Ik dacht dat ik ervan af was, van examenstress.
En nu heb ik meer stress voor de kinders dan ik ooit heb gehad toen ik nog op school zat.
Kaka.
Tales of Drudgery & Boredom.
Ik dacht dat ik ervan af was, van examenstress.
En nu heb ik meer stress voor de kinders dan ik ooit heb gehad toen ik nog op school zat.
Kaka.
⁂
Ik moest om vlees gaan en dan koken voor de kinderen. Er was besloten dat het gegratineerde bloemkool en broccoli in kaassaus in de oven zou worden, en valse cordon blue.
Valse cordon bleu, da’s zoiets met gepreste kippasta rond een vulling van kaas en hesp: de kinderen eten dan wel graag vanalles, en meestal eten we echt eten, maar soms willen ze van dat soort “vlees”.
Ik dus naar de slachter, maar toen ik daar stond valse cordon blues te bestellen, zag ik mezelf dat echt niet in mijn hoofd steken. Dus vroeg ik een biefstuk: daar kan een mens niets mee verkeerd doen.
Thuisgekomen zag ik de thermometer nog liggen van gisteren, en: brainwave! kan ik niet eens proberen wat dat zou geven als het in een soort halve sous vide zou steken?
In een plastiekzak voor eten gestoken, min of meer al de lucht er proberen uit krijgen, en dan gezocht naar een manier om water aan 50 ° te krijgen en te houden. Ha! Warm kraanwater in een pot, een beetje zoeken en doen, en dan een zeer dun straaltje laten lopen: constante temperatuur van 50 graden celsius, hoera!
In ideale omstandigheden zou het daar dan 2 uur of meer moeten blijven, maar zoveel tijd had ik niet: na een uur heb ik het even een korst gegeven in een hete pan, en dan hey presto, klaar.
Ik was even bang, want als het uit die zak kwam, zag het er niet rood uit — maar geen angst: het was warm, doorbakken, mals, en bijzonder zeer goed. En het kwam roder uit de pan dan het uit de zak kwam.
Hrmn. Misschien moet ik toch maar eens zo’n sous vide-toestel kopen.
⁂
Grmbl.
Dat is nu al de tweede keer dat ik iets met gelatine maak, en dat het teveel opgesteven is ondanks alle mogelijke recepten op de milligram en de seconde te volgen.
Eerst met marshmallow die wel kauwgom leek, en nu met bavarois die niet naar mijn goesting mengde.
Stom. Misschien is het het merk, misschien moet ik een brievenweegschaal kopen om écht op de gram af te wegen, in plaats van ervan uit te gaan dat 17 gram en 9 blaadjes écht wil zeggen dat 14 gram 7 en net iets minder dan een half blad is.
Aan de andere kant: hoera!
Wat een ongelooflijk gemak is het om een goede thermometer te hebben. Ik dacht, ik ga eens het recept voor méringue suisse te volgen in het kookboek.
Dat zegt water op te warmen tot 60 °, en dan eiwit en suiker te kloppen au bain marie tot het 47 ° is, en dan af het vuur verder te kloppen tot het minder dan 30 ° is, en dan op een bakplaat te spuiten en in een open oven van 90 ° te zetten.
Ik heb sinds een tijdje een thermometer met een aparte sonde, dat ik het ding in de pot of in het vlees of in de oven kan steken en laten zitten en voortdurend aflezen hoe warm het is en alles.
’t Is er zo eentje, cheap & cheerful en zo, maar! Een gerief! Ik kan mij nu al niet meer inbeelden hoe ik ooit zonder gekookt heb!
⁂
Ik dacht: ik schrijf mij in voor zo’n cursus ’s avonds, dan heb ik nog eens een doel in het leven.
’t Is niet zo evident als het klinkt, want de plaatsen zijn beperkt en het is een kwestie van er op tijd bij te zijn en zo. Ik had dat al een paar keer geprobeerd, maar ’t was dan altijd een paar uur te laat en geen plaats meer en wachtlijsten.
Zorgvuldig gepland, dit jaar: websites, planningen, kaarten van trein- en busroutes, twintig keer gecheckt en gedubbelcheckt. (Dubbelgechecked?)
De trein op vanmorgen. Ruim op tijd. De bus, ruim op tijd. Eerste tegenslag: bus zit vol! Ack! Wachten op volgende bus!
Volgende bus genomen, ter plaatste de minuut dat de inschrijvingen beginnen: om tien uur stipt. Enfin, tien uur stipt aan de deur, vijf minuten later aan het lokaal waar de inschrijving is.
Tiketje gekregen: nummer 699, en kijk: nu zijn ze bezig aan nummer 663. Ah ja, ze zijn tien minuten vroeger begonnen, en zelfs voor ze begonnen, stonden er al mensen binnen. Hoe? Geen idee, maar hey, zo is het: nummer 699.
Even wachten, dus.
En dan komen er mensen bij, en nog mensen, en nog mensen. Nummer 672 blijkt een contingent van zes man te zijn, die zich allemaal samen gaan inschrijven.
Nummer 677 zijn twee mannenmensen. De oudere doet in slechte woordspelingen — hij wijst naar het ticket en dan: hebt g’hem? Euh nee, zegt de jongere. Allez, wat staat er? Het duurt een tijdje voor zijn jonge vriend er op komt: 677, zes zeven zeven, ze zevenen, ze zeveren.
En ondertussen stijgt de nervositeit: zijn er nog wel plaatsen? Is het nog niet volzet? Iemand heeft al nummer 823 gekregen.
Nummer 676 is er niet: misschien heeft hij of zij het opgegeven. Nummer 681 en 682 zijn er ook niet meer. We zijn een uur later. Nummer 686 is bezig, en dan plots besluit de iTunes op de computer met het nummerscherm dat het een nieuwe versie nodig heeft, en kunnen we niet meer zien welk nummer het is.
Een meneer voor mij doet luidruchtige gsm-gesprekkken, hij klinkt aannemer-achtig. ’t Schijnt dat ik mij niet mag opwinden over mensen die te luid spreken aan de telefoon, dus ik doe mijn best om dat niet te doen. Zonder veel succes: serieus, hoe is dat mogelijk, zo luid spreken in publiek?
Er wordt meer en meer gefluisterd over wachtlijsten, en de mensen die nu nog toekomen, nemen niet eens meer een nummer.
Nummer 688, 689, 690, 691. De computer toont weer getallen. De meneer met nummer 800-en-nog-iets stelt vragen aan een kleine mevrouw die veel autoriteit uitstraalt: of ze eigenlijk niet beter hadden voorzien dat er getoond zou worden hoeveel plaatsen er nog voor wat waren. Ik denk vooral aargh don’t make a fuss don’t make a fuss.
692? Geen 692. 693? Geen 693. Het wachtlokaal loopt leeg. Links zitten een moeder en haar dochter, of een tante en haar nicht, zeer misschien twee collega’s. Ze willen absoluut naar die cursus, maar ze zitten er serieus mee in dat er geen plaats meer zal zijn.
De computer zegt 696. Een meisje dat zich net aan het inschrijven is, komt snel terug en doet met twee duimen in de lucht “er zijn nog plaatsen!” tegen de mensen links. Ze stralen: “oef” en “ziede wel?”.
697 is er niet meer, 698, 699: op het schavot.
De vriendelijke mevrouw aan de inschrijvingstafel vraagt waar ik precies voor kom, ik leg het uit.
Zeker dat er nog plaats is. Eéntje maandag, en ééntje donderdag. Euh okay… maandag, dan maar. En net op dat moment vraagt meneer 698 achter mij of hij zijn dochter ook nog kan inschrijven op dezelfde dag als hem. Dat kon, zei zijn inschrijvingsmevrouw. Er is nog net één plaats vrij op maandag. Euh neen, zegt mijn mevrouw, maandag is volzet, meneer hier heeft juist de laatste plaats…
Ik zit er zo niet mee in, dus ik verzet dan maar naar donderdag.
En dat was dus de aller-allerlaatste plaats van de hele cursus.
⁂
Muzieks:
Tekenen:
Zucht.
⁂
Combinaties die ik sinds kort proefondervindelijk op het lijstje “nee, écht niet wijs” mag zetten:
Ik ben het hier meer dan beu, eigenlijk. Als er slaapmiddelen in huis waren, ik nam er direct.
⁂
Tous en cœur!
Dit liedje van Lale Andersen zit in mijn genen ingebakken, denk ik. Op de vreemdste momenten begin ik het te fluiten, net zoals mijn grootvader dat ook al deed.
En het is natuurlijk ook zo: alles gaat voorbij.
Google Reader, bijvoorbeeld:

Tja. Vorig jaar was Reader al eens verminkt, maar ik gebruikte het hele sociale stuk er niet van, dus zo wakker lag ik er toen niet van.
De alternatieven zijn er (The Old Reader, Newsblur en andere), en nt zoals ik indertijd van Newsgator overgestapt was naar Reader, in de wetenschap dat het ooit zou gedaan zijn, zal het nu ook wel ooit eens gedaan zijn.
C’est la vie.
⁂
Vroeger, op school, was “ik heb buikpijn en hoofdpijn” de standaardmanier om te proberen thuis te mogen blijven.
Als dat niet meteen lukte (praktisch nooit, na een paar jaar), dan was er nog altijd de thermometer en de gloeilamp (oppassen, 43 ° koorts is niet realistisch, 39.7 is ideaal). En vooral: goed weten dat mijn ouders alletwee gingen werken, dus dat het genoeg was om te blijven discussiëren tot een bepaald moment, want dan moésten ze mij wel thuis laten.
En dan kon ik een boek lezen in de zetel in plaats van naar de turnles te moeten, of naar de speeltijden tussen de lessen door.
Ik heb nu écht buikpijn en hoofdpijn (in combinatie wat ik gisteren ook al had). En ik zit thuis, en ik kan geeneens lezen of televisie kijken zonder het gevoel te hebben dat mijn hoofd ontploft, en/of dat ik moet overgeven.
’t Zal wel over gaan, hopelijk morgen al, maar voor het moment: bleh.
Ziek zijn sucks major balls.
⁂
Géén fijne dag doorgebracht, anders.
Vanmorgen spreekbeurt gedaan, aangezet naar het werk, en wat er al een tijdje zat aan te komen, was er plots helemaal: acute blaasontsteking!
Hoera! I’m so happy!
I guess I’ll be pissing a combination of pea soup and razorblades for the next few days! (fml)
⁂
De oudste dochter heeft spreekbeurten te doen: voor Nederlands, voor godsdienst, voor Engels.
En hey, ik weet sinds kort dat ik ook spreekbeurten moet doen.
’t Is niet alsof ik het allemaal niet al heel lang wist, maar ik was het he-le-maal vergeten, en pas heel erg laat aan herinnerd.
Ahem ja. We zullen dan wel zien, morgenochtend. 🙂
⁂
Ha! Zoon en ik spelen Starcraft met elkaar!
En pas op, dat zijn allemaal nuttige skills hé: resource management, swarms met soldaten met allemaal verschillende eigenschappen commanderen, tactiek, strategie… pas maar op, Zuid-Korea!
Ender’s Game ho!
(in non-related news: na twee bezoeken aan dokter fietsenmaker, heb ik nu een fiets die weer helemaal in staat van werking zou moeten zijn: werkende wielen, en aanwezige remblokken) (en ik was de bus ondertussen gewoon aan het worden, ’t is een gemak zo in het droge zitten en mensen kunnen afluisteren)
⁂
Ik heb een paar dagen geleden een boek uitgelezen (zeer goed boek, trouwens), en toen ik er op het internet meer informatie over opzocht, bleek dat de auteur gewoon een heel commentaar-per-hoofdstuk-ding deed.
Zo ongelooflijk wijs!
Met dingen als
Recapture That Remarkable Taste, the Ip Shkoy remake of Sayable Spice, is not to be confused with the new William Gibson anthology, Distrust That Particular Flavor.
— what’s not to like?
⁂
Het ging in de les Natuurwetenschappen over fossiele brandstoffen als grondstof voor kunststoffen.
En dan bleek dat niemand er eigenlijk bij stil was blijven staan waarom fossiele brandstoffen nu net fossiel genoemd worden, en wat het gevolg daarvan is, dat het fossielen zijn, en wat dat wil zeggen voor energiebesparing en alles.
Pas op, en dan wel de verschillende nummercodes voor veel voorkomende kunststoffen (1 = PET, 2 = HDPE, 3 = PVC, 4 = LDPE, 5 = PP, 6 = PS).
En dan allemaal afgrijselijke namen erbij, van polyurethaan en polyamide en polystyreen en polyester, polyetheentereftalaat, polyvnylchloride, polypropeen — maar dan een molecule voorstellen met Mickey Mousen (is dat wel in orde qua auteursrechten, trouwens?):
Ik krijg daar zo’n vaag onbestemd gevoel van gnnnn bij.
⁂
Ik kreeg vanmiddag een persbericht binnen, via de redactie van Gentblogt. Zoals elke dag, want er worden stapels persberichten naar Gentblogt gestuurd, voor vanalles en nog was.
Persberichten zijn een raar beestje: eigenlijk is het de bedoeling dat zo’n ding rechtstreeks kan gecopy-pasted worden in een krant, en dat zie je dan ook meer dan vaak gebeuren. Gewoon, woord voor woord en zin voor zin.
Ik beeld mij daar dan bij in dat een persbericht is wat een speech was honderd jaar geleden. En net daarom vind ik het eindeloos fascinerend om die dingen te proberen begrijpen.
Hier komt het:
“Riante onkostenvergoeding voor 7 Gentse OCMW-topambtenaren”
Zeven topambtenaren van het OCMW van Gent krijgen vanaf dit jaar een riante onkostenvergoeding voor dienstverplaatsingen die ze nooit doen. Dat werd met goedkeuring van de OCMW-voorzitter Rudy Coddens (sp.a) beslist.
Het is nogal wiedes dat wanneer personeelsleden kosten maken in het kader van hun dienstbetrekking, dat deze vergoed worden. Vele personeelsleden van het OCMW van Gent doen nu eenmaal regelmatig een dienstverplaatsing met hun eigen vervoermiddel en het OCMW vergoedt hen daarvoor. Aan het begin van elk jaar wordt op basis van de dienstverplaatsingen in het verleden, een kilometercontingent per werknemer afgesproken. Dat gaat van 300 km tot 2.000 km per jaar en dat komt neer op een jaarlijkse bijkomende vergoeding van 100 tot 660 euro. Een aanvaardbaar bedrag.
Maar, zeven topambtenaren van het OCMW van Gent krijgen een onredelijk groot forfaitair – ze moeten hun kilometers dus nooit bewijzen – kilometercontingent van 24.000 km tot 30.000 km toegewezen. Dat komt overeen met een bijkomende belastingvrije vergoeding die schommelt tussen 8.000 en 10.000 euro per jaar. Omgerekend krijgen deze topambtenaren dus bovenop hun wedde een vergoeding van 660 tot 825 euro per maand, een surplus ongeveer ter waarde van een leefloon voor een alleenstaande. Dat is totaal buiten proportie aangezien ze met dergelijk kilometercontingent verondersteld worden om dagelijks 100 tot 125 km aan dienstverplaatsingen te doen. En dat grote aantal kilometers doen ze – voor alle duidelijkheid -niet.
Pittig detail ter vergelijking, zelfs de bodes van het OCMW van Gent die dagelijks een ronde doen van alle OCMW-sites rijden niet meer dan ongeveer 70 km per dag. Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat die 7 OCMW-topambtenaren, die toch het gros van de tijd in hun kantoor horen te werken, die kilometers effectief zouden rijden.
Terzijde, maar daarom niet minder belangrijk, is te weten dat de Gentse OCMW-topambtenaren wel eens verplaatsingen voor derden doen (voor bijvoorbeeld de VVSG, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten). Die kosten worden in de regel al door die derde vergoed. Dat kan dus geen element zijn in het vaststellen van dat overmaatse kilometercontingent, laat staan aanleiding geven tot een dubbele onkostenvergoeding.
“Het geeft een wrang gevoel dat in tijden van schaarste het OCMW van Gent zo kwistig met de middelen omspringt”, zegt OCMW-fractievoorzitter voor de N-VA, Ronny Rysermans. “Maar niet alleen dat, dat het OCMW van Gent enerzijds een beleid voert om het gebruik van de wagen zo veel mogelijk te vermijden, en anderzijds kilometervergoedingen uitdeelt aan de topambtenaren voor kilometers die nooit gereden worden, is op zijn minst merkwaardig te noemen”, besluit Ronny.
Bon, om te beginnen, los van alle doorschijnende retorische trucjes, de eigenlijke informatie in dit persbericht: zeven ambtenaren van het OCMW in Gent krijgen een forfaitaire kilometervergoeding van 660 tot 850 euro per maand.
Ik weet niets van de grond van de zaak af, maar mijn eerste vraag als ik dat zou horen, zou zijn:
“forfaitaire kilometervergoeding”, is dat niet gewoon een belgicisme voor “een stuk loon extra, omdat we vinden dat die ambtenaren dat waard zijn, maar dat het wegens de stroeve barema- en andere regels onmogelijk is om die mensen een ook maar ergens marktconform loon te betalen”?
Ik zou mij ook afvragen wat het totale loon is van die ambtenaren, hoe dat zich verhoudt tot hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden, en of er daar ergens een probleem is.
Hypothetisch, als de voorzitter van het OCMW niet (sp.a) achter zijn/haar naam had staan maar (N-VA), en als al de rest hetzelfde was gebleven, zou je misschien ook een persbericht kunnen schrijven met de elementen:
Hypothetisch, zeg ik wel, want ik weet écht niet hoe het zit. Maar mijn punt is: na het lezen van het persbericht hierboven weten we dat ook niet. N-VA klaagt een symptoom aan, maar zegt niets over de context of de oorzaak of de oplossing van een eventueel probleem.
Gaat het om ambtenaren die teveel betaald worden? Moet geld anders besteed worden? Is er verspilling? Het zou mij verbazen als dat niet zo zou zijn. God weet dat een instelling die decennia lang door dezelfde groep mensen gerund wordt, niet noodzakelijk een garantie is dat de beste persoon altijd op de juiste plaats zit, ahem. Maar zég dat dan. Met man en paard: “7 hoge ambtenaren worden teveel betaald voor het werk dat ze maar doen, en wij stellen voor om daar dÃt aan te doen”. Maar neen.
Het persbericht is één feit waarvan de het fijne niet weten, omgeven door populismen en bij gebrek aan betere Nederlandstalige term weasel words. En nonsens, ook: in het stukje “dat het OCMW enerzijds een beleid voert om het gebruik van de wagen zo veel mogelijk te vermijden, en anderzijds vergoedingen uitdeelt voor kilometers die nooit gereden worden, is op zijn minst merkwaardig te noemen” is, op de keper beschouwd, vooral de redenering van de schrijver op zijn minst merkwaardig te noemen.
En nog los van dat is het een typevoorbeeld van het bos en de bomen (nog maar eens een vind ik geen betere term voor het Engelse “bikeshedding“): tijd verliezen aan dingen die in het grotere beeld niets betekenen, maar waar erg druk over kan gedaan worden.
Met een budget van weliswaar vele tientallen miljoenen euro’s maar dat toch nooit genoeg zal zijn voor alles, met wezenlijke problemen bij grote groepen van de bevolking, met een hele reeks harde en moeilijke keuzes te maken, ben ik vooral op zoek naar een visie. Een beeld van de toekomst, van waar we naartoe moeten. In de verschillende verkiezingsprogramma’s vorig jaar stonden allerlei verschillende visie — ja, zelfs bij N-VA, als je voorbij de bakken venijn las.
Maar neen. We moeten het hiermee doen.
⁂
De wikipedia’s zeggen
1 Corinthians 13:12 contains the phrase βλεπομεν Î³Î±Ï Î±Ïτι δι εσοπτÏου εν αινιγματι (blepomen gar arti di esoptrou en ainigmati), which is rendered in the KJV as “For now we see through a glass, darkly.”
…en ik zou ongetwijfeld allemaal diepzinnige dingen kunnen zeggen over donkere spiegels en alles.
Ik heb de afgelopen dagen de zes afleveringen tot nog toe van Black Mirror bekeken; Sandra vroeg wat het was, en ik denk dat ik iets zei van “het is gelijk Twilight Zone maar niet echt, en het is gelijk een komisch programma maar niet om te lachen”.
’t Is geen klassieke reeks van opeenvolgende afleveringen, maar –zoals Twilight Zone– telkens een andere setting en andere acteurs.
De afleveringen hebben met elkaar gemeen dat ze zich in de min of meer nabije toekomst afspelen, in een wereld die min of meer de onze zou kunnen zijn. En dat ze dingen die nu al aan de hand zijn, uitvergroten. Black Mirror riskeert binnen een paar jaar hopeloos verouderd te zijn, maar het zal wel voor een hele tijd een tijdsbeeld schetsen –ook al zoals Twilight Zone.
Zeer, zeer hard aangeraden.
⁂