• Gij hebt geluk dat ge maar één kind hebt.  Gij hebt geluk omdat ge maar twee kinderen hebt.  Gij hebt geluk omdat al uw kinderen gezond zijn.  Gij hebt geluk omdat uw kinderen gelukkig zijn.  Gij hebt geluk omdat al uw ouders nog leven.  Gij hebt geluk dat ge niet in een vechtscheiding zit.  Gij hebt geluk omdat ge niet gescheiden zijt.

    Gij hebt geluk omdat ge gezond zijt. Gij hebt geluk omdat ge werk hebt.  Gij hebt geluk omdat ge boeiend werk hebt.  Gij hebt geluk omdat ge  kunt  werken.  Gij hebt geluk omdat ge thuis kunt blijven.  Gij hebt geluk dat de maatschappij u ondersteunt.

    Gij hebt geluk omdat uw vrouw genoeg verdient.  Gij hebt geluk omdat uw man genoeg verdient.  Gij hebt geluk omdat ge een groot huis hebt.  Gij hebt geluk omdat ge een nanny kunt betalen. Gij hebt geluk omdat ge niet in verbouwingen zit.  Gij hebt geluk dat ge geld hebt voor verbouwingen.

    Gij hebt geluk dat ge gestudeerd hebt.  Gij hebt geluk dat ge een diploma hebt. Gij hebt geluk dat ge op tijd thuis zijt.  Gij hebt geluk dat ge handig zijt.  Gij hebt geluk dat ge handige ouders hebt. Gij hebt geluk dat uw ouders nog leven.  Gij hebt geluk dat ge jong zijt. Gij hebt geluk dat ge al die ervaring hebt.

    Gij moet niet klagen want gij zit in ’t onderwijs. Gij moet niet klagen want ge hebt 30 dagen vakantie. Gij moet niet klagen omdat ge geen weekendwerk moet doen. Gij moet niet klagen want uw man werkt niet in ploegen. Gij moet niet klagen want ge zijt geen zelfstandige. Gij hebt geluk dat ge zelfstandige zijt. Gij hebt geluk dat uw man in ploegen werkt.

    Gij moet niet klagen. Gij hebt geluk. Gij moet niet klagen. Gij hebt geluk.

    …of misschien moeten we gewoon niet elkaars rekening maken. Dat zou nog eens iets zijn.

  • Ow. Right in the feels.  

    Everybody

  • Verkeerd verbonden

    Die ochtend op het werk: mijn gsm gaat af.  
    • *dring!*
    • Hallo, met Michel Vuijlsteke.
    • Hallo met de rechtbank?
    • Um nee, ik vrees dat u een verkeerd nummer had. Dit is 0473 yada yada.
    • *klik*

    Dertig seconden later: opnieuw. Dezelfde mevrouw van daarnet.  

    • *dring!*
    • Hallo, met Michel Vuijlsteke.
    • Hallo met de rechtbank?
    • Sorry, neen, opnieuw hetzelfde nummer van daarnet.  
    • Ik zoek de rechtbank!

    Grmb. De mevrouw klinkt wat paniekerig en ze heeft echt niet door dat ik de rechtbank niet ben, en dat ik ook niet de Stad Gent of zo ben, dus ik vrees dat het Interactie Met Vreemden zal worden.

    Ik vraag of ik misschien kan helpen. Blijkt dat ze op zoek is naar een rechtbank om haar zoon te laten colloceren. Die jongen is 25, was verslaafd aan drugs, zat drie jaar in de gevangenis, is nu vrij, is weer beginnen gebruiken, is gewelddadig, en ze is er bang van.  

    Ik heb de gegevens opgezocht op tinternet, telefoonnummer doorgegeven, en ze veel succes gewenst. Slik.  

  • Geoguessr, nog eens

    Eén:

    A01

    Oei, da’s gelijk ergens in een woestijn. Lastig. Wat verder stappen, en kijk nu:  

    A02  A03

    ’t Is iets van overstromingsgebied. In een Engelstalig land. Een beetje verder op de baan:

    A04

    Een bordje! Saurs Creek, waar zou dat liggen?  

    A05

    Ah ha. In South Australia. Waar één bordje van een opgedroogde kreek is, is er een tweede, denk ik zo. Op zoek — en een beetje later: check it out!

    A10

    Een zoekopdracht later kom ik op een lichtgrijs “opgedroogd water”-lijntje uit dat op welgeteld één plaats een weg kruist:

    A11

    Kijken met het oranje peetje… en jawel:

    A13

    A12

    Dan is het gewoon nog zaak van terug te keren naar waar het beginpunt was, en een beetje gokken op de juist plaats:

    A16  A17

    Score! 47 meter van waar het was. Dom, ook, want ik wist  natuurlijk wel dat de foto genomen was op de straat. Ik had er tientallen meters dichterbij kunnen zijn.  

    A18

     

    Twee:

    B01

    Hm. Een loofbos, ergens bergachtig, met water, en Engelstalig. En op het eerste gezicht in Alaska:

    B02  B03

    Een klik verder, en helaas: dat Copper River-gedoe ziet er echt wel uitgebreid  uit.

    B04

    Wat verder zoeken naar richtingaanwijzers dan maar, en gelukkig:

    B05

    Oh kijk nu: ’t is kilometer, dus het moet in Canada zijn, niet in Alaska. Bon, een kampeerterrein op de rivier Skeena, met een golfterrein, 13 kilometer verder: hoe moeilijk kan dat te vinden zijn?  

    B06

    Okay. Het stadje Terrace lijkt iets te zijn. Als ik nu eens zoek op de naam van de brug en Skeena? Dat brengt mij op een pagina over de “first Copper River bridge”, met coördinaten erbij.

    B08

    Op een kaart is dat hier:

    B09

    Ten noordoosten van Terrace, op niet zoveel kilometer van de Skeena Valley Golf & Country Club. Not too shabby!

    Okay, ik zie een brug… eens kijken… ayup:

    B27

    Even dezelfde plas opzoeken bij GeoGuessr…

    B28

    En hop, 17 meter van de juiste plaats verwijderd:  

    B29

     

    Drie:

    C01

    Oh bloody hell. Lageresolutiebeelden. ’t Is Amerika, maar er is bijna geen detail te zien:

    C02  C03  C04

    Wat rondrijden, dan maar, tot ik een wél leesbaar bordje vind:

    C05

    Drie mijl van het gehucht Knowles, op een weg met de naam AY. Wikipedia to the rescue!

    C06

    ’t Ziet er niet erg Californisch uit, dus eens kijken in Oklahoma… nope.  

    C08

    Wisconsin, dus maar? Yep, en ’t is zelfs al direct op Country Road AY:

    C11

    Okido. Volgende stap: in de buurt van het beginpunt kijken naar landmarks. Dit lag onmiddellijk rechts van mij:

    C12

    Een zoekopdracht later heb ik alle kerkhoven in de buurt:

    C15

    Hoera! De derde is prijs:

    C18

    …en dan nog een beetje maneuvreren om op de juiste plaats te staan:

    C20  C21

    …en dat geeft dan dit — op drie meter  van de juiste plaats:

    C24

     

    Vier:

    D01

    Eh kak, wéér zo’n gat in het midden van nergens met onleesbare borden en lage resolutie. Amerika, in alle geval, heb ik de indruk. Als ik mij omkeer, zie ik een camion en een VS-achtig bordje:

    D02  D03

    Een paar bordjes verder was er eentje wél leesbaar:

    D04

    Nog twee exits en we zijn in Cedar Falls. Welke Cedar Falls? Iowa of Wisconsin?  

    D05

    Ha — wat verder is er een afrit naar Hudson Road. En dan een bordje voor Cedar Falls en Waterloo:

    D06  D08

    …en dus is het Iowa:

    D09

    Het lijkt logisch dat het die Route 20 is, maar voor de zekerheid eens verder gezocht tot ik een uitrit kon lezen en dan gezocht naar “exit 220” en Cedar Falls:

    D10  D11

    Okido, dan is het nu gewoon wat rondrijden op die Route 20 tot ik iets bekend tegenkom, en kijk nu, een paar minuten later:

    D13

    ’t Is mijn vriend de camion van daarnet! En als bij toeval sta ik heel dicht bij waar het beginpunt van GeoGuessr was. Wat zoeken en passen verder… op vijf meter  van waar ik moest zijn:

    D17

     

    Vijf:

    E01

    Moh, hoge resolutie, ik was al bijna vergeten hoe het er uitziet! Een paar meter verder en ik weet al dat we in Polen zijn, en in de buurt van een camping:  

    E02  E04

    Pfff… ’t is te gemakkelijk:

    E05

    En dan de dichtstbijzijnde brug op, en jawel:

    E07

    E08

    Beetje zoeken en doen, en hop:

    E09

    Dertien meter van de juiste plaats. In totaal  32389 punten.  

  • Ed Norton

    I don’t know exactly what happened, maar ’t is wel wijs.

  • Snirf

    ’t Zal niet meer voor dit jaar zijn, denk ik, de verbouwingen. De tijd vliegt! En straks is het weer bouwverlof! En dan is het weer winter!  

    ’t Is om depressief van te worden, aannemers die geen offertes doorsturen.  

  • Een zoektocht! Op het internet!

    ’t Is al een paar dagen dat ik om de zoveel tijd eens naar GeoGuessr  ga kijken, en zoek waar ter wereld ik terechtgekomen ben.  

    Het principe is simpel, maar oooo zo verslavend: Geoguessr dumpt u bij wijze van Google Streetview ergens in de wereld, en dan moet ge proberen op het wereldkaartje rechts zo dicht mogelijk in de buurt te raken. Voor punten.  

    In het midden van nergens, dat kan even goed in het hartje van Venetië zijn of ergens in een dorp in Mexico of in de taiga of in de Outback.  

    En het wijze is: ’t is mogelijk om wedstrijden te doen!

    Kijk, dit is er eentje die ik net gedaan heb. Tips?

    • Bij de eerste kom je met een beetje rondkijken aan een gebouw waar de naam van de stad op staat.
    • De tweede is veruit de moeilijkste wegens echt slechte beelden maar er staat ergens een stel  bijna onleesbare wegwijzers waar ik met veel moeite een stadje op 200 kilometer kon ontcijferen en een ander op 80 kilometer, en dat in combinatie met een verhuurfirma (die weliswaar honderden en honderden filialen heeft maar slechts en paar in de buurt van die twee steden), geraakte ik er.  
    • Nummer drie is net naast een historisch gebouw en een standbeeld van een gevallen luchtvaartheld, en de stad is redelijk snel te achterhalen.
    • Nummer vier is een weggever: de naam van de highway staat overal aangeduid, en het is niet echt een onvindbaar soort gebouw waar we naast staan.  
    • En het vijfde is al helemaal gemakkelijk: we staan recht voor een restaurant dat op het internet reviews en dus een adres heeft.  

    Succes!

  • Apertitief en werken van barmhartigheid

    Sandra was met Jan naar een voetbaltornooi, ik zat met de rest thuis.  

    Tegen negen of tien uur waren we allemaal wakker — Sandra was tegen dan al twee uur op pad. We hebben op ons gemak onze boterkoeken opgegeten, en dan zijn we op het plankier gaan zitten.  

    Enfin, ik zeg “we”, en ik zeg “op het plankier gaan zitten”, ik bedoel eigenlijk: Louis is aan de computer in het bureau dingen gaan maken (met het guillotinevenster open, dus het is ook eigenlijk een beetje samen zitten op straat), Zelie en ik zijn buiten gaan zitten met muziek, Anna is buiten gaan spelen, de buren zijn erbij gekomen, en we hebben geaperitiefd.  

    Uiteindelijk, een uur of zes zeven later, is Anna dan met de buren meegegaan en was mijn boek uit (slécht!). En dan zat ik daar wat te zitten, aan een tafel vol glazen, met lege flessen drank erop, en er kwam een meneer en een kindje voorbij.  

    Een mooi meisje van ik schat een jaar of acht, en een oudere meneer, van kruin tot borstkas en van vingers tot polsen (de rest was bedekt met kledij) vol met het soort tatoeages waarvan ze op tv zouden zeggen “um nee, ’t is een beetje té cliché gevangenistattoo, dial it down a  notch“.  

    Hij sprak een taal die ik niet begreep, maar ik vermoed dat het iets Romani-achtigs was, want erg Slavisch klonk het niet, en de man sprak geen woord Nederlands of Frans of Duits of Italiaans of zo. Hij vroeg, dacht ik, of ik iets te drinken had, ik wees op de lege flessen. Neen, deed hij teken, of ik iets te eten had.  

    “Euh, momentje” deed ik met Lichaamstaal.  

    Ik ben naar binnen gegaan en twee minuten later had ik een –al zeg ik het zelf– bijzonder lekker omelet met bieslook gemaakt, tussen vier dikke schijven boterham gestoken en aan die mensen gegeven.

    Hij keek een beetje raar, alsof hij een suikerwafel of zo verwacht had, maar ik maak mezelf wijs dat het meisje er content uitzag, ze is er in alle geval met volle goesting aan beginnen eten.  Voor mijn part mochten ze blijven zitten, ik had borden en bestek mee: ik dacht zowaar “avontuur! we kunnen misschien eens met gebarentaal communiceren!”

    Helaas, hij deed teken dat hij rap weg moest.  Weird. Misschien was het dat ik in mijn Che Guevara Stormtrooper t-shirt en mijn peignoir rondliep en dat Li ffigliole  aan het spelen was. Misschien lag het aan de tafel vol drankflessen. Of misschien hadden ze ergens een afspraak.  

  • De oude man en het internet

    Ik moest plots aan Seti@home denken:

    Screen Shot 2013 05 18 at 18 32 16

    Het was al lang geleden dat ik nog eens gaan kijken was naar mijn account-pagina aldaar:

    Screen Shot 2013 05 18 at 18 34 17

    Ahem ja.  🙂

  • Alot of respect

    Zeventig jaar en alleen wonend in de Siberië. Ik had het verhaal al vroeger gelezen, maar ’t is nu in handige documentairevorm te bekijken:

    Respeck.

    ALOT

  • Mainstream bashing

    Er zijn wel meer dingen die mij kapot  irriteren, maar één van de zaken die mij helemaal nijdig kunnen maken, is mensen zoals Stijn Meuris, die met zo’n neerbuigend toontje doen van “oh, science fiction? nee, ik lees échte literatuur”. Of mensen die Alan Moore alleen maar kennen van horen horen, of bijvoorbeeld van de film van Watchmen, die dan nonsens uitkramen als “oh, Alan Moore? ja, zijn strips zijn soms wel goed, maar een échte schrijver is het natuurlijk niet”.  

    En dus ga ik mezelf opofferen en de nieuwe Dan Brown lezen. Met doodsverachting, omdat ik té veel mensen rond mij hoor kraaien hoe goéd hij wel is, en hoe onneerlegbaar, en hoe fantastisch alweer.  

    Ik heb vorige werken van de kerel gelezen, maar dat wil niet zeggen dat ik geen open geest houd. Wie weet is het deze keer wél een goed boek!

  • R: score!

    Voilà zie: statistieken tonen aan dat mensen tijdens het weekend meer pagina’s bekijken dan tijdens de week.  

    Weekweekend

    Ahem. Ik ga nog ongelukken begaan, denk ik. Als ik er maar half over nadenk, dan heeft die groene banaan dezelfde vorm als die oranje banaan, dus zal er waarschijnlijk geen verschil zijn. En als ik nog wat harder denk, dan denk ik dat het niet echt uitmaakt wat de algemene vorm is, ’t is gewoon meer impressies per unieke bezoekers.

    Ahem indeed.  

  • R: maar zo wijs

    Mijn Excel doet raar — consistent crashen als ik pivottables maak op basis van data met formules erin, zelfs simpele dingen als een concatenate() of een weekday().

    En tegelijkertijd is het ook eigenlijk wel een beetje beu om met grafieken op pivottables te werken: als er daar ergens een filter in zit waardoor het aantal kolommen verandert, gaan grafieken daar niet zo proper mee om, bijvoorbeeld.  

    En tegelijkertijd loop ik wat tegen de limieten van Excel aan, als het op data aankomt: een paar honderd items, met telkens een reeks cijfers over een periode van een paar jaar, da’s al direct in de miljoenen getallen, en gelijk ze in Holland zeggen,  dat loopt niet zo lekker.  

    Deze namiddag zag ik een collega gezwind dingen in R steken en er weer uithalen, en wegens toch niet kunnen slapen dacht ik: ook eens proberen.

    Maar zo wijs.

    Om te proberen wat data in een tekstfile gezet: observaties van 559 locaties over een periode van twee maand, dat zijn een paar tienduizend lijnen met telkens een paar stukken tekst en een reeksje getallen. Om dat in te lezen:  

    ds <- read.csv("~/Documents/Adhese/data.csv", sep=";")

    De datum stond in Excelformaat, om dat te converteren:

    ds$datum <- as.Date(ds$datum, origin="1899-12-30")

    En voilà, alles staat klaar om er vanalles mee te doen. Een pivottable zoals in Excel? Reshape to the rescue!

    library(reshape2)
    dspt <- dcast(ds, datum ~ plaats, value.var="observatie", sum)

    Dat slaat de grote lijst plat in een kleinere van, in dit geval, 61 observaties voor 560 variabelen: de som van de oorspronkelijke observaties per datum en per plaats, voor de laatste twee maand. En om dat dan in een grafiekje te krijgen, bijvoorbeeld:

    matplot(dspt, type="l", lty="solid", col=rgb(0,0,0,0.2))

    Allemaal 20% doorschijnende zwarte lijntjes:

    Screen Shot 2013 05 17 at 01 34 49

    Ha! Ik kan mij al zó inbeelden wat voor leutige vragen ik ga kunnen stellen en beantwoord zien.

    Ik ga nog serieus moeten loskomen van denken in rijen en kolommen, en wat kaas mogen eten van wiskunde en statistiek, maar hey: dingen bijleren is altijd leutig.  

  • Karma Police

    Ayip, een uitstekende cover:  

  • En met u?

    Het valt mij moeilijker en moeilijker om de sociale geplogenheden te volgen — hoe gaat het ermee? goed, goed, en met u? ah, we mogen niet klagen hé.

    Fuck fatische communicatie, zegt mijn hoofd mij met alsmaar meer aandrang.  

    Er was zo’n periode in de jaren 1990, denk ik, dat ik rondliep in de stad in de hoop dat iemand mij zou aanspreken en boel zou beginnen zoeken, en mij misschien een stamp zou verkopen.  

    En dat ik dan terug zou kunnen stampen. Hard. Met de stalen tippen van mijn Doc Martens op knieschijven en scheenbenen. Ellebogen in maag, knie in kruis.  Dat ik met scherpe nagels zou klauwen in het gezicht, vastgehaakt in oogleden en oorschelpen, heelder klompen haar uittrekkend.  

    Niet dat het ooit gebeurd is — op die ene keer in Portugal na, dat ik in elkaar gebokst werd door een bende ontsnapte gevangenen, en dat ik ze gebroken ribben of niet, met  gretigheid  achtervolgde om mijn portefeuille terug te eisen, en dat ik me flatteer dat ze de waanzin in mijn ogen en het schuim op mijn lippen zagen, en mij al mijn geld uiteindelijk hebben teruggegeven en weggevlucht zijn.  

    Dat is over gegaan, dat gevoel van GNNGGGNNNNNN, jaren aan een stuk.  Maar nu is het al een hele tijd terug, en ik weet niet of dat eigenlijk wel zo goed is.

    Niet dat het lichamelijk nog zou mogelijk zijn, tegenwoordig — drie dagen geleden even met Jan gevoetbald op straat en ik heb er nog altijd pijn van — maar toch: ik zit voortdurend met verbale moorddaad in mijn hoofd.  

    Tegen random voorbijgaanders en  ook tegen mezelf: ’t is more often than not  equal opportunity anger, in mijn hoofd.  

    En Twitters en Facebooks zijn daar niet goed voor. OH HOU TOCH UW MOND, STOMME TRUT, wil ik dan roepen, met een paar paragrafen kleinerende argumenten erachter. Of dan lees ik iets en wou ik dat ik in iemand zijn gezicht zou kunnen sissen precies hoe  zielig en belachelijk ik hem wel vind. Of FUCKING KLOOTZAK tieren, opnieuw en opnieuw en opnieuw, tegen sommige mensen.  

    Televisie is daar ook niet goed voor. En kranten ook niet. Politiek. “Kunst”.

    Niets is daar goed voor, eigenlijk.