• Kokeneten

    We hebben vandaag kokeneten gespeeld.

    Twee kippen in stukken gesneden, aangebakken in olijfolie waar de teentjes van vier bollen look in gebruind waren, laurierbladeren erbij, al schuddend witte wijn erbij om een emulsie te krijgen, deksel op pot: klaar!

    Ghee gesmolten, fijn gesneden look in gebruind, piment en twee blikken fijngemoesde tomaat erbij, kwartiertje laten koken, aubergineblokjes (gezouten, half uur lang uitgelekt) laten bruinen in de oven, basmatirijst bij tomaten, aubergine erbij, bakpapier erop, deksel erop, even laten opkoken en dan een minuut of tien laten sudderen, klaar!

    Tien ingrediënten, denk ik, simpel als bonjour om te maken, en meer moet dat niet zijn. De volledige recepten staan ergens in het zeer uitstekende  Moro The Cookbook: polo al ajillo  (kieken met look, dus) en aubergine and tomato pilav, dat ik overigens iedereen kan aanraden.

    En dan om af te sluiten een sabayon (4 eigelen, 4 eierdopjes suiker, 4 eierdopjes witte wijn, in achten kloppen).

    Ayup.  

  • Wonder

    Ik dacht, ik zet nog eens wat Stevie Wonder op.  

    En dan moet ik onvermijdelijk altijd denk denk aan die keer dat ze het spelletje “duw eens tijdens een live-optreden een blinde op het drumpodium en laat hem loos gaan” gingen spelen:

  • They’re hee-ere!

    Jaar na jaar wordt Boston Dynamics meer en meer Skynet:

    En als we dit kunnen zien, hoeveel zien we dan niet?

  • Verplicht genderplan voor universiteiten

    Wat krijgen we nu weer? Er gaan binnenkort een hele resem babyboomende professoren met emeritaat, en    minister van Wetenschapsbeleid Ingrid  “beseft dat het nu of nooit is” om meer vrouwelijke professoren aan te stellen.  

    Nu of nooit, echt waar? Twaalf jaar geleden was 10% van de professoren in Vlaanderen een vrouw, en nu is dat 20%, en aangezien er meer en meer vrouwelijke studenten zijn, is er weinig kans dat die trend zou stoppen.  

    Maar het is “nu of nooit”, blijkbaar. Dat wil dus zeggen, mevrouw de minister van Wetenschapsbeleid, dat als er nu  niet veel meer vrouwen dan mannen professor worden gemaakt, dat er nooit evenveel vrouwelijke als mannelijke professoren zullen zijn?

    Allez dan.  

    En die evenredige verdeling, is dat dan over de hele universiteit, of per faculteit, of per vakgroep? En geldt ze in beide richtingen? Moeten we ook een pariteit hebben in richtingen met overwegend mannelijke of vrouwelijke studenten?  

    Neem bijvoorbeeld de Vakgroep Dermatologie aan de UGent: 85% van alle personeel zijn vrouwen. Zes proffen, en maar één man. Kijk wat verder, en alle doctorassistenten en doctoraatsbursalen zijn vrouwelijk, alle wetenschappelijk personeel zowel van IWT als van FWO zijn vrouwelijk, van alle academische consulenten is er maar één man, en van alle administratief en technisch personeel is er ook maar één man! Mag volgens zo’n genderplan een vrouw daar dan voor de voorzienbare toekomst een carrière op haar buik schrijven?  

    Of moeten we het aan de instroom gaan regelen? Evenveel mannelijke als vrouwelijke assistenten-en-andere, in alle mogelijke richtingen? En, waarom niet, als we toch bezig zijn: evenveel mannelijke als vrouwelijke studenten in elke richting?  

    Professor Annemie Desoete van de Universiteit Gent gaf een paar jaar geleden dit antwoord op de vraag “hoe word ik professor?”:

    Als er een vacature komt voor ZAP (zelfstandig academisch personeel) kun je daar als doctor je kandidatuur voor insturen. Als je aangenomen bent (omdat je de beste kandidaat bent, meest overeenkomt met het vooropgestelde profiel e.d.) word je aangesteld als ‘ZAP’ docent  en kun je in Vlaanderen prof. voor je naam schrijven.

    Zouden we dat niet gewoon zo kunnen houden? En ervan uitgaan dat het nonsens is om te spreken in termen van “het is nu of nooit”, maar dat het binnen een paar jaar allemaal vanzelf wel in orde zal komen?  

  • Verhaaltje

    Ik werd er helemaal stil van. En dat ben ik nog altijd.

    Once upon a time a boy named Milan and his father lived together by the shore of a magic river.

    If you went up the river toward its source you grew younger the farther you went. If you went downriver you got older. If you went sideways down one of the many tributaries of the river, look out! You could turn into someone else entirely.

    Milan and his father traveled downriver in a small boat and he grew up into a man but when he saw how old his father had become he didn’t want to be a man anymore, he wanted to be a boy again. So they went back home and he grew young again and his father went back to normal too.

    When Milan told his mother she didn’t believe his story, she thought the magic river was just a river and she didn’t care where it came from or where it went or what happened to those who moved upon its waters.

    But it was true. He and his father both knew it was true, and that’s what counted.

    The end.

    En verhaaltje van Salman Rushdie voor zijn zoontje van een paar jaar. In Joseph Anton: A Memoir.  

  • Boeken gelezen in maart 2013

    Tiens, ik ben dat al een tijd vergeten doen, de boeken die ik gelezen heb oplijsten. Niet dat ik het niet meer bijhoud, maar ’t is wel elders, vandaar.

    Samengevat voor maart:

    1. The Man in the High Castle  [01/03]
      Philip K. Dick
      Penguin, oorspr. 1962, 272 blz.  
      ★★★★ ½
    2. Constellation Games  [08/03]
      Leonard Richardson
      Candlemark & Gleam, 2012, 480 blz.  
      ★★★★ ½
    3. Les Misérables, tome 1: Fantine  [10/03]
      Victor Hugo
      1862  
      ★★★★★
    4. The Mongoliad: Book Three (The Foreworld Saga)  [18/03]
      Neal Stephenson, Greg Bear, Mark Teppo, Nicole Galland, Erik Bear, Joseph Brassey, Cooper Moo
      47North, 2013, 716 blz.  
      ★★★
    5. Northland 1: Stone Spring  [20/03]
      Stephen Baxter
      Gollancz, 2010, 496 blz.  
      ★★★
    6. Get Jiro!  [21/03]
      Anthony Bourdain & Joel Rose (tekst) – Langdon Foss (beeld) – José Villarubia & Dave Stewart (kleur)
      Vertigo, 2012, 160 blz.  
      ★★
    7. My Friend Dahmer  [21/03]
      Derf (tekst en beeld)
      Derfcity, 2002, 28 blz.  
      ★★★★
    8. The Amazing Screw-on Head and Other Curious Objects  [21/03]
      Mike Mignola (en eventjes Katie Mignola, 7 jaar oud) (tekst en beeld) – Dave Stewart (kleur)
      Dark Horse, 2010, 104 blz.  
      ★★★★★
    9. The Suicide Forest  [22/03]
      El Torres (tekst) – Gabriel Hernandez (beeld)
      IDW, 2001, 106 blz.  
      ★★ ½
    10. Nova Vol. 5, 1-2  [23/03]
      Jeph Loeb (tekst) – Ed McGuinness (beeld) – Dexter Vines (inkt) – Marte Gracia (kleur)
      Marvel, april – mei 2013, 2 x 24 blz.  
      ★★★ ½
    11. Broken Pieces  [23/03]
      Mark Roslan (tekst) – Micah Kaneshiro (beeld)
      Aspen Comics, 2012, 144 blz.  
      ★★★ ½
    12. Wormwood, Gentleman Corpse 0-4: Birds, Bees, Blood & Beer  [23/03]
      Ben Templesmith (tekst en beeld)
      IDW Publishing, april – october 2006, 5 x 32 blz  
      ★★★★ ½
    13. Carbon Grey v1: Sisters at War  [24/03]
      Hoang Nguyen, Khari Evans, Paul Gardner, Mike Kennedy (tekst) – Hoang Nguyen, Khari Evans, Paul Gardner (beeld)
      Image Comics, maart- mei 2011, 3 x 24 blz.  
      ★★★
    14. Hazed  [24/03]
      Mark Sable (tekst) – Robbi Rodriguez (beeld) – Nick Filardi (grijswaarden)
      Image Comics, 2008, 170 blz.  
      ★ ½
    15. The Private Eye 01  [25/03]
      Brian K. Vaughan (tekst) – Marcos Martin (beeld) – Muntsa Vicente (kleur)
      Panel Syndicate, maart 2013, 32 blz.  
      ★★★ ½
    16. The Mirage: a novel  [28/03]
      Matt Ruff
      Harper Perennial, 2013, 414 blz.  
      ★★★★
    17. I, Partridge: We Need to Talk about Alan  [30/03]
      Alan Partridge [Steve Coogan, Armando Iannucci, Neil Gibbons, Rob Gibbons] (tekst) – Alan Partridge [Steve Coogan] (stem)
      HarperCollins (Harper Audio), 2011, 6u 56 min  
      ★★★
    Les Misérables  (deel een) en The Amazing Screw-on Head  (strip van de man van Hellboy en BPRD)  waren helemaal mijn ding,  Wormwood  (donkere horrorhumor) is uitstekend, net zoals  Constellation Games  (game reviews van games door aliens) en  The Man in the High Castle  (alternatieve geschiedenis waarin de Duitsers gewonnen waren).  

  • Sexism don’t real

    LinkedIn stuurt om de zoveel tijd eens een mail door, om te laten weten dat ze nog altijd een essentieel onderdeel van de wereld van 2013 zijn.  

    Zoals alle gelijkaardige mails is dat dan iets catchy, met net genoeg inhoud om de mensen benieuwd te maken, en zekerde voldoende doorklikmogelijkheden om meer te weten te komen op de website, zodat ze nog eens kunnen zeggen dat ook deze week X levende lichamen langs gekomen zijn, en dat ze dus een bereik hebben van Y op een totaal van Z, en koop toch vooral onze profielen c.q. advertentieruimte.  

    Afijn.  

    Daarnet zat deze in mijn maildoos:

    Screen Shot 2013 04 03 at 16 45 45

    Mij knie sprong constant in hitlergroet, van zoveel rolbevestiging!

    “See the must-have tool Richard Branson can’t work without”, belooft de titel. Ik heb al meteen ideeën van een specaal soort zakmes, of een custom notaboekje met ingebouwd astronautenpotlood, of thermisch ondergoed, of iets dergelijks.  

    Maar neen: de tool, het gereedschap dat Sir Richard absoluut nodig heeft om door zijn werkdag te geraken, onder het kopje “Things I Carry”, is zijn  assistente. De luchtaanhalingstekens zijn niet van de, euh, lucht — vooral dan met het fotootje erbij.  

    En dan is er nog Deepak Chopra, de omhooggevallen pretentie misschien, maar toch: token  niet-blanke man (tool: “licht- en geluidsmachine”, woooo). En Geni Whitehouse, blanke vrouw (tool: sacoche). En Betty Liu, token  niet-blanke vrouw (tools: telefoon, hoestmedikament, vlekverwijderende doekjes).

    Zucht.  

    Bijna  in orde nochtans, mooi 50/50 man/vrouw en 50/50 Europeesachtig/niet. Jammer van Branson’s gereedschap.  

  • Iain M. Banks

    Kak, kak, kak.  

    Nooit minder dan goed, en vaak meer dan uitstekend: mijn schap Iain (M.) Banksen staat vol fantastische boeken. Zijn Culture  is een visie van een universum waar ik van kon dromen — en toen ik zijn niet-science fiction ontdekte, was dat nog eens een openbaring erbij.

    Zijn volgende boek zal zijn laatste zijn. Binnen een paar maanden zal hij dood zijn:

    I am officially Very Poorly.

    After a couple of surgical procedures, I am gradually recovering from jaundice caused by a blocked bile duct, but that – it turns out – is the least of my problems.

    I first thought something might be wrong when I developed a sore back in late January, but put this down to the fact I’d started writing at the beginning of the month and so was crouched over a keyboard all day. When it hadn’t gone away by mid-February, I went to my GP, who spotted that I had jaundice. Blood tests, an ultrasound scan and then a CT scan revealed the full extent of the grisly truth by the start of March.

    I have cancer. It started in my gall bladder, has infected both lobes of my liver and probably also my pancreas and some lymph nodes, plus one tumour is massed around a group of major blood vessels in the same volume, effectively ruling out any chance of surgery to remove the tumours either in the short or long term.

    The bottom line, now, I’m afraid, is that as a late stage gall bladder cancer patient, I’m expected to live for ‘several months’ and it’s extremely unlikely I’ll live beyond a year. So it looks like my latest novel, The Quarry, will be my last.

    As a result, I’ve withdrawn from all planned public engagements and I’ve asked my partner Adele if she will do me the honour of becoming my widow (sorry – but we find ghoulish humour helps). By the time this goes out we’ll be married and on a short honeymoon. We intend to spend however much quality time I have left seeing friends and relations and visiting places that have meant a lot to us. Meanwhile my heroic publishers are doing all they can to bring the publication date of my new novel forward by as much as four months, to give me a better chance of being around when it hits the shelves.

    There is a possibility that it might be worth undergoing a course of chemotherapy to extend the amount of time available. However that is still something we’re balancing the pros and cons of, and anyway it is out of the question until my jaundice has further and significantly, reduced. Lastly, I’d like to add that from my GP onwards, the professionalism of the medics involved – and the speed with which the resources of the NHS in Scotland have been deployed – has been exemplary, and the standard of care deeply impressive. We’re all just sorry the outcome hasn’t been more cheerful.

    A website is being set up where friends, family and fans can leave messages for me and check on my progress. It should be up and running during this week and a link to it will be here on my official website as soon as it’s ready.

    Fuck kanker. Serieus, fuck.  

  • Marathons

    Ge zijt beter om televisieprogramma’s een beetje op te sparen, vind ik.

    Vorig weekend drie seizoenen Downtin Abbey bekeken, vanavond de laatste vier Is ’t nog vers en de eerste vier van Up (Seven Up, Seven Plus 7, 21 Up en 28 Up).

    Massamediaconsumptie met dank aan digicorder en interwebs.

  • Like to dislike

    Kijk, dit is zo één van die dingen waar ik lastig van kan lopen:

    Screen Shot 2013 04 01 at 09 58 41

    Gevolgd door de voorspelbare reacties van het voorspelbaar niveau — ene Leander De Baets brengt bij “ikke nie poepe, niemand nie poepe”, Bruno Janssen vindt “Léonard zijn ouders hadden beter ook celibatair geleefd, dan hadden wij van hem nooit last gehad”, Raf Daems brengt “dat da dan just die foto is van dat interview waarin hij vertelde dat hij die boomlange neger aan het ****** was in het stadspark” bij aan de discussie.

    Iedereen heeft recht op een opinie, zeker dat, maar is het echt zo moeilijk om het debat te voeren op het niveau dat het verdient?

    Vragen aan Léonard wat hij vindt over seks tussen homo’s is hetzelfde als tijdens een rechtszaak vragen aan een rechter wat hij vindt over kraken: ze hebben ongetwijfeld een persoonlijke opinie en mogelijke sympathieën, maar het antwoord zal voorspelbaar zijn.  

    Als er moet gediscussieerd worden over de officiële positie van de Kerk, dan zijn er voldoende documenten  om een interessante discussie mee te beginnen, en is het niet nodig om er een karikatuur van te maken.  

    Met een valse analogie: stel u voor dat de paus zou verbieden om op industriële schaal mensen te martelen. En dat de reactie daarop zou zijn: schandalig! de paus weigert te eisen dat marteltuigen ontsmet worden! Zo gaan er miljoenen mensen sterven van ontstekingen!

    De wereld is complex, en morele problemen zijn complex. Het gaat voor de Kerk om een afwegen van goed en kwaad. In verschillende gradaties: leven is heilig, maar het abortus kan om het leven van de moeder te beschermen; abortus mag eigenlijk niet, maar zou het niet méér kwaad teweegbrengen om legale abortus te bestrijden dan om het toe te laten?

    Condooms uitdelen in Afrika, om het simpel te stellen, is dan voor de Kerk misschien wel het equivalent van ontsmettingskits voor marteltuigen uitdelen.

    En voor u en mij is condooms verbieden (of niet aanraden) misschien wel een schandalige manier van handelen, en  realpolitik-gewijs zou de Kerk het beter toelaten, maar wat iedereen lijkt te vergeten, is dat het Christelijke geloof nog altijd leeft in een wereldbeeld waar dit  leven maar een klein onderdeel is van het geheel.

    Neen, ik ben het daar ook niet mee eens. Maar dat is wel de context waarin de discussie gevoerd wordt, alvast van de ene kant.  

  • Er zijn geen seizoenen meer

    Het was vandaag Paaszondag, en het enige dat ik ervan gemerkt heb, is dat het geen Zevende Dag was, en dat er chocolade op tafel lag.  

    Jammer, van die Zevende Dag, vond ik: het is een vast ritueel, ’s zondags met mijn sletsen in aanslag kijken naar de strapatsen van de Makers Van Wereldnieuws In Vlaanderen en mij dood ergeren. En dan kwaad worden omdat ze een zanger of groep een ringtone-versie van een nummer doen uitvoeren. En dan mentaal wegzappen terwijl het over sport gaat. En dan weer nijdig worden over zoveel zwartwitdenken en eenvoudige oplossingen (dan wel zoveel gewafel en nonsens, of hypocrisie en lafheid, naar gelang).  

    Het was een bumperuitvoering van de eucharistieviering, en daarna deed de nieuwe paus Urbi et Orbi.  

    Niet gekeken, neen. Ik ben een bij momenten fascinerend onsympathieke autobiografie aan het lezen, en dat leek me nuttiger gebruik van mijn tijd. Ik kon wel zo ongeveer weten wat er in de mis zou gezegd worden (Hij is waarlijk verrezen, hoera, hoezee, hosanna), en ik kon er mij een beeld bij vormen wat de paus zou zeggen (een variatie op vrede op aarde voor alle mensen; de Vlaemsche en Neërlandsche  Gazetten weten mij te vertellen dat het minstens even belangrijk was dat hij niet daaank voor die bloemen  heeft gezegd maar grazie per i fiori).

    Ik geloof er al heel erg lang niet meer in, in God, en toch vind ik het  vaagweg spijtig dat er alsmaar minder in God geloofd wordt.  

    Er zijn geen seizoenen meer, we hebben geen ritme in ons leven meer, denk ik vaak. We leven op schoolvakanties, met mijlstenen rond de kerstvakantie en de paasvakantie en de grote vakantie, en dat is het zowat. De maanden vloeien in mekaar over, en het is een groter evenement in mijn leven dat er nieuwe tv-seizoenen beginnen (Game of Thrones seizoen drie!) dan dat de vasten of de advent afgelopen is.

    Huh.  

  • Audioboeken

    Het is een rare zaak, audioboeken: ik ken redelijk wat mensen die er ab-so-luut niet van willen weten.  Om allerlei redenen.

    Omdat het te traag zou gaan, bijvoorbeeld: “ik kan rapper lezen dan dat ik het voorgelezen krijg!” En natuurlijk  dat het sneller is om een boek te lezen  dan om het te beluisteren: ik herinner me dat ik A Tale of Two Cities gelezen heb samen met een hele reeks Dickensen in, ummm 1990 of zo, en dat heeft met toen zonder de minste twijfel véél minder dan 13 uur en 39 minuten gekost, de tijd dat Simon Vance nodig heeft voor het audioboek.  

    Maar een boek voorgelezen krijgen, dat is op een heel andere manier een verhaal verteld worden dan een boek zélf lezen. Mensen zijn gemaakt om verhalen aan elkaar te vertellen, en met de stem is toch nog altijd een andere zaak dan alleen op papier.  

    Beperkter, soms: zonder stem om een verhaal aan op te hangen, kan ik mijn eigen stemmen verzinnen — en ik weet niet heel zeker of ik voor alle boeken die ik lees een stem wil opgedrongen worden. Ik heb de hele reeks Dark Tower-boeken van Stephen Kind in audioversie beluisterd, en ik vond dat niet echt een meerwaarde hebben.

    Maar als het goed gedaan is, dan kan een verteller het boek maken. Omdat het de schrijver zelf is die zijn eigen verhaal vertelt, ongeacht of hij een goede vertelstem heeft (Shatner Rules) of niet (Steve Martin’s Born Standing Up, bijvoorbeeld: ontroerend goed), of omdat het gewoon een professionele stemkunstenaar is (alles van Simon Vance!).

    Nog een reden om geen audioboeken te willen beluisteren: “ik kan er mijn aandacht niet bij houden”. Aargh! Of het nu een boek lezen  is of beluisteren: er moet evenveel aandacht aan geschonken worden. Ik kan boeken beluisteren op dezelfde plaatsen en op dezelfde manier als ik boeken kan lezen: in de auto, als er op de achtergrond muziek of televisie is die ik niet echt volg, als ik simpele dingen aan het koken ben, als ik aan het wandelen ben, of op de fiets aan het rijden.  

    Maar niet als er een film is die ik wil bekijken, of als ik iets ingewikkeld aan het lezen ben, of als er moet geschreven worden of geprogrammeerd of zo.  

    Net zoals ik een boek diagonaal kan lezen, of een film op de achtergrond kan staan, kan een audioboek ook semi-achtergrondgeluid zijn, maar dan heb ik er net zoveel aan: weinig.  

    Dat is een reden waarom ik  graag naar boeken luister: het verplicht mij te “lezen” op een menselijk tempo. Als ik met mijn ogen lees, gaat dat onmenselijk snel (in de zin van: geen enkele verteller ooit in de geschiedenis van de mensheid kan zo snel spreken), en al doe ik het heel veel en heel graag, ik denk toch dat er op die manier dingen verloren gaan.  

    Vergelijk het met een grap lezen en een grap verteld worden, of het verschil tussen  

    They fuck you up, your mum and dad.  They may not mean to, but they do.  They fill you with the faults they had and add some extra, just for you.  But they were fucked up in their turn by fools in old-style hats and coats, who half the time were soppy-stern and half at one another’s throats. Man hands on misery to man.  It deepens like a coastal shelf.  Get out as early as you can, and don’t have any kids yourself.

    en  

    Mijn abonnement bij Audible is één van die abonnementen waar ik meer dan immens content van ben, al vele vele jaren aan een stuk.  

    Volgende boek op de plank: Calculating God.  

  • Curses! Pipped at the post!

    Subversieve dingen doen met de sociale mediats, op kleine kleine manieren rebelleren tegen de grote jongens: is er iets wijzer?  

    Allemaal reclames op The Facebook flaggen als “offensive” of als “pornography”, bijvoorbeeld.  

    Of mensen endorsen voor nonsens op LinkedIn, pakweg — daarnet nog van ganser harte mensen ge-endorsed voor “cupcake decoration”, “horse wrangling”, “Nutroma” en “Topical undergarments”, bijvoorbeeld.  

    En natuurlijk dat ik weet dat het niets uithaalt, maar toch. 🙂

  • Ah, hallo, aangenaam

    Ik kan mij niet anders inbeelden dan dat er een geleerd woord voor bestaat: het fenomeen van iemand één keer gezien te hebben, of een paar keer over een lange tijd, en dan die persoon voor geen halve meter meer te herkennen.  

    ’t Is geen prosopagnosie, want ik ben niet gezichtsblind. Integendeel, ik heb een uitstekend geheugen voor patronen en woorden en dingen, en ook gezichten en afbeeldingen — ’t is gewoon dat ik echte mensen al een paar keer moet gezien hebben voor ik ze herken.  

    Alleen echte mensen, want foto’s en schilderijen, daar heb ik het probleem niet mee.  

    En dus was het zo dat er vandaag iemand langs kwam op het werk, die ik duidelijk in het verleden al een paar keer moet gezien hebben — héb gezien, zelfs — maar sla mij dood, ik kon mij hem niet herinneren. Schaamtelijk, ook, als het op leraars van de kinderen aankomt: die zie ik alleen maar bij oudercontacten, en er zijn er die ik al tien jaar zie, maar dat ik nog altijd niet weet wie wie was. En dat ik ze op straat zou kunnen tegenkomen en zo’n vaag gevoel hebben van erm, hang on, maar dan zijn ze al voorbij.  

    Of dan doe ik zo’n halve allo  met de hand of een schimmige hoofdknik-met-schets-van-glimlach, de internationaal erkende beweging voor “misschien kennen wij elkaar maar indien niet, hebben we een zekere  plausible deniability  dat het maar een spasme van de arm dan wel een algemeen vriendelijke knik was”.  

    En.

    Dan kan het ook het omgekeerde zijn.  

    Het moet nu al een tijdje zijn dat er iemand in de buurt van mijn werk werkt, denk ik, waarvan ik vermoed dat het de halve trouwboek van iemand is die ik op het internet ken (ik heb híír ook niet meer dan een paar keer gezien in het echt, maar ik zou ze wel herkennen). Dus niet die persoon die ik zou herkennen, maar haar betere helft, denk ik. Dénk ik. Want de eega vín, die ken ik alleen maar van fotootjes bij avatars en op The Facebook.  

    Maar ik dénk dat ze in mijn buurt werkt. Denk ik. Want soms staat ze bij dezelfde bakker. En loopt ze op de straat waar ik fiets. En doen we van plausible deniability-hey! naar elkaar.  

    Serieus, de zaken waar ik gestresseerd van kan lopen, ge wilt het niet weten.  

  • Politiek en maatschappelijk debat allemaal goed en wel, maar kunnen we misschien even onze meningsverschillen opzij zetten en actie ondernemen tegen dit soort dingen?

    Screen Shot 2013 03 28 at 08 21 33

    Wodmobistar  Wordproximus

    Daar kan iedereen toch achter staan, nee?