• Fuck sms

    Om redenen waar ik eigenlijk zelf ook al niet veel meer van snap, zitten er een paar kinderen die ik eigenlijk maar half ken, of zelfs helemaal niet, op een Minecraftserver van mij.  

    Gasten van ik heb geen flauw idee hoe oud, ik schat veertien? vijftien? zestien?  

    En dan is het drama, moet er iemand geblokkeerd worden. En dan is het bijgelegd, moet er iemand gewhitelisted worden. En dan klaagt iemand dat er gegriefd  wordt, en dat de  griefer moet gevonden worden en dan geblokkeerd. En moet er een nieuwe map op. En dan vraagt persoon A of hij op  mag worden. En dan vraagt persoon B of hij op  mag worden. En dan moet er een plugin op. En dan moet er nog eens iemand van gesmeten worden. En dan komt C op bezoek dit weekend en zou hij dus ook moeten in de whitelist komen.  

    En. Al. Dat. Gedoe. Is. Per. SMS.

    Ik word er onnoemelijk kregelig van, de manier waarop de jeugd blijkbaar tegenwoordig omgaat met mensen die hun vader zouden kunnen zijn.  

    En ik ben daar dus echt geen lastige mens in, ik sta absoluut niet op vouvoyeren of zo, en die ene gast die ik een beetje ken die is in het echt een beleefde vriendelijke jongen, maar in godsnaam, dat klote-sms-gedoe!

    “Wrm ni??” is dan blijkbaar “Waarom niet?”, en ik mag me niet druk maken dat er bij elke vraag “??” staat, en ik mag dat blijkbaar niet interpreteren als “WAAROM NIET FUCKER???!!?”, maar het is sterker dan mij.  

    En weigeren  om e-mails te gebruiken hé. Liever twintig cryptische sms-en met halve woorden en kwartzinnen over en weer waar niemand weet wat niemand bedoelt, dan één degelijke mail met een paragraafje tekst erin.  

  • Magnifiek

    Fellini op straat!

    [via]

  • Dagen met vlees

    Vorig jaar heb ik het proper volgehouden: veertig dagen geen vlees. Al was het om te kunnen zeggen dat ik het ooit wel eens gedaan heb, ja, en dat ik weet wat de alternatieven zijn en wat er allemaal bij komt kijken.

    Vooral veel meer werk, dat komt er bij kijken.

    Neem het eten van deze avond: gisteren kip in stukken gesneden en in een pot met yoghurt en kruiden gesmeten om te marineren, vanavond leg ik dat onder de grill, en hopla kip tandoori. Ah, moest daar nog iets bij? Um ja, misschien eens zoeken naar naan of zo, en wat gebakken patatten wie weet, en misschien een raita met komkommer en tomaat of iets in die zin. Of gewoon wat rijst bij.

    Of het eten van gisteren: gehakte steak gekocht, hamburger mee gemaakt, ajuinringen gecaramelliseerd, vlees gebakken, en dan een pistolet in twee gesneden, hamburger ertussen, ajuin erop, een schel sla en een stuk tomaat, een bladzijde van de smeltkaas: hopla klaar.

    Het punt: een stuk vlees, en het eten is al 80% klaar. Vegetarisch, dat is altijd schipperen en zoeken en doen, want er is zelden of nooit een centrale kapstok waar een gerecht kan aan opgehangen worden. En neen, die vleesvervangers, dat is écht geen vlees.  Dus dan is er een potje met champignon-achtig dingen, en eentje met peulvruchtachtige dingen, en aardappelen, en nog iets van “normale” groenten, en zeker dat we dan allemaal genoeg gegeten hebben, maar we hebben er wel een halve dag aan bezig gezeten.

    En dan is er nog zo enorm veel lekker vlees. Biefstuk, gandahesp, struisvogel, stoverij, bloedworst… mmm.

    En jawel, het is slecht voor het milieu en zo, maar las ik daar niet ergens dat een grote hond even milieuvervuilend is al een zeer dikke 4×4? En is het zoveel minder milieubelastend om in het midden van de winter fruit van de andere kant van de wereld te eten dan een lokaal geslachte kip?

    En uiteraard, het is ethisch niet helemaal in orde, maar is het niet nog veel minder in orde om kinderen op de wereld te zetten? Gho ja.

    Nope, geen dagen zonder vlees voor mij. Nem.

  • Eten voor bezoek

    Een Italiaanse op bezoek, en ’t is al gelijk het allemaal geen probleem is.

    We hebben al gedaan: zondagavond uitsmijter, maandagavond hamburger. Morgen kip tandoori. En dan zijn we al woensdag en is het al de laatste dag dat Alessia hier is. 

    Zonet rap over en weer naar de lokale nachtwinkel, tandoorigerief en ghee gekocht, kip in yoghurt en tandoorispel gedumpt om te laten marineren.

    Klaar om morgen in de oven te steken. 

    En nu een streepken muziek. 

  • Alleen op de wereld

    Zo. Dat is altijd interessant: geen internet, en geen televisie. De telefoon werkt wel nog (een beetje, ’t is tenslotte Mobistar), maar voor de rest: afgesloten van de wereld.

    En als onze telefoon ook Telenet was geweest, waren we bijna helemaal weg van de wereld: de enige radio die niet via het internet werkt, is onze radiowekker.

    Dan begint het natuurlijk: Sandra ging iets van salsa maken vanmiddag, maar het recept staat op het internet. Er is vannamiddag een muziekdinges in de wijk, maar het programma staat op het internet. Ik ben een boek aan het lezen en ik wil weten of Schwanenwerder wel degelijk bestaat, en indien ja, hoe het er tegenwoordig uitziet, en wat nu precies de inhoud was van de Nacht und Nebel-verordening van 1941, maar haja, inderdaad.

    Ik had de pre-supportprocedure al helemaal gevolgd, de computer besnuffeld, met de router gebabbeld en hem eens een reset gegegeven, maar er was niet zo enorm veel aan te doen: mijn router kreeg geen IP-adres toegewezen, en een snelle, nu ja, een Mobistar-trage telefonische check naar status.telenet.be zei me dat haja, inderdaad, DHCP server is kaputt. En een kwartiertje later, toen de twitter.com/telenet uiteindelijk ingeladen was, kon ik lezen dat @telenet de mensheid meedeelde dat

    Momenteel hebben onze klanten problemen met internet, interactieve tv en vaste telefonie. We werken volop aan een oplossing. Onze excuses.

    Ondertussen al twee uur aan een stuk.

    ’t Zal daar een fijne middag zijn, op Telenet HQ.

    Update na drie uur: aaannnndd we’re back!  En Schwanenwerder ziet er idyllisch uit, Nacht und Nebel was redelijk kort, en ik kan weer zonder over en weer te moeten gaan naar het achterhuis om papieren encyclopedieën raad te plegen verder lezen. Hoera!

  • Tenterhooks

    Ja, gene goeien hé.  

    Ik heb een aantal gewoontes die ik probeer aan te houden: ’s avonds nergens naartoe gaan bijvoorbeeld. Geen nieuwe mensen zien tenzij het écht niet anders kan. Het hele weekend niet buiten komen en in mijn peignoir en sletsen rondlopen.

    Gewoon, zoals de meeste mensen dus, vermoed ik.  

    EN DAN DIT.

    Morgenavond komt er een Meisje Uit Italiën naar hier wonen, voor een uitwisselingsproject met de school van Zelie. Dat is dus al dagen aan een stuk stressen: wat eet dat allemaal bijvoorbeeld, zo’n Italiaanders? Spaghetti, lasagne, pizza, maar behalve dat? Okay, ze is van Milaan, dus we kunnen ze ook eens een escalope milanaise  voederen, maar toch. Van ontbijt, zouden die gewoon brood kunnen verteren? Eet dat boter op zijn boterhammen, of reuzel, of eendenvet, of is het waar wat ze op Njam zeggen, dat ze alles in de olijfolie verzuipen?

    Stressen, ik moet het u niet zeggen.  

    MAAR WACHT.

    Het is niet alles: morgenmiddag komt er Iemand Van Het Internet op bezoek. Wég, zorgvuldig opgebouwd imago van perfecte familie, gemanicuurd huis, gastronomische maaltijdsbereidingen, lichamen als gebeitelde Adonissen, kinderen die zich in gezelschap kunnen gedragen!

    Stressen, ik moet het u absoluut niet zeggen.  

    Het meesterplan, voorlopig, is dat ik ga doen alsof ik niet nerveus ben. Een paar grapjes en zo, self-deprecating humour, ha ha, ja, we zitten nog in verbouwingen hé, normaal ligt het hier altijd helemaal opgekuist. En dan hebben we het excuus dat het eten zal klaar zijn, en dan kan er gesproken worden over, um.  

    Aaargh.  

  • Maaltijdcheques zijn bedriegtenboel

    Er lag nog een pakje (lees: een pak) verlopen maaltijdcheques. Telefoon naar Sodexho; Sodexho zegt dat die zonder probleem kunnen ingeruild worden, maar dat het wel door de werkgever moet aangevraagd worden.

    Vandaag belt de werkgever naar Sodexho, blijkt dat dat inderdaad mogelijk was, maar dat ze ermee gestopt zijn op 31 december 2012.

    Leutig hoor, voor de rest.

    Ik zou graag eens weten hoeveel die gasten erop winnen, op maaltijdcheques die verloren raken of nooit gebruikt worden.  Maaltijdcheques zijn de Bongobons van de arbeidsmarkt.

  • Dispossession by attrition

    Bij wijze van gedichtendag: een tekst van Tony Kushner (u kent hem misschien van Angels in America) op muziek van de zeer uitstekende Klezmatics.

    By the time we’re done with dancing,
    Elsewhere darling you’ll be glancing
    And the night’s a river-torrent tearing us apart.
    Merely melody entwined us,
    Easily the ties that bind us
    Break in fibrillations of the heart.

    Don’t cry out or cling in terror
    Darling that’s a fatal error
    Clinging to a somebody you thought you knew was yours.
    Dispossession by attrition is a permanent condition
    That the wretched modern world endures.

    You drift away, you’re carried by a stream.
    Refugee a wanderer you roam;
    You lose your way, so it will come to seem:
    No Place in Particular is home.
    You glance away, your house has disappeared,
    The sweater you’ve been knitting has unpurled.
    You live adrift, and everything you feared
    Comes to you in this undoing world.

    Copper-plated, nailed together, buffeted by ocean weather
    Stands the Queen of Exiles and our mother she may be.
    Hollow-breasted broken-hearted watching for her dear departed
    For her children cast upon the sea.

    At her back the great idyllic land of justice
    For exilic peoples ponders making justice private property.
    Darling never dream another woman might
    Have been your mother
    Someday you may be a refugee.

    A refugee, who’s running from the wars,
    Hiding from the fire-bombs they’ve hurled;
    Eternally a person out-of-doors,
    Desperate in this undoing world.

    Mother for your derelicted
    Children from your womb evicted
    Grant us shelter harbor solace safety
    Let us in!
    Let us tell you where we travelled
    How our hopes our lives unravelled
    How unwelcome everywhere we’ve been.

  • ’t Werd eens tijd

    Het moet al een jaar of 18 zijn dat ik vi gebruik, maar dan op het zo ongeveer laagst mogelijke pitje. File open doen, hier en daar iets appenden, inserten, replacen of deleten, en dan een :wq en dat is het dan.  

    Voor de rest gebruik ik naargelang het platform andere editors. Eclipse op linuxdesktops, Notepad++ op windows, Textmate op Mac.  

    En dat terwijl vi (of beter, vim) met eventueel een paar plugins erbij alles kan dat om het even welke text editor kan. En, let’s face it, geek cred.

    Dus bij dezen: overgestapt op vim. Al direct NERDTree  als eerste plugin geïnstalleerd, en dan ga ik me nu eens verdiepen in tabs en buffers, en hoe en wat.  

  • Hackers in mijn facebook!

    Ik dacht, ik ga nog eens kijken naar Facebook, wie weet staan daar wel boeiende dingen op.

    Maar het ging niet! Er zitten hackers op uw muur, zei Facebook! En jawel, ik ga naar mijn email kijken, en ’t is waar, ze hebben mij een mail gestuurd!

    Your Facebook account was recently logged into from a computer, mobile device or other location you’ve never used before. For your protection, we’ve temporarily locked your account until you can review this activity and make sure no one is using your account without your permission.

    Als ik alsnog probeerde in te loggen, dan zei meneer Zuckerberg mij zelfs waar  de boosdoeners van ingelogd waren: het verre Kopenhagen, in Denemarken! En of ik dat soms was en indien neen, of ik als de weerlicht niet eens een nieuw wachtwoord zou zetten, verdorie, en snel nog wel eens wat of wat.  

    Trrr.

    Ja, ik zat vandaag op de computer op een plaats waar ik nog nooit geweest was, maar Denemarken? Ik zat in Kermisstad van Nederland 2003  Purmerend:

    Purmerend

    En daar zo hard over panikeren, Facebook toch.  

  • Evaluatie

    Ik zat eens, het moet wel al vijftien jaar of meer geleden zijn, ’s morgens om half elf in een stafvergadering.  

    De telefoon ging, en één van de bazen nam de telefoon op. Volgde een gesprek van een paar minuten, waar wij maar één kant van hoorden. Ik ben de naam waar het precies over ging vergeten — laat ons zeggen dat het om, euh, Katrien  ging.  

    Ja, inderdaad. HR? Neen, dat ben ik.  Zaakvoerder van het bedrijf, ja. Wie? Katrien?  Euh… ja… vraag gerust.  
    Euh, zeker, ja. En dat was wanneer precies? Een jaar geleden, anderhalf jaar? …oh, ah ja, inderdaad, zes maand, ah jààà, dié Katrien!

    Gho ja, wat moet ik daarover zeggen? Wij waren daar in alle geval niet tevreden over, neen.
    Nee, absoluut niet, eigenlijk.  

    Ja, nu weet ik het weer, en het verbaast mij eigenlijk dat ik als referentie opgegeven sta, want ik heb er echt niet veel goeds over te vertellen. Zeer weinig persoonlijk initiatief, herinner ik mij, en ook regelmatig afwezig. En weinig geïntegreerd in de groep ook.

    Ja… ja, inderdaad. Ja, ik kan alleen maar zeggen hoe het op mij  overkwam hé.  

    Jaaa, okee, goeiendag. Daag. Goeie morgen. Salut. Daag. Daag.  

    Het was het soort persoon, we kennen er allemaal zo, dat luid roept aan de telefoon, met een brede grijnslach op het gezicht — om dan de hoorn neer te smijten en niet eens binnensmonds “klootzak” te zeggen tegen de telefoon. Uit algemeen principe, vermoed ik.  

    En meteen na het telefoongesprek keerde de man zich naar ons, die in bedremmelde stilte aan de tafel zaten: “Zeg, dat was iemand die belde van een firma waar een zekere Katrien zou gesolliciteerd hebben. ’t Schijnt dat die hier nog gewerkt heeft een paar maand geleden — is er iemand die eigenlijk nog weet wie dat was? Ik kan er zelfs geen gezicht op plakken.”

    Cue  embarrassed  silence.

    Katrien had even aan de receptie gezeten van het bedrijf waar de vergadering was. Enorm sympathiek meisje, voor zover ik begrepen heb onder half valse beloften aangenomen, in een donker kot gedumpt en gedemoveerd tot telefoniste, en nog bleef ze opgewekt, en nog maakte ze er elke dag het beste van, en nog zocht ze naar manieren om de zaken efficiënter te laten verlopen. Iedereen zag ze graag, Katrien.  

     

    De kerel kon zich ondanks onze aanzetten noch van haar noch van pluimen herinneren wie Katrien was. En hij kon er mee lachen ook. Grijnslachen, eigenlijk. Pure empathieloze, onnadenkende gemeenheid, zonder eigenlijk echt kwade wil, maar ook zonder zelfs maar een besef van wat hij aangericht had.

    De eerste en enige keer in mijn leven dat ik Robert Nye’s omschrijving “grinned like a fox eating shit from a wire brush” in het echt meemaakte.  

     
    *
    *    *
     

    Ik heb wel al eens een jobinterview afgenomen. Daar krijg je meestal een onmiddellijke indruk: het klikt of het klikt niet. En natuurlijk, daar laat ik mij dan door leiden. Maar het belangrijkste van zo’n jobinterview is om zeker  te zijn.  

    Dat we achteraf niet met onduidelijkheden zitten: dat we toch zeker niet met vragen zitten waar we geen idee over hebben wat het antwoord zou kunnen zijn.  

    Soms zijn er twijfelgevallen, uiteraard. Met een beetje geluk kan er dan geobjectiveerd worden: een proef of een test, om te achterhalen of de buzzwords op het CV en tijdens het gesprek ook hard kunnen gemaakt worden.

    En soms zijn er twijfelgevallen die niet met een test te beslissen zijn: mensen die heel erg goed overkomen, maar waar je het gevoel hebt “hier klopt iets niet”. Of mensen waarmee het net niét klikt, maar die toch een degelijk CV hebben. In dergelijke gevallen neem je het zekere voor het onzekere, en ga je referenties na.  

    Ik ga er dan maar even van uit dat mijn ervaring van jaren geleden een 0,01%-uitzondering is, en dat mensen die opgebeld worden of gecontacteerd ofwel eerder eerlijk zijn, ofwel op de vlakte blijven. In alle geval, als  mij  gevraagd wordt wat ik van iemand vind, dan  zeg ik wel eerlijk wat ik denk, maar  probeer ik van iedereen het positieve naar boven te brengen, en leg ik er als ik ook maar de minste twijfel heb, de nadruk op dat het mijn persoonlijk aanvoelen is. En dat het misschien al een tijd geleden is.  

    En zeg ik liever niets, laat ik liever het voordeel van de twijfel, eerder dan dat ik veroordeel.  

     
    *
    *    *
     

    Vandaag zag ik een rapport waar pagina na pagina in volzinnen een (zowat compleet negatief) oordeel geveld werd over iemand, na één gesprek en zonder welk overleg met welke externe referentie dan ook. Een soort oordeel dat  ik pas zou durven vellen over iemand als ik die persoon al een paar weken of maanden in dienst zou gehad hebben en die tijd van zeer dichtbij gevolgd zou hebben.  En dan nog zou ik niet op een dergelijk absolute toon spreken over iemand.

    Soms kan een vernietigend rapport pijn doen, omdat er een grond van waarheid in zit. En soms kan zo’n rapport gewoon ridicuul zijn, omdat het in de verste verte niet overeen komt met wat je weet dat de realiteit is.  

    HR-consultant, dat moet denk ik soms een beroep zijn voor gemene mensen. Ze moeten absoluut persoon A selecteren (of zoiets, weet ik veel), en dus moet persoon B een negatief rapport krijgen.

    En dan buigen ze zich ’s avonds over hun tekstverwerker, met een grijns als een vos die stront eet uit een staalborstel.  

  • Those were the days

    Kijk nu, het is gedestilleerde essentie van jaren 1970! Een enorm jonge David Copperfield, en Orson Welles, en ingeblikt applaus, en allemaal sterren waarvan de tv-feuilletons al bijna helemaal vergeten zijn:

    Van toen er nog grote shows waren op televisie, soms.  

    Wat? Hoor ik u daar “jaren 1980!” roepen? U vraagt, wij draaien:  

  • Misschien toch niet zó zuiver toeval

    De meneer van de chauffage, die een maand geleden ging komen, die was hier vrijdag eigenlijk vooral voor het jaarlijks nazicht van de chauffage. Dat de leidingen nog in orde zijn, dat er geen gevaar voor kortsluiting is, dat er geen dooie beesten in de waterketel zitten – geen idee waar het allemaal precies goed voor is, zo’n jaarlijks nazicht en onderhoud, maar ’t is toch altijd een geruststelling als ze geen problemen constateren.

    Jammer dan toch, als we deze namiddag het achterhuis binnenstappen en er staat vijf centimeter water, en het zeikt uit het plafond als zaten er vier vijf volledig open staande kranen in.

    En dan op het eerste verdiep staat de boiler als een volleerde geiser te spuiten, en als ik lichtjes op de vloer duw, klinkt alsof ik op een spons aan het lopen ben, en komt het water er langs de knopen in het hout uit:

    Neen, da’s dan geen toeval meer. En ja, er is redelijk wat schade. ’t Zal morgen van hot naar her en van verzekering naar chauffagemensen te lopen zijn.

    Zucht. Nadat ik de kraan dicht had gekregen, zijn er nog tien volle emmers water uit het plafond gelopen — en ’t is nog niet gedaan, het staat er nog te druppen.

    Nog een geluk dat Zelie toevallig om een spelletje kwam in het achterhuis: voor hetzelfde geld was het een paar uur later geweest, en was de schade helemaal niet meer te overzien.

  • Zuiver toeval!

    De chauffage werkte niet.  

    De meneer van de chauffage kwam langs: “Ah, een nieuw pompken nodig é meneer.”

    Nieuwe pomp geïnstalleerd: “Het zal een halve graad per uur warmer worden meneer”.

    De ochtend erna: nog altijd dezelfde temperatuur, én een vieze verbrande geur.  

    De meneer van de chauffage kwam opnieuw langs: “Ah het printplaatje is verbrand é meneer.”

    En neen, dat had niéts maar dan ook niéts te maken met de manier waarop het geheel in mekaar gebricoleerd was met lusterklemmen, en neen, dat had niéts maar dan ook niéts niéts niéts te maken met de werken van de dag ervoor, dat kon alle dagen gebeurd zijn, ’t was zuiver toeval.  

    Fast forward een maand zonder chauffage, want zo lang duurt het toch wel om zo’n printplaat te bestellen.  

    De meneer van de chauffage was langsgekomen in de loop van de dag, maar er was nog geen chauffage.  

    Ik was er niet bij, maar ’t schijnt zei hij dat er “nog een ander bijkomend probleem” was.  

    Gaan kijken, en wat graadt gij?

    Geen nieuw printplaatje te bekennen. Wél weer diezelfde verbrande geur.  

    Voor de rest zal het ongetwijfeld helemaal niéts, echt waar niéts met wat dan ook te maken gehad hebben.  

    En nu is het wachten tot de meneer van de chauffage nog eens iets laat horen, dus.  

    Terwijl het op het gelijkvloers een halve graad celsius is.  

  • Service is selling

    Soms hoeven er niet eens zoveel woorden bij.