-
⁂
-
(pdw) is gestorven, vandaag. Iemand vroeg mij hoe hij gegaan was, ik antwoordde
Hartaanval. Of hartaderbreuk, enfin, iets van levend en niets aan de hand levend en niets aan de hand levend en niets aan de hand *ACK* *URGH* dood.
Which, like, you know, is a pretty good way to go. In my book.
En ik denk al de hele tijd, en ik weet dat het verkeerd is en slecht en al wat ge wilt — ik denk al de hele tijd “waar moet ik tekenen?”.
Levend, bam, dood. Van al de mensen dichtbij mij die ik heb weten dood gaan, en ’t zijn er ondertussen nogal wat, zijn er welgeteld twee zo gestorven.
Damn.
En ik weet dat zijn vrienden en familie er niet veel aan hebben, en dat 54 ook veel te jong is, maar echt: waar moet ik tekenen om dié vrienden en familie te zijn?
⁂
-
Toen ik binnenkwam was Zelie saxofoon aan het spelen. Dat was wegens omstandigheden al een tijd geleden, en dat is goed nieuws.
Zelie was trouwens thuisgekomen met een nota van de leraar Latijn en Grieks in haar schoolagenda: dat haar inhaaltoets van vocabularium goed was geweest en proficiat. Wat dus ook goed nieuws is.
Louis kwam terug van zijn breakdancen, en hij moest metéén het vervolg op Elric van Melniboné hebben. Hoera! En dat ik het alleen maar in het Engels heb, dat maakt allemaal niet zo uit, hij zit verdorie wel al in het zesde leerjaar hoor. Dus is het The Sailor on the Seas of Fate geworden. En daarna, als hij weg te krijgen is van Elric, staat Fritz Leiber op de lijst: een bundel van Fafhrd en de Grijze Muizer in het Nederlands, en als dat naar meer smaakt, heb ik een paar bundels van Fafhrd and the Gray Mouser staan.
En dan zijn we klaar voor Pratchett.
En dat is dus ook zeer goed nieuws. 🙂
⁂
-
Het was een bescheiden verjaardagsfeestje voor Jan, vandaag. Geen grote evenementen of zo, gewoon wat familie op bezoek voor middageten en een stuk taart.
En voor ge ’t weet zit ge met tien volwassenen en elf kinderen.
Eten maken en zo: geen probleem. Maar ze zetten: dat is een ander paar mouwen. Dan staat er een plooitafel voor de kinderen en onze keukentafel voor volwassenen, maar dan is het echt wel meer dan overduidelijk waarom die keuken d-r-i-n-g-e-n-d groter moet worden.
Enfin bon. De winterstop is voorbij, de bouwvergunning is er, ’t is eigenlijk gewoon maar wachten op offertes. En er dan eens een stamp aan geven.
Ik ben er helemaal klaar voor.
(Jan wordt negen, morgen, trouwens. Negen. Miljaar.)
⁂
-
Herinner u, uit een ver verleden, John Gabriel’s Greater Internet Fuckwad Theory:
Normale persoon + anonimiteit + publiek = complete klootzak.
Ik kon er mij helemaal in terugvinden, in Gabriel’s theorie, en ik zag ze dag na dag bevestigd overal een beetje op het internet.
Het schoolvoorbeeld, jaren aan een stuk, waren de reacties bij Het Laatste Nieuws en gelijkaardige: de meest degoutante smeerlapperij, een mens vraagt zich af hoe sommige van die commentaarders zichzelf in de spiegel dierven bekijken.
Maar het fijne van een theorie is dat het een theorie blijft: geldig tot bewijs van het tegendeel. En kijk, ik ben er ondertussen wel zeker van dat we de Greater Internet Fuckwad Theory mogen ten grave dragen.
Eén na één worden websites en reageerplaatsen minder anoniem. Knack, bijvoorbeeld, zet al een tijd deze onder elk artikel:
Het is voortaan alleen nog mogelijk om onder uw eigen naam te reageren op artikels op deze website. Knack.be zal de registraties van gebruikers controleren om sneller op te treden tegen ongepaste reacties.
En dan zijn er nog al die plaatsen waar een eigen reageersysteem gewoon vervangen is door een Facebook-ding, waar mensen dus met hun eigen (meestal praktisch volledig publiek) Facebookprofiel reageren. Clint.be, bijvoorbeeld.
En dan denkt een mens: het zal er hier nu wel wat minder goor aan toe gaan, nu ze weten dat allemaal in hun eigen naam is, en dat kinderen, vrienden en kennissen kunnen zien wat ze zeggen.
Heh.
Het is zoals in de tijd bij Big Brother op tv: een dag of twee schroom, maar daarna is iedereen blijkbaar vergeten dat er camera’s hangen.
En zo krijg je dan een sympathiek uitziende meneer uit Langdorp, die vorig jaar nog grootvader geworden is, in zijn jeugd nog motocrosser was, waarvan ik weet hoe hij eruit zit, waar hij gewerkt heeft, welk automerk hij heeft, wat zijn hobby’s en favoriete voetbalkploegen zijn, die zonder de minste gène zijn opinie over de vreemdelingen urbi et orbi zet:
Het gaat van kwaad naar erger met al het vreemd crapuul, nee, allochtoon mag men niet meer zeggen, hier in dit verdorven landje waar politici corrupt en machtsgeil is en hiervoor de eigen bevolking discrimineert en uitmelkt! Walgen doe ik hiervan! Mijnheer de rechter zal wel mild zijn voor dat crapuul of anders is er wel een lepe advokaat die procedurefouten vindt, daar kan je van op aan! Spijtig voor de ‘ brave , ingeburgerde mensen van vreemde origine die hier ook het slachtoffer van zijn.
Een mens zal er als Marokkaan of Turk maar mee moeten samenwerken, denk ik dan. Of door bediend worden aan een loket, of zo.
En zo weet ik ondertussen bijvoorbeeld ook van een meneer die naar “de domste school ooit” ging die zijn “toekomst omzeep” maakte, die sinds juni 2012 samen is met een lerares wiskunde uit Aalst, dat hij gisteren nog illegaal films aan het downloaden was, met welke Vlaamse actrice hij graag eens zou “titfucken”, en precies hoe kwaad hij is op de “andere voogt” van zijn zoon en hoe die daar altijd met ziektes van terugkomt.
Of pakweg bij dit artikel, dat om te lachen was, waar ene Robby uit Hasselt, al samen met Leslie sinds eind 2009, echt wel niet om te lachen “dieje mens die da beslist heeft moeten ze anaal verkrachten met een cactus” poneert. En daar 24 likes op krijgt.
Tja. Misschien is het inderdaad gewoon beter om het allemaal zonder filter op de wereld los te laten. Zonder illusies over de mensen rond u leven, da’s misschien ook wel goed.
⁂
-
Fuck. Me.
Estomaqué, in het Frans, geeft het nog het beste weer. Meer dan flabbergasted: viscerale stomverbazing, een stamp in de maag.
Dat zijn van die verhalen waar ik helemaal van wegdraai, ik. Boek gekocht.
⁂
-
Dring, zei de deurbel. Ik schuifelde in mijn peignoir door de gang, met ergens een kind in mijn kielzog, en kijk nu: een half-geplooide Wachttoren in de deuropening, met aan het einde ervan een verkleumde hand, die vastzat aan een oudere meneer.
Hoera! dacht ik: een getuige van Jehova, en het is koud en we hebben niets te doen! Ik nodig die mensen uit naar binnen, ik roep Zelie en Louis erbij, en we luisteren samen naar het verhaal dat ze vertellen.
Vroeger toen ik klein was, en er waren Getuigen of andere geloofswervers op pad, dan nodigden mijn vader en zijn maten die uit om binnen te komen, en werden ze met een zeer fijn mes gefileerd, tot er niets meer van overbleef.
Een jaar of tien, twaalf geleden kwamen er eens twee Jehovagetuigen naar mijn werk toen ik er een zondagnamiddag overuren zat te kloppen, en had ik er hetzelfde mee gedaan: uitgenodigd, en vragen gesteld en in discussie mee gegaan tot ze ongemakkelijk op hun stoel zaten te wiebelen, op hun uurwerk begonnen te kijken en zeiden dat ze nu toch weg moesten, omdat ze écht ergens anders een afspraak hadden.
Fascinerend om zien, hoe mensen die volledig van iets overtuigd zijn, zichzelf in een hoekje discussiëren, en uiteindelijk helemaal vast komen te zitten. Maar ook eigenlijk een beetje niet proper. Ge moet die mensen in hun waarde laten, vind ik nu.
En dus dacht ik: nodig die mensen uit om binnen te komen, het zal een verrijking zijn voor de kinderen. Dat ze eens kennismaken met een ander geloof, en alles.
Pfeh.
Wat zeg ik? Dúbbel pfeh.
Die mensen wilden niet binnen komen, zelfs niet in zo’n koud weer. De oudere van de twee heeft zijn notaboekje bovengehaald, een telefoonnummer op een blad geschreven, en mij dat blad uitgescheurd. Ik moest maar eens bellen als ik meer informatie wou.
Dat noem ik dus niet echt proberen bekeren hé gasten.
⁂
-
Mijn emaildink piepte, daarnet. Dat doet het elke dag heel de dag, dus ’t is eigenlijk een leugen als ik zei dat het piepte: ’t is gewoon telkens ik ga kijken dat er nieuwe dingen in zitten — leve GMail’s priority inbox, want anders verzoop ik in 500 mails per dag, de spam nog niet eens meegerekend.
Afijn. Het was een Amazon-mail die mijn aandacht trok, deze keer:

Meestal zijn die Amazon-mails niet echt buitensporig nuttig — de vorige begon aldus:

…terwijl ik al twee van die Raspberry Pi’s liggen heb, én dat ik ze goedkoper gekocht heb dan dat. ’t Is typisch: dan zou een mens een scanner kopen bij Amazon, of een rekenmachine, of een lampenkap, of een stoomstrijkijzer, en dan zijn de recommendations de volgende paar weken steevast een andere scanner, een meer krachtige rekenmachine, een licht goedkopere maar gelijkaardige lampenkap, of precies hetzelfde stoomstrijkijzer van een andere leverancier.
Maar bon, ik zet die mails niet af, omdat er van tijd tot tijd wél eens dingen in staan die mij interesseren. Zoals daarnet, dus. Want ik had deel één al gelezen en ook deel twee, en dus ben ik uiteraard geïnteresseerd in deel drie.
Maar dan komt het: kak, nóg een boek op de lijst te lezen boeken. Ik wil uit pure koppigheid alle Horus Heresy-boeken lezen (bezig aan nummer 12, voor het moment), en dan wil ik de Northland-trilogie lezen van Stephen Baxter, over een alternatieve prehistorie waar Doggerland niet door de golven verzwolgen werd. En ik las gisteren over The Mirage dat al een paar maand op mijn lijst stond. En ik wil de rest van Le tueur (her)lezen (bezig aan nummer 5, voor het moment), en ik wil aaarggh! tienduizend dingen lezen, en het zal niet lukken, dat weet ik nu al, zelfs al had ik alle tijd van de hele wereld, moest ik nooit meer gaan werken en kon ik heel mijn leven lezen.
Want het is nog meer dan dat: ik wil ook al die films zien, en al die series, en ik heb ideeën om dingen te programmeren, en ik zou willen iets met mijn handen doen van houtbewerken of zo, en ik wil foto’s nemen, en ik wil mij eens door een heel kookboek werken, en ik wil nog zó enorm veel doen, en ik weet gegarandeerd honderdtachtig procent zeker dat dat allemaal niet zal niet lukken.
Hoe leven mensen daarmee, met dat loden besef dat het niet zal lukken? Dat er niet genoeg tijd is? Nooit genoeg tijd?
Bij mij is dat een dagelijkse strijd om toch maar iets te doen zodat ik er toch maar niet aan denk dat ik allemaal andere dingen zou kunnen doen en dat ik ze niet aan het doen ben. Dat elk boek dat ik lees honderd andere boeken zijn die ik niét lees. Elke minuut boeken lezen een minuut is dat ik geen andere dingen kan doen. Elk uur slapen een verloren uur is.
Ze zijn zeer ver te zoeken, apatheia en ataraxia. Ik denk soms dat ik beter om een voorschrift voor het-kan-mij-allemaal-niet-schelen-pillen zou lopen.
⁂
-
Zeg, is dat mijn idee, of zijn er deze week meer mensen dan ooit in de geschiedenis van de mensheid op vakantie aan het gaan of net geweest?
Bij ons zal het voor de paasvakantie zijn.
Geen wilde avonturen, geen verre bestemmingen, geen cultureel hoogstaand gedoe, geen boeiende tochten, geen sportieve uitstap, geen all-in op een warm eiland, niets van dat.
Ik weet de details niet, maar het is ergens een vakantiepark of een bungalowpark of een ikweetnietwat. Niet ver van hier, en dus absoluut ongegarandeerd qua weer, maar er is wel een tropisch zwembad. Of een subtropisch, ik wil ervan af zijn. En dat is alles, denk ik.
Zonder televisie of netwerk, met alleen boeken om te lezen en een fotomathilde om foto’s te maken.
Wie weet lukt het daar wél om batterijen op te laden.
⁂
-
We gaan er bijna een gewoonte van maken, heb ik de indruk: in december nog maar naar een concert gegaan, en als het een beetje lukt, gaan we gewoon op 18 november nog eens naar een concert!
’t Is namelijk Nick Cave en zijn Slecht Zaad, ik hoor die meneer wel eens graag een airken placeren, en het is al geleden van –miljaar!– 1997 dat ik hem nog live gezien had.
Ik ben eens benieuwd.
⁂
-
Kijk, dat is wat mijn muis doet op een werkdag:

En dit is wat mijn muis doet op een weekenddag:

En dit is wat mijn muis doet als ik een hele dag in Premiere aan het prutsen ben:

⁂
-
Gisteren zijn we naar de antiekwinkel om de hoek geweest om lampen voor de keuken te kopen.
Design, zowaar. Als ik me niet vergis, zijn het er van Raak, de mannen die bekend zijn van allerlei lampen die glas en plastiek en metaal combineren. Onze keuken is helemaal in metaal en zo, en we zochten al jaren en jaren lampen om er te hangen die niet uit de toon zouden vallen.
En kijk, Sandra zag twee sobere bronzen lampenkappen hangen, en we zijn ermee naar huis gegaan. Ascot, heet het model, en nu moeten we ze alleen nog ophangen:

Niets eens veel geld voor betaald, maar het moest wel met cash gebeuren. Ik dus naar de geldmachine.
Voor mij in de rij: een koppel hypersociale Antwerpenaren, die iedereen aan begonnen spreken. Zo van “koud hé?” en dergelijke. Serieus, ik moet daar niet van hebben. Zelfs als het inderdaad érg koud is.
En vóór de Antwerpenaren: een Limburger van het type oudere jongere, zo toe als een doos plakband, nauwelijks recht op zijn benen, lallend in een soort 3D-acht-vorm over en weer aan de Mister Cash. Hij had mij begroet met “Hey, Rammstein”, maar hij had meer onmiddellijke problemen dan dat. Hij was zijn code vergeten, en op zoek naar een spiekbriefje ergens. En toen hij uiteindelijk op zijn code kwam, was hij zijn kaart kwijtgeraakt en begon de zoektocht in de zakken van zijn kledij helemaal opnieuw.Ik heb het niet allemaal meer gevolgd, want ondertussen was er — ik zwéér het, ik vind niets uit — een Nepalees toegekomen in een t-shirt en korte broek. Waarmee de Antwerpenaar direct een conversatie wou aanbinden, zo van “allez jong in uw hemdsmouwen in dees weer”? En toen bleek — een mens kín zoiets niet uitvinden — de Antwerpenaar was in zijn studententijd een jaar op trektocht geweest in India en Nepal.
Maar hij was het bijna allemaal vergeten, zijn Nepalees, behalve dan één ding: dat “vatje bier” in het Nepalees “drachtige koe” betekent. Dat zou hij nooit van zijn leven vergeten. “En namaste“, voegde zijn mevrouw de Antwerpse eraan toe. “Ah ja, maar dat kent iedereen, namaste”, mopperde de meneer.
De Nepalees verstond niet zoveel Nederlands, vrees ik. En ik denk dat het geheugen van de Antwerpenaar hem in de steek liet, want de Nepalees begreep maar niet waarom een wildvreemde aan een geldautomaat hem “vatje bier” bleef toeroepen.
En dan was het de beurt aan de mensen van Antwerpen om geld af te halen, en werd het even slapstick, want de in de natuur weggezwijmelde Limburger had zijn kaart in de machine laten zitten en het was plots roepen van “meneer! meneer!”, en was hij nu naar links of naar rechts of waar naartoe?
⁂
-
Vorige week was het YES-project op school bij Zelie. Tweedejaarsleerlingen uit Milaan, Barcelona en Gent die op uitwisseling gaan: tegelijk sport, theater en muziek, in elk van de drie steden. Dit jaar was het stukje YES in Gent dat van muziek, en Zelie deed mee.
Op een paar dagen tijd hebben ze een heel programma afgewerkt, en op de laatste avond was er een concert — met onder meer alle leerlingen die in het Nederlands, Catalaans en Milanees zongen:
Als het wat meezit, gaat Zelie één dezer een paar dagen naar Barcelona naar haar kersverse vriendinnen: dat zou dan ergens in de buurt van 100 euro kosten in vliegtuigtiketten. Is dat eigenlijk niet ongelooflijk ongelooflijk?
Dat het mogelijk is om mensen te leren kennen op 1300 kilometer van hier, en daar ook echt in contact mee te blijven? Niet alleen via het internet, maar gewoon ook in het echt?
⁂
-
Ik heb een paar uur aan filmpjes geëditeerd.
Filmpjes van zingende kinderen.
Om half elf dacht ik: misschien pak ik best een pil tegen hoofdpijn, want ik begin gelijk wat hoofdpijn te krijgen.
Een uur later was het gedaan, het editeren. En nu heb ik hoofdpijn die niet eens meer hoofdpijn te noemen is. Mijn linkeroog heeft zijn eigen hoofdpijn, mijn rechteroog idem. Ik denk dat zelfs mijn oogleden aparte hoofdpijn hebben.
En op tv speelt Glee.
Mruuu.
⁂
-
’t Was vandaag de laatste dag van Iris Aper, een meisje dat gisteren overreden werd in Gent.
Welk een miserie. 21 jaar. Een strontzatte chauffeur, om 8 uur ’s morgens, aan 80 of meer per uur in een zone waar maximum 30 mag gedaan worden maar stapvoets meer realistisch is. Op twee straten van de school van de kinderen, en iedereen op school kent wel iemand die het heeft zien gebeuren.
Julien D. is een bekend gezicht in de uitgaansbuurt rond de Overpoortstraat en verdient er zijn boterham als barman in een café, zegt de gazet. Vijf jaar riskeert de kerel, lees ik in een andere gazet. In diezelfde gazet staat ook “Hij was zo dronken dat hij pas in de late namiddag voor het eerst ondervraagd kon worden.”
Vijf jaar. Oh, en een “lang rijverbod”.
Ik heb het er toch serieus moeilijk mee.
⁂

