• Een winters vismenu

    Lekker en niet veel werk, wat we gemaakt hebben.

    Beginnen met een voorgerecht da&t even goed een hapje had kunnen zijn: gerookte zalm met een vulling van rucola en platte kaas; daarbij een kruidenslaatje en wat kerstomaatjes, en een overheerlijke sjalotvinaigrette met citroen:

    Ja, versierd met viooltjes. Omdat dat ook eens mag:

    Hoofdgerecht ook vis: zeebaars, meer bepaald, gewoon gebakken en dan in de oven klaargemaakt, op een taartje van tomaat (geëmondeerd, in vier, zaden eruit, platgeduwd in een ring) met courgetten (in spaghetti gesneden, licht gestoofd met look en tijm en olijfolie). So far, so simple and so as per usual — het fijne van dit gerecht zat in de saus erbij: een fantastische wortelcrème met steranijs en venkelzaad, en eens die op het bord lag: een paar druppels druivenpitolie met daarin het merg van een vanillestok en peper en zout.

    Werkelijk uitstekend van smaakcombinatie en van aroma.

    Het dessert was  helemaal in de winterse sfeer, met veel chocolade en speculaaskruiden. Een streep van fondant met  suikersiroop (en kirsch of Poire William als er is); daarop wat hoopjes chocoladecrunch (boter, amandelen, suiker, cacao, bloem, mengen tot deeg, platwalsen, krokant bakker, mixen); daarnaast wat toefjes speculaasroom (room kloppen met wat bloemsuiker en speculaaskruiden), daarbij wat gecaramelliseerde peerbolletjes; een bol van Het Beste Chocoladeijs Ooit (Valhrona-chocolade, vanilleroom, speculaaskruiden), en afwerken met war lemon cress en poedersuiker.

    Ik moet u niet vertellen: yum.

  • Gossiemijne

    Kinderen hebben, dat is elke dag werken aan hun opvoeding. Vanmorgen zei Jan dat hij vanavond “één van die lekkere lolly’s” zou eten die ik eergisteren had meegenomen. Ik had gezegd dat dat mocht, als ze een goed rapport hadden, namelijk.

    Er viel een diepe stilte aan tafel.

    “Lekstok.”

    “Hu?”

    Ik heb Jan dus nog maar eens, ten overvloede, gezegd dat wij lekstok zeggen, en niet ‘lolly’. En dat als hij ‘lolly’ wil zeggen, dat hij dat uiteraard mag doen, maar dat hij dan ook al zijn zinnen moet beginnen met “Nou, sech”. En niet “zeg”, maar wel degelijk “sechchchchhhhh”, met een s vooraan en zo’n doodsreutel achteraan. En dat hij “doei” moet zeggen telkens hij een ruimte verlaat.

    Serieus, waar zijn we in ’s hemelsnaam mee bezig?

  • Soms komt het ook nog eens goed ook

    Sinds zaterdag was ik mijn Kindle kwijt. Ik hoopte dat hij niet verloren kon zijn, wegens dat ik hem nog had zaterdagmiddag toen we vertrokken naar de winkel, en dat ik hem niet meer had toen ik weer in huis was na het terugkomen van de winkel. En in de winkel ben ik hem zeker niet verloren, dus de enige mogelijkheden waren (a) uit mijn linkerjaszak gevallen in de auto en dus tussen de twee voorzetels geklemd, (b) uit mijn rechterjaszak gevallen in de auto en terechtgekomen in het vakje waar de boekjes van de luisterspelen zitten, of (c) uit mijn rechterjaszak gevallen in de auto maar tussen deur en zetel terechtgekomen en dus mogelijks bij het in- of uitstappen uit de auto gevallen en dus reddeloos verloren.

    Ik ben het soort wijf dat dan niet zelf durft gaan kijken in de auto, voor het geval dat ik het ding niet zou vinden en dus onder ogen zou moeten zien dat het door mijn eigen stomme schuld kwijt is geraakt. Dus had ik Louis gestuurd, en die had niets gevonden. En een paar dagen later gevraagd aan Jan of hij iets had zien liggen, maar nee. En ook Sandra had niets zien liggen.

    Mijn stylo om op mijn computerscherm te schrijven, die zat dan weer in de binnenzak van mijn jas. In mijn binnenzak zit normaal gezien: een opvouwbaar steakmes, een vulpotlood, de knopen die van mijn jas gevallen zijn over de jaren, een vingercondoom voor als ik in mijn vinger snijd tijdens het koken, en mijn Microsoft Surface-stylo. Zaterdag zat dat alles er nog in, behalve die stylo.

    Het probleem: normaal hang ik mijn jas altijd op, maar de laatste tijd leg ik hem meer en meer opgeplooid op een stoel, thuis. En die binnenzak heeft een tirette en de tirette was zaterdag niet dicht. Dus voor hetzelfde geld was die stylo er uit gevallen en verdwenen in de natuur.

    …maar vandaag was het één van die dagen dat het alsnog eens goed komt. Ik stond vanmiddag aan het bureau van een collega en daar lag mijn stylo gewoon op zijn tafel te liggen — wellicht had ik hem in de vergaderzaal laten rondslingeren vorige vrijdag.

    En toen ik thuis kwam, kwamen Sandra en Jan ook juist thuis, en ben ik dan maar eens zelf gaan kijken in de auto — en jawel: Kindle zat links, tussen twee zetels.

    En die twee heuglijke gebeurtenissen kwamen op de hielen van de ontdekking dat ik dit jaar nog 29 vakantiedagen moet op zien te krijgen, wegens nog geen vakantie genomen dit jaar. En dat we van de fijne mensen van Novotel, omdat ik kinderen heb en zo’n weblog heb met lezers en alles, een overnachting in Rotterdam krijgen, wat wil zeggen dat we op ons gemak naar Blijdorp gaan kunnen gaan en deze beesten gaan zien:

    img_4402

    Jazeker.

  • Links van 6 oktober 2014 tot 22 oktober 2014

    Mud and Loathing on Russia-Ukraine Border – Bloomberg
    “Hitler’s troops spent a night in this village and only one glass was broken,” he said in Surzhyk, the melodious mix of Russian and Ukrainian spoken by many residents of the area. Of the Ukrainian government, he said, “We should hang those fascists by their eggs from a birch tree.”

    García Media → What’s state of tablet editions today?
    The major changes for the tablet have taken place in three interrelated areas of frequency, a shift in the role of tablets within the media quartet and the fact that tablets are now both lean forward and lean back platforms.

    These Veiled Figures of Bronze and Marble by Kevin Francis Gray Seem to Drip with Fabric | Colossal
    Irish sculptor Kevin Francis Gray works primarily with bronze and marble to create idealized figures draped with fabric in the style of Neoclassical or Baroque figurative sculptures. Though, unlike gods or royalty that one might expect to see rendered in such incredible detail, Gray instead creates anonymous depictions of regular individuals he encounters near his studio in London, often people struggling with addiction or other difficult, real-world issues.

    vivre l’écureuil
    every time I astral project, I take the form of a squirrel. This was the tipping point for me. That’s when I knew I was truly meant to be a squirrel

    “Zij kwam op mij af” | HLN Aalst
    Tee hee hee: "Het was een symbiose van twee lichamen die bewogen op de muziek"

  • Riddle me that

    Het was vandaag vergadering / gesprek / uitleg bij fijne klant Colruyt. ’t Zijn leutige vergaderingen, als ge tijdens de vergadering mensen ziet gaan van “hey, wacht even, maar dan kunnen wij dit!” en van ” en van “hela miljaar! dat wil zeggen dat dat dat mogelijk wordt!”, en ’t is ook leutig om te kunnen tonen hoe ge uit rapporten die er redelijk droog uit zien en deux temps trois mouvements behoorlijk interessante dingen kunt halen.

    Wat daarentegen minder was: de vergadering was in Hol Van Pluto, Voorbij Brussel, om 8u30. Acht uren dertig mijne mens! Dat wil dus zeggen: aanzetten op het werk om zeven uur ten allerlaatste, en dus om kwart na zes uit mijn nest en met de fiets naar het werk. Nu, da’s niet zo verschrikkelijk anders dan andere dagen: ik ben meestal wakker om zes uur, zelfs al lig ik nog in mijn bed tot anderhalf uur later. En ik had vannacht redelijk lang geslapen (in totaal 4 uur en 49 minuten).

    En op weg naar Halle heb ik denk ik drie kwartier min of meer geslapen in de auto (sorry), tijdens de meeting was ik zo klaarwakker als klaarwakker kan zijn, en dan zijn we nog iets gaan eten (een degelijke hamburger bij Mag’s, met een meer dan degelijke geuze van Boon) en dan in het naar huis gaan heb ik zeker een uur geslapen in de auto (nogmaals sorry).

    Nochtans: ik heb dan nog een paar uur proberen werken, maar ik heb het uiteindelijk nog voor vier uur opgegeven en ik ben naar huis gefietst. Het was enorm lang geleden dat ik nog zó moe was. Thuisgekomen, in mijn bed gevallen, meer dan twee uur geslapen, en nóg moe wakker geworden.

    Zo. Weird.

    Geen enkele fysieke activiteit doen, meer slapen dan anders, en toch doodmoe zijn.

  • Welkom in Zalandoland

    Vanmorgen heeft meneer facteur een door met nieuwe schoenen op het werk afgezet, en 95% van alle reclame op het hele internet is Zalandoreclame geworden: gabba gabba, one of us, one of us. Tiens, en dat komt uit: de projectblogboek-opdracht voor vandaag is

    9

     

    Ach, ach. “Gezondheid en alles” is niet verkrijgbaar via wishlists, dus dan maar bij deze materiële zaken die ik heel graag zou hebben.

    Modellen van dinosaurussen. Hoe schoonder en hoe groter hoe beter.

    Opgezette beesten. Hoe leutiger  hoe beter.

    Een Littlebits Korg dinges.

    Gerief voor in de keuken: ik denk dat we nog een siphon nodig hebben voor schuimen en espuma en zo. En eigenlijk zou ik wel een Thermomix willen hebben. En een Pacojet.

    Oh, en veel veel  boeken. En nog duizend andere dingen. Ik moet er niet te veel over nadenken, over al wat ik nog zou willen hebben, of ik word lastig. 🙂

  • Onmisbaar

    Er gaan hier ten huize regelmatig dingen verloren. Meestal is dat mijn eigen schuld, maar nog meestaller steek ik de schuld op iemand anders. Zo ben ik op dit moment een schrijfstok kwijt, die waarschijnlijk uit mijn binnenzak is gevallen toen ik mijn jas ergens gelegd heb en de binnenzakrits niet dicht had gedaan, en ben ik ook mijn Kindle kwijt, die waarschijnlijk uit mijn  buitenzak gevallen is terwijl ik in de auto zat.

    Zucht. Sandra en Zelie zijn boodschappen gaan doen, ze gaan in het voorbijgaan eens kijken in de auto om te zien of die Kindle er niet ligt, tussen stoel en vloer ergens. Ik had hem in ieder geval nog zaterdag, toen we naar ISPC trokken (onverrichterzake terug gekomen: we mochten wel binnen om ons te vergapen aan al de dingen die we wilden kopen, maar bij gebrek aan BTW-nummer  mochten we niets kopen, dedjuë) — net zoals ik altijd mijn Kindle meeheb als ik om het even waar naartoe ga.

    Net zoals ik altijd een boek meehad, toen ik nog geen Kindle had. Wat mij naadloos brengt tot opdracht nummer 8 van projectblogboek:

    8

    Boeken zijn onmisbaar voor mij. En de manier waarop ik de overgrote meerderheid van mijn boeken lees tegenwoordig, is op  product/dienst/voorwerp Kindle.

    Heel erg veel is daar niet over te vertellen: het  voorwerp Kindle zag ik voor het eerst op mijn oud werk, waar er in 2008 een Kindle van de allereerste generatie lag, bij de andere toen-te-hebben gadgets (zo’n nutteloos plastieken beest dat notificaties gaf en zijn oren kon beweren, zo’n vierkantig ding in een beanbag waar kleine zwartwit-apps op konden, dat soort dingen). Gekocht in de VS, want niet te kopen in Europa (een liedje dat nog vaak zou voorkomen), en een erg  lelijk voorwerp, vond ik toen:

    kindle2

    …en weinig gebruiksvriendelijk: traag, verwarrende controls (een jog dial, een streep rechts van het scherm  als progress bar dacht ik, een onhandig  keyboard), en  een lelijk scherm.  Oh, en  uiteraard waren niet alle boeken er op te lezen.

    Nu ik er over nadenk, weet ik eigenlijk niet meer waarom ik  minder dan een jaar later een Kindle 2 gekocht heb. Dat moest toen ook weer via allerlei kunstgrepen wegens enkel in de VS verkrijgbaar,  maar toen ik hem uiteindelijk in handen had, was ik er  machtig content van.

    Het is een paar minuten gewoon worden aan het scherm, en dan is het  precies zoals een papieren boek lezen, en even later wordt het veel beter dan een papieren boek. Een papieren boek, zeker als het een dik boek is, laat u geen moment vergeten dat ge een boek aan het lezen zijt: het gewicht, de pagina’s, de rug die riskeert te breken, etc, etc. En in bed is het nog erger: daar lees ik graag zonder bril, en omdat ik zo slecht zie dat ik bijna met mijn ogen op de pagina moet zitten, is het een hele miserie van bladzijde lezen, linkerbladzijde lezen, boek draaien, hoofd draaien, rechterbladzijde lezen,  bladzijde omslaan, boek draaien, hoofd draaien,  hand die moe wordt,  aaargh.

    Niet zo met die Kindle: lezen, klik volgende bladzijde, lezen, klik volgende bladzijde, herhaal. En een boek van tien of tienduizend bladzijden weegt even veel,  met name: bijna niets.

    Komt daar nog eens het gemak bij van nooit te vergeten  waar ge in een boek zit, een ingebouwd woordenboek, notities: een groot gemak allemaal.

    Een paar jaar later heb ik de volgende versie gekocht (omdat ik mijn oude kwijt was, dacht ik, maar hij is dan een paar maand later weer uitgekomen), en een paar jaar daarna de Paperwhite (omdat er een ingebouwde leeslamp in zat,  en alweer voeten in de aarde), en  dat toestel  zou ik om het even wie aanraden die graag leest.

    En nu ga ik binnenkort een Kindle Voyage hebben, jazeker, weer met voeten in de aarde. Met mijn ogen toe gekocht. Zo. En da’s dan wel weer genoeg reclame voor deze week, me dunkt.

     

  • Gelezen: Memories of Ice

    memories-of-iceHet kabbelt voort en het kabbelt voort, en soms weet een mens niet meer goed in welk deel van welk continent we nu precies zijn,  maar hoofdstuk na lang hoofdstuk worden de personages echter en echter, en dan  bam!  zijn we aan vier vijfden van het boek begint de actie, en  dan is het een onneerlegbaar boek.

    Drie boeken zijn we ver, en nu pas wordt het  min of meer  een beetje  duidelijk wat er allemaal aan het gebeuren is achter de schermen.

    Opnieuw een boek vol oorlog, en nog meer dan in de vorige boeken zien we verschillende perspectieven: van  verschillende generaties goden over quasi-onsterfelijke wezens  over generaals en  high mages  tot  toevallige helden en  soldatenvoetvolk.

    Mensen en wezens die goed doen en slecht doen, met motivaties en achtergronden, niet te zwart-wit, zeer bijzonder goed. De enige reden om dit  niet te lezen zou zijn omdat het veel werk is — een goeie  drieduizend bladzijden voor de eerste drie boeken — maar de laatste paar honderd bladzijden alleen al maken het allemaal meer dan waard.

    [van op Boeggn]

  • Oh nee

    De medicamenten tegen het ene hebben ervoor gezorgd dat ik weer het andere heb, en de medicamenten tegen het andere doen mij overgeven.

    Weer één van die weekends, ja.

  • Het is gedaan

    Andrew Plotkin heeft er vier jaar aan ontwikkeld, aan en af, maar nu is het klaar: Hadean Lands.

    Ik ben enorm benieuwd.

  • Gênant

    Serieus, projectblogboek? Echt? Een gênant verhaal delen?

    7

    ’t Is niet  alsof het hier nog niet vol met gênante verhalen staat, of zo?

    Vandaag liep ik luider dan anders op het werk, zodat  collega Amanda dacht dat er iemand nieuw was — wegens ander schoenengeluid:  er zijn er niet veel die schoenen hebben met hielen die geluid maken, namelijk.

    Dat komt zo: van pakweg 1989 tot 2009 vond ik  het bijzonder gemakkelijk om schoenen te  kopen: naar de schoenenwinkel in de Voldersstraat, een paar Dr. Martens kiezen dat mij aanstond (meestal zwart, maar ik heb ook gele en rode laqué-exemplaren gehad), nee mevrouw, niet nodig om te passen, dank u zeer, tot binnen een paar jaar.

    Dit  is  het laatste model dat ik kocht, ergens in dacht ik 2006 of 2007:

    Zeer content van geweest, tot:

    Helaas, kapot! En de winkel waar die schoenen twintig jaar aan een stuk verkocht werden, verkocht ze verdorie niet!  Paniek! Paniek!

    Ik had  wél  een paar schoenen geërfd, en al dacht ik eerst dat ik die nooit zou aandoen, bleek dat minder een probleem te zijn dan te gaan zoeken naar een nieuwe schoenwinkel. En dus heb  ik een hele tijd deze bijzonder comfortabele schoenen gedragen, gevoerd en dus zeer warm in de winter, en, euh, ook zeer warm in de zomer:

    Fantastisch, tot:

    Van het vele stappen was de zool door. Op den duur werd dat lastig, vooral als het geregend had en ik in een plas trapte: dan zat ik heel de dag met  trenchfoot. Niet getreurd, ik had ook nog andere schoenen geërfd. Een laag model, soepel, ook weer bijzonder comfortabel, enoooorm content van:

    Tot die helaas! volledig versleten waren vanbinnen, en ik na er een paar maand zo mee rond te lopen een in eelt geboetseerd wafelpatroon in mijn hiel heb staan (ja, de foto is onscherp. deal with it, ik ga écht niet terug naar de slaapkamer om nog eens een schoen op ons bed te gaan fotograferen):

    En daar waren we dus eind vorige week. Ik  heb nog één paar geërfde schoenen, en dat draag ik nu:

    Wat gekleder, bruin, en een maat kleiner dan mijn vorige schoenen. En redelijk wat ongemakkelijker om te dragen: ze nijpen wat, de zool is dun, de hiel is hard.

    Maar ik zie het niet zitten om schoenen te gaan kopen. Niet omdat het veel geld kost, maar omdat ik geen zin heb in interactie met andere mensen. En al helemaal niet in schoenen passen.

    Ja, redelijk gênant dus: het is al zeven of acht jaar geleden dat ik nog eens schoenen gekocht heb.  Zalando  bestond toen nog niet; nu wel. Ik dénk dat ik mij dus maar een paar koop op het internet (wel verdoeme verschrikkelijk duur geworden, zie ik).

     

  • N-VA, meet Streisand-effect

    De N-VA deelde vanmorgen een grappige taart op Facebook:

    divide et impera

    Deze namiddag was ze al weggecensureerd, alsof er iets was om zich over te schamen.

    Komaan — mooi werk (wie zegt dat kunst gesubsidieerd moet worden om mogelijk te zijn? en dit is nog eens iets anders dan een hoop afval die in het SMAK ‘kunst’ ligt te wezen), ondernemerschap (Tom Lauwens, de maker van de taart mag zich aan bestellingen verwachten!) en ondertussen  zet het nog even ons onderwijs in de vitrine (Latijn!), én het illustreert de inclusiviteit van de N-VA (zowel inheemse aardbeien als exotische ananas (eat that, Francken!).

    Goed gedaan N-VA, zeg ik. Doe zo voort!

    (Van wanneer die foto dateert, wie hem online zetten, waarom hij niet meer online staat, wat de reden daarvoor is, is in deze trouwens volledig onbelangrijk. Zaai wind => oogst storm.)

  • Goed gegeten

    Eerst was het zo:

    En toen werd het gevuld met rozijnen en witloof en krokante kalfszwezerik en appelblokjes en Gandaham, en zag het er zo uit, met nog wat champagneboter bij:

    En dan waren er gegratineerde varkenswangen met kriekbiersaus en champignons en prei en Parmezaanse kaas:

    En was er een overheerlijk taartje van hazelnoten en jonge wortelen, met glazuur van citroen en frambozen, en ijs van Baileys.

    Meer dan bijzonder lekker menu, mijn gedacht.

     

  • Work in progress

    Ik ga wat moeten vals spelen vandaag, voor projectblogboek. De opdracht luidt:

    6

    …maar ik ben helemaal geen mens (meer) die allerlei projecten lopend heeft. Vroeger, lang geleden, had ik altijd wel twintig dingen waar ik mee bezig was: vijf zes boeken lezen, dingen programmeren, dingen schrijven, games spelen, dingen opzoeken, vanalles.

    Tegenwoordig doe ik soms eens wat genealogie-opzoekwerk. En lees ik één of twee boeken, maximum drie  tegelijkertijd — maar daar blijft het zowat bij. Ik doe wat halfslachtige pogingen om games te spelen (Elite:Dangerous, Divinity:Original Sin), maar ’t is echt halfslachtig.

    Oh, ik ben gisteren wel begonnen met opruimen, telt dat ook?

    En we zitten in verbouwingen. Onze gevel ziet er tegenwoordig zo uit:

    ’t Is te zeggen: alles is opgekuist en opgeruimd, er zitten nieuwe vensters in, en het staat klaar om de benedenverdieping af te smijten en er een glasconstructie tegen te zetten — vergelijk met hoe het was:

    Dat telt ook toch, voor  work in progress?

     

  • Erger dan de ergste griezelfilm

    Glenn Campbell was geen Johnny Cash, Waylon of Kristofferson. Hij was enorm populair in de jaren 1960 en 1970 en maakte eeb paar nummers onsterfelijk — By the Time I Get to Phoenix, Rhinestone Cowboy, Wichita Lineman, Galveston. Enorm veel talent, daar niet van, maar niemand zal een overdosis street cred krijgen door toe te geven een enorme fan te zijn. Niet dat dat veel uitmaakt, uiteraard.

    In 2011 liet hij aan de wereld weten dat hij Alzheimer’s had. En in 2012 nam hij dit laatste nummer op:

    Het begin met “I’m still here but yet I’m gone”: in 2014 is hij inderdaad helemaal weg, ergens tussen het voorlaatste en het laatste stadium van zijn ziekte. De clip is al erg genoeg, met montages van het verleden en het heden, en het arrangement doet zijn best om zoveel mogelijk emotie los te weken, maar het zijn de woorden die tegelijk verschrikkelijk schoon en verschrikkelijk vies zijn.

    You’re the last person I will love. You’re the last place I will recall. Best of all: I’m not gonna miss you.

    Beseffen dat ge het niet meer gaat beseffen, en er wrang mee kunnen lachen. Urgh.