloaden, maar lezen op een iPod is niet te doen, en op een gewone laptop eigenlijk ook niet — eigenlijk zou ik nog eens zo’n tablet moeten hebben. Of zo’n Kindle, tenminste. Van zodra ze uit zijn in Europa, koop ik er één.
    • Philip Pullman’s Golden Compass had ik uiteraard al gelezen. Begin zeer goed, eindigt veel minder, vind ik. Voor al wie dit goed vond: Susanna Clarke’s Jonathan Strange & Mr. Norrell van ganser harte aangeraden. Kopen zonder aarzelen.
    • Charlie Stross vond ik lastig om te lezen. Misschien omdat hij manifest wel ideeën heeft, maar dat ik vind dat hij er niet in slaagt om ze in een goed verhaal te steken. Ik ben niet verder dan Accelerando geraakt, niet van plan meer te lezen ook.
    • Alastair Reynolds vind ik minder irritant. Ik heb er voor zover ik weet alle boeken van gelezen, zelfs al had ik achteraf meer dan eens het gevoel dat ik liever zijn voorbereidende notities had gelezen. ’t Is voor een groot stuk ook zo’n geval van uitstekend universum, mwof karakters.
    • Van Mary Gentle heb ik alleen Ash gelezen, en dat kan ik meteen om het even wie aanraden die in zijn jeugd Thea Beckman graag las — iederéén dus, neem ik voor het gemak even aan.
    • Ken MacLeod staat op de te lezen lijst. Ik hoor er teveel goeds van, van overal een beetje.
    • China Mieville is een raar geval. Ik ben begonnen in Perdido Street Station en ik vond het ongelooflijk hard werk, alsof hij Mervyn Peake wou doen-maar-dan-in-het-science-fiction-achtig, en daar jammerlijk in mislukte. Het ligt nog ergens in mijn slaapkamer, onuitgelezen.
    • Neil Asher, daar ga ik wat meer boeken van kopen. Ik had Line of Polity gekocht zonder te beseffen dat het een deel van een serie was, namelijk.
    • Van John Courtenay Grimwood heb ik een tijd geleden Pashazade en Effendi gekocht. Pashazade begon zodanig verwarrend dat ik er niet verder dan het begin in geraakt ben. Als het de moeite waard is, wil ik gerust nog eens de moeite doen.
    • Jo Walton zei me niets, maar klinkt interessant. Ik heb alvast Tooth and Claw besteld: Trollope, maar waar alle personages draken zijn.
    • Ook John Meaney kende ik van haar noch van pluimen. Bone Song besteld, ik houd de wereld op de hoogte.
    • Liz Williams: zelfde laken een broek. The Poison Master komt binnenkort toe.

    Dankuzeer aan de tipgevers (en vooral dan aan Martin — ik had eigenlijk ook gewoon een mail kunnen sturen, of zijn uitstekende boeklog erop kunnen naslaan).

  • Serious facial hair

    Ah, over restauratie gesproken… ik heb natuurlijk de laatste paar dagen niet veel tijd gehad om met Photoshop in de weer te zijn (een laptop zonder tekentablet en vooral zonder goed scherm is niét leutig om op te werken), maar deze had ik vorige week nog aangepakt:

    Wahey! Geef nu toe, wat een machtige foto!

    Knippenplak van op Wikipedia:

    Ambrose Everett Burnside (May 23, 1824 – September 13, 1881) was an American soldier, railroad executive, inventor, industrialist, and politician from Rhode Island, serving as governor and a U.S. Senator. As a Union Army general in the American Civil War, he conducted successful campaigns in North Carolina and East Tennessee but was defeated in the disastrous Battle of Fredericksburg and Battle of the Crater. His distinctive style of facial hair is now known as sideburns, derived from his last name.

    Akkoord, die bakkebaarden, maar da’s niet alles, op de foto. Dat hij toch nog een klein beetje dons bovenop zijn hoofd heeft! Dat hij zijn haar alsnog naar voren kamt, zelfs al maakt het eigenlijk niet veel meer uit! Dat hij heel erg hard zijn buik aan het intrekken is voor de foto, maar zijn drie borstknoppen toch maar niet heeft zich proberen krijgen! En misschien wel het aandoenlijkste van alles: dat hij denk ik gemoost heeft met zijn eten van deze middag, plets in het midden van zijn schoon kostuum!

  • Wetenschappelijk werk in Word

    Zo wijs! Ik ben een tekst met ettelijke honderden bronnen en voetnoten en tabellen en allerlei aan het verwerken.

    Ik had even overwogen om het in iets meer geëigend te doen—LaTeX sprung to mind—maar uiteindelijk toch maar gekozen voor MS Word (2003 en 2007), en EndNote X2 voor de bibliografie. Stijf tevreden van, tot nog toe.

    Een voorproef-copypaste van een paar paragrafen:

    Pattison laisse le mot à la rime des vv.43 et 45 en blanc, car, écrit-il, “Ms. M which has so often given the correct reading bears esterinha, esterinh, but if these words are correct, their use here is unique and there is no way of ascertaining their meaning”[1]. Il est vrai que nous n’avons pas pu retrouver ces formes chez d’autres troubadours. Toutefois, chez Aymé Vayssier on a le verbe s’estelinga, s’esteringla ‘s’enfoncer une écharde’, ainsi que les substantifs correspondants estelingado, esteringlado, esteringlal ‘écharde’[2]. Wartburg présente, sous l’étymon *tarÄ­nca, des formes analogues ou identiques, non seulement pour la langue de l’Aveyron, mais aussi dans divers dialectes méridionaux: “Toulouse estaringlo, Cahors estorlénco, Tarn, castr. estarenglo, Aveyron estelingo, estarinco, esteringlo, estringlo, estelonclo, estarenglo, blim. esterlinquo (…) périg. estrinclo…”[3]

    Toutes ces formes sont assez proches de celles que nous fournit le manuscrit M et, qui plus est, du point de vue du sens, elles ne présentent aucun problème: le poète sait que sa Dame ne se moque pas de lui (v.39, mas ja sos cors no frezilha), car le destin (sors) lui a garanti cet amour (v.40); il en est fort heureux (mos cors sailh fort e grim), ), mais il en pleure davantage encore, car [ce même destin] blesse sa joie (litt. ‘pique une écharde dans…’) qui est donc de courte durée (vv.43-44) et soumise à Douleur (vv.44-45); or, ce fait lui est également une blessure (litt.’une blessure causée par une écharde’).

    Seulement, et c’est là une difficulté de taille, les formes citées ci-dessus ne présentent aucune mouillure en syllabe terminale. A ce propos, il est même signalé dans Wartburg que dans la forme esteringlo (qui serait la plus proche de celles que nous avons dans M) “das l in die letzte silbe verwiesen (ist)”[4]. En effet, que l’on parte d’une forme en -incula, ou d’une forme contaminée par le synonyme latin astella, ce qui explique la syllabe initiale en es-, la gutturale se conserve[5] et nous ne voyons pas comment justifier la mouillure d’esterinh(a). La seule façon d’obtenir cette mouillure, serait de partir d’un diminutif de *(es)tarÄ­nca: *(es)tarÄ­ncula [6]qui peut passer à *(es)taricula[7] qui donne dès lors, tout régulièrement: *esteric’la > esterilha[8].


    [1] Pattison, 1952, p. 75; voir aussi Levy, 1894, III, pp. 319-320.

    [2] Vayssier, 1971, p. 240.

    [3] Wartburg, 1928sv., III, p. 121.

    [4] ibid.

    [5] Le groupe C’L postconsonantique demeure intact (voir Pellegrini, 1965, p. 132).

    [6] Même si Wartburg (op.cit.) semble mettre en doute la possibilité d’un tel diminutif, l’apparition d’une forme calabraise taruonculu plaide en la faveur de son existence (voir Battisti & Alessio, 1968, V, pp. 3722, s.v.tarinco).

    [7] Comme ranunculum passe à *ranuclum (voir Adams, 1913, p. 76).

    [8] Pour la mouillure, voir Anglade, 1921, p. 167; le passage de a à e ne doit pas nous étonner: le a protonique initial ou en syllabe initiale en contact avec r peut passer à e (araneam donne aranha et aussi eranha). Sans doute, dans ce cas-ci il y a le préfixe -es. Ceci n’influe toutefois pas l’évolution du a: strangulare donne estrangolar et estrengolar (voir Anglade, 1921, pp. 95-96: a devant n évolue comme a devant r).

    …en daar hoort dan een bibliografie bij:

    Adams, Edward Larrabee (1913). Word-formation in Provençal. New York: Macmillan.

    Anglade, Joseph (1921). Grammaire de l’ancien provençal ou ancienne langue d’oc. Phonétique et morphologie. Paris: C. Klincksieck.

    Battisti, Carlo, & Alessio, Giovanni (1968). Dizionario etimologico italiano. Florence: G. Barbèra.

    Levy, Emil (1894). Provenzalisches Supplement-Wörterbuch, Berichtigungen und Ergänzungen zu Raynouards “Lexique roman”. Leipzig: O. R. Reisland.

    Pattison, Walter T. (1952). The Life and Works of the Troubadour Raimbaut d’Orange. Minneapolis: The University of Minnesota Press.

    Pellegrini, Giambattista (1965). Appunti di grammatica storica del provenzale. Pisa: Libr. Goliardica.

    Vayssier, Aimé (1971). Dictionnaire patois-français du département de l’Aveyron. Genève: Slatkine Reprints. (Réimpr. de l’éd. de Rodez, 1879)

    Wartburg, Walther von (1928sv.). Französisches etymologisches Wörterbuch, eine Darstellung des galloromanischen Sprachschatzes. [Lieux divers]: [éd. divers].

    Ik zou nog eens moeten kijken welke citeerstijl het precies moet zijn — nu is het een licht gewijzigde APA — maar aanpassen is een minuscule moeite, met die EndNote. Dan worden alle voetnoten en alle manieren van bronvermeldingen allemaal tegelijk aangepast.

    EndNote houdt de bibliografie bij in een eigen programma, waarmee meteen ook kan gezocht worden in vele honderden on-line bibliotheken — in mijn geval heb ik het meeste baat bij de Bibliothèque Nationale de France en de Biblioteca Apostolica Vaticana. Een referentie kan in Word geplaatst worden door op een knop in het aparte programma te duwen, of via een knop in een knoppenbalk in Word, of, veel eenvoudiger, door de referentie in te typen via een code.

    Dan geef ik bijvoorbeeld {Pillet, 1933 @ 246-247} in. Dat wordt dan met zo’n smart tag herkend als een bronvermelding, en automatisch omgezet (on the fly als ik het wil), naar de juiste manier van citeren, in dit geval “Pillet & Carstens, 1933, pp. 246-247”, én naar een entry in de bibliografie met ook de juiste vorm, in dit geval “Pillet, A., & Carstens, H. (1933). Bibliographie der Troubadours. New York: Burt Franklin”. Een groot gemak, en ik kan me alleen maar inbeelden wat voor een soep dat moet geweest zijn toen er nog geen internet was. En al helemaal wat voor soep toen er nog geen tekstverwerkers waren. Zo’n manuscript van tegen de duizend bladzijden op een typmachine… brr.

    Maar goed. Ik ben aan het OCR’en en aan het omzetten naar Word. Wijs werk, in ieder geval. Het heeft veel gemeen met beeldrestauratie, in die zin dat er eigenlijk niet echt veel nadenken bij te pas komt, maar wel veel aandacht voor detail én dat er tegelijk een groter beeld in het achterhoofd moet gehouden worden.

    En dat men er een tijd mee bezig blijft, en dat men toch wel redelijk wat opsteekt over het onderwerp.

  • Luonnotar

    Tijd voor een streepje Sibelius:

    Karita Mattila doet Luonnotar, in het Fins zoals dat hoort. (Karita Mattila, die u en ik beter kennen als dedie die in haren bloten gaat in Salomé, natuurlijk.)