• Achterhuis boven: bijna klaar

    Sandra zat bij familie, en ze wou tonen hoe het met ons achterhuis zat. Dat ik dus foto’s moest gaan nemen, en of ik de folie van de kasten zou halen ook. Die folie is iets lichtblauws dat de blinkende dinges van de kasten moest beschermen tegen grove werken, maar aangezien de grove werken daar gedaan zijn…

    Bij deze! De kleuren zijn wit, paars en groen:

    Bed en stoeltje

    Met stoeltjes die ik ooit van de vuilnisbelt gered heb, en een bed dat we al jaren geleden gekocht hadden maar nog nooit in elkaar gestoken, en een kleerkast en andere meubels van bij Ikea:

    Spiegel in de kleerkast

    Een zeer smalle tafel om op te studeren en niet veel meer dan dat te doen in plaats van het voorziene studeermeubel dat in de wand zou ingebouwd zijn.

    Een relatief groot dubbel bed in het midden van de ruimte in plaats van een enkel bed tegen de muur, en kasten waar we het bed gingen zetten in plaats van tegen de achtermuur (want die loopt zó schuin ten opzichte van de gevel, dat het om zeeziek te worden was als die kasten helemaal scheef ten opzichte van de plankenvloer stonden).

    Bed en bureau en kasten

    Vanuit de hoek van de kleerkast

    Een lavabo om u aan te wassen en eventueel een glas en een bord en wat bestek af te wassen in plaats van een muur met daarachter kasten en een douche en een lavabo, wat uiteraard een veel grotere open ruimte geeft dan als er een muur in het midden van de kamer zou staan.

    Zicht van de hoek naar de trap

    En dat geeft dan in totaal:

    Overzicht vanop de trap

    (Er komen nog een paar zitzakken bij, en gordijnen, en een trap.)

  • ‘t Viel nog mee, met die balk

    Ik dacht dat er een stuk uit de balk gezaagd was, en dat dat vervangen was door epoxy. Blijkt dat het gelukkig maar uitvloeisel was dat aan de zijkant zat, en geen houtvervanging.

    Met een stevige bijtel beitel was het ergste ervan gekapt, en met een staalborstel zou het eventueel nog wat meer opgeschoond kunnen worden:

    't Valt uiteindelijk nog wel mee

    Vuile vlekken, dat wel

    Ik heb de indruk dat er vlekken zullen overblijven, maar bon. ’t Is beter dan plastiek, en vlekken zitten er al genoeg op die balken.

    Voor de rest is het plafond in gang gestoken, in de living:

    Voorbereidingen voor plafond

    En begint het bureau(tje) in de hoek achter de trap vorm te krijgen:

    Toekomstig bureau(tje)

    Morgen (vandaag) komt de smid een schoen rond een balk steken. Zoals het er nu naar uitziet, zal ik dat zien gebeuren, in plaats dat ik op een verjaardagsfeestje in Oudenaarde zal zitten zoals voorzien was: misselijk van de rugpijn (niets te maken met kapotte stukken metaal in mijn rug, heb ik gewoon om de zoveel tijd eens heel erg).

  • Boeken mei 2012

    Niet razend veel boeken uitgelezen, deze maand, wel nog altijd aan een aantal langere boeken bezig die ik mondjesmaat, een paar bladzijden hier, een paar bladzijden daar lees, om het allemaal wat langer te laten duren.  

    Wat ik wél uitgelezen heb, staat alhieronder. Heel erg hard aangeraden deze maand:  Essex County,  Fraise et chocolat,  Les gardiens des enfers, Among Others,  La pédagogie du trottoir, A Pattern Language.


    G.I. Combat 01  [05/05]
    The War That Time Forgot: J.T. Krul (tekst) –  Ariel Olivetti (beeld)
    Unknown Soldier: Justin Gray,  Jimmy Palmiotti (tekst) –  Dan Panosian (beeld)
    Rob Schwager (kleur) –  Rob Leigh (letters)
    DC Comics, juli 2012, 32 blz.

    gi

    Begin van twee nieuwe DC 52 reeksen: The War that Time Forgot (dinosaurussen en pterodactielen in Afghanistan) en Unknown Soldier (man neemt wraak op terroristen).  

    Ho-hum. Ik wacht nog even af om te zien of het jingoïstisch geleuter wordt, dan wel iets beters.  

    Dit gaf niet enorm veel hoop.  
     

    Gantz  [12/05]
    Hiroya Oku
    Scanlation van op het internet, 2000, 219 blz.

    gantz

    Een koppel scholieren van zestien, Kei Kurono en Masaru Kato, worden in een metro overreden terwijl ze een zatlap van de sporen proberen halen. Ze worden wakker in een appartement in Tokyo, waar nog een resem andere mensen zitten. In het midden van de kamer staat een zwarte bol, waar een tekst op verschijnt: “Jullie levens zijn over, klootzakken. Wat jullie doen met jullie nieuwe levens, daar beslis ik over. Voilà.”

    De bol gaat open en er blijkt een naakte man in vast te zitten, met draden en life support en whathaveyou.  Japans genoeg, al?  

    De mensen in het appartement krijgen de opdracht om een ajuin-alien te doden. Euh ja. Ik ga denk ik nog wat verder moeten lezen voor ik er een oordeel over vorm.  

    Maar ’t zal niet voor onmiddellijk zijn.  
     

    Essex County  [12/05]
    Jeff Lemire
    Top Shelf, 2009, 512 blz.

    essex

    Jeff Lemire vertelt meer dan een eeuw leven in Essex County, een gefictionaliseerde versie van het gat in Canada waar hij vandaan kwam. Drie grote verhalen die in elkaar haken, en als bonus een paar appendixen.  

    Tales from the Farm  vertelt het verhaal van Lester: moeder net gestorven, vader nooit gekend, woont bij zijn oom, die daar helemaal niet zo goed in is, in kinderen. En samen moeten ze iets aan met het verdriet dat hun leven definieert. In Ghost Stories  krijgen we het hele leven van Vince en Lou LeBeuf te lezen: hartverscheurend, van broers die niet met elkaar communiceren, en van gemiste kansen en kapotte levens.  

    The Country Nurse  is Anne Byrne, de verpleegster die Lou verzorgt in zijn oude dag: haar familie is al generaties in de stad, en vertellen waar het over gaat is het boek verbrodden.  

    Een meesterwerk, koop het met uw ogen dicht.  

     

    Our Love is Real  [12/05]
    Sam Humphries (tekst) – Steven Sanders (beeld) – Troy Peteri (letters)
    Image Comics, 2011, 32 blz.

    real

    In de toekomst hebben mensen sex met planten, en honden, en zelfs kristallen. Een politieagent wordt plots verliefd. En dat is het zowat:  meer een vignet dan een verhaal.

    Bwofja.  

     

    X-Men: Season one  [12/05]
    Dennis Hopeless (tekst) –  Jamie McKelvie (beeld) –  Mike Norton (inkt) –  Matthew Wilson (kleur) –  Clayton Cowles (letters)
    Marvel Comics, mei 2012, 136 blz.    

    one

    Reboot en alles: de eerste stappen van de X-Mannen, alsof het nu zou gebeuren. We maken “opnieuw voor het eerst” (zucht) kennis met  Prof. Charles Xavier, die  Angel (Warren Worthington III),  Cyclops (Scott Summers),  Marvel Girl (Jean Grey),  Beast (Henry ‘Hank’ McCoy) en  Iceman (Bobby Drake) onder zijn hoede neemt.  

    Aan de andere kant van de goed/kwaad-lijn: onder meer Magneto, Scarlet Witch, Toad,  Blob, en  Unus the Untouchable.

    Ik zie voor wie dit gemaakt werd, en ik kan het begrijpen. Maar ’t is niet voor mij, denk ik.

    Brr.  

     

    Le troisième testament:
    1: Marc, ou le réveil du lion  [12/05]
    2: Matthieu, ou le visage de l’ange  [12/05]
    3: Luc, ou le souffle du taureau  [12/05]
    4: Jean, ou le jour du corbeau  [13/05]  
    Xavier Dorison (tekst), Alex Alice (tekst 3-4, beeld)
    Glénat, 1997-1998-2000-2003, 46+46+54+73 blz.  

    testament

    Begin veertiende eeuw.  Conrad van Marburg, inquisiteur, wordt beschuldigd van satanisme en ter dood veroordeeld door een rechtbank waar onder meer ook Hendrik II,  Graaf van Sayn  in zetelt. Marburg wordt in extremis van de brandstapel gered door twee leerlingen van hem, Gherard  Steiner en Charles d’Elsenor. Fade to black.  

    Open op: enkel jaren later, het klooster van Veynes wordt in brand gestoken en alle monniken brutaal vermoord. De daders zijn er vandoor met een manuscript dat de monniken in de grotten onder het klooster hadden gevonden. Fade to black.  

    Open op: Charles d’Elsenor, ondertussen aartsbisschop van Parijs, contacteert zijn oude leermeester om op onderzoek te gaan naar wat er in Veynes gebeurde. Hij wil hem zelfs opnieuw inquisiteur maken — nope, zegt Conrad. Trekt uw plan, sorry, ik ben ermee weg.  

    En dan schiet het in gang: Elisabeth, de pleegdochter van Elsenor, komt met een brief bij Elsenor die net Parijs aan het verlaten was, hij ziet dat het een valse brief is, ze lopen terug naar de kathedraal, Elsenor blijkt — aumagad  — gekruisigd te zijn! En daar stromen de soldaten binnen! Achtervolgingen! Reizen door heel Europa! Ontknopingen! Onthullingen over lang vervlogen zaken! Met de Bijbel, en de geheime oorsprong van de Tempeliers! En alles!

    Ik dacht, toen ik het eerste album gelezen had: Hoera, ’t Is Naam van  de roos  maar dan anders. Wijs.

    En deel twee was ook redelijk goed. En deel drie, euh, niet. En tegen deel vier was ik toch wel teleurgesteld. Niet dat het afgrijselijk slecht is, verre van, maar het echte wetenschappelijke onderzoek naar die dingen is veel interessanter dan dit Da Vinci-code-achtig gedoe.  

     

    The Wolverine Files  [13/05]
    Mike W. Barr (en a cast of hundreds)
    Simon & Schuster, 2009, 160 blz.  

    wolverine

    Een samenvatting van Wolverine-feiten tot 2009, copieus geïllustreerd met stukken uit de oorspronkelijke comics.

    Fijn om eens te lezen na elkaar, maar bon. Tja.  

     

    Belinda contre les mange-disques / Belinda II  [16/05]
    Guido Crepax (vert. Marie Giroud en Rolf Kesselring)
    Kesselring, 1984, 46 blz.

    belinda

    Goh. Er zijn dingen die niet verouderen, en dan zijn er dingen die wél verouderen. Deze Crepax, bijvoorbeeld: een verhaaltje uit de hoogdagen van het hippiedom dat toen ook al niets om het lijf had, en dat in 1983 een totaal overbodig “vervolg” van een paar bladzijden gekregen heeft, dat zo eigenlijk nog veel meer verouderd is dan het eerste stuk uit 1967. En urgh, zo lelijk getekend, dat laatste.  

    Om zeer snel te vergeten.  
     

    Marlène & Jupiter, tome 1  [16/05]
    Georges Pichard
    Yes Company, 1988, 50 blz.

    jupiter

    Ah, nostalgie. Vuile boekskes van het genre dat bij ons thuis wel eens op zolder durfde te liggen. Als ik het mij goed herinner, hadden we thuis een aantal albums van Blanche Epiphanie liggen, en vond ik er niet al te veel aan. Nogal jaren-1970-aandoende vrouwen, en zo.  

    Ik had al een tijd een stapeltje Franstalige  strips liggen in het genre dat toen wel eens porno genoemd werd, maar dat in het licht van het internet en van de jaren 2010 vooral  oh la la kijkt nu een blote madam  is, en meer een soort National Geographic etnologische tijdsdocumenten zijn dan iets anders, en ik vroeg me af of dat eigenlijk overeind bleef.  

    [Overeind, get it? ’t Was nochtans niet de bedoeling. Ah ha ha.]

    Wel: aan Blanche Epiphanie ben ik nog niet begonnen, maar deze  Marlène et Jupiter  was totaal onverwacht echt wel grappig. Concept: Jupiter komt op aarde poolshoogte nemen. Leda-en-de-zwaangewijs. Compleet matter-of-fact verteld, erg jaren-1980, en ik denk dat Alan Moore het ook wijs zou gevonden hebben. Op het einde van het boek komt Jupiters madam er ook tussen, en Mercurius, en ik ga eens op zoek gaan naar het vervolg, als ik het ooit vind.    

     

    Règlement de contes et autres comptes  [17/05]
    Olivier Taffin
    Goupil, 1985, 50 blz.  

    contes

    Een boekje met verhaaltjes. Eén lang en een resem die eigenlijk moeilijk een  verhaal  kunnen genoemd worden: eerder vignetten, of lang uitgevallen doedels. Oneven van kwaliteit: ik heb een paar keer geglimlacht, ’t is toch altijd dat.    

     

    The Mongoliad: Book One (The Foreworld Saga)  [17/05]
    Erik Bear, Greg Bear, Joseph Brassey, E.D. DeBirmngham, Cooper Moo, Neal Stephenson, Mark Teppo
    47North, 2012, 427 blz.

    mongoliad1241, en de Mongolen zouden wel eens de hele wereld kunnen veroveren. Een aantal mensen trekken erop uit om de baas van de Mongolen dood te doen.  

    Ik had mij ergens in 2010 een account aangemaakt op Foreworld en het ook een tijdje gevolgd, maar dan weer uit het oog verloren — hoe gaat dat, met die dingen?  

    En dan las ik dat deel 1 van The Mongoliad uit zou komen in een definitieve vorm, bij Amazon. Ik heb het meteen gekocht, maar het heeft nog geduurd voor ik op één van de sociale mediats voorbij zag komen dat Bruno het net uitgelezen had, eer ik er zelf aan begon.  

    Het leest als een stoomtrein. Het einde van deel 1 is, euh,  abrupt. En er is veel meer inhoud bijgekomen op het internet dan in het boek staat.  

     

    Carmen  [17/05]
    Georges Pichard
    Le Square – Albin Michel, 1981, 64 blz.

    carmen

    Pichard doet Carmen. Niet de opera (al zitten er wel elementen van de opera in), maar wel de novelle  van  Prosper Mérimée: de samenvatting is op het interwebs te vinden. Neem dat, gooi de raamvertelling weg en giet de rest in chronologische verhaalvorm, voeg er veel blote borsten aan toe: hopla, klaar.  

    De tekeningen zijn vintage Pichard, geen klachten hier, zelfs al had ik het moeilijk om Mérimées Carmen (“petite, jeune, bien faite”) te herkenning de typisch statueske jaren-1970-vrouw die Pichard ervan maakt. Jammer, wel, dat het scenario niet onder handen genomen is door een betere schrijver: het had echt wel beter in elkaar kunnen zitten.

    Carmen
    Prosper Mérimée
    1846, 115 blz.

    Ik was twee pagina’s ver in Pichard’s Carmen, toen ik bedacht: ik lees best het origineel eerst. Wat ik dan ook gedaan heb.
     

    Fraise et chocolat  [18/05]
    Aurélia Aurita
    Les Impressions Nouvelles, 2005, 146 blz.  

    fraise

    Luidop lachen om een boek: dat was al een tijd geleden. En luidop lachen om een boek dat eigenlijk voornamelijk over liefde, euh nee,  sex  gaat: nog veel langer geleden.  

    Aurita is een Parisienne met (ergens) aziatische roots. Ze publiceert een paar dingen in  Fluide Glacial, maakt  Angora, een fijn boekje, en wordt als beginnende striptekenares van 24 uitgenodigd om in Tokyo mee te doen aan een Frans-Japanse stripsamenwerking. Ze wordt er stapelverliefd op een oudere man:  Fraise et chocolat  is het verhaal van de eerste paar weken can hun relatie.  

    De achterflap zegt dat Aurélia Aurita een fan is van Reiser en Anaïs Nin, en hey: ’t is een mengeling van de twee. Boertig, romantisch, erotisch, luidop lachen grappig. Aangeraden!
       

    Notre Dame des Silences  [18/05]
    Rodolphe (tekst) – Jean-Luc Serrano (beeld)
    Albin Michel, 1989, 50 blz.  

    dame

    Zes verhalen van  Rodolphe en Serrano (de jongens van Taï Dor), die denk ik eerder verschenen in  L’Echo des Savanes. Rode draad: de toekomst, mensen die dood willen, en slachtoffers die geen slachtoffers blijken te zijn. Een inzichtje in hoe pessimisten de nabije toekomst zagen eind de jaren 1980: al met al redelijk banaal en redelijk optimistisch in zijn pessimisme. De Muur was juist gevallen en het zag er toen nog allemaal fantastisch uit, ik denk dat het daaraan ligt.  

    Leuk tussendoortje, meer niet. Misschien dat ik nog eens Taï Dor bovenhaal ook. Als ik het terugvind.  
       

    Faisons l’homme en notre image  [18/05]
    Ottavio De Angelis (tekst) – Franco Saudelli (beeld) – Teresa Bi Agioli (kleur)
    Dargaud, 1987, 56 blz.  

    homme

    Ach, nog zo’n jaren-1980-niemendalletje uit de Fnac. Ik herinnerde het mij in dezelfde reeks als L’homme est-il bon, maar ’t bleken eerder Asimov-achtige robot-verhaaltjes te zijn. Verhaaltjes waarvan het einde, helaas, redelijk ver op voorhand doorgetelefoneerd werden.  

    Ook al geklasseerd onder “leuk tussendoortje”, en ook al geklasseerd onder “neen, daar zou ik nu geen geld meer aan geven”.
     

    Les gardiens des enfers  [18/05]
    Didier Alcante (tekst) – Matteo (beeld) – Matteo en Chiara Fabbri Colabich (kleur)
    Glénat, 2010, 64 blz.  

    gardiens

    Oh,  uitstekend. Een spookverhaal met twee historische kernen: de scheepsramp van de Royal Charter  in 1859, en de mannen die de vuurtorens bemanden.  

    Zou even goed een tv-serie van een keer of zes een uur kunnen zijn, eigenlijk.  

    Nee: zeer, zeer goed, vond ik.  

     

    Grand vampire: Cupidon s’en fout  [18/05]
    Joann Sfar (tekst en beeld) – AudrÄ— Jardel (kleur)
    Delcourt, 2001, 48 blz.  

    cupidon

    Ik lees graag Joann Sfar. De volledige Chat du rabbin en Petit Vampire staan hier in het boekenrek (enfin, ’t is te zeggen, zitten ergens in boekendozen). Grand vampire kende ik wel van Petit Vampire, waar op de vraag naar het verband tussen Grote en Kleine Vampier het antwoord kwam dat als Kleine Vampier jonger was, hij misschien wel Grote Vampier was. Zo wijs!

    Dat bleef heel de tijd in mijn hoofd toen ik  Cupidon s’en fout  las: wat een schattig, ontwapenend, lief mannetje is Grand Vampire!

    Aangeraden aan al wie graag van begin tot einde van een boek met een brede glimlach zit.  

     

    Fraise et chocolat 2  [18/05]
    Aurélia Aurita
    Les Impressions Nouvelles, 2007, 188 blz.  

    Mja. Het is een vervolg, en het is ook ergens meer van hetzelfde, en we komen ook wel ergens meer te weten van de personages, maar  ik was er niet ondersteboven van. Het wordt eigenlijk ook een beetje luguber, op de een of andere manier. Tijd om iets anders te doen, Aurélia!  

     

    Le grand pouvoir du Chninkel  [19/05]
    Jean Van Hamme (tekst) et Grzegorz Rosinski (beeld)
    Casterman, 1988, 147 blz.  

    chninkel

    Ik herinnerde mij hiervan dat ik het, toen ik op school zat, het verschrikkelijk belerend vond.  

    Ik herinnerde mij dat goed. Redelijk om de oren slaand met parallellen naar de Bijbel, naar Kubrick en Clarke’s 2001, naar vanalles een beetje. Pseudo, vond ik het allemaal maar. Puberaal.  Iets voor catechese-leraars.

    (“No offense” moet ik aan dat laatste toevoegen. Dan mag ik alles zeggen. Ge zijt een vurte klootzak no offense., dat soort zaken.)

     

    Petit Vampire et les Pères Noël Verts  [19/05]
    Joann Sfar (tekst en beeld) – Walter (kleur)
    Delcourt, 2004, 30 blz.

    noel

    Hé tiens, da’s raar.  

    Petit Vampire en zijn kameraadjes weten niet goed of ze al dan niet moeten geloven in de Kerstman. En dus blijven ze wakker op kerstdag en volgen ze een kerstman. Niet  de  Kerstman, maar een grote groene kerstman, zo een die instaat voor de distributie. En dan geraken ze bijna niet terug.  

    Ik herinner mij dat ik het grappig en goed vond toen ik het kocht, maar bij het herlezen vond ik het maar zo-zo. Er zijn veel betere in de reeks.  

     

    Un siècle d’amour  [20/05]
    Dan Franck (tekst) – Enki Bilal (beeld)
    Casterman, 2009, 120 blz.  

    amour

    Er was een tijd dat ik elk album waar Bilal aan tekende, meteen kocht. Dat is ondertussen al een tijd geleden, ik volg het allemaal niet zo erg meer.  

    Un siècle d’amour  schetst in dertien episodes (telkens een schets, een beeld, een detailbeeld en een tekst) de geschiedenis van de 20ste eeuw. Niet zo’n happy eeuw, als ge ’t zo bekijkt.  

    Mooi getekend, uiteraard. Een zeer zachte en poëtische Bilal.  

     

    Symposium  [20/05]
    Plato
    385-380 v. Chr.  

    Ah, omdat het vermeld werd in een boek dat ik aan het lezen was, en dat ik het nog niet gelezen had, snel opgezocht  en gelezen.  

    Grappig hoe fris het is en blijft: ha! Aristophanes die met de hik zat! En Alkibiades en zijn gedoe!

     

    Petit Vampire et la soupe de caca  [20/05]
    Joann Sfar (tekst en beeld) – Walter (kleur)
    Delcourt, 2003, 30 blz.  

    caca

    Michel gaat spelen bij Petit Vampire, waar Marguerite kaka-soep gemaakt heeft die niemand apprecieert. En dan moet Petit Vampire in bad en Marguerite wil absoluut mee.

    De scheten van Marguerite zijn luchtbellen die alleen stinken als ze uiteenbarsten: er ontsnapt er één uit het huis, ze ontploft boven het kerkhof en alle doden worden weer levend.

    Eén van de doden klimt op het huis en ziet de klok, die sinds jaar en dag stil staat op vijf uur. “C’est l’heure du thé!” roept hij, en plots eisen alle doden thee, met een wolkje melk, en citroen, en taart, en scones, en muffins en clotted cream, en  de la marmelââââââââde  (à l’orange amère).  

    Yep, een klassieker. Het soort boeken dat ik gekocht heb in de hoop dat de kinderen ze zouden lezen.    

    Tijd dat die bibliotheek er staat, verdorie.

     

    othersAmong Others  [20/05]
    Jo Walton
    Tor, 2011, 304 blz.  

    Ik moet er helemaal niets over zeggen: Martin deed dat al  vorig jaar. Ik had het gekocht, zuiver op basis van zijn review, maar stomgaweg nog niet gelezen. En dan las ik dat ze de Nebula gewonnen heeft, en hop, meer heb ik niet nodig.  

    Op een paar uur uitgelezen.    

    ’t Is een boek voor mensen als wij geschreven.  

     

    Saint Exupéry. Le dernier vol  [22/05]
    Hugo Pratt
    Casterman, 1995, 80 blz.  

    ex

    De laatste tien minuten van het leven van Antoine de Saint-Exupéry, maar eigenlijk ook: zijn hele leven.

    Met een geschreven biografie van een bladzijde of twintig als een soort “DVD Extras” waardoor zelfs de kleinste allusie in het stripverhaal duidelijk wordt. Fijn.  

     

    La pédagogie du trottoir  [22/05]
    François Boucq
    Casterman, 1987, 58 blz.  

    trottoir

    Dit is het album dat ervoor gezorgd heeft dat ik heel erg lang alles van Boucq gekocht heb, maar het was zeker al meer dan twintig jaar geleden dat ik het nog gelezen had.  

    En zoudt ge willen geloven dat ik het bijna allemaal vergeten was? Een waar genot om de verhaaltjes te herontdekken, en jawel: het blijft veel meer dan overeind. ’t Is League of Gentlemen-achtig, en tegelijk zo hard Belgo-Frans: meesterlijk.  

     

    Kris Cool  [24/05]
    Philippe Caza
    Le terrain vague, 1970, 68 blz.

    kris

    Euh, ja. 1970 hé. Seks en psychedelica. Niets, maar dan ook niets om het lijf. Komieke sigaretten en patchouli verplicht, vrees ik.    

     

    Neonomicon  [28/05]
    Alan Moore (tekst) –  Jacen Burrows (beeld) –  Juanmar (kleur)
    Avatar Press, 2010, 4 x 32 blz.

    neo

    De stem van Alan Moore: herkenbaar uit duizend. Goed geschreven, sterke personages, en een fijne kijk op H.P. Lovecraft.  

    Honderdtwintig bladzijden, net lang genoeg. Voor hetzelfde geld had een mindere God hetzelfde verhaal over honderd nummers uitgesponnen. Of over een volledig seizoen X-Files uitgesmeerd.  

       

    The Courtyard  [28/05]
    Alan Moore en  Antony Johnston  (tekst) –  Jacen Burrows (beeld)
    Avatar Press, 2004, 60 blz.

    courtyard

    Het boek waar Neonomicon het vervolg op is. Gestyleerder, minder een aflevering van The X-Files of Fringe, nog meer Alan Moore. Ik bn er niet uit of het beter is om dit voor of na Neonomicon te lezen.  

     
     

    Uchronie(s) –  New Byzance (1: Ruines,  2: Résistances,  3: Réalités)  [28/05]
    Eric Corbeyran (tekst) – Eric Chabbert (beeld) – Luca Malisan en Paolo Francescutto (kleur) Glénat, 2008-2010, 3 x 52 blz.

    Uchronie(s) –  New Harlem (1: Rapt,  2: Rétro-Cognition,  3: Révisionnisme)  [29/05]
    Eric Corbeyran (tekst) – Tibery (beeld) – Luca Malisan en Paolo Francescutto (kleur)
    Glénat, 2008-2010, 3 x 52 blz.

    Uchronie(s) –  New York (1: Renaissance,  2: Résonances,   3: Retrouvailles)  [29/05]
    Eric Corbeyran (tekst) – Djillali Defali (beeld) – Raphaël Hédon en Claudia Boccato (kleur)
    Glénat, 2008-2010, 3 x 52 blz.

    Uchronie(s) – Épilogue [31/05]
    Eric Corbeyran (tekst) –  Eric Chabbert (beeld) – Luca Malisan en Paolo Francescutto (kleur)
    Glénat, 2011, 52 blz.  

    Drie maal drie boeken en een epiloog. Ze spelen zich allemaal in New York af, en allemaal met dezelfde personages.  

    In de wereld van  New Byzance  waren er na van 11 september 2001 wereldwijd  een hele reeks aanslagen.  

    Parijs, Londen en andere wereldsteden zijn platgebombardeerd, de Fundamentalistische Utopie is uitgeroepen, en  alvast in New York is er een moslimstaat. Een vreemde mengelmoes: vrouwen zijn gesluierd met moderne elegante sluiers die alleen mond en neus bedekken, maar de regels rond echtscheiding en overspel lijken een karikatuur van de ergste excessen van achterlijke Sharia-wetgeving. Om maar iets te zeggen: het lijkt alsof elke man, zelfs de meest beschaafde en verlichte, een verstuiver met zuur in de badkamer staan heeft om zijn vrouw ritueel te verminken als zij hem ook maar dreigt van overspel met haar beste vriendin te  verdenken.

    uchronies

    En da’s al meteen het eerste en grootste probleem dat ik heb met de hele reeks: Uchronie(s) gaat uit van drie parallelle universa waar we in het heden zijn of de nabije toekomst, en waar iets in het recente verleden veranderd is, maar de wijzigingen zijn zo grondig en zo uitgebreid dat het weinig geloofwaardig is.  

    Zelfs als New Byzance zich 30 of 40 jaar na 2001 zou afspelen (en daar lijkt het niet op, aan de decors te zien: maximum 20, schat ik), dan nog is er teveel gebeurd om het realistisch te doen overkomen: heel New York bijna-herbouwd, soeks overal, om nog niet te spreken van een volledig gewijzigde maatschappij).

    Zack Kosinski heeft visioenen, die hij kan overbrengen op andere mensen. Dat talent wordt gebruikt om potentiële revolutionairen of andere misdadigers te brainwashen, of beter: om ze te laten zien hoe de wereld er zou uitzien als hun visie (extreem kapitalisme, pakweg) de overhand zou halen. Erg  Minority Report, ja. Maar dan met parallelle wereld in plaats van de toekomst. En al lijkt het me ook weinig waarschijnlijk dat er voor elk niet-moslimachtig standpunt een degelijke afschrikking zou zijn.

    In de wereld van  New Harlem  is Martin Luther King president geworden in 1964, en doodgeschoten in Dallas. Waarop de militante zwarten, Black Panthers & tutti quanti, de macht overgenomen hebben in de VS, en (mijn bullshit-detector sloeg tilt) erin geslaagd zijn om alle geschiedenis van vóór 1970 of zo te elimineren. Er is nooit slavernij geweest, er is nooit discriminatie geweest, zwarten zijn altijd de baas geweest.  

    Zack Kosinski werd als kind van vijf door een rijke zware afgekocht van zijn ouders en is sindsdien verantwoordelijk voor het voorspellen van de toekomst voor het één of het ander conglomeraat. En dan beginnen zijn gaven af te nemen, en wordt hij aan de deur gezet.  

    In de wereld van  New York  is Zack Kosinski twintig, en wordt hij net wakker uit een coma van tien jaar.  

    De drie werelden haken in elkaar: de vader van Zack-in-New York heeft een manier gevonden om tussen werelden te reizen. En daar begint de miserie: iedereen wil die kennis hebben.  

    Cue  achtervolgingen, intriges, verraad en dubbelverraad, en veel (veel) unhappy ends. Die in de epiloog allemaal mooi tesamen gebonden worden.  

    Geen slechte reeks, daar absoluut niet van, maar mislukte science fiction en mislukte AltHist: de personages mogen nog zo geloofwaardig zijn, als hun wereld ongeloofwaardig is, dan zitten we met een probleem.  

     

    A Pattern Language: Towns, Buildings, Construction
    Christopher Alexander, Sara Ishikawa, Murray Silverstein (en Max Jacobson, Ingrid Fiksdahl-King, Shlomo Angel)
    Oxford University Press, 1977, 1216 blz.

    patternOp mijn vorig werk  werkten we vaak met patronen. Interfacepatronen, zoals bijvoorbeeld die van Tidwell, of van hier of van hier. Allemaal, zoals de patronen van Gamma en kornuiten  die eraan vooraf gingen, volgens min of meer hetzelfde, euh, patroon:

    • een eenvoudig te onthouden naam (hub and spoke, singleton, meaningful defaults, …)
    • een probleemstelling
    • een oplossing
    • wanneer de oplossing gebruiken
    • waarom de oplossing gebruiken
    • voorbeelden  

    En allemaal gebaseerd op dit boek van Christopher Alexander, die op 1200 bladzijden het ene na het andere patroon poneert. Guru-gewijs, oraculair, soms lyrisch, soms lapidair, maar altijd onderhoudend.  

    Deel I gaat over steden, en hij geeft zelf toe dat hij hier niet echt veel ervaring mee heeft — haja: hoeveel mensen hebben al zoveel steden mogen maken dat ze er veel ervaring mee hebben?  

    Deel II is het meest doorleefde, en daardoor voor mij ook het meest interessante: over huizen. Alexander gaat er helaas wel van uit dat een mens zijn eigen huis kan bouwen ergens op een plaats in het midden van nergens, of toch op een plaats waar veel keuze is over muren en lichtinval en zo, maar toch, het blijft wijs.  

    Ik heb er over een paar maanden tijd hier en daar telkens een paar patronen in gelezen — ’t is geen boek dat van A tot Z moet gelezen worden, maar ik heb het toch maar gedaan.  

    Voor Alexander kan architectuur een maatschappij maken, en zijn ideeën zijn daar redelijk uitgesproken over, bijvoorbeeld deze:

    Internal staircases reduce the connection between upper stories and the life of the street to such an extent that they can do enormous social damage. (…) In industrialized, authoritarian societies most stairs are indoor stairs. The single, centralized entrance is the precise pattern that a tyrant  would  propose who wanted to control people’s coming and goings.’ (p.742-3)

    Het staat ook bomvol  dingen waarvan een mens dan zegt: ah, inderdaad, ja, bij nader inzien. Pakweg:

    Bedrooms make no sense. (p.869)

    En dan een pleidooi voor bed-alkoven in de marge van kamers met andere functies in plaats van lege kamers met alleen een bed erin. Een slaapkamer is een kamer die uiteindelijk na verloop van tijd een soort grote kleerkast dreigt te worden die voortdurend moet opgeruimd worden, hetzij omdat de kleerkast in de slaapkamer staat, hetzij omdat de kamer te groot is. En hij argumenteert het zo goed, dat ik meteen zin heb om een aparte dressing te maken die groot genoeg is om mij om te kleden, die uitgeeft aan de ene kant op een kleinere slaapruimte ligt die alleen slaapruimte is en aan de andere kant op een natte zone.

    (Nee, geen badkamer. Daar is Alexander ook tegen. :))

    Of deze, waar hij zich irriteert — met recht en rede, vind ik — aan veiligheidsvoorschriften:

    We urge you to be as free as possible when you decide the slope of the stair. Unfortunately, the search for perfect safety in housing laws, insurance standards, and bank policies, has exaggerated the standardization of slopes. (p.903)

    ’t Is een leutige mens, meneer Alexander.  

    En een perfect boek voor het toilet, ook. Vol kleine en grote schatten, zoals deze:

    Make a place in the house, perhaps only a few feet square, which is kept locked and secret; a place which is virtually impossible to discover–until you have been shown where it is; a place where the archives of the house, or other more potent secrets, might be kept. (p. 931)

     

    Monocyte  01 [31/05]
    Kasra Ghanbari
    IDW Publishing,  oktober 2011, 32 blz.  

    mono

    Twee rassen van onsterfelijken: eentje uit de nacht der tijden, eentje recent ontstaan. De antedeluvians (grr, ja: niet antediluvians, bah) bestaan al sinds het ontstaan van de mensheid: een soort vampiers. De olignistics werden mogelijk gemaakt door wetenschappelijke vooruitgang: ook een soort vampiers, die eerst The Matrix-achtig op mensen teerden, en later zelfs dat masker afgooiden en gewone mensen als vee beschouwden.  

    En ’t is oorlog tussen de twee rassen.  

    De Dood, hier Azrael genaamd, zit tevergeefs te wachten tot er nog eens iemand sterft. Hij roept Monocyte erbij, een tovenaar die lang geleden besloot om in slaap te vallen toen hij er maar niet in slaagde om te sterven, om hem te helpen.  

    “Like Deadwood being sodomized by HR Giger in a cathedral, as narrated by Toms Waits”, zei Ben Templesmith over deze reeks.  

    “Gelijk iemand die veel te hard zijn best doet om cool te zijn en daarbij vergeet te boeien”, zeg ik erover.  

    En ik zal dan misschien later eens delen 2, 3 en 4 lezen. Maar dan zal ik eerst deel 1 moeten herlezen, en ’t zal nog een tijdje duren, denk ik. Ik heb het niet zo voor van die Dave McKean-typografie in de jaren-tegenwoordig. Het had al geen overschot twintig jaar geleden, en nu zeker niet.  

     

    Les aigles décapitées 1: la nuit des jongleurs [31/05]
    Patrice Pellerin (tekst) – Jean Charles Kraehn (beeld) – Jean-Jacques Chagnaud (kleur)
    Glénat, 1986, 48 blz.

    aigles

    Ah, goeie ouwe historische stripverhalen! Dertiende eeuw. Twee jongleurs worden in het bos geïnterpelleerd door een slechterik, gevangen genomen en naar het kasteel gebracht, waar juist een gezant van Adolf, de broer van de nieuwe koning van Frankrijk (Lodewijk de Heilige, maar hij is op dit moment nog niet heilig) de kasteelheer probeert te overtuigen zijn kant te kiezen.  

    Intriges, want de gezant heeft een spion bij de kasteelheer. Er is en mooie jonkvrouw, er is een slechte slechterik, er is een verdwenen erfgenaam, er zijn kruistochten, enfin: ’t is De Rode Ridder, maar dan iets breder dan één album in scope. Ik heb deel één in een ruk uitgelezen, ondanks de riemen en riemen tekst soms, en de wat oubollige tekeningen hebben mij niet gestoord.  

    Benieuw of het goed blijft.

  • Doe eens van rechtsstaat

    De situatie is dat een tijd geleden persoon A (pak nu nog: een agressief stuk crapuul) persoon B een klop gegeven heeft en dat persoon B doodgevallen is na die klop.  

    Euh.  

    Ik had daarnet een hallucinant dovemansgesprek op Facebook, en ik heb eigenlijk niet eens zin om naar de krantencommentaren te gaan kijken, nu persoon A voorlopig vrijgelaten blijkt te zijn.

    Is er dan echt niémand die denkt dat er wel degelijk een verschil is  

    1. moord (met voorbedachte rade): A had een plan opgevat om B dood te doen, gelijk in de televisieseries
    2. opzettelijke doodslag (zonder voorbedachte rade): A stond op de bus, B sprak hem tegen, en A wou hem in een vlaag van woede doodmaken
    3. opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg zonder de intentie te doden: A wou B een welgemikte klop in zijn gezicht geven, wil het stomme toeval toch wel dat B daarvan doodstuikt, zeker
    4. opzettelijke slagen en verwondingen: A heeft B een blauw oog geslagen
    5. onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg: Firmin Crets heeft zijnen beste maat doodgeslegen
    6. onopzettelijke slagen en verwondingen: owla, sorry, mijn elleboog in uw wezen, ’t was niet de bedoeling

    Voor zover ik dat zag op het nieuws, is het hier nummertje 3, dacht ik. Maar ik zie de ene na de andere pleiten om A te behandelen als was hij een moordenaar. Wat hij dus niet is.  

    Een rechtsstaat, verdorie, geen lynchpartij.  

  • Ontevreden wegens plastieken balk

    Hey, ’t moest er ooit eens van komen: ik was vandaag als ik thuiskwam niet content met de voortgang van de verbouwingen.

    ’t Zal waarschijnlijk aan de specialist restauraties liggen, en misschien is er nog wel iets aan te doen, maar geef nu zelf toe — een eeuwenoude balk, zelfs als hij gerestaureerd is, hoort er niet meteen zo uit te zien:

    Zo lelijk

    ’t Is verdorie gelijk dat ze er een plastiekzak losjes rond gebonden hebben, en daar dan die epoxymengeling in gegoten hebben.

    En aan de andere kant van de balk:'t Is gelijk een plastiekzak

    Neen, dat gaat niet onder het plafond zitten: heel die onderkant blijft gewoon open en bloot. En ziet er dus uit alsof we een blinkende plastieken balk hebben.

    Vergelijk met het andere eind van diezelfde balk ,aan de andere kant van de living, waar een paar jaar geleden hetzelfde mee moest gebeuren:

    Nieuwere gerestaureerde balk

    En vergelijk met de andere balk waar we indertijd niet content mee waren – maar da’s al tien jaar geleden:

    Oudere balk

    Daar zit de epoxy ook aan de oppervlakte, maar ’t is tenminste glad. Het ziet er niet uit alsof het einde van de balk in een vuilbakzak gegoten is geweest.

    Zucht.

    Enfin. Misschien is er nog iets aan te doen. Misschien.

  • Er wordt ons een hervorming-die-er-geen-is door de maag gesplitst, die geen enkel probleem gaat oplossen en alleen voor bijkomende miserie zal zorgen.  

    Er is uiteraard iets verkeerd met ons onderwijs: de onmetelijke kloof tussen de best en de slechtst presterende leerlingen, bijvoorbeeld. De nutteloze splitsing in verschillende netten. En uiteraard het perfide watervalsysteem: “we gaan eerst eens proberen in Latijn, als dat niet lukt Economie, als dat niet lukt Moderne Talen, als dat niet lukt iets technisch, en als het écht niet lukt, dan is er altijd nog de vuilbak van het beroeps”.  

    De oplossing, hoor ik al een tijd: niét inzetten op de zwakste leerlingen, niét inzetten op de opwaardering van TSO en BSO, niét ervoor zorgen dat leraars gewoon les  kunnen geven in plaats van, oh, hun leven door te brengen met het invullen van het ene na het andere nutteloze papier, niét werken aan de opvoeding van stomme ouders, niéts doen aan de opwaardering van het beroep van leraar in het algemeen.  

    Neen: we gaan van alles een eenheidsworst maken. Studiekeuze uitstellen tot 14 jaar, en dan nog wat leukigheidjes:

    (…) het onderscheid tussen ASO, TSO, BSO en KSO wordt afgeschaft. In de eerste twee jaren volgen alle leerlingen in grote lijnen hetzelfde algemeen vormende programma. Pas vanaf 14 jaar wordt gedifferentieerd. Niet langer tussen types onderwijs, maar tussen vijf studiedomeinen: taal en cultuur, wetenschap en techniek, kunst en creatie, welzijn en maatschappij, economie en maatschappij. In die brede domeinen kunnen leerlingen dan kiezen voor eerder abstracte richtingen (zoals economie-wiskunde) of eerder praktische (zoals boekhouden). Dat continuüm wordt idealiter in dezelfde school aangeboden. Geen sprake meer van richtingen die ’beter’ zijn dan andere. Weg dus met het watervalsysteem, en het bijbehorende stigma.

    Want oh zeker, juist, ja. Na twee jaar samen nestkastjes bouwen en filmpjes kijken en al eens een stripverhaal in een vreemde taal bekijken, zal het gemakkelijker zijn om een keuze te maken.

    Wij hebber er hier één in huis met twee linkerhanden maar een talenknobbel. Eén creatief talent. Eén sportief talent met een wiskundeknobbel. En één die nog maar in het eerste leerjaar zit, waar het nog niet echt duidelijk is, maar tegen binnen een paar jaar zal het zich wel aftekenen.  

    Succes ermee, beste leraars: een volledige klas met daarin het spectrum van alles wat er nu op twaalf jaar op de schoolbanken zit, en die moet één leraar volledig gedifferentieerd les geven:

    Niet elk kind is gelijk. Maar ze zullen wel hetzelfde programma moeten volgen. Om te vermijden dat je de lat lager legt voor iedereen, willen de hervormers inzetten op differentiëring. Sterke kinderen moeten worden uitgedaagd met modules die ’verdiepen’, terwijl bij zwakke leerlingen zal worden ingezet op ’remediëring’ om hen te helpen bijbenen. De katholieke koepel heeft hier een eigen voorstel: binnen die algemene eerste graad werken met ’beheersingsniveaus’ die tegemoetkomen aan de verschillende noden en capaciteiten.

    Waanzin.

    En oh uiteraard: geen mens die zal zeggen “we gaan eerst eens proberen in taal en cultuur, en als het daar niet lukt in  wetenschap en techniek, en als het daar niet lukt is er nog altijd de vuilbak van welzijn en maatschappij”. En geen levende ziel die zal zeggen “in het brede domein economie en maatschappij gaan we eerst eens proberen met Economie-wiskunde, en als dat niet lukt, kunnen we misschien Boekhouden proberen, en als dat niet lukt, is er altijd de vuilbak van Kantoor”.

    Niet meer één waterval, maar vijf watervallen met daarin nog eens allemaal aparte watervalletjes. En in het katholiek onderwijs in elke klas nog een waterval erbij: “Ja, sorry hoor Emilie, dit is voor beheersingsniveau 3 en hoger. Jij bent maar niveau 4.”

    Tenzij er natuurlijk hard gewerkt wordt aan het opwaarderen van al die richtingen, en aan bijkomende krachten voor zwakkere en sterkere leerlignen — oh, maar kon dat eigenlijk niet gewoon nu al?

    En dan het angeltje van “dat continuüm wordt idealiter in dezelfde school aangeboden”: dus elke school moet alle richtingen kunnen geven die technische en beroeps en kunst nu doen? Overal ateliers bijbouwen, dus? Met welk geld, Pascal Smet, zeg het eens?  

    Nee, uiteraard niet. Niet elke school zal alles kunnen doen. Er zullen scholen zijn die vooral de “eerder abstracte richtingen” zullen doen, en andere de “eerder praktische richtingen” — in de praktijk dus, hetzelfde als nu.  

    Behalve dan voor kinderen die al snel weten wat ze willen doen. Daar gaan ze nu iets doen dat in zowat alle plaatsen waar het geprobeerd is, niét gewerkt heeft.

    Dat van die kloof tussen de beste en de slechtste: ja, inderdaad, door de beste naar beneden te halen, wordt die kloof kleiner. Maar dat kan toch niet de bedoeling zijn?  

    Zoals Pierre Vinck, de directeur van de school van onze kinderen, zegt:

    (…) is het niet vreemd, dat het tegenwoordig  not done  is nog voor een intellectuele elite op te komen? Kinderen die uitblinken in sport of kunst, krijgen speciale regimes. Die worden langs alle kanten gestimuleerd. Maar kinderen die excelleren op intellectueel vlak, mogen opgeofferd worden in de dictatuur van het gelijkekansenonderwijs.

    Met wat geluk blijft Zelie gespaard van de miserie (alhoewel, de hervormingen in de lagere school waren ook al redelijk knudde), maar ik vrees ervoor dat het voor Louis, Jan en Anna pech zal zijn.  

  • Ha ja

    De werken hebben een paar dagen stil gelegen wegens weekend en Pinksteren. Vandaag, voor zover ik zie:

    Voorbereidselen voor plafond en balkverberging

    Latjes rond de twee halve balken, om ze morgen vermoed ik proper weg te steken achter één alsoffe balk. En latjes waar de kasten –tegen de muur gaan komen, en waar in de buurt indirecte verlichting komt.

    En vooral:

    Bekiste moerbalk

    Een bekisting rond het einde van de kapotte moerbalk. Even ongerustheid dat het allemaal lelijk zou zijn, maar ’t schijnt is het maar een klein eindje van de epoxy die zichtbaar zal zijn, eens dat de bekisting weg is en de muur geplamuurd en het nieuw plafond erin.

    Nu zit in het gat in de muur dus een paar kilo epoxy en zand en alles op te stijven rond een aantal tigen (had ik al gezegd dat het over mijn opstijvend lijk is dat ik dat “draadstangen” noem?).

    Wat er in de moerbalk, is niet meer zichtbaar. Wat er in de valk van het dak zit, wel:

    Overzicht van kapotte kappoot met tige

    Gezien? Dat blinkend stuk in de gapende leegte die de onderkant van de balk is? Dat is nu eens het stuk metaal dat in het midden van de toekomstige epoxy zal zitten.

    Van de voorkant gezien, vanop de kamer van Louis en Jan:

    Tige in kappoot

    Close-up van de overgang naar de moerbalk, waar de epoxy zacht huilt:

    Tige, detail

    Morgen meer!

  • Tarantino

    Huh.

    It’s well known that all of Tarantino’s films take place in the same universe – this is established by the fact that Mr. Blonde and Vince Vega are brothers, everybody smokes Red Apple cigarettes, Mr. White worked with Alabama from True Romance, etc.

    As it turns out, Donny Donowitz, ‘The Bear Jew’, is the father of movie producer Lee Donowitz from True Romance – which means that, in Tarantino’s universe, everybody grew up learning about how a bunch of commando Jews machine gunned Hitler to death in a burning movie theater, as opposed to quietly killing himself in a bunker.

    Because World War 2 ended in a movie theater, everybody lends greater significance to pop culture, hence why seemingly everybody has Abed-level knowledge of movies and TV. Likewise, because America won World War 2 in one concentrated act of hyperviolent slaughter, Americans as a whole are more desensitized to that sort of thing. Hence why Butch is unfazed by killing two people, Mr. White and Mr. Pink take a pragmatic approach to killing in their line of work, Esmerelda the cab driver is obsessed with death, etc.

    You can extrapolate this further when you realize that Tarantino’s movies are technically two universes – he’s gone on record as saying that Kill Bill and From Dusk ‘Til Dawn take place in a ‘movie movie universe’; that is, they’re movies that characters from the Pulp Fiction, Reservoir Dogs, True Romance, and Death Proof universe would go to see in theaters. (Kill Bill, after all, is basically Fox Force Five, right on down to Mia Wallace playing the title role.)

    What immediately springs to mind about Kill Bill and From Dusk ‘Til Dawn? That they’re crazy violent, even by Tarantino standards. These are the movies produced in a world where America’s crowning victory was locking a bunch of people in a movie theater and blowing it to bits – and keep in mind, Lee Donowitz, son of one of the people on the suicide mission to kill Hitler, is a very successful movie producer.

    Basically, it turns every Tarantino movie into alternate reality sci fi. [via]

    Euh ja:

    Blown

  • Chartjunk

    Het schemerde voor mijn ogen.  

    Ik keek naar het kaartje en ik keek en ik keek, en ik wou er iets van maken, maar dat lukte niet, en mijn hersenen draaiden rond en rond, en ik kreeg opvliegers van de zenuwen.  

    Bruno schreef iets over Twitter. De conclusie (Bron: Peeters, Bruno, “Twitter in België“. B.V.L.G., 29 mei 2012) was:  

    Twitter in België is dus een voornamelijk Vlaams & Brussels gegeven, Wallonië loopt duidelijk achter.

    Kijk, ik ga de cijfers niet afstrijden. De conclusie zal wel juist zijn, al weet Bruno ongetwijfeld zelf dat er ernstige vragen kunnen gesteld worden over de exacte cijfers (100.000 accounts onderzocht van de geen mens weet hoeveel er eigenlijk zijn; 40% van die 100.000 niet op een regio terug te brengen; de Gentenaar die in één van die stapels en stapels overheidsdingen en banken en verzekeringen in Brussel werkt: zet die Brussel of Gent?).

    Nee, waar ik de kriebels van kreeg was dit:

    Verdeling tweeps in BE

    Okay. Ten eerste, de titel. “Verdeling van de 100.000 Belgische twitteraars”, terwijl in de tekst erboven staat “onderstaande grafiek die gebaseerd is op 63.000 Belgische Twitter profielen”. En waren dat nu ook weer de actieve twitteraars, of allemaal? En hoe waren die ook alweer gekozen?  

    Ten tweede: natuurlijk  dat er onder die 63.000 man meer mensen uit Oost-Vlaanderen zullen komen dan uit Luxemburg. In Oost-Vlaanderen leven 13% van alle Belgen, in Luxemburg 2%. De top vier blijft Brussel – Antwerpen – Oost-Vlaanderen – West-Vlaanderen, maar daarna verandert het: de volgorde op zuivere aantallen is Vlaams-Brabant – Limburg – Luik – Henegouwen – Namen – Waals-Brabant – Luxemburg; de volgorde rekening houdend met bevolking wordt  Limburg – Vlaams-Brabant – Waals-Brabant – Luik – Namen – Luxemburg – Henegouwen. Details, ja, maar toch.  

    Ten derde: de kleuren.  DE KLEUREN!!!  Waar slaan die op? Mijn hersenen bleven draaien: rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo-violet, aargh neen, ’t is paars-fuchsia-rood-oranjerood-oranjegeel-lichtgroen-donkergroen-donkerblauw-lichtblauw-donkerpaarsblauw.  Neen, ’t is dat niet. Dat  kan  de volgorde niet zijn! Nee wacht! Waar zit de volgorde? Er is er geen! In het lijstje staan de provincies op volgorde van procent, maar  de kleuren zijn verkeerd!  Ze moeten in een andere volgorde staan! Aaargh!

    En waarom wit op lichtgeel? En in de legende, waarom de kleuren herhalen? En waarom al de procenten in de legend nog  bleker maken? Serieus: mijn hersenen hebben er mij ondertussen van overtuigd dat die kleuren er alleen maar staan speciaal om mij zot  te maken.  

    In de rapte, met aangepaste kleuren, als er dan toch een kaart moet zijn met kleuren:

    Twitteraars

    (De lijnen zijn mij te dik en te donker, en ik zou nog eens moeten nadenken over labels en zo, maar ’t was mij om de kleuren te doen.)

    En als er dan toch cijfers zouden moeten gegeven worden, dan zou ik een tabelletje doen. Iets in deze zin, maar dan proper gelayout:


    Tabel 1. Verdeling van 63.000 eenduidig geografisch identifeerbare Belgen op Twitter

    Brussels Hoofdstedelijk Gewest     27,0%
    Provincie Antwerpen 21,0%
    Provincie Oost-Vlaanderen 16,0%
    Provincie West-Vlaanderen 10,0%
    Provincie Vlaams-Brabant 8,0%
    Provincie Limburg 7,0%
    Provincie Luik 4,4%
    Provincie Henegouwen 2,8%
    Provincie Namen 1,7%
    Provincie Waals-Brabant 1,6%
    Provincie Luxemburg 0,6%


    Tabel 2. Twitteraars per duizend inwoners (op basis tabel 1):

    Brussels Hoofdstedelijk Gewest     148
    Provincie Antwerpen 79
    Provincie Oost-Vlaanderen 73
    Provincie West-Vlaanderen 56
    Provincie Limburg 55
    Provincie Vlaams-Brabant 49
    Provincie Waals-Brabant 27
    Provincie Luik 26
    Provincie Namen 23
    Provincie Luxemburg 14
    Provincie Henegouwen 14

    Gho, en als er dan toch dramatische grafieken met overbodige grafische elementen bij moeten, dan zou ik iets in deze zin forceren:


    Grafiek A. Verdeling van 63.000 eenduidig geografisch identifeerbare Belgen op Twitter

    Procenten sm

     

    Ha, ha, kijk naar die Walemannen, zo weinig dat die productief zijn op Twitter!  

  • Voetbal met drie

    De kinders waren voetbal aan het spelen op straat, met drie of vier, verwarrend als meestal, met spelregels die niet ver van Calvinball lagen.  

    En dan dacht ik: wat als er drie  ploegen zouden zijn in een voetbalmatch? Op een aangepast veld? Met twee ballen en twee scheidsrechters en drie lijnrechters?  

    Voetbalveld 3

    En dan moeten er tactieken bedacht worden, waarbij er misschien ad hoc kan afgesproken worden om met twee ploegen een derde aan te vallen, en moet de ploeg in twee of drie of misschien wel meer gedeeld worden. Misschien is elf man dan wel te weinig, alhoewel, ze lopen mekaar anders voor de voeten?

  • Links van 16 mei 2012 tot 29 mei 2012

    Système D
    You can tell you've got your competitors rattled when they start producing knocking copy about you. It's a testament to the success of OpenStreetMap that TomTom, the troubled, declining manufacturer of satnavs (PNDs) and geodata vendor, has published a rather cynical example of FUD about "open-source maps".

    reddit, I’ve answered a lot your questions about being deaf, and I’d like you to return the favor. I have some questions about hearing. (Also, you can AMA about deafness) : AskReddit
    I've been deaf since birth and there are lot of "sound words" that I read a lot but don't really know what they mean, and dictionary definitions often just refer to other sound words. It's never mattered to me before, but now I'm trying to write a novel with one hearing narrator and every time I use a sound word I'm not sure I'm using it right. I posted awhile ago to [1] /r/writing about "scream", "shout" and "yell" but I've generated a list of questions so I thought I should take it to a larger audience.

    After the UK Government fails to comply with the EU Cookie Directive, the ICO announces that there will be no fines for non-compliance… via reddit.com
    Websites won't risk a fine by failing to meet new cookie rules, the Information Commissioner's Office has said.

    Cassini Images Bizarre Hexagon on Saturn – NASA Jet Propulsion Laboratory
    "This is a very strange feature, lying in a precise geometric fashion with six nearly equally straight sides," said Kevin Baines, atmospheric expert and member of Cassini's visual and infrared mapping spectrometer team at NASA's Jet Propulsion Laboratory, Pasadena, Calif. "We've never seen anything like this on any other planet. Indeed, Saturn's thick atmosphere where circularly-shaped waves and convective cells dominate is perhaps the last place you'd expect to see such a six-sided geometric figure, yet there it is."

    How Yahoo Killed Flickr and Lost the Internet via reddit.com
    This is the story of a wonderful idea. Something that had never been done before, a moment of change that shaped the Internet we know today. This is the story of Flickr. And how Yahoo bought it and murdered it and screwed itself out of relevance along the way.

  • België toen ik jong was

    Teruggevonden op een gekopieerde CD van een computer van een Jaz-disk van een 3.5 inch disketje van een 5.25 inch diskette:  ik moest blijkbaar ooit eens een uitleg doen hoe dat nu zat met België (voor een Franstalig publiek, duidelijk).  

    Het moet nét na de staatshervorming van 1993 geweest zijn, bijna twintig jaar geleden. Geen spoor van BHV, toen. En bijna aandoenlijk optimisme.  

     

    On Belgian Constitutional Law  

    Mesdames, messieurs.

    Ne vous inquiétez pas, je n’ai pas l’intention de vous ennuyer avec un article technique sur les différentes réformes de la constitution belge. Nonnonnon, c’est bien plus marrant que ça. Vous verrez.

    La Belgique existe depuis 1830. C’était un des premiers pays sur le continent à avoir une constitution “libérale”. C’est à dire que, en réaction contre la plus ou moins oppression de Guillaume Ier [leçon 1: il n’y a que du “plus ou moins” et des “à peu près” en Belgique], les libéraux et les catholiques ont bricolé une constitution des plus compactes et élégantes, avec plein de libertés (de presse! d’éducation! de religion! de langue!), avec plein de séparation des pouvoirs et avec une bien solide monarchie parlementaire.

    D’ailleurs, la constitution belge à été copiée un peu partout, de l’Espagne en passant par la Grèce, l’Italie, la Bulgarie et autres Roumanie, Prusse, Pologne, Hongrie, voire même feu la Tchécoslovaquie.

    Avec tout ce qu’il y avait de bien et d’innovateur, la Constituante de 1831 avait quand même “oublié” deux choses [leçon 2: la volonté des politiciens n’a rien à voir avec la volonté du peuple, surtout pas en Belgique]. Pour commencer, le droit de vote était limité aux riches, et, beaucoup plus important, la Belgique était unitaire: il n’y avait pas de différence juridique entre Flamands et Wallons.

    Le droit de vote à été rendu universel au cours des années, mais le problème de Flamands et des Wallons n’a fait que se compliquer. Et c’est cela que j’aimerai bien vous illustrer aujourd’hui.

    Je vous épargne l’histoire des réformes constitutionnelles [leçon 3: chaque réforme en Belgique est toujours “la dernière, promis juré”], et je préfère vous montrer le résultat des réformes de 1893, 1921, 1970, 1980, 1988 et 1993.

    Parce que, vous voyez, la Belgique est devenue un pays fédéral. Il y a, en effet, trois communautés: la Française, la Flamande et l’Allemande. Il y a aussi trois régions: la région Wallonne, la région Flamande et la région Bruxelles-Capitale. Un exemple, tout en mathématique, vous comprendrez:

    Communauté Française = région Wallonne – région Allemande + Bruxelles (simple non?)

    Chaque communauté et région à son propre gouvernement (“exécutive”) et son propre parlement (“conseil”):

    conseil région Wallonne = membres du Parlement national qui sont Wallons et qui habitent n’importe où + membres du Parlement national qui parlent Allemand + Membres du Parlement bilingues qui habitent à Bruxelles et qui ont prêté serment en Français

    Il est peut-être intéressant de donner un exemple. L’agriculture est une matière régionale. Il y a trois régions. Il y a donc trois ministres de l’agriculture en Belgique. Quand il y a des négociations internationales, la Belgique vient à trois (peu importe que le ministre de l’agriculture de la Région Bruxelles-Capitale n’a qu’un [1, one] paysan dans toute sa région).

    Ce qui rend l’affaire bien plus intéressante, c’est que les lois (“décrets”) des six exécutives ont la même force qu’une loi du gouvernement fédéral. Eh oui, un décret de la communauté Flamande peut détruire une loi nationale. Tout comme, d’ailleurs, une ordonnance de la région Bruxelles-Capitale – ah oui, parce que toute les régions produisent des décrets, sauf celle-là.

    Mais de toute façon, il est clair qu’il faut un organe pour régler les conflits entre les différents nivaux de législation. Chez nous, c’est la cour d’Arbitrage qui s’occupe de ça. La Cour d’Arbitrage peut aussi juger la constitutionnalité de la législation.

    Enfin, la constitutionnalité, c’est beaucoup dire: la Cour ne va contrôler que les violations possibles des articles 6, 6bis et 17 de la constitution (les principes d’égalité, de non-discrimination et de liberté d’éducation).

    Ce n’est donc pas du tout comme aux Etats-Unis, où le juge à la possibilité du “judicial review”, c’est à dire qu’il peut dire qu’une loi transgresse la constitution. Sauf, j’oubliais presque, pour les ordonnances Bruxelloises, dont tout juge peut juger la constitutionnalité (et même à tous les articles). Sauf naturellement les ordonnances bipersonelles, qui sont des ordonnances que la région Bruxelles-Capitale prend en vertu d’une délégation de pouvoirs des communautés Flamandes et Francophones aux Chambres Réunies de la Commission Communautaire Commune (pas sur du terme, en Néerlandais ça s’appelle la “Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie”, si c’est pas beau ça on vous demande).

    Mais je me perds dans les détails. Je vous entends demander qui à, tout au juste, la compétence résiduaire.

    Aux Etats-Unis, en Suisse, en RFA, c’est tellement facile: il y avait d’abord les états, les cantons ou les Länder, et puis une fédération s’est formée aux alentours du 18ième ou 19ième. En Belgique, hélas peut-être, il y avait d’abord un pays unitaire, et ce n’est que depuis quelques dizaines d’années qu’on peut parler “d’états dans l’état”.

    Ce qui fait que – crotte! – c’était l’état Belge qui avait le pouvoir résiduaire. “Était” et “avait”, oui. Parce que maintenant – flûte! – avec la plus récente réforme de l’état (celle du 5 mai 1993, très amusant pour les examens) on a donné le pouvoir résiduaire aux communautés et aux régions. À la bonne heure! Cinq ou plus de gouvernements qui détiennent “tous les pouvoirs qui n’ont pas été donné explicitement à quelqu’un d’autre”. La joie!

    Et il y a pire: prenons par exemple un petit hôtel de famille aux Ardennes, ben pourquoi pas à Nadrin tiens. Le tourisme est une affaire régionale, c’est bien clair. Le permis d’exploitation, par contre, il faut aller le chercher chez les institutions fédérales. Et le statut des employés est réglé par la communauté. Amusant, non?

    Je vous en passe et des meilleures, mais si tout cela semble bien ridicule, on ne peut pas oublier quelle situation délicate se produit en Belgique. Il y a deux communautés linguistiques, comme au Canada. Il y a en même temps une différence politique: la Flandre est plus centriste; la Wallonie plus socialiste. La Wallonie était économiquement beaucoup plus fort que la Flandre, les dernières 50 ans les positions se sont inversées. La Wallonie est nettement plus rurale que la Flandre plus urbanisée. Les Wallons insistent sur le développement des régions, la Flandre sur celle des communautés.

    Bref, il s’agit bien de deux peuples dans un pays. On n’a qu’à regarder d’autres pays où c’est le cas pour voir que la Belgique, même si on rit parfois de ses complexités et des conséquences plus ou moins ridicules de ses réformes de l’état (le paysan Bruxellois qui prend le café avec “son” ministre), est en chemin pour devenir une fois de plus un exemple.

    En effet, tout comme la constitution de 1830 était une constitution-modèle pour les nouveaux états libéraux et bourgeois en Europe Centrale et Orientale aux 19ième, le fédéralisme Belge montrera peut-être demain une solution paisible aux problèmes ethniques du Balkan et des républiques de l’ex-URSS.

  • De bijbel

    Modern bijbelonderzoek, dat is vele keren spannender dan gelijk welke Da Vinci Code of Baigent & Leigh-klaptrap.  

    Ik heb al een hele tijd een dagelijkse afspraak met Robert M. Price, en ik ben mij langzaam maar zeker om het het plezier wat te rekken) door een lijst van aangeraden boeken aan het werken.

    Dr. Price, of better, de mens die zijn om-de-dag-of-zo drie kwartier à anderhalf uur online zet, heeft er sinds een tijdje een intro aan gebreid. Hilarisch!

    Euh ja, voor een gegeven waarde van “hilarisch”, ik weet het. Maar toch.  

  • Gelukkige 90ste!

    Many happy returns.

    Of recenter:

  • Hey kijk nu, dat was vanavond. Ik had andere dingen aan mijn hoofd, haja.