• Met de zon in de ogen

    Zouden ze veertien geweest zijn? Of vijftien? Ik kan het zo niet inschatten: twee vriendinnen aan de bushalte in Gentbrugge, niet veel  ouder dan onze oudste dochter.  

    Ze stonden te babbelen, met elkaar en per SMS met ik weet niet hoeveel andere mensen.

    “Zwaantje?” vroeg de ene aan de andere. De naam waarmee haar lief haar aanspreekt, bleek. En zij noemt hem tijgertje of teddybeerke. Hij zit op school in Brussel, is zeventien, en gaat naar het derde jaar. Ze kennen elkaar nog maar sinds de kerstvakantie.

    ’t Schijnt dat hij al veel ervaring heeft met sex. Maar ze ging dat dan eens proberen te  vragen aan één van zijn exen, en ’t is toch wel moeilijk om van mijn nagels af te blijven, die breken altijd af. Vooral die van mijn kleine tenen, in de winter.  

    Hij zegt ook altijd LYM. Ze weet niet wat dat wil zeggen, maar ze vindt het wel kei-schattig.  

    “Love You More”, weet haar vriendin. “Dat is van Love You, en dan zegt hij Love You More, en dan moet gij zeggen Love You Most.”

    Ah.  

    Het waren vandaag ijsjes aan 50 cent: ze heeft er drie kunnen krijgen. Eerst eentje gaan halen, dat helemaal opgegeten, en dan nog eentje, daarvan alleen het ijs opgegeten en niet de koek, en dan nog een derde, maar dat kreeg ze niet helemaal op. Dat wist ze dan voor de toekomst: twee ijsjes ça va, drie ijsjes is teveel.  

    En dat ze het zo spijtig vindt dat ze zijn t-shirt niet meer heeft. Ze kon er drie keer in, maar het is kwijt sinds de verhuis.  En zou ze dit weekend haar kleedje aandoen? Of zou ze gewoon in jeans gaan?  

    Stilte.  SMS-conversaties.  

    “Da’s zó schoon hé, die lucht?” (zonsondergang aan de Dampoort)

    “Mmm.”

    “Maar ’t doet zo’n pijn aan mijn ogen.”  

  • Gesneden

    Er komt een kind thuis, ik zit boven in de living.

    Stommel, stommel. Gerief in de hoek gesmeten, stommel, stommel. Schuif open en dicht, stommel stommel. Gepruts, daar beneden.  

    Vijf minuten later: kind naar boven, tranen met tuiten, bloedende linkerwijsvinger in rechterhand: ik-heb-in-mijn-vinger-gesneden!

    Niets dramatisch, gewoon een klein sneetje. Dat bloedt, maar niet alsof er een risico op afvallende vinger of zo zou zijn. Zucht. “En hoe is dat gebeurd? Gesneden met een mes?”

    “Nu-uh. Papier.”

    Oh. Dat kan inderdaad pijn doen. Allez ju, naar de badkamer. Ontsmetten, plakker erop, en ju, pyjama aan en naar bed. Ah juist, nee: eerst nog iets drinken.  

     

    Dan komen we beneden, en wat is het eerste dat uit de mond van het kind komt? “Jamaar dat mes lag daar al!”

    Paper cuts are the worst

    Ahem ja. 🙂

  • Ik heb dat misschien wel al een paar keer gezegd, maar ik kan daar zó content van worden als ik de kinderen zie kritisch zijn.  

    Dan zegt er een reclame “X wast nu 150% keer witter!”, en zegt er een kind “witter dan wít?”. Of als er iets als “verkozen tot auto van het jaar 2013” gesteld wordt, dat er dan één van bij ons zegt “verkozen door wié?”. Of “acht op tien vrouwen kiezen voor Y”, en dat er dan meteen vragen kunnen gesteld worden in de zin van “en aan hoeveel vrouwen hebben ze dat gevraagd?” of “en wat was het alternatief?”.

    Stel er u altijd vragen bij. Vraag u altijd af: wie zegt dit? wat  zeggen ze nu eigenlijk? waarom  zeggen ze dat?

    Besef ook altijd dat de wereld niet zwart-wit is. Dat het vaak kiezen is tussen pest en cholera, en dat niet alle problemen oplosbaar zijn.  

    Mensen zouden meer computerspelletjes moeten spelen, denk ik soms. Zoiets simpels en leutig als Starcraft: er zijn mineralen en er is gas, allebei in beperkte hoeveelheid, en het is afwegen wat ermee te doen. Alles inzetten op verdediging is geen goed idee; alles inzetten op aanval is ook geen goed idee. Maar allebei volledig doen, dat gaat niet, en dus moeten er onvermijdelijk keuzes gemaakt worden.  

    Er zijn  niet overal win-win-situaties, of win-win-win-situaties: het is  gewoon soms kiezen voor auto’s of voor fietsers, voor economie of milieu, voor meer regulatie of meer flexibiliteit. Er zijn bijzonder vaak geen 100%-oplossingen, het is meestal roeien met de riemen die men heeft, in de omstandigheden die er zijn, en dan er proberen het beste van te maken.  

    Maar zo werkt het dus niet, in de politiek van vette vissen en borrelnootjes, tegenwoordig.  

    Het is alles of niets, het is wij versus zij, het is zaaien met “wie gelooft die mensen nog” en  “vijf minuten politieke moed” en oogsten met “nil volentibus arduum” en “welke geloofwaardigheid hebben deze mensen nog”.  

    Alles kan afgebroken worden: kies voor A en krijg het verwijt tegen B te zijn, kies voor B en krijg het verwijt tegen A te zijn, kies voor een middenweg en krijg het verwijt mossel noch vis te zijn.  En zelfs als er dan een beslissing genomen wordt of een standpunt vertolkt wordt waar niemand het oneens mee kan zijn: “tja. als hij het meent, natuurlijk”.  

    En de hypocrisie, de voortdurende hypocrisie. Hysterisch moord en brand krijsen als Koning Albert in een toespraak, in het kader van het overal in Europa en ook hier oprukkende al dan niet als nationalisme vermomd wij-versus-zij-denken, zegt “past op gasten, we weten waar dergelijk denken ons in de jaren 30 gebracht heeft” — het kot is te klein! Maar dan doodleuk de burgemeester van Gent vergelijken met Napoleon (staatsgreep, zichzelf keizer gemaakt, half Europa onderworpen), Pol Pot (25% van zijn land uitgemoord) en Hitler (middelmatig schilder, zag graag honden, pleegde zelfmoord) — en daar geen enkele contradictie in zien of probleem mee hebben.  

    Of kijk, qua hypocrisie, een testje. Beeld u in dat er een OCMW-raadslid was in Aalter dat van een makelaar enkele duizenden euro’s kreeg, met de uitdrukkelijke bedoeling om CD&V-mensen in de gemeenteraad van Aalter om te kopen om een bouwvergunning te krijgen.  En stel dan dat die meneer dat geld gewoon op zak steekt en er een jacuzzi mee laat plaatsen.  Beeld u dan eens in dat het uitkomt, en dat die veroordeeld wordt door een rechtbank. En, komaan, waarom niet? dat hij in de volgende verkiezingscyclus desondanks voor de CD&V verkozen raakt.

    Wat zou bijvoorbeeld de N-VA daarmee aanvangen, denkt u? Hoe meesmuilend zou zo’n Aalters equivalent van Ben Weyts daarop reageren? Hoe schamper de twitterberichten? Hoe ziedend de krantenwebsitereaguurders?

    De graaicultuur bij de tsjeven, de schaamteloosheid, enkel in de zieke PS-staat België is zoiets mogelijk, wacht maar tot 2014!  

    En, uiteraard, net zoals nog de volgende twintig jaar in elke  discussie over Frank Vandenbroucke de dooddoener “verbrand anders nog wat geld jong” mag verwacht worden, en  in elke  discussie vanaf nu over CD&V een vermelding van ACW en Arco-coöperanten niet mag ontbreken: nooit, nooit vanzeleven zou dat incident van dat OCMW-raadslid mogen vergeten worden.  

    Verander nu “OCMW-raadslid” in “schepen voor personeelszaken”. Vervang “enkele duizenden euro’s” door “minstens 1,3 miljoen  euro”, lees niet “een jacuzzi mee plaatsen” maar “op een Zwitserse rekening zetten en onder meer een vet huis in Berchem mee kopen”. Breid “veroordeeld” uit met “veroordeeld tot 18 maanden wegens witwassen, misbruik van vertrouwen en diefstal”. En vervang “voor de CD&V verkozen” door “overgelopen naar N-VA en nu fractieleider van N-VA in Antwerpen”.  

     

    Dan kijk ik daarnaar, en dan lees ik daarnet dat de vrouw van Ben Weyts, die hij blijkbaar zelf aannam op het kabinet van Bourgeois, tegenwoordig in de Raad van Bestuur van de VRT zou zetelen, en wat kan mij dat schelen, als ze competent is, des te beter,  maar dat elke tweede reactie op de Usual Krantenwebsites het blijft hebben over het rode bastion VRT, en de postjespakkerij van sossen- en tsjeven-zoontjes-van.

    En dan doen mijn hersenen van  what the actual fuck?

    *
    *    *

    En zelfs dan nog: ik weiger mee te doen aan het fatalisme van “het is toch allemaal naar de kloten” of de dooddoeners van “ze zijn allemaal even slecht, de politiekers”. Ik ben er vast van overtuigd dat er  ruwweg evenveel klootzakken binnen de politiek zijn als erbuiten, evenveel bekwame en geëngageerde mensen in een gemiddelde gemeenteraad als in een gemiddeld lerarenkorps of op een gemiddelde fabrieksvloer, dat door de band gezien de meeste mensen ook maar hun best doen.  

    Mensen zijn niet één ding, niemand is alleen gedefinieerd door zijn afkomst of partij of werk of wat dan ook. De meerderheid heeft niet per definitie gelijk, of per definitie ongelijk. Veel dingen zijn relatief, er zijn absolute waarden, iedereen heeft zijn waarde, zijn waardigheid en zijn waarheid, en bijna alles is grijs.  De maatschappij is (een beetje, langzaam) maakbaar, de mens ook (soms, tot op bepaalde hoogte).

     

    Maar toch. Ik maak mij weinig illusies dat er ooit een einde gaat komen aan de afbraakpolitiek van tegenwoordig waar de eerste die de andere kan verwijten “politique politicienne” te spelen het argument gewonnen heeft, en waar “de vraag stellen, is ze beantwoorden” het enige debat is dat nodig is.

    Ik kan mij levendig inbeelden dat het nog veel erger gaat worden.

    Ik vraag mij gewoon af waar het naartoe gaat. Ik laat het mij graag vertellen, wat het eindspel is van zo’n N-VA en gelijkaardigen. Het begon met “wat we zelf doen, doen we beter”, met “als Vlaanderen maar verlost is van Wallonië, dín…”. Ondertussen krijg ik de indruk dat er duidelijk Vlamingen zijn die “betere” Vlamingen zijn dan andere Vlamingen. Awoert de ambtenaren, de profiteurs, de zwaksten en de armsten, leve de ondernemers, de middenstand, de “vrijwilligers” (op voorwaarde dat ze niet té georganiseerd zijn).  

    We worden al een tijdje voorgespiegeld dat het in 2014 allemaal anders zal zijn — lees: als de N-VA volledig incontournable is in Vlaanderen.

    En dan wat? Vlaanderen in een confederale staat? Waar alles wat fout gaat de schuld is van de confederale staat, die naar het beeld van de splitsing van B-H-V een stap achteruit  was in plaats van een stap vooruit, omdat de “traditionele partijen” handpoppen zijn van de vakbonden, de bobo’s van het middenveld en de PS van Di Rupo?

    En dan wat? Een onafhankelijk Vlaanderen waar alles wat fout gaat de schuld is van  erfenissen uit het verleden, van de “traditionele partijen”, van de vakbonden?  

    En dan wat?  

    En dan?

  • Een kleine vier kilometer in vogelvlucht

    Het openbaar vervoer, ’t is een gemak. Tien minuten bus 3, om de vijf of tien minuten of zo een bus van en naar mijn werk. Een gemak: een paar minuten stappen naar de bushalte, een paar minuten wachten aan de halte, en dan een paar minuten in de bus zitten. Met een boek, allemaal, natuurlijk.

    Een elektrieken velo, ’t is ook een gemak. Tien minuten rijden langs de fietsroute (enfin ja) Gentbrugge – Gent-Centrum, schoon uitzicht, niet te druk. Een gemak: een boek op mijn telefoon, of een uitzending van het één of het ander.  

    Een kapotte velo, dat is minder, want dat ding moet dan naar de velomaker geraken. Vier kilometer, van mijn werk naar de winkel, maar een gedoe  om dat ding tot daar te krijgen!

    ’t Zal een gevecht worden, dinsdag: vijftig kilo of zo dom gewicht in de koffer proberen krijgen. Maar hey, dan kunnen we er weer tegen, tot de volgende keer dat hij binnen moet voor onderhoud. 🙂

  • Verjaardag!

    Enfin, ik zeg “Verjaardag!”, ik bedoel eigenlijk “Verjaardagsfeestje!”, want Jan is ondertussen al negen jaar en dertien dagen oud.  

    Jan

    Enfin, ik zeg  “Verjaardagsfeestje!”, ik bedoel eigenlijk “Jan heeft een roedel kinderen uitgenodigd en dan ziet hij wel wat hij ermee doet om te spelen of zo en wij bakken pannenkoeken en dan kijken ze naar een film en dan blijven ze slapen en dat was het dan!”

    Niet voor ons, de themafeestjes met zorgvuldig uitgewerkte kleurgecoördineerde godweetwats: gewoon, we zien wel.  

    En kijk, dat is helemaal gelukt, tot nog toe. Er is geplaystationed (FIFA 13 en Singstar), er is gevoetbald (op straat), er is verstoppertje gespeeld (in huis), ze hebben een poging gedaan tot weerwolfen (Zelie was verteller, en ’t was geen groot succes qua spelen, maar wel qua leute maken, denk ik), er zijn pannenkoeken gegeten (veel), er is naar een film gekeken (Madagascar 3, en ’t is dus niét evident om een hele kamer kinderen één film te laten kiezen), en er is tot een stuk in de nacht getetterd op de kamer — met zes! in! één! kamer! — ge beeldt u in dat dat goed verlopen is.

  • Boom

    Ik kan daar naar blijven  kijken, naar oude familiefoto’s. Hoe wat van generatie op generatie doorgegeven wordt, en wie er op wie lijkt.  

    En het is nog erger als er foto’s van verschillende leeftijden bij komen.

  • Handwerk

    Met goed materiaal is veel mogelijk.  

    Zie verder in  deel twee  (where the magic starts), deel drie.

  • …zal ik dan een afspraak maken?

    – Ja, best hé meneer. Een momentje, ik kijk even wanneer het past… goh, deze week wordt moeilijk. Volgende week dan maar. Dinsdag?

    – Dinsdag dan maar, ja.  

    Ik ging gisteren naar mijn werk met de fiets, en de achterband was een beetje platjes. Dus blaas ik die weer op, natuurlijk.  

    Met de Kleinste Fietspomp Ter Wereld, zo’n minuscuul ding dat ik anderhalf jaar lang niet eens had zien zitten, verscholen tussen de spaken van mijn achterwiel.

    Kapje van het ventiel, ventiel opendraaien, pomp open, pomp over ventiel, pomp dicht, pomp pomp pomp.  Pomp pomp pomp pomp.  Pomp pomp pomp pomp.  Pomp pomp pomp pomp.  

    Voelen aan band… nah, we zijn er nog niet. Pomp po… krak. Wut? “Krak”?

    Yep, krak. Daar stond ik, met het ventiel van de achterband vast in de fietspomp. De plaats waar het ventiel in de achterband zat, zit niet meer in de achterband. Verstorven, kapot, geen flauw idee waarom of hoe, ’t maakt niet echt uit,  résultat des courses  is hetzelfde: achterbinnenband moet vervangen worden.  

    En achterbinnenband vervangen, dat wil zeggen achterwiel van de fiets afhalen.  

    En achterwiel van de fiets halen, dat wil zeggen naar de gespecialiseerde winkel gaan. Want achterwiel van de fiets wil ook zeggen dat de computer van de fiets geherkalibreerd moet worden.

    Zucht.  

    Een week over en weer met de bus, dus.  

  • Vals alarm, vals alarm

    Ik had het helemaal verkeerd begrepen, de opdracht voor Engels van Zelie.  

    De opdracht was niet “maak een filmpje”, de opdracht was “kies één van de drie mogelijkheden om een toneeltje-achtig iets te doen”, waarbij de drie mogelijkheden waren:

    • een conversatie in een winkel (toneeltje in de klas)
    • een conversatie aan de telefoon  (toneeltje in de klas)
    • een kookshow

    Die kookshow mocht op voorhand  opgenomen worden als dat kon, maar het mocht ook gewoon toneeltje in de klas zijn. Dan zou het wel  met een omschrijving zijn en niet live koken.

    Maar zelfs als het een filmpje was, en dat is wijzer omdat ze dan de ingrediënten zien, moest er hoedanook, om een beetje het voordeel te compenseren dat ze op voorhand konden proberen en herproberen tot het goed was, een live onderdeel in de klas zijn met voorstelling en ingrediënten en zo.  

    Pfff.  

    Wat er van weze: ik blijf erbij dat een filmpje maken ze ook veel dingen bijleert, naast het Engels zelf. En het is gewoon ook wijs om doen. 🙂

  • Montage-aap

    ’t Is proper, ik ben gedegradeerd tot filmpje-in-elkaar-zet-mens voor mijn dochter en haar vriendin.

    Het is allemaal toch maar wat, wat ze tegenwoordig op school moeten doen. Voor de Engelse les moeten ze –houd u vast– een kookprogramma maken. Met telefoon, fototoestel, camera, computer, micro, het maakt allemaal niet uit, als ze op het einde maar vijf minuten beeld en geluid hebben waarmee een recept uitgelegd wordt.

    Ahem ja.

    Het is tiramisu geworden, het ding is dit weekend klaargemaakt met een filmcamera op een statief en een fototoestel in de hand, er is al een introfilmpje van twintig of zo seconden met de ingrediënten klaar, en nu wacht ik op hun ingesproken tekst om samen met Zelie de vier en een halve volgende minuut bij elkaar te steken.

    Tiramisu

    Trrr.

  • Les Mis

    Over Misérables gesproken, twee filmpjes die al een tijd de ronde doen! Gollum zingt I dreamed a dream:

    En for your consideration (Anne with an e):

  • Poesjes!

  • ’t Is gelijk olijven

    Whisky, ’t is gelijk olijven: ge moet dat leren kennen voor ge ’t graag hebt.

    Ik heb een hele kast vol staan, en ik begin het genoeg te leren kennen dat ik het graag drink, maar het gebeurt zo enorm weinig dat  ik wat dan ook alcoholisch drink, laat staan whisky, dat ze daar eigenlijk maar staan te staan, die flessen.

    Vandaar: een project! Elke dag een glaasje, tot ik door mijn flessen ben. Eén glaasje, niet meer dan dat.

    Bruichladdich 17 Rum CaskBowmore 18Glenfiddich 21 Gran ReservaAuchentoshan 21Highland Park 18Glenmorangie Nectar D'Ã’r

    We hebben al gehad: Glenmorangie The Nectar D’Ã’r, Bruichladdich 17 jaar Rum Cask, Bowmore 18 jaar, Glenfiddich 21 jaar Gran Reserva, Auchentoshan 21 jaar, Highland Park 18 jaar.

    Gerief jong, een gevulde drankenkast. Gerief.

  • Hugo stelt niet teleur

    Lang geleden, toen ik veertien was, een jaar ouder was dat mijn oudste dochter nu, moesten we voor de Franse les een spreekbeurt doen over een boek.  

    In de les hadden we net Vercors’  Le silence de la mer  gelezen, en waren we bezig aan een verkorte versie van Sept petites croix dans un carnet  van  Simenon. Denk ik. Al sla ik voor hetzelfde geld het tweede en het derde jaar door elkaar, het lijkt allemaal zo surrealistisch, en het is ongetwijfeld niet eerlijk dat ik de indruk heb dat Zelie tegenwoordig kleuterklasniveau-Frans leert.  

    Afijn. Ik weet niet goed meer wat mijn klasgenootjes deden, voor hun spreekbeurt, maar ik had het in mijn hoofd gestoken dat ik een Klassieker zou lezen.  

    En wel  Les misérables, in drie boeken van elk zeshonderd of zo bladzijden. Ik dénk dat het misschien wel zou kunnen geweest zijn omdat ik een lange stripreeks over Vidocq gelezen had, en dat ik daar ergens in voorwoord of voetnoten had zien staan dat zowel Jean Valjean als Javert in Les misérables op Vidocq gebaseerd waren, en dat ik benieuwd was.  

    Dag en nacht, heb ik eraan gelezen. Van de eerste tot de laatste bladzijde vastgekluisterd, en ja, zelfs de ellenlange beschrijving van de slag bij Waterloo. En tranen met tuiten bij het einde.  

    Maar ik ben het wel zo ongeveer allemaal vergeten. Voor zover ik het mij herinner, had Jean Valjean, ex-forçat, zilver gestolen en dat gebruikt als startkapitaal om een handel in git-juwelen te beginnen, had hij heel zijn leven gebeterd, maar bleef inspecteur Javert hem zoeken, en uiteindelijk vond hij hem ook. En ondertussen waren er dingen met een herbergier die een ancien was van Waterloo, en was er een liefdeshistorie met Marius en Cosette, en was er Eponine, en was er ook Gavroche (waar een roste kater bij ons thuis naar vernoemd was), en Fantine, maar wat precies en hoe: geen idee meer. En zelfs wat ik nog denk te weten, weet ik niet zeker.  

    Want ah neen: de film of de musical of zo heb ik nog niet gezien, neen.  

    Maar ik zal hem wel eens moeten zien, dus dacht ik: ik lees gewoon dat boek opnieuw. Ik heb de boeken nog staan van bijna-dertig jaar geleden, maar ze zijn uiteraard ook gratis te downloaden in een proper leesbaar formaat, en dus hey kijk.

    Aan hoofdstuk tien ondertussen van boek één, de in de tijd behoorlijk controversiële confrontatie tussen bisschop Bienvenu en een oude stervende  conventioneel, en godmiljaar wat een fantastisch boek is het toch. En hoe fantastisch dat het niet teleurstelt.  

  • Proud Damfino, signing in

    Een stomme film van zesentachtig jaar oud, en al wie hem nog niet gezien heeft, moet meteen kijken:

    The General. Heerlijk, zeg dat ik het gezegd heb.