Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Maand: juni 2018 (pagina 1 van 2)

Spannend

In de cenakels van de Nederlandstalige Wikipedia wordt vrijdag over mijn lot beslist. Of ik al dan niet ten eeuwigen tijde verbannen blijf.

Ondanks mijn dure eden dat ik er nooit nog een voet zou zetten, was ik even geleden voor de zoveelste keer in een interview aan het uitleggen hoe Wikipedia eigenlijk werkt, en zag ik tijdens het interview zoveel plaatsen waar er eigenlijk meer en beter zou kunnen staan, dat ik wel goesting had om er hier en daar weer wat in te steken.

En dus heb ik een mailtje gestuurd naar de Bevoegde Instanties. Die er vrijdag over oordelen.

Spannend. 🙂

Wat een wereld waar wij in leven

Maar wat een machtige serie, Westworld. Het is niet meer theorietje-zoek dit seizoen, het is personages en verhaal en alles.

Maandag finale, en ik kijk er zeer hard naar uit.

Al die goeie tv-series tegenwoordig.

Mijn werk is een raar werk

Ik werk bij Namahn.

Het was daar vanavond een bijeenkomst voor UX-mensen, en ik heb een korte spreekbeurt gegeven.

35654407_10211387457952931_7830846946892840960_n

[Foto van ex-collega Mieke, ik aan slide 6 van 153 van mijn spreekbeurt.]

Maar dat geheel terzijde: ik heb er heel erg in de snelte een ex-werkneemster leren kennen — zij deed net vóór mij ook een spreekbeurt.

(die van mij was ‘Design thinking a festival event’, die van haar ‘Language, design and ethics’)

Zij werkte er jaren, net in de periode dat ik er niet werkte. En dan spreekt ge even met elkaar, en dan denkt ge Yep, dit is iemand van Namahn. Het is zeer zeer vreemd en moeilijk te omschrijven, maar ik heb soms de indruk dat we daar na een tijdje allemaal iets ondefinieerbaars krijgen waardoor we voor eens en voor altijd “mensen van Namahn” zijn.

Dat betekent bijvoorbeeld dat ik er acht jaar weg kan zijn en dan weer terug zijn, en dat het lijkt alsof ik een lange vakantie van acht weken genomen heb en dan de draad weer oppak.

Of dat ik vanavond een ex-collega terugzie die al een tijdje niet meer bij Namahn werkt, en dat het ook lijkt alsof de tijd stilgestaan heeft.

Zeker dat, allemaal wat ouder en wat meer ervaring, dat wel. En kinderen in het zesde leerjaar en eerste middelbaar en universiteit begonnen of universiteit afgewerkt. Maar niet fundamenteel veranderd.

Ik ben echt zeer, zeer content dat ik mag werken waar ik werk. Beste werk ooit.

(Ah ja trouwens, we zoeken nog senior profielen, en voor wie goesting heeft: er zijn nog een paar plaatsen vrij voor ons Summer Camp. Zie mij reclame maken als een goede werknemer. Dance, monkey boy, dance. En het wordt mij niet eens gevraagd!)

Ping! zei het hoofd

Er was iets dat een beetje ingewikkeld was op het werk. ’t Is te zeggen: het mentaal model dat ik opgebouwd had op basis van afbeeldingen en documenten was helemaal anders dan het mentaal model van de mens die weet waar het over gaat.

Na wat fijnstellen en afstemmen en bijlezen is mijn mentaal model nog altijd anders, maar nu heeft mijn hoofd ping! gezegd, en denk ik dat ik snap hoe het in elkaar zit. Of beter: (op voorwaarde dat ik het echt wel goed begrijp) ik denk dat ik snap hoe het eigenlijk beter in elkaar zou zitten.

Het draait rond één concept: iets is “A” als “abc”, en “X” als “xyz”. En A heeft een aantal eigenschappen die B niet heeft en omgekeerd. Maar eigenlijk is “abc” gewoon een ander type van “xyz”, of beter, is “xyz” twee types “abc” in elkaar gedraaid. Als ge inziet dat “abc of xyz” eigenlijk beter zou zijn “a en/of b en/of c”, dan is er geen onderscheid meer tussen A en B.

En dus is de vraag dan: de manier waarop het in elkaar zit, is dat open voor discussie? Ik vermoed zeer sterk van nee, dus is een volgende vraag misschien: moeten we de manier waarop het in elkaar zit begrijpbaar maken, of begrijpen gebruikers hoe het in elkaar zit? Ik vermoed zeer sterk dat ze begrijpen hoe het in elkaar zit, en dus kan een volgende vraag zijn: wat doen we nu? Want dit is welicht niet ideaal, en wat we nu aan het maken zijn, maakt het onderscheid tussen A en B eigenlijk nergens meer voor nodig.

Spannend, mijn werk, ge kunt u dat niet inbeelden. En geestig.

Er is weinig zo fijn als een hele stapel onbegrijpelijke zaken op uw boterham gesmeten krijgen, en dat het licht dan plots aan gaat en alle puzzelstukken op hun plaats vallen.

(En nu hopen dat ik het écht begrepen heb. Anders komt dat moment gewoon een paar dagen later. Want het komt er onvermijdelijk.)

Benny

De akelige dramaqueenerige broer van Bart De Pauw, die zichzelf veel te serieus neemt. Zo zat Benny Claessens jarenlang in mijn hoofd.

En toen zag ik links en rechts flarden van flarden van zijn recenter theaterwerk, en was mijn instinctieve reactie twijfelen tussen “hohoho, zo edgy maat” en “maar toch wel wijs dat hij de draak steekt met al die zichzelf veel te serieus nemende dramaqueens”.

Ik ben geen kunstkenner. Ik heb toen ik veel jonger was en nog een abonnement had op cultuur, veel theater gezien. Mijn laatste abonnement was met Sandra samen, en één van de laatste voorstellingen was iets van ik weet niet meer welk Groot Gezelschap, waar een mevrouw een hele tijd (in mijn herinnering echt een hele tijd) doorbracht met een pot noordkrieken. Ze stak ze tergend langzaam in haar vagina, en plopte dan de hele pot tegelijk weer uit in een emmer.

Misschien heeft mijn geheugen het helemaal vervormd, maar ik herinner me dat ik toen buitengekomen ben met de gedachte “gho, dat was dan toch wel Kunst met een heel grote K”. Misschien dacht ik ook wel dat het gewoon Kut met een heel grote K was, ik wil er van af zijn.

Maar ik wil niet dogmatisch zijn, ik maak mezelf wijs dat ik open sta voor vanalles (herinner mij eraan dat ik The Pale King herlees, één dezer), en ik wil mijn uiterste best doen om te begrijpen wat ik niet begrijp. Of te voelen wat ik niet begrijp omdat het niet te begrijpen is maar visceraal moet gevoeld worden, you know what I mean.

Dus nam ik De Standaard ter hand en las ik het interview met de genaamde Benny Claessens: ‘Die oude generatie doet alles al 100 jaar hetzelfde. Ik wil het anders doen’. Net onder de kop: “Is Claessens een radicaal genie of toch vooral een diva met lange tenen? Op zoek naar een antwoord spoorden wij richting Berlijn.”

Het belooft, al bij het begin, met een hele tirade over het vliegtuig en “een rijk, oud, heteroseksueel publiek van veertig man dat enkel Tsjechov wil zien” waar hij nooit vanzeleven nog voor wil spelen, maar:

Bij een eerste indruk bevestigt Benny Claessens meteen zijn imago als enfant terrible. […] Maar in de twee dagen dat we in zijn kielzog meelopen in Berlijn, toont hij een heel ander gelaat. Dat van de zorgzame regisseur, bijvoorbeeld. Of de bon vivant bij wie kunst en vriendschap totaal versmolten zijn. Hij blijkt ook een grapjas die zichzelf heel goed kan relativeren, maar hij staat wel vol overgave op de barricaden voor meer queer kunst.

Kijk luistert. Ik lees veel mensen hem bewieroken, akoord. Maar het spijt mij, het artikel is er niet in geslaagd mij een andere indruk te geven dan mijn allereerste, die die zijn personage in Het Geslacht De Pauw achterliet.

Wellicht is het allemaal goed bedoeld, maar hoe dat dan op de pagina staat, is het enkel op mij dat het verschrikkelijk arrogant overkomt? Dit bijvoorbeeld:

Ik moet zo dikwijls de bitch uithangen in stadstheaters, maar ik ben dat beu. Zij werken daar, dus zij moeten hun job goed doen. Als je dan, zoals ik, te veel zegt dat ze amateurs zijn, word je verwijderd.

Ja, niet iedereen is briljant, niet iedereen is mee, niet iedereen kan of wil mee. Mensen zijn soms van slechte wil. Omdat ze bang zijn, of incompetent, of gewoon omdat ze niet beter weten. Maar mensen uitmaken voor amateurs, is dat nodig? “De bitch uithangen”, moét dat? Wie wordt er beter van als ge het hebt over “gewoon hupsie-flupsie-kakkietheatermaken met acteurs als Els Dottermans”?

En hoe kunt ge iets als dit anders dan arrogant interpreteren?

Mensen zoals Els denken dat zij de normalen zijn en de rest de raren – zo denkt trouwens negentig procent van het Duitse en Vlaamse theater.

Misschien even een grafiekje erbij:

normaal

Ik wil niet in een semantische discussie verzeilen, maar als 90% van de mensen op een bepaalde manier denkt en 10% niet, dan lijkt mij redelijk duidelijk wie er eigenlijk per definitie “normaal” en “raar” is, nee?

En dan zoiets als dit:

Ik wil dus eigenlijk niet trashen over Els. Voor mij gaat het om iets groters. Els, die ik zelfs een goede actrice vind, is ook maar een symbool van een oude wereld die zich superieur voelt.

Wat moet een mens daarvan maken? Eerst iemand afzeiken en dan zeggen “maar ik wil eigenlijk niet trashen“, is dat niet een beetje gemakkelijk? Dat venijnige “die ik zelfs een goede actrice vind”, is dat niet een beetje neerbuigend? En als ik dit helemaal lees, ben ik dan de enige die concludeert dat er wel degelijk een wereld is die zich superieur voelt, maar dat het niet noodzakelijk die “oude wereld” is?

Ik werd niet vrolijk van het artikel over Benny Claessens. Misschien een geschikte jongeman in het echt, en misschien is het de journalist die uit de bocht gaat, maar het kwam bij mij binnen als het portret van een soort vleesgeworden arrogante karikatuur van een “Kunstenaar”.

Van een akelig ventje dat ik eigenlijk helemaal niet wil kennen.

Activist van het eerste uur

Mijn eerste stappen in de locale politiek, dat moet ergens in het begin van de jaren 1980 geweest zijn.

In de GB, waar er in de nieuwe Maxitec-afdeling een hele muur vol computers stond die mensen mochten bepotelen: ze één voor één allemaal afgaan (ZX Spectrum, Sinclair QL, VIC-20, Commodore 64, Atari 400 en 800), variaties op dit schrijven:

zx.PNG

..en dan allemaal in gang steken:

gb.pnhg

MWAHAHA.

De administratieve molen

Ik moet een nieuwe identiteitskaart krijgen. Foto genomen van mezelf, naar het administratief centrum, alles afgegeven en ingevuld, en dan wachten op een bericht dat ik mijn kaart mag afhalen.

Vorige week: bericht!

20180616_115142

Ik moet komen met mijn oude kaart (check), maar ook met mijn “codes”. De PIN van mijn oude kaart, die ken ik, maar kreeg een mens zo geen papiertje met een PUK en een PIN bij het ophalen van de nieuwe kaart?

Hm.

Ik heb in ieder geval nog geen brief gezien met codes erin, dus ik wacht nog even.

Een week gaat voorbij, geen brief met codes. Ik heb, met andere woorden, mijn codes niet ontvangen. Dus kan ik naar www.ibz.rrn.fgov.be gaan om ze aan te vragen:

rrn

Ik heb wat rondgezocht, maar ik vind nergens “uw codes aanvragen”, dus heb ik maar op “aanvraag PINcode” geduwd, en jawel!

Bij de aanmaak van uw nieuwe elektronische identiteits- of vreemdelingenkaart heeft u van de kaartproducent een brief met uw codes ontvangen. Heeft u deze brief nog? Dan kan u met deze brief naar uw gemeentehuis gaan om er nieuwe codes aan te vragen. Indien u deze brief niet meer heeft, kan u nieuwe codes aanvragen, ofwel in uw gemeente ofwel door hieronder uw gegevens in te vullen.

Helaas:

Uiterlijk drie weken na uw aanvraag zullen de nieuwe codes toekomen in uw gemeente. Indien u recent bent verhuisd, is het mogelijk dat uw codes toekomen in uw vorige gemeente.

Ik heb de aanvraag gedaan, maar vanmorgen toch eens tot bij Gentinfo gestapt: de brief zei namelijk ook dat ik mijn codes kon gaan fhalen “bij het GentInfoPunt in het Administratief Centrum Zuid op het Woodrow Wilsonplein”.

Neen dus. ’t Is wel degelijk dat ik een paar weken moet wachten tot ze daar bij Binnenlandse Zaken nieuwe codes printen, en dat die dan naar Gent gaan gestuurd worden en dat ik er bij het Administratief Centrum om zal moeten gaan.

Gentinfo (leve Gentinfo! Gentinfo zijn de beste!) heeft mij ook het telefoonnummer van een bevoegde persoon bij de Stad gegeven, en die heeft het mij helemaal uitgelegd: de brief die ik had, in een witte envelop van de Stad, is al een rappel. De vorige brief zal in de post verloren geraakt zijn, dat gebeurt nog wel eens.

(vandaar vermoed ik die “hebt u uw codes niet ontvangen?” in de brief)

En dat ik binnen een week of twee eens moet terugbellen om te zien of ze de nieuwe codes hebben gekregen, en indien ja dat ik er om mag gaan.

Tsk.

Mijn oude kaart is nog geldig tot 26 juni. ’t Zal spannend worden!

We gaan ervoor!

We gaan er helemaal voor. Yay!

En binnenkort meer nieuws. Hoera!

En een beetje nerveus, maar dat mag dan wel.

Ha!

Kwaad op computer

Het was al lang geleden, maar ik heb mij zeer kwaad gemaakt op mijn computer.

Situatie: ik heb een laptop en een bakje om van USB-c naar VGA-kabel te gaan.

Dat heeft een tijd gewerkt, maar nu niet meer.

Mijn laptop moet 3000×2000 zijn en de monitor 1200×1920. Maar ik krijg de monitor niet meer groter dan 1200×1600 (of 1600×1200 als hij niet portrait staat). En in geen enkel geval krijg ik monitor en computerscherm tegelijk aan. Het is ofwel de ene ofwel het andere.

Maakt niet uit of ik herboot of wat dan ook.

En de klassieker, vóór ge het vraagt: Nee, ik heb niets veranderd.

Onmetelijk irritant.

Maandag neem ik eens een andere kabel mee. Zien of dat helpt.

Het moest ooit eens gebeuren

Het is mij in mijn hele leven exact twee keer overkomen. Eén keer in 2005 toen ik in Brugge moest zijn maar in Oostende bleek te zitten, en vandaag: ingestapt in Brussel-Centraal, en wakker geworden in Brugge in plaats van in Gent.

Ik ben in slaap gevallen ergens net na Brussel-Zuid, en ik heb geen enkele halte zien passeren. Zo erg. En ik had vannacht nochtans genoeg geslapen en al.

Gelukkig ben ik geen afgevaardigde van de Grote Satan

Hoezee! Als de Gentse Feesten gedaan zijn, kan ik een paar dagen uitrusten, en dan neem ik het vliegtuig naar Teheran!

Om te gaan werken en workshops te doen en alles, maar hey, ziet eens hoe prachtig van lokatie!

15212615775_63e8655c5f_h

Ik ga eens aan collega Mina moeten vragen wat ik allemaal moet bekijken. 🙂

Allemaal kleine axolotls

In de tuin van mijn ouders is er een klein vijvertje. ’t Is te zeggen, een grote vierkante bak waar ooit vissen in gezeten hebben maar nu niet meer.

Toen de vissen allemaal schielijk heengegaan waren, zat het even vol met muggenlarven, maar toen kwamen de rugzemmers, en nu zag ik geen muggenlarven meer.

Het zit er wel vol van blauwe waterjuffers, en ik dacht dat ik gisteren daar allemaal larven van zag. Van die gemene roofbeesten in het water, bah — maar toen ik dichter ging kijken, zagen ze er veel te beweeglijk uit, en te donker, en verkeerd van vorm, en eigenlijk ook te groot.

larve

Het waren begot allemaal larven van salamanders!

Vroeger lang geleden, toen er nog een beek in de buurt was die vol leven zat (spinnen met een duikklok! kikkers! padden!) zagen we heel, heel zelden ook eens een salamander.

Ik had nog nooit van mijn leven een salamanderlarve in het echt gezien (op de axolotls van Tony in de lagere school na, maar da’s neotenie en dat telt niet), en nu ineens wel twintig of dertig! En al redelijk groot!

Zo spannend. Geen flauw idee ook hoe er ooit een salamander in dat vijvertje geraakt is.

De vinger aan de pols

Ik ben zó mee met de jeugd dat ik er soms zelf bang van word.

Daarnet aan tafel heb ik ze zelfs gewaarschuwd dat ik jongerentaal zou spreken, maar ik zweer dat het zo in mijn hoofd zat:

Sad life als ge naar een serie aan ’t kijken zijt op popcorn time maar ze staat eigenlijk op netflix.

Screen_Shot_2017_07_13_at_1.09.20_PM.0

En dat ik bijvoorbeeld moet vechten tegen mezelf om telkens ik eigenlijk “kwamsuis” of “zomaar” zou kunnen gebruiken, ik eigenlijk geneigd ben om “casual” te zeggen.

En nog uitgelachen worden door uw kinders hé. Op vaderdag en al.

POLITIESTAAD GENT

Ik was naar mijn moeder gefietst. Dat kan op een kwartier, maar ik heb er vijfentwintig minuten over gedaan want ik heb een beetje rondgeflaneerd en op het gemak genoten van de zon.

Ik was om kwart voor elf bij mijn moeder, en dan rond een uur of vijf weer naar huis gefietst. De rechtstreekse weg in het terugkeren, niet te snel en niet te traag, proper op het fietspad, met een fiets die helemaal in orde is, niet aan het sms-en of een film aan het bekijken — helemaal reglementair dus.

En dan reed ik aan de Snepkaai, aan 12 per uur of zo achter een familie die met fiets en twee kleine kinders op stap was, geen aanstalten aan het doen om ze in te halen of niets. Nog eens: helemaal in orde met alle mogelijke regels en verordeningen. Op een van de rijweg afgescheiden fietspad. Kijk, hier reed ik:

snepkaai

Gewoon op de fiets, minding my own business, en jawel: ineens een politiecombi naast mij, luid geroep en getier uit het open venster, zo ongeveer klemregeden, geforceerd te stoppen.

Ik was zodanig onder de indruk dat ik mij het gesprek niet letterlijk meer herinner, maar het was iets in deze zin:

Politie: Ah meneer, wat zijn wij aan het doen?

Ik: Euh op de fiets rijden meneer.

Politie: En wij vinden dat normaal of wat?

Ik: Euh ja meneer, ik ben gewoon naar huis aan het rijden.

Politie: En gij rijdt altijd in uw pyjama en uw sletsen rond?

Ik: Euh nee meneer maar ’t is zondag en ik had geen goesting om mij aan te kleden want ik heb gisteren al mijn kleren moeten aandoen om ergens naartoe te gaan en normaal gezien doe ik heel het weekend mijn peignoir aan en niet mijn kostuum.

Politie: Allez, en gij vindt dat dus geen probleem?

Ik: Euh nee meneer maar ik ben toch bijna thuis.

Ze hebben mij vernederd, of tenminste proberen vernederen, of tenminste de indruk gegeven dat ze in mijn gezicht aan het glimlachen waren. En dan zijn ze doorgereden.

Pyjama shaming. ’t Is erg, de wereld tegenwoordig.

Voor ’s nachts

Op het werk maken we iets dat door mensen in allerlei omstandigheden gebruikt zal worden.

Er bestond al een ontwerp, in tinten van blauw en met veel wit en alles. Maar eén van die omstandigheden is: in ’t donker. In het redelijk donker soms, maar soms ook in het helemaal donker. Zoals in, bijna geen enkel licht nergens.

En dus dacht ik op een zekere avond dat het misschien wel eens wijs zou zijn om een donkere interface te maken. Ik persoonlijk werk meestal met donkere interfaces, zeker ’s avonds maar eigenlijk ook wel vaak overdag, en dus heb ik iets gemaakt zoals ik het eigenlijk zou willen.

Eerst in het rood op zwart, gelijk in sommige software voor telescopen en dergelijke. En dan eens in het amber. Die twee versies voor in het helemaal donker, en dan een versie voor huis-tuin-keukengebruiken in een normaal verlichte-maar-geen-daglicht-ruimte.

interface

Klik voor ware grooten: linksboven het origineel, onderaan voor zonder licht (niet te testen als uw ogen niet al een kwartier of meer aan het pikkedonker gewoon zijn geworden), rechtsboven voor gewoon donker.

’t Is leutig, als ge een beetje html en css kent. Dan kunt ge uw ideeën ook meteen werkelijkheid maken. 🙂

Oudere berichten

© 2018 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑