• ’t Is nu net iets meer dan een maand dat ik een nieuwe Telenet-modem gekregen heb.  

    Fijn, dacht ik, het nieuwste van het nieuwste en gratis en alles: what’s not to like?

    Wel: dat het niet werkt, bijvoorbeeld. Internet doet wat het moet doen, en dan plots gaat het heel traag en hapert het, en dan valt het uit.  

    Niet voortdurend, niet altijd, niet reproduceerbaar, maar gegarandeerd een paar dagen per week is het internet bijna of helemaal niet bruikbaar.  

    Ik ben vandaag wéér vergeten bellen naar support — al kan ik mij de conversatie levendig voorstellen, en zie ik helaas niet echt een scenario waar het in orde komt: een eindeloos straatje van “hebt g’uw bakske al eens herstart? zijn al de drivers actueel? en wanneer gebeurt het precies?”, gevolgd door “oei, gij hebt ook een intern netwerk opgezet? ja, zet dat dan af hé meneer”, gevolgd door ik die zeg dat ik het niet wil af zetten en dat het exact zelfde netwerk al vijf jaar perfect werkte tot die nieuwe modem, gevolgd door “ja meneer dan kunnen wij u niet helpen sorry”.

    Kaka.  

    update: allez jong, @telenet op de twitters reageert omzeggens meteen, zelfs zonder dat ik expliciet klaag. Waar gaan we dat schrijven?

  • Tien

    Tien dagen, dat vliegt voorbij.  

    Niets gezien van de Gentse Feesten. Volgend jaar misschien.  

  • De rijkste mens ter wereld

    Ik blijf dat fascinerend vinden, gedreven mensen.

  • Compare and contrast

    Eén interview is van een serieuze nieuwszender, één is van een humoristisch programma.  

    Om lichtjes door de grond te zakken, vind ik.

  • Gelezen: The Fault in Our Stars

    David Foster Wallace ligt nog altijd op mijn maag. Ik vond er niets aan, maar dat was duidelijk verkeerd want ik wist er niet genoeg van af en ik oordeelde alleen op hoe het op mij overkwam in plaats van erover na te denken en de context te kennen, en nu voel ik mij nerveus als ik een boek lees, en durf ik bijna niet te zeggen of ik het goed of slecht vind.

    Ik had een reeks boeken staan op mijn Kindle waar ik niet meer van wist waarom ik ze erop gezet had, waar ze over gingen, of wat. The Fault in Our Stars was de eerste op de lijst, en ik durfde er bijna niet aan beginnen zonder eerst te gaan lezen wie de auteur is, wat het doelpubliek, wat de rest van de wereld er van vindt en dus met welke instelling ik eraan moest beginnen.

    Voor de duidelijkheid: ik heb het niét gedaan. Ik wist dus niet of het science fiction zou zijn (met die “stars” in de titel), of dat het over Shakespeare zou gaan (“the fault, dear Brutus, is not in our stars”), of het beroemd of populair of obscuur of verguisd was.

    Het bleek te gaan over een meisje van zestien met kanker, dat iedereen had opgegeven toen ze dertien was, maar dat blijft leven. En hoe ze verliefd wordt op een jongen van zeventien in haar support group, een ex-basketballer met een geamputeerd been die genezen is van kanker. En over haar favoriete boek, dat ook over een meisje met kanker gaat, en dat  in medias res stopt, en dat ze enorm graag zou willen weten hoe het verhaal afloopt.

    ‘t Is een mooi, ontroerend boek, dat akelig dicht op het been schrijft over kanker en slepende ziekten en wat dat doet met een mens. Dat erin slaagt om zowel erg grappig als romantisch als ontroerend te zijn. “Dit zou Zelie echt eens moeten lezen”, dacht ik. Niet omdat het een kinderboek is, maar omdat het denk ik helemaal iets voor haar zou zijn.

    En neen, ‘t is geen literatuur. Maar ik ga er niet over neuten, dat de twee komma vijf hoofdpersonages schrikbarend perfect zijn (alleen de hoofpersonages, gelukkig, er zijn ook andere), dat geen enkel mens écht spreekt zoals zij spreken (in de traditie van Buffy the Vampire Slayer, that is), en dat het licht is op het intrige en het heel hard nadenken: ik vond het een fijn, mooi boekje.

    Ik ben tegen mijn gewoonte nu net toch maar gaan kijken op het internet wat het eigenlijk is en wat andere mensen ervan vonden. Blijkt: nummer één bij Amazon en Barnes&Noble zes maand voor het verschenen was, verschrikkelijke internethype wegens sociale media, 4.5 sterren met meer dan 4000 reviews bij Amazon,  TIME Magazine’s #1 Fiction Book of 2012, Entertainment Weekly Best Fiction Book of 2012, #1 New York Times Bestseller, #1 Wall Street Journal Bestseller, New York Times Editor’s Choice, Huffington Post Best Books of 2012, tralala. Binnenkort verfilm, ook.

    Het is wat het is, vind ik: een mooi jeugdboek. En daar is niets verkeerd mee.

    [van op Boeggn]

  • Officieel: wij zijn kinderlokkers

    Sandra belde van op de Gentse Feesten: “Zeg, willen wij een goeie datum?”

    – Een goeie datum?  

    – Ja, een goeie datum.

    – Waarom een goeie datum?  

    – Een goeie datum!!

    – Okay, maar  waarom  een goeie datum?

    – Gewoon, wil-len wij een goe-de da-tum?

    – Ja, ik heb u wel verstaan, maar wat voor datum?  

    Enfin, het ging nog even over en weer voor ik begrepen had dat het niet “datum” was dat ze zei maar “daad doen”. Bleek: er liepen zeven meisjes van de Chiro op straat met een bordje “slaapplaats gezocht voor zeven meisjes van de Chiro”, en Sandra heeft ze dus gezegd dat ze hier mochten komen slapen in ons achterhuis.  

    Officiële kinderlokkers, wij!

    (wat een vreemd concept trouwens, op tweedaagse tocht zijn, tijdens de Gentse Feesten, en op den bots gratis overnachting moeten zoeken)

  • Homo’s

    In de marge van de gazet, naast een artikel over hoe het in de soep aan het draaien is in Egypte, een citaat van de Nederlandse schrijver Stephan Sandres: ’Ik kan aan jonge homo’s verhalen vertellen uit de oude doos, die zij aan- horen alsof ik van vóór de oerknal spreek.’

    Ayup.  

    Er zijn veel dingen enorm veranderd, de laatste jaren. Het meest visceraal anders, waarmee ik bedoel “loop van de wereldgeschiedenis veranderend” is natuurlijk de communicatie: internet en dingen.  Het staat me bij dat we nog niet kunnen inschatten wat de gevolgen ervan zullen zijn, maar ik denk wel zeker dat het er eentje is voor het Grote Boek Van De Mensheid — véél belangrijker dan twee wereldoorlogen, om maar iets te zeggen.  

    Maar met homo’s is het echt een bijzonder vreemd iets. Het beeld dat op mijn netvlies gebrand blijft, is een interview met Boy George op de Nederlandse televisie, ergens begin de jaren 1980, op Veronica wellicht. De interviewer had eigenlijk maar één vraag: “ben je een homo”, maar hij durfde ze niet te stellen. En dus ging het, wellicht maar een minuut of twee maar het leek een eeuw lang, over “waarom doe je al die make-up aan?” en “heb je een vriendin?”  en “ja, maar waarom dat lange haar, waarom probeer je er al een vrouw uit te zien?”

    [contrasteer trouwens met dit interview uit dezelfde periode, door Bart Peeters dertig jaar geleden, en zie hoe schattig ze een duet doen op 7:09!]

    …maar het punt was dus: in de jaren 1980 was het nog altijd abnormaal  om homo te zijn. En dat bleef in de jaren 1990 ook zo. Zeker bij het grote publiek. Ja, er waren natuurlijk wel mensen die ervoor uitkwamen dat ze homo waren — de onvermijdelijke Tom Lanoye, een verdwaalde Will Ferdy een eeuw geleden, maar “homo’s zijn andere mensen dan wij” bleef de grondstroom.

    En ik vind dat de mens die dat beeld helemaal op zijn kop gezet heeft, veel te vaak vergeten wordt.

    Er is, voor zover ik me dat herinner, één persoon die Vlaanderen — heel Vlaanderen, niet alleen weldenkend Vlaanderen — heeft doen beseffen dat homo’s mensen zoals u en ik zijn. Die, in het jaar 2000, en da’s och here nog maar 13 jaar geleden, meer gedaan heeft voor de holebi-emancipatiebeweging in la Flandre profonde  dan alle Lanoyes bij elkaar:

    Held

    Spreek mij maar eens tegen.

  • Drugs drugs druuuugs

    Ge moet dan eens pakweg postzegels doen of zo, en naar Animal Crackers kijken. Bij deze scène (“pardon me while I have a strange interlude”) wordt het bijzonder interessant.  

    Enfin, schijnt het, natuurlijk. Heb ik ooit eens gelezen in een boek of op het internet, of zo.  

  • Kara

    Ooooo zo mooi.  

  • Gelezen: The Pale King

    Hola, dacht ik bij de eerste bladzijde: ik beklaag de vertalers die hier iets van moeten maken.

    Gatver, dacht ik een paar bladzijden later: dat soort gimmicky schrijverij, met van die muren tekst zonder paragrafen en zinnen van ettelijke bladzijden lang – was ik dat niet al zeer zwaar beu gelezen in de middelbare school, ergens na De man die zijn haar kort liet knippen?

    (En neen, het is inderdaad geen  goed teken als ik begin te schrijven over een boek terwijl ik het nog aan het lezen ben. Da’s meestal dat ik bang ben dat het me niet zal aanstaan. Zucht. Volgen: verspreide notities tijdens het lezen van The Pale King, tussen 17 en 24 juli.)

    Het was al lang geleden, maar ik voel me na nog een paar tiental bladzijden als een kanaalzwemmer die net vertrokken is aan Cap Gris Nez, en plots blijkt in erwtensoep te zwemmen. ’t Is ongetwijfeld voedzaam en goed voor u, maar erin zwemmen? Aangenaam is anders.

    Ergens eind 1656 schreef Blaise Pascal: “Mes Révérends Pères, mes lettres n’avaient pas accoutumé de se suivre de si près, ni d’être si étendues. Le peu de temps que j’ai eu a été cause de l’un et de l’autre. Je n’ai fait celle-ci plus longue que parce que je n’ai pas eu le loisir de la faire plus courte.” Ik vrees dat Wallace ook ergens tegen een tijdslimiet gelopen is, hier kon nog  verschrikkelijk hard in gesneden worden.

    En dan vraag ik me plots af of ik aan het lezen ben over  personages, dan wel over karikaturen van personages? Ik weet het niet. Eéndimensionaal zullen ze wel niet zijn, vermoed ik, daarvoor worden er echt veel te veel woorden geschreven.

    Maar er is zoiets als overdrijven.  Een persoon neerzetten in  ettelijke bakken zinnenbrij van pointillistische stream of consciousness, en dan aan de lezer overlaten om er iets uit te distilleren, da’s ook een optie. Ik ben persoonlijk meer een voorstander van boeken waar de schrijven er zélf net wat meer werk in steekt.

    Nog maar 6% van het boek, en less zou verdomd serieus veel more zijn, dacht ik bij het begin van §7. ’t Is voorlopig vooral  fucking vermoeiend, David Foster Wallace.

    Ik lag in bed toen ik aan 11% van het boek raakte, en ik kreunde luidop “urgh, néé”. “Author’s Foreword”, is de titel van het hoofdstuk, en het is exact dat: DFW die ons aanspreekt. Om ons, ook weer veel te lang en veel te gedetailleerd, uit te leggen dat het écht allemaal gebeurd is. Manifest niet, natuurlijk, hij zegt het zélf, alleen “The characters and events in this book are fictitious” is echt écht waar.  Cringe. Cringe, cringe, cringe. Scholier-van-twaalf-cringe.

    …en dan gaat het gewoon weer verder, het boek. 16%, en alweer ettelijke pagina’s over een jongen die veel zweet. Ik weet op het eerste gezicht niet of het een nieuw personage is of niet. En ik heb bij deze besloten niet meer ílle voetnoten te lezen.

    (nog een paar dagen verder) Ik weiger  dit boek neer te leggen.

    Ik lees hier en daar flitsen van dingen die graag zou lezen, ik  vermoed dat er ergens iets aan de hand is en dat ik op termijn zal zien dat wat een eindeloze reeks onverbonden nonsens lijkt, eigenlijk een ingenieuze kaleidoskoop zal zijn, maar  miljaar.

    Ik zit over de helft van het boek, zegt de teller van mijn Kindle me, en het steekt me als sinds veel te veel tijd enorm veel te veel tegen. Hier en daar een flits en dan weer een dood eind, dat is het patroon zowat tot nog toe. Kijk, omdat gedeelde smart halve smart is, bij deze §25:

    ’Irrelevant’ Chris Fogle turns a page. Howard Cardwell turns a page. Ken Wax turns a page. Matt Redgate turns a page. ’Groovy’ Bruce Channing attaches a form to a file. Ann Williams turns a page. Anand Singh turns two pages at once by mistake and turns one back which makes a slightly different sound. David Cusk turns a page. Sandra Pounder turns a page. Robert Atkins turns two separate pages of two separate files at the same time. Ken Wax turns a page. Lane Dean Jr. turns a page. Olive Borden turns a page. Chris Acquistipace turns a page. David Cusk turns a page. Rosellen Brown turns a page. Matt Redgate turns a page. R. Jarvis Brown turns a page. Ann Williams sniffs slightly and turns a page. Meredith Rand does something to a cuticle. ’Irrelevant’ Chris Fogle turns a page. Ken Wax turns a page. Howard Cardwell turns a page. Kenneth ’Type of Thing’ Hindle detaches a Memo 402-C(1) from a file. ’Second-Knuckle’ Bob McKenzie looks up briefly while turning a page. David Cusk turns a page. A yawn proceeds across one Chalk’s row by unconscious influence. Ryne Hobratschk turns a page. Latrice Theakston turns a page. Rotes Group Room 2 hushed and brightly lit, half a football field in length. Howard Cardwell shifts slightly in his chair and turns a page. Lane Dean Jr. traces his jaw’s outline with his ring finger. Ed Shackleford turns a page. Elpidia Carter turns a page. Ken Wax attaches a Memo 20 to a file. Anand Singh turns a page. Jay Landauer and Ann Williams turn a page almost precisely in sync although they are in different rows and cannot see each other. Boris Kratz bobs with a slight Hassidic motion as he crosschecks a page with a column of figures. Ken Wax turns a page. Harriet Candelaria turns a page. Matt Redgate turns a page. Ambient room temperature 80 ° F. Sandra Pounder makes a minute adjustment to a file so that the page she is looking at is at a slightly different angle to her. ’Irrelevant’ Chris Fogle turns a page. David Cusk turns a page. Each Tingle’s two-tiered hemisphere of boxes. ’Groovy’ Bruce Channing turns a page. Ken Wax turns a page. Six wigglers per Chalk, four Chalks per Team, six Teams per group. Latrice Theakston turns a page. Olive Borden turns a page. Plus administration and support. Bob Mc-Kenzie turns a page. Anand Singh turns a page and then almost instantly turns another page. Ken Wax turns a page. Chris ’The Maestro’ Acquistipace turns a page. David Cusk turns a page. Harriet Candelaria turns a page. Boris Kratz turns a page. Robert Atkins turns two separate pages. Anand Singh turns a page. R. Jarvis Brown uncrosses his legs and turns a page. Latrice Theakston turns a page. The slow squeak of the cart boy’s cart at the back of the room. Ken Wax places a file on top of the stack in the Cart-Out box to his upper right. Jay Landauer turns a page. Ryne Hobratschk turns a page and then folds over the page of a computer printout that’s lined up next to the original file he just turned a page of. Ken Wax turns a page. Bob Mc-Kenzie turns a page. Ellis Ross turns a page. Joe ’The Bastard’ Biron-Maint turns a page. Ed Shackleford opens a drawer and takes a moment to select just the right paperclip. Olive Borden turns a page. Sandra Pounder turns a page. Matt Redgate turns a page and then almost instantly turns another page. Latrice Theakston turns a page. Paul Howe turns a page and then sniffs circumspectly at the green rubber sock on his pinkie’s tip. Olive Borden turns a page. Rosellen Brown turns a page. Ken Wax turns a page. Devils are actually angels. Elpidia Carter and Harriet Candelaria reach up to their Cart-In boxes at exactly the same time. R. Jarvis Brown turns a page. Ryne Hobratschk turns a page. ’Type of Thing’ Ken Hindle looks up a routing code. Some with their chin in their hand. Robert Atkins turns a page even as he’s crosschecking something on that page. Ann Williams turns a page. Ed Shackleford searches a file for a supporting document. Joe Biron-Maint turns a page. Ken Wax turns a page. David Cusk turns a page. Lane Dean Jr. rounds his lips and breathes deeply in and out like that and bends to a new file. Ken Wax turns a page. Anand Singh closes and opens his dominant hand several times while studying a muscle in his wrist. Sandra Pounder straightens slightly and swings her head in a neck-stretching arc and leans forward again to examine a page. Howard Cardwell turns a page. Most sit up straight but lean forward at the waist, which reduces neck fatigue. Boris Kratz turns a page. Olive Borden raises the little hinged flag on her empty 402-C box. Ellis Ross starts to turn a page and then stops to recheck something higher up on the page. Bob McKenzie hawks mucus without looking up. ’Groovy’ Bruce Channing worries his lower lip with a pen’s pocket clip. Ann Williams sniffs and turns a page. Matt Redgate turns a page. Paul Howe opens a drawer and looks inside and closes the drawer without taking anything out. Howard Cardwell turns a page. Two walls’ paneling painted over in Baker-Miller pink. R. Jarvis Brown turns a page. One Chalk per row, four rows per column, six columns. Elpidia Carter turns a page. Robert Atkins’s lips are soundlessly moving. ’Groovy’ Bruce Channing turns a page. Latrice Theakston turns a page with a long purple nail. Ken Wax turns a page. Chris Fogle turns a page. Rosellen Brown turns a page. Chris Acquistipace signs a Memo 20. Harriet Candelaria turns a page. Anand Singh turns a page. Ed Shackleford turns a page. Two clocks, two ghosts, one square acre of hidden mirror. Ken Wax turns a page. Jay Landauer feels absently at his face. Every love story is a ghost story. Ryne Hobratschk turns a page. Matt Redgate turns a page. Olive Borden stands and raises her hand with three fingers out for the cart boy. David Cusk turns a page. Elpidia Carter turns a page. Exterior temperature/humidity 96 °/74%. Howard Cardwell turns a page. Bob McKenzie still hasn’t spit. Lane Dean Jr. turns a page. Chris Acquistipace turns a page. Ryne Hobratschk turns a page. The cart comes up the group room’s right side with its squeaky wheel. Two others in the third Chalk’s row also stand. Harriet Candelaria turns a page. R. Jarvis Brown turns a page. Paul Howe turns a page. Ken Wax turns a page. Joe Biron-Maint turns a page. Ann Williams turns a page.

    En om de zoveel §’s een andere stijl, nu eens eerste persoon, dan eens derde, nu eens toneelstuk, dan eens… ah ha ha. So very, I dunno, Joycean. Wacht, neen: in 1920 was dit misschien risqué en boeiend en nieuw, ik vind dit anno nu gewoon  geeuw. Of misschien moet ik The Commitments achterna en het (ik parafraseer, die film is zelf  ook alweer een eeuw geleden) gewoon  self-indulgent literary masturbation noemen.

     

    Mocht het nog niet opgevallen zijn: ja, ik ben kwaad. Ik ben nijdig op David Foster Wallace en zijn pretentieuze stapel hoofdstukken, omdat hij erin geslaagd is om mij er tegen op te doen zien om mijn Kindle open te slaan. In plaats van verder te lezen, heb ik de afgelopen tijd de drie volledige reeksen van Black Books herbekeken, Defiance bijgebeend, seizoen 7 en het begin van 8 van Dexter gedaan, en wel zeker tien films bekeken. In plaats van te lezen, wat ik eigenlijk liever had gedaan.

    Hier en daar zijn er nog altijd stukken die ik goed vind, daar niet van. Hier en daar zijn er zelfs hoofdstukken die ik graag lees. Maar dit is geen boek. Dit is een aaneenplaksel van hoofdstukken.

    (nog anderhalve dag later)

    En ik blijf koppig  weigeren  het op te geven. Opgeven is Wallace laten winnen. Ik zit ondertussen aan §50 (89%) en het einde is in zicht. Ik verwacht geen zware dramatische ontknoping of zo, het is me al een eeuw duidelijk dat het meeste dat ik mag verwachten een vissenstaart zal zijn.

    Erm hang on. Er is geen §51?!!  Het eindigt met een resem “Notes and asides” van een uitgever, en die uitgever is niet nóg maar eens een “ho ho zie mij literatuur  schrijven jong”-vondst, maar het is gewoon een échte uitgever, die écht schrijft over écht gevonden notities en dingen op het échte manuscript van Wallace.

    Blijkt dat die gast verdorie gestorven  is. En dat ik een onafgewerkt  boek aan het lezen was! “He died in 2008, leaving behind unpublished work of which The Pale King  is a part”, zegt de flaptekst, die ik (Kindle zijnde) pas helemaal op het einde lees.

    Klootzak. Da’s een week van mijn leven die ik niet terugkrijg. Ik ga nog eens écht mijn regel van “zo weinig mogelijk over het boek lezen op voorhand” moeten opgeven.

    *
    *      *

    Ja, er zitten uitstekende stukken in dit manuscript. Rake observaties en goed geschreven delen zo. Maar elk degelijk stuk staat verdronken tussen riemen en riemen verschrikkelijk saaie (en  pretentieus  saaie) navelstaarderij.

    En bovendien: James Joyce zou de Franse vertaler van Ulysses, Jacques Benoîst-Méchin, gezegd hebben “I’ve put in so many enigmas and puzzles that it will keep the professors busy for centuries arguing over what I meant, and that’s the only way of insuring one’s immortality.”

    Het kan zijn dat het allemaal de schuld is van de mensen die al die ettelijke bladzijden postuum gepubliceerd hebben, maar ik heb de indruk dat het David Foster Wallace zelf was die bijzonder bewust precies hetzelfde spelletje wou spelen als Joyce. En dat stoort me mateloos, ja.

    Bah.

    [van op Boeggn]

  • Kyoote!

    Maar zo een schattig mannetje!

  • Fuck zomer

    Ik heb een hekel aan de zomer. Bah warmte.

    Tijd dat het regent en koud is en dingen. Ik ben uit protest al drie dagen niet meer uit het huis geweest, en ik denk dat ik dat op woon-werkverkeer na zo ga houden, tot het gedaan is met warm weer zijn.

    Ik kan tegen zon en alles, maar als het  binnen in huis zo warm is dat uw drank op vijf minuten een lauw soort stroop wordt en dat alle oppervlaktes warm aanvoelen: neen.

    Neen.

  • 11 jaar oud. Slik

    Ick, Ick, Ick.  (Okay, ’t is MEMRI dus korrels zout zijn wellicht handig, en natuurlijk is een huwelijk zonder toestemming ook in de Islam niet mogelijk, maar toch.)

  • Goed begonnen, Koning Philippe!

    Heel-de-tijd-dat-de-troon-in-beeld-was:

    Wal

    Wallobrux. En Vlaanderen? Dat hebben ze bij de regimepers links laten liggen. Buiten camera.  

    Vlaa

    Ik zeg niets hé.  

    Ik kan alleen constateren.  

  • Subtiele hint #1

    Binnen iets meer dan een maand is het mijn verjaardag.  

    I’m just sayin’.