Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Maand: juni 2009 (pagina 1 van 7)

De resultaten

…dat ik het niet vergeet: de laatste schooldag.

Zelie en Louis alletwee zeer goede punten; respectievelijk naar het vijfde en het derde leerjaar.

 Anna, na overleg, gaat naar de tweede kleuterklas. Als het niet zou blijken te lukken, kan ze opnieuw in het eerste terecht: ze zitten toch in hetzelfde gebouwtje met die twee klasjes.

De juffen hebben daarentegen met spijt afscheid genomen van Jan, die gaat naar het derde kleuterklasje en dat is in een ander gebouw.

Ik was op allemaal trots, natuurlijk, maar zeker op Louis: die heeft na veel moeite en tranen en wanhoop alsnog 98/100 gehaald voor zijn hoofdrekenen.

En dan is het nu vakantie.

Eerst nog een paar weken werken, en dan zelf vakantie. Ik kan het moeilijk geloven, en ik weet niet goed wat er mee gedaan. 

Overslapen

Passend dat het op de laatste schooldag gebeurt: ik heb mij overslapen.

Dat kan normaal gezien niet, met al die kinderen, en al de dingn die moeten gebeuren ‘s morgens. Maar vandaag dus blijkbaar wel, want vandaag was een speciaal geval: Sandra moest er extra-vroeg uit om naar Brussel te gaan, en er was een babysit besteld om de kinderen naar school te doen want ik moet ook vroeger dan de kinderen weg om naar het werk te gaan.

Vannamiddag ging ik vroeger naar huis komen om mee de eindejaarshistories met de kinderen geregeld te krijgen, en ik denk dat Sandra ervan uitgegaan is dat ik de hele dag thuis zou blijven. Wat dus niet het geval was: ik had een belangrijke meeting deze morgen in Brussel.

Ik werd wakker van het alarm van die meeting op de telefoon. En dan was het te laat, natuurlijk.

Shit.

Wikipedia doet het weer

Het deed al een tijdje de ronde op de mailinglijsten van (en.)Wikipedia, maar kijk, nu staat het ook in de gazet:

Wikipédia prié de taire le rapt du reporter du NY Times

Le New York Times a collaboré avec Wikipédia pour que la nouvelle de l’enlèvement en Afghanistan d’un des journalistes du quotidien ne soit pas rendue publique sur l’encyclopédie en ligne.

Het verhaal: David Rohde wordt gekidnapt door de Taliban. Zijn artikel op wikipedia wordt redelijk snel aangepast, door collega Michael Moss, om te tonen dat hij een vriend van de moslims is, een mens weet nooit dat de Taliban niet weten wie ze te stekken hebben en dat ze op zoek gaan op Wikipedia.

De dag na die aanpassing, voegt iemand informatie over zijn ontvoering toe. Zoals het hoort: met een bron erbij, van een onafhankelijk Afgaans persagentschap.

Minder dan anderhalf uur later verwijdert Moss het toegevoegde zinnetje over de kidnapping. Iets later wordt het weer teruggezet.

En dan gebeurt het: zes minuten na dat terugzetten, smijt Wizardman, zo’n editor met meer barnstars dan men een kat naar kan zwaaien, de edit weer weg. Met de boodschap “Pajhwok doesn’t appear to be reliable”.

De dood van elke discussie op Wikipedia: de bron is niet betrouwbaar. Wat is een betrouwbare bron? Oh, er is natuurlijk WP:RS dat richtlijnen geeft tot iedereen blauw in het gezicht is, en dan kan er nog doorverwezen worden naar WP:V, en for good measure is er nog de hele rimram van WP:N en al zijn myriades van onderverdelingen en mierenneukregels (tot porno-acteurs toe, de WP:PORNSTAR dat ze zeggen).

Er zijn al die dingen, maar uiteindelijk komt het erop neer dat als ergens een editor in good standing zégt dat een bron niet betrouwbaar is, dat die bron tot glashard, staalhard bewijs van het tegendeel niet geloofwaardig is.

Dat is niet noodzakelijk slechte regel.

Maar het staat of valt wel met WP:AGF — assume good faith, ga ervan uit dat iedereen van goeie wil is.

En dat is dus hier manifest niet het geval. Keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer op keer werd die (juiste) informatie uit het artikel geweerd.

Op verschillende gronden: eerst is de bron niet betrouwbaar; wordt er een bron toegevoegd dan wordt de eerste bron verwijderd en de tweede meteen erna ook omdat het adres “typepad.com” bevat (en aangezien natuurlijk niets betrouwbaars ooit kan komen van een weblog, ongeacht van wie dat weblog is of waarover het weblog schrijft); daarna wordt het artikel “beschermd”, ‘t is te zeggen dat alleen administrators het kunnen editeren. Daarna verloopt die bescherming en wordt de persoon die dezelfde informatie weer toevoegt “excessief vandalisme” verweten (zie WP, wat dacht u, :VAN).

Als er uiteindelijk vier verschillende bronnen toegevoegd worden voor de kidnapping, wordt de informatie geweerd op basis van niet alleen WP:RS (“reliable sources”), maar ook nog eens WP:BLP.

Ah, WP:BLP, “Biographies of Living Persons”: de duizendkilogorilla om om  het even wat op Wikipedia onmogelijk te maken.

Kijk maar: een derde voegt de informatie nog eens toe (“added report of possible kidnapping in Afghanistan”, met bron), minder dan een dag na de laatste verwijdering van het ding met vier bronnen. Reactie: “remove addition of inadaquately sourced information. this is a blp and we multiple [sic] *reliable* sources”.

En hop, weer beschermd:

Protected David S. Rohde: per the previous protections. continued additions of unsourced/poorly sourced material. this is a blp and such must be avoided.

Het argument, blijkbaar, was dat die kidnap-informatie er absoluut niet in mocht staan, in Wikipedia, omdat anders de “waarde” van de journalist teveel zou stijgen.

Idioten.

Al wie Wikipedia kan gebruiken, kon in de page history gaan kijken, en zou meteen gezien hebben dat er iets niet pluis was.

Dit staat er bij die laatste blokkering:

see OTRS Ticket:2008111310026387 for further details

 …dat is 99 kansen op 100 een teken dat er confidentiële informatie bij de zaak betrokken is — zie WP:OTRS.

En ja hoor. Kijk maar op 20 juni 2009, als niemand minder dan Jimbo “handengezwaai ik ben niét de baas handengezwaai” Wales de bescherming weer afzet, met de lakonieke mededeling

Changed protection level for “David S. Rohde”: http://www.nytimes.com/2009/06/21/world/asia/21talibancnd.html?_r=2&hp

De eerstvolgende edit, nauwelijks een half uur later, door dezelfde editor als in november, voegt de kidnapinformatie opnieuw toe (die er al in november in stond), plus de vermelding dat de journalist ontsnapt is. Bron: Fox News. Edit summary:

Is this enough proof you fucking retards? I was right. You were WRONG.

Het kan mij dus geen knijt schelen dat het artikel beschermd werd, of dat er edits verwijderd werden.

Het kan me wél schelen dat dat op hypocriete manier gebeurde via WP:RS en WP:BLP. Had dan meteen gezegd dat het om OTRS-redenen was, maar nee: drama, drama, drama.

Godgeklaagd. Doe het dan meteen goed: onder de radar, en niet in het publiek.

Marginaal

Het was in orde: vier potzwarte kinderen te voet door heel Gent meesleuren–Savaanstraat Verdedigingsstraat Sint-Katelijnestraat.

En kijken dat de mensen deden.

Vooral naar Anna, had ik de indruk: de zwartste van de hoop.

Del.icio.us op 29 juni 2009

iPhone

Het is wat haat-liefde, te mijnent, de relatie met Apple. Ik heb al van in de jaren 1980 een hartsgrondige hekel aan de fanbois, maar heb ik ook al van in de jaren 1980 ongelooflijk veel plezier beleefd aan verschillende Apple-producten;

Ik heb een Apple IIe, ik heb ooit een tijd een Mac SE30 gehad, ik heb een hele tijd gewerkt op Macs voor het werk, ik ben lang verliefd geweest op Hypercard, ik heb de beste herinneringen aan Fool’s Errand en Dark Castle.

Allemaal dingen van een eeuwigheid geleden, ik weet het. Ik heb op dit moment geen enkele behoefte aan een Mac. Niet dat ik er geen zou willen, maar wel dat ik geen zin heb in de extra investering. In software, dan.

Ik had sinds een tijd zo’n iPod Touch, en ik gebruikte dat ding elke dag. Elke individuele dag: video bekijken, spelletjes spelen, audioboeken en muziek beluisteren, op het internet opzoeken als er een draadloos in de buurt was.

Naast mijn iPod had ik al een jaar of drie denk ik een Nokia N95. Uitstekende telefoon, goeie GPS, machtig goeie camera voor een telefoon, snel genoeg, connectiviteit fantastisch—draadloos, 3G, telefoon als hotspot.

Een iPhone zag ik niet zitten: een telefoon die veel (en véél) minder dingen kon dan mijn N95, en ik had al zo’n iTouch.

…tot nu, dus: ik heb er mij één gekocht, een iPhone 3G S.

Ik denk niet dat ik al ooit zo content geweest ben van een stuk electronisch gereedschap.

Morgen meer.

Del.icio.us op 28 juni 2009

Lazyweb ter hulp: Russische vertaling

Hulp! Vertaling gezocht!

Dit is een afschrift van het overlijdensattest van een overleden familielid in het Russische — de man is in 1992 overleden in het schilderachtige Krasnoyarsk, derdegrootste stad van Siberië — maar Russisch handschrift is zo ontieglijk moeilijk te lezen mijnheer.

russisch

Iemand een idee van vertaling? Eeuwige dankbaarheid zal uw deel zijn!

Wordt u ook wat oud?

Dit is tien jaar oud:

En deze is van twintig!! jaar geleden:

 

Een fimpje uit 1912

Het zijn dingen als dit die me doen hopen dat de Rechtvaardige Rechters nog gaan teruggevonden worden:

Serieus.

Del.icio.us op 27 juni 2009

  • Heart of Darkness revisited: per kajak dwars door Congo — Twee maanden lang en 1.700 kilometer ver peddelde avonturier-journalist Marc Hoogsteyns in een kajak door het hart van Congo. Hij is net terug uit de brousse, en wat hij daar zag, heeft hem diep geraakt: een volk dat totaal aan zijn lot wordt overgelaten en geen kant meer uit kan.
  • Avigdor Lieberman, the new Israeli foreign minister, emigrated from the former Soviet Union years ago. He recently returned to Russia, receiving a "notably warm reception" from Putin's government, which has displayed, we are told, none of the Obama team's "squeamishness" on Israel's hard line.

    Russia, as we've known for a long time, wants to be seen as a serious great power in the Middle East.

    Lieberman is romancing the Russians like no Israeli official before.

    (tags: israel)
  • JUST after Iran’s rigged elections last week, with hundreds of thousands of protesters taking to the streets, it looked as if a new revolution was in the offing. Five days later, the uprising is little more than a symbolic protest, crushed by the elite Iranian Revolutionary Guard Corps. Meanwhile, the real revolution has gone unnoticed: the guard has effected a silent coup d’état.

Vierentwintig uur magazine

Ha. Vierentwintig uur voor één magazine? Pfuh, kinderspel.

Met computers en digitale camera’s en netwerken en internet? Kan het nog eenvoudiger?

Nee, dán vijftien jaar geleden: European Youth Parliament. Telkens een week aan een stuk elke dag een krant, met twaalf leerlingen van 17 jaar uit twaalf verschillende landen. Interviews, foto’s, reportages, en dan eindredactie, opmaak, en publicatie. Met computers als we geluk hadden, zonder als we geen geluk hadden.

In 1989 in Fontainebleau —ik deed toen geen redactie— herinner ik me dat de hele redactieruimte op één stopcontact zat, en dat het twee keer gebeurd was dat alles weg was. Artikels werden in strookjes gemaakt, uitgeprint en dan met knippen en plakken tot een foldertje van twee pagina’s gemaakt. Er waren er op een week tijd twee.

In 1990 was ik, als ex-mededoener, naar zo’n tweedaagse preselectie in Brussel uitgenodigd (samen met dendezen, trouwens). De “commissieleden” deden mee aan een debat, ik kreeg er een man of zes, die “journalist” zouden zijn als ze geselecteerd werden, en die dus tijdens de preselectie niets te doen hadden.

Ik had mijn computer mee. Daarop stond WordPerfect, en met die ene computer, zes man en veel enthousiasme maakten we op twee dagen twee krantjes. Geprint en gefotokopieerd op de meest geavanceerde fotokopiemachines ter wereld toen, denk ik, in de kelders van het Europees Parlement.

Ze waren onder de indruk, blijkbaar, van wat kon op zo korte tijd, en ik mocht terugkomen om de redactie te doen “in het echt”.

In 1990 in Fontainebleau waren er allemaal Macs, zonder netwerk. Teksten werden geschreven in Word, opmaak gebeurde in PageMaker. De hemel. Op de achtergrond speelde muziek: ik had mijn hele CD-collectie meegenomen, en mijn ghettoblaster.

Een krantje per dag, 32 pagina’s op A5–formaat, geprint op een LaserWriter, gefotocopieerd, geniet en geplooid op de Xerox van het INSEAD. En dan halveliters gaan drinken in Fontainebleau.

In 1991 in Lissabon was er een hele redactieruimte voorzien met computers van IBM die, had men ons beloofd, in netwerk zaten. Dat bleek minder mee te vallen dan gedacht: WordStar (^KX ^KK ftw) was te moeilijk om aan mensen wijs te maken op een halve dag tijd; ik herinner me dan ook vooral veel zelf overtypen. Voor de opmaak was er in het bureau van de directeur van de dacht ik Europese school één computer die Pagemaker op Windows draaide.

Niet voor niets dat het ding frustraçao heette — schrijven in de voormiddag, typen ‘s avonds, opmaak ‘s nachts, printen en fotokopiëren. En dan tiki cocktails en uitgaan in Bairro Alto, arm in arm slenteren in een uitgestorven Lissabon, een uur of twee crashen in een geïmproviseerd veldbed achter een gordijn in de keuken van Rui, en herbeginnen om 8u ‘s morgens.

In 1990 (dacht ik) in Kronberg was het nog wat erger: de computers die Siemens had geleverd (avec Siemens ça marche, stond er vreemd genoeg in het Frans op, in hartje Duitsland) bleken niet te werken. Ik was er toen als, ha, observer, maar als ik het mij goed herinner waren het Patrick en ik die het krantje maakten: op typmachines en met de hand geschreven, opmaak met schaar en lijm.

Dag en nacht werken, dansen op Neue Deutsche Welle, zelfs al waren ze toen al jaren niet meer aan de orde: Extrabreit, Grauzone, Peter Schilling, Spider Murphy Gang, en dan Tequila Boom Booms met binnengesmokkelde Tequila en Tonic, tot we niet meer wisten waar we stonden.

Dat, dát waren magazines op 24 uur gemaakt. Twaalf wildvreemden die elkaar nog nooit gezien hadden, weinig of geen infrastructuur (en de beschikbare infrastructuur pas zien op de eerste dag dat we er waren), tegelijkertijd het nieuws maken, het nieuws verslaan, opinie geven, opmaken, én dan nog eens de fysieke dragers maken en verspreiden. En dat midden een druk sociaal programma.

Fontainebleau, Kronberg, Praag, Gent, Straatsburg, Lissabon, Luxemburg… gedurende een jaar of vijf, twee of drie keer per jaar een dikke week, waarin ik meer geleefd heb dan in de vijf jaar ervoor of de vijf jaar erna.

Ik kan u niet zeggen hoeveel ik er voor over zou hebben om het allemaal opnieuw te kunnen doen.

Nescafé

Zou dat in de echte wereld ook zo zijn, dat mensen dingen doen van reclame omdat de mannen van de reclameregie zo sympathiek zijn?

Ergens vorige week: of ze een pakje mochten sturen? Natuurlijk dat, ik krijg niet liever. Maar dat het pakje te groot zou zijn om in de boite te steken. Oh, stuur maar naar mijn werk dan, zei ik.

Waar het donderdag toekwam: twee koffietassen (over mijn dood lijk noem ik die dingen “koppen”), een pak Espresso, eentje Cappucino, en eentje Nescafé Frappé.

Ik ben geen koffiedrinker, maar Nescafé zit mij wel voor altijd in het hoofd: heel vroeger, in het midden van de jaren 1970 moet het geweest zijn, hadden mijn ouders dat altijd in huis, in van die grote glazen potten. Memories.

Gisteren mee thuisgekomen, met de buit, en Sandra was al direkt content met de tassen die erbij zaten (nooit genoeg van die dingen in huis). Dat er zelf van die dingen konden ontworpen worden, zei ik. Dat ze deze zo ook wel mooi vond, zei ze. (Bleek, toen ik net ging kijken, dat de Cup Designer bij Nescafé enkel om het designen van kartonnen bekertjes gaat, jammer. Er zit wel een wedstrijd aan vast, hoofdprijs twee vliegtuigtickets naar een bestemming naar keuze, en bij deze weten jullie dat ook — alles voor de mannen van de reclameregie, mevrouw meneer).

De unique selling proposition van Nescafé, dat het instant koffie is zonder moeite, is wel een beetje verloren gegaan natuurlijk: wij hebben hier een Senseo staan, en dat gaat nóg sneller dan Nescafé, wegens dat er geen water moet gekookt worden en opgegoten.

Zoals ik zei: ik ben geen koffiedrinker. Maar het ziét er wel lekker uit, op de verpakking. Ik heb me vanmorgen een Cappucino gemaakt bij wijze van eerste ding te drinken ‘s morgens na het wakker worden, en het moet gezegd: dat valt meer dan mee.

Koffie

Ze hebben iets alchemisch gedaan om daar echt melkschuim met echte chocoladesnippers bovenaan in te krijgen. Weird.

In de loop van de dag eens die Nescafé Frappé proberen, denk ik. (Al vraag ik me af wat het verschil zou zijn met een milkshake gemaakt met koffie-ijs. We shall see.)

Dankuwel mannen van de reclameregie! (En natuurlijk: dankuwel ook Nescafé.)

Riding through dust clouds and barren wastes

We zaten met vier rond een venster en een tafeltje, en we keken met drie zedig weg.

Ik deed mijn spiel van doen alsof ik slaap, de vrouw zonder nek las voor de derde keer pagina 64 van John Grisham’s Getuige, en de Commissiemeneer met de dansaertbril en stoppelbaard bleef stokken op het pragraafje “change management” in zijn rapport van een anonieme DG. 

Een man in wit hemd, die al op de trein zat sinds Brussel-Nationaal-Luchthaven, was aan de telefoon.

– We hebben twintig minuten vertraging.  Een kwartier tot twintig minuten. Twintig minuten. Nee, ik weet niet meer dan dat. Ik weet het niet. Ik kan niet meer zeggen dan dat. Ik ga het ook niet uitvinden hé.

Stilte in de trein. Een bromvlieg aan de andere kant van de lijn.  

– We staan nu stil buiten Brussel. Een kwartier, twintig minuten, ja. Twintig minuten. Ik heb mijn kaartje laten knippen en dan heb ik het gevraagd aan de conductrice, en die zei dat we binnen een kwartier of twintig minuten in Gent zouden zijn. Dat is wat ik zeg. Ik weet niet meer dan wat de conductrice mij gezegd heeft.

Drie mensen houden hun adem in. De bromvlieg aan de telefoon was een wesp geworden.

Door het gezoem heen, zuchtend: “ik zal wel een taxi nemen”. >klik<

Meneer op trein

“Godverdomme toch,” zei hij tegen het venster. Gelaten. Berustend bijna: hij had misschien gehoopt op beter, maar het niet echt verwacht. “Fuck hé.” 

Zijn zwartoranje SonyEricsson heeft op tien minuten tijd nog een keer of drie getrild. Hij heeft hem niet meer opgepakt.

Crisis beïnvloedt lonen niet, kopte de Metro. Ik denk niet dat de man in het witte hemd er echt wakker van lag.

Na een minuut of vijf roerloos door het venster te kijken stak hij zijn iPod-oortjes in. We hoorden met ons vier, of we dat nu wilden of niet, Bruce Dickinson op maximum volume. Handengewring.

Tijdens 22 Acacia Avenue zat een paardensprong stoeltjes verder de gelukkigste Amerikaan ter wereld zo breed te lachen dat hij zowat de hele trein vulde, terwijl wij gedrieën niet wisten waar gekeken. Zo rond het einde van Run to the Hills reden we Gent binnen.  

De telefoon.

– Ja. In Gent. Nu. Nú, zeg ik. Gent. Ja? En waar is de voorkant? …ja. Ja.  Kwestie van definitie van voorkant. Ja… ja. Ça va. Ja.

Hij raapte zijn boeltje bij elkaar, sleepte zich recht en slefte met iedereen mee naar buiten. Hij zag er niet zo blij uit terug in het land te zijn, de meneer met het witte hemd.

Del.icio.us op 25 juni 2009

Oudere berichten

© 2016 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑