• Netwerken!

    Hoera! Er is weer overal degelijk netwerk!

    Signaalsterkte gemeten terwijl ik door het huis loop:

    Neterkthuis

    De dikke groene lijn is een baksken in het bureau, de paarse lijn is er eentje in de living, de blauwe is er eentje in het achterhuis. Seamless! Flitsend! Nieuw! Transparant! Hoezee!

  • Van niet willen wegsmijten en toch moeten

    FailureIk haat het, als ik dingen moet wegsmijten.  

    Maar wat doet een mens met 19 inch monitors, van die oude bakbeesten van toen er nog geen platte schermen waren? En wat doet een mens met boeken ergens middenin een reeks, pakweg nummer 7 en 8 van Wheel of Time of nummer 9 en 10 van Mission Earth?

    Wat doet een mens met twee Ivar-rekken met extra planken en verlichtingen en alles, uit elkaar gehaald maar nog in elkaar te steken?

    Wat doet een mens met allemaal boeken die niemand ooit nog gaat lezen — kinderboeken van Mia en Eddy Gaan Zwemmen anno 1974 of jaren-1950 verkorte vertalingen van Tolstoy naar het Nederland? Dikke boeken met het beste van Readers Digest (in het Frans)? Zes of zeven exemplaren van Prisma Handwoordenboeken Nederlands en Frans/Engels-Nederlands en Nederlands-Frans/Engels? Wat met een hele reeks Oor’s Popencyclopedieën uit de jaren 1990?

    Enfin, vandaag dus begonnen aan het uitmesten van de gestapelde stapels, euh stapels  en dozen en brol die in het achterhuis staan. Moeilijker dan ik dacht, helaas.

    Hoe verder ik geraak, hoe moeilijker het wordt: er is een limiet aan het aantal keer dat ik dingen op een nieuwe stapel kan leggen, en hoeveel er op de stapel “later nog eens te bekijken” kan gelegd worden.  

    En dus is het nu een Dodenmars van Bataan tot het bittere eind: zo ongeveer alle boeken staan in de bibliotheek, ’t is nu een kwestie van doos na doos openmaken, alles eruit halen en sorteren, en dan alles een finale plaats geven. Tot de hele vloer van het achterhuis leeg is.  Geen kwartier.

  • Vergaderingen, vergaderingen

    Ik was boekjes aan het stapelen, daarnet. Voor de verandering geen boeken  maar notaboekjes en schriftjes: een heel schap vol, jaren aan een stuk.  

    Netwerkschema’s, tekeningen van stukken interface, visitekaartjes, vergaderverslagen.

    Random dingen waar ik me niéts meer van herinner (“Christophe BOUTIN, niet BOUDIN!!”, zegt de allereerste pagina van eenn klein rood boekje, en ik was al vergeten wat ik allemaal met Boutin uitgestoken had), random dingen die ik me als de dag van gisteren herinner (op de tweede pagina van datzelfde boekje: “X wil (1) een mac of PC van ± 150.000 (2) nog een 43P met 64 meg ram (3) Ethershare voor 20 users (4) een OPI-server, alles in totaal rond de 800.000 BEF”).

    Heelder vergaderingen waar ik achteraf ineenkrimp van de plaatsvervangende schaamte, zoals deze (namen vervangen) tussen twee volwassen mensen die eigenlijk beter zouden moeten weten:

    A: Ik ben het beu dat jullie nooit jullie afspraken nakomen.

    B: Ha, wel, nu ge het zegt, ik kon er vorige vergadering niet op komen, maar nu weet ik het weer. Voor [project 1] ging er 15.000 naar jullie en niets naar ons. Dat zou toen zogezegd de laatste keer zijn dat dat zou gebeuren. De afspraak voor [project 2] was dat alles tezamen zou gebeuren en dat de winst zou gedeeld worden. Maar nu zie ik dat er facturen naar ander partijen gestuurd zijn!

    A: Die pot, dat we dat samen gingen doen, dat was een tijdelijke afspraak, maar vorige vergadering gingen we het anders doen, en dan had B daar geen enkel probleem mee. Als hij daar nu op wil terug komen…

    B. Ja, maar nee, maar ik had dat alleen maar niet gezegd omdat ik er geen zaken meer mee te maken wou hebben.

    A. Maar nu we er met onze  inspanningen winst mee maken, plots wel weer?

    C: Bon, volgend punt. [Project 3], hoe zit het daar nu eigenlijk mee?

    B: Daar wil ik het nu niet over hebben. En voor [Project 2]: ik vind gewoon dat ons werk volledig ondergewaardeerd wordt, maar ik wil er nu geen woorden meer aan vuil maken.  

    A: Ik hoop dan toch dat B er volgende keer niet meer opnieuw op terugkomt: dat hij gewoon zijn facturen schrijft en zich aan de afspraken houdt.  

    C: Akkoord. En als het dan toch mogelijk moet zijn om terug te komen op afspraken, dan moet dat wel van de twee kanten mogelijk zijn. Wat [project 2] betreft, daar werd in een crisissituatie een noodzakelijke beslissing genomen, waar op dat moment iedereen mee akkoord ging. Wij willen dat op Europees niveau bekijken, niet alleen Gent en omstreken.  

    A: [Project 4]: wij waren 50.000 voor ons overeen gekomen. Dat is toch niet in tegenspraak met de gedane afspraken, B? Of toch? Ik wil de zaak niet opblazen, maar…

    B: Kijk. Ik wil niet dat A nog een beslissing neemt. Wat de beslissing ook is: ik word hier gewoon voor het blok gezet. Ik wil niet meer terugkomen op die 120.000 van [project 2], maar die 50.000 van [project 4], die heb ik wel los gekregen.

    A: B, ik wil hier niet discussiëren over bedragen die gij u herinnert of wie wat verkocht heeft, maar het is toch wel een beetje sterk dat ineens slinks dreigt om [partnerschap op te blazen].

    C: Misschien is dat in het heetst van de strijd gezegd?

    B: Ja, misschien wel, maar ik sta nog steeds achter mijn woorden.  

    A: Als het zo moet gaan: factureert gij  dan gerust 50.000 aan [klant van project 4].  

    Ik herinnerde mij die specifieke vergadering niet meer, maar wel dat ik er zo eindeloos veel heb meegemaakt. A die B wolligheid verwijt, B die niet om kan met de zakelijkheid van A, C die de kerk in het midden probeert te houden, B die met buzzwords slaat, A die die buzzwords moeiteloos ontkracht (“kosten? maar allez B, zijt gij nu dom, van kwade wil of hebt gij nu geen enkel  benul van boekhouding? gij slaat voortdurend interne en externe kosten door elkaar als het u past”), C die ondertussen eigenlijk naar huis zou willen gaan omdat hij hier allemaal niet voor getekend had.  

    Oh man. Dagen, maanden en jaren ruzie, minutieus bijna letterlijk opgetekend.  

    Week 1 zegt X: we gaan op een beurs staan. Zegt Y: ik zie daar het nut to-taal niet van in, maar okay voor mij.  Week 3 zegt Y: ik vind dat we onze samenwerking best stop zetten. En ik wil niet naar die beurs. Zegt X: euh ja, maar ondertussen hebben we wel al een stand besteld.  Week 6 zegt Y: mijn vertrouwen in onze samenwerking is kompleet herwonnen! Zegt Y: die hele beurs was  een totaal fiasco.

    Quelle misère.  

    Er zit stof voor een hele reeks boeken in die boekjes — ware het niet dat ik er eigenlijk niet meer aan herinnerd wil worden.  

    (En toch gooi ik die dingen niet weg, nee meneer mevrouw.)

  • Feestje!

    Feestje op het werk vandaag!  

  • Lelijk!

    Die jonge gasten doen dat niet verkeerd, vind ik.  

  • Fietslichten: Enkel Objectivering Zal Ons Redden

    Ik heb een nieuw project.

    Volgens de tellingen van de politie rijden in Gent zo’n 20% van de fietsers zonder licht. De burgemeester zegt dat hij het gevoel heeft dat het veel meer dan 20% is, misschien wel de helft.

    Oh, hoe de usual suspects  daar op springen! Fietsers zijn des duivels, fietsers hier, fietsers daar. En ze rijden allemaal op het plankier! En de wetten gelden niet voor fietsers!

    Natuurlijk dat die cijfers niet kloppen met wat de mensen denken dat de cijfers zijn. Om te beginnen: als er ergens een groep politie staat, gaan mensen die een slecht of geen licht hebben, misschien wel een andere straat inslaan. Daarnaast: schoolvoorbeelden van statistische problemen, hallo, iemand?

    De plaats waarop de politie checkt, de plaats waar de mensen met kritiek op de resultaten van de politie naar fietsers kijken: als die al verschillen, dan kijken ze allebei naar verschillende soorten mensen (forenzen die elke dag een paar kilometer doen vs. studenten die een paar honderd meter fietsen, bijvoorbeeld, of schoolkinderen vs. ambtenaren pakweg).

    Of nog: de fietsers zonder lichten vallen u meer op, en dus lijkt het alsof er meer zijn — een soort Baader Meinhoffenomeen, kijk, nog  een fietser zonder lichten, en kijk, nog zo’n idioot!

    Twee drie politietellingen op twee drie plaatsen, en dan extrapoleren naar heel Gent? Twee drie tijdstippen  en dan extrapoleren? Enfin, een prof statistiek maakt er een examenvraag van waar van te snoepen valt.  

    Ik rijd elke dag heen (rond 8u) en terug (rond 17u15) van centrum Gent via Visserij en Keizerspark naar Gentbrugge.

    Mijn indruk, zonder het ooit geteld te hebben, was dat zo ongeveer 60% van de fietsen goed verlicht waren, 20% excuuslichten hadden (nauwelijks zichtbare LEDjes, aan het onderbeen of de schouder bengelende knipperlichtjes), en 20% niet verlicht waren.  (Dat, en die ene flitsende witte ligfiets met zijn verblindende koplampen.)

    Bruno had in januari  ook zo’n gevoel:  

    Over criminaliteit gesproken: van de talloze fietsers die ik ben tegen gekomen, reed ruim de helft zonder licht. En natuurlijk zijn het net die fietsers, die donker gekleed gaan (laat staan dat ze een fluovestje zouden aan hebben). Van de overblijvende helft, reed nog eens ruim de helft met excuuslichtjes.  

    Vorige week heeft hij het dan ook effectief geteld, op hetzelfde traject:

    Vorige week reed ik, toen het ’s ochtends nog donker was, heen en terug van de stationsbuurt naar het UZ (in totaal een vijftal kilometer). Ik ben 97 fietsers tegengekomen (ik heb ze geteld, jawel). Daarvan hadden er exact 29 iets wat op een licht geleek (ik dacht 23 echte lichten, 6 excuuslichten die ge pas opmerkt als ge de fietser aangereden hebt). En bijna allemaal hadden ze dikke maar donkere wintervesten aan (ik heb 7 fluohesjes geteld).

     Dat is redelijk dramatisch, en nog erger dan zijn buikgevoel van januari dit jaar. In een grafiekje gezet:

    Screen Shot 2012 12 13 at 23 22 06

    …maar dat komt dus niet overeen met wat mijn aanvoelen was over “mijn” route. Logisch, natuurlijk: tussen station en UZ rijden er denk ik disproportioneel veel studenten met vaak aftandse fietsen, die zich allemaal onsterfelijk wagen.  

    Terwijl mijn route behoorlijk gezapig is, met mensen die ofwel van relatief ver buiten Gent naar hun werk gaan, ofwel kinderen zijn die naar school gaan en die (hoop ik dan) beter zouden moeten opgevoed zijn.

    De resultaten van twee tellingen:  

    Screen Shot 2012 12 13 at 22 44 15

    De eerste ’s morgens om 7u55, de tweede ’s avonds om 17u20. Bij elkaar geteld een volledig ander taartje, en  minder erg dan mijn inschatting — toch na twee tellingen:

    Screen Shot 2012 12 13 at 22 44 34

    (En jawel: de mensen die geen licht hadden, waren voornamelijk mensen die er studentachtig uitzagen.)

    Ik ga dat eens blijven tellen, denk ik. Al was het voor mijn eigen plezier.  

  • Boeken voor de kinders

    Louis is bezig aan een verzamelaar fantasy-kortverhalen. Daarna, denk ik, geef ik hem een bundel robotverhalen van Asimov.

    Zelie, die geef ik denk ik The Ship Who Fought. Of misschien The Mists of Avalon.

    Die boeken staan er nu bijna allemaal: tijd dat ze gelezen worden, gedimme.

  • Whoa, dít was nog eens lang geleden

    Gewoon gecrashed van ziekte, deze namiddag. Al sinds dit weekend met koppijn, maandag nog min of meer bij bewust thuis gewerkt, vandaag opgestaan met zoiets raars in mijn keel en koppijn, en de hele dag min of meer een droge hoest.  

    En deze namiddag: licht uit. Naar huis geraakt, in bed gekropen en er een uur of vijf in gelegen: ontploffend hoofd, hoestneigingen, helemaal stijf, the works.  

    Morgen eens naar mijnheer doktoor, denk ik.  

  • Bibliotheek: de voor-voor-voorlaatste loodjes

    Nog niet de laatste loodjes, en nog niet eens de voorlaatste loodjes, maar ’t is toch bijna  bijna bijna gedaan, want bijna alle boeken zitten er nu in, bijna allemaal op hun plaats.

    De voor-voorlaatste keer zal zijn als ik alle boeken helemaal op hun plaats zal gezet hebben. De voorlaatste keer zal zijn als de vloer helemaal leeg is en er niets meer staat dat er niet meer moet staan. En de laatste keer zal zijn als de ruimte zijn definitieve bemeubeling gekregen zal hebben (een tapijt, een kastje extra om de tv op te zetten, een zitmeubel).  

    Maar nu zitten alle boeken er dus bijna in. Waar ik geëindigd was zaterdagavond, was dat ik de science fiction en fantasy-boeken allemaal ging proberen krijgen in de grote Billy-kasten, alle kleine en grote boeken door elkaar en dus op een grotere schappenafstand.

    Dat lukte bijna: ik kwam ongeveer twee schappen te kort.  

    En dus was een grote reorganisatie (opnieuw) aan de orde. Board games in een kleine kast gezet, een schifting gedaan in de tijdschriften die ik wil houden, nog eens heel aandachtig gekeken of ik niet-science fiction en niet-fantasy in de afdeling science fiction en fantasy had staan, en jawel: alle ruimte die ik nodig had.  

    (Bleek dat ik het volledige werk van Dorothy Dunnett  verkeerd had staan, trr.)

    …maar dat ik ruimte genoeg zou hebben, wou dus ook zeggen dat ik alles (nog maar eens) allemaal van plaats moest verhuizen. En dan bleek dat ik toch te weinig ruimte zou hebben, en ik dacht alle shlock en wijvenboeken alsnog ergens anders (waar? geen idee) te zetten,  tot Sandra met een geniale suggestie afkwam.  

    “Zet dan de pockets die in grote reeksen zijn gelijk Danielle Steel en Agatha Christie gewoon dubbel, achter elkaar.”  

    Which I did. Wat me dus een schap of twee-drie bij gaf.  

    Waardoor ik nu twee kasten Fictie heb (grootste deel dubbel achter elkaar), twee kasten Non-fictie, twee kasten Comics, en denk ik zes kasten Science Fiction & Fantasy. En dan nog wat schipperen, voor volgende keer.  

    Bijna gedaan. Bijna.

  • 89 out

    Een monument, verdorie. Zo maken ze er geen meer.

    Patrick Moore

    RIP Patrick Moore.

  • Een nieuw weekend, een nieuw stukje bibliotheek

    Het is daar verdomd koud, in het achterhuis: de chauffagist moet één dezer langskomen om iets te doen aan de verwarming, want nu staat ze al een tijd af. 

    Het is daar zo koud dat het er niet echt te doen is om er meer dan een tijdje te staan boeken klasseren. En dus heb ik het gehouden op (1) de boeken die er uit waren, er weer in steken en (2) de boeken die ik zeker weg ga doen, bij elkaar zetten. 

    Zeker zeker weg: de dubbels, en een reeks Franse vertalingen van strips die ik ondertussen (al weze het digitaal) in een betere vertaling heb. Twee kartonnen dozen, die ik in eerste instantie aan de schoolbibliotheek ga proberen verpatsen. 

    Die strips zijn niet zeer denderend, al kunnen ze misschien wel dienen voor stripamateurs die Frans willen leren, maar die dubbels, daar zitten echt wel zeer goede dingen tussen — ik hoop van harte dat ze op school dingen als The Stars My Destination en A Canticle for Leibowitz en Pavane en Anathem kunnen appreciëren.

    …maar dan wordt het moeilijk: er is een schap of twee boeken die ik in eerste instantie had opzij gelegd wegens Nederlandse vertalingen van dingen die ik (al dan niet digitaal) in het Engelse origineel heb, maar uiteindelijk zijn dat niet allemaal slechte vertalingen, en heb ik ze ook graag gelezen, toen ik zo oud was als Louis. En zou Louis ze misschien wel graag lezen, en de andere kinders ook.

    En dan is er een schap vol boeken die ik nooit ofte nimmer ga lezen, maar die de kinderen misschien wel op hun bord gaan krijgen op school (ik kijk naar u, Johan Daisne). En een paar boeken die Sandra toch niet weg wil smijten. 

    Ah, *zucht*. 

    Zo ga ik toch nog plaats te weinig hebben. 

    Na het zwarte scherm met fiat lux! erop, is de indirecte verlichting boven de bibliotheekkasten geïnstalleerd. Het verschil in het filmpje is niet zo groot, maar in het echt is het wel redelijk spectaculair.

  • Mijn dag is goed

  • Het moest er van komen

    Vanavond in alle rust en sereniteit herbeginnen boeken in de bibliotheekkasten te zetten, in het achterhuis.

    En dan dacht ik: er is nu toch een volledige kast leeg, ik kan misschien eens de boeken die ik weg wil doen, op een rij zetten en ook klasseren, zodat ik ze gemakkelijker kan weg krijgen.

    Een stapel literatuur, een stapel Nederlands vertaalde SF & Fantasy, een stapel rotzooi, een stapel Engelstalige zeer goede boeken (maar weg wegens dubbel), een stapel Engelstalige toch niet zo uitstekend goede boeken, een stapel…

    Aaaargh! En dan beseffen dat ik veel van die boeken eigenlijk helemaal niet weg wil doen.

    Aaaaaaaaa!

  • RIP Dave Brubeck

    Beeld u in wat dat was, in de tijd voor het internet, muziek ontdekken in het land van de BRT 2 Top 30.

    Dat was, in mijn geval, de platenbakken van mijn ouders doorgraven en niet weten wat ik zou horen.  

    Time Out zag er fantastisch wijs uit aan de voorkant, maar het was de achterkant die mij nog meer aansprak: vol  kleine lettertjes. Elk nummer een paragraaf, maar de intro bleef het meest hangen in mijn elf-of-zo-jarig hoofd: als een marsmannetje op bezoek zou komen op Aarde, hij zou misschien wel naar tienduizend jazznummers moeten luisteren eer hij er eentje tegenkwam dat niet in 4/4 was.  

    Er zijn een aantal grote systemen in de muziek, hoorde ik later ergens. Twee ervan zijn onze Westerse “klassieke” muziek die zo ongeveer uniek is in zijn vatten van zowat alles in formele notatie, en Afrikaanse muziek die als voornaamste element het ritme heeft.

    Jazz had zich bevrijd uit oude vormgewoontes, maar zat voor het overgrootste deel nog vast in een-twee, links-rechts, zei de achterkant van de plaat.  En dan was er Brubeck, die experimenteerde met de meest exotische ritmes — de oude formalismen gecombineerd met de vrijheid van improvisatie en de vaak complexe hartslag van Afrika.  

    De naald op de plaat gezet, en dan kwam dit uit de luidsprekers:

    Blue Rondo à la Turk doet wat de titel zegt: een klassiek rondo, het ritme van een Turkse volksmelodie, en blues/jazz.  

    Ik begreep niets van de theorie. Nu begrijp ik er iets meer van, maar op dezelfde manier als ik kan schaken of bridge spelen: ik ken de termen, maar ik doe het niet.

    Maar kijk: het maakt allemaal niets uit. De liner notes  hebben me misschien de plaat doen opzetten — het is de  magie die blijft.  

    Merci Dave.  

  • Groot Vlaanderen, klein Vlaanderen

    Ik las ergens vanmiddag iets over het nieuwe programma van Rudy Vranckx. Hoe het zich zonder problemen kan vergelijken met het hele buitenland. Met een beetje verwondering en een beetje trots, zoals altijd als we (weer eens) een wereldwaardig iets maken in Vlaanderen.

    Lovende kritiek, alles in orde. En dan, in cauda venenum:

    De personencultus die rond Vranckx is opgebouwd, een trend die al langer onder Britse of Amerikaanse oorlogsjournalisten in zwang is, heeft mensen geërgerd.

    Beaamd door de allereerste reactie op het artikel, meer nog: “Een serieuze understatement”.

    Zo erg, dat ik dat vind.