• Een test voor een senior UX designer

    We zijn op zoek naar iemand om mij te vervangen, op mijn bijna-oud werk.

    Dat is niet evident, natuurlijk. Mensen vinden in het algemeen is al moeilijk, maar senior mensen vinden is nog wat moeilijker. Er zijn CV’s die bekeken worden, en dan een introducerend gesprek, en dan een tweede gesprek waar onder meer door projecten gegaan wordt en dieper doorgevraagd wordt, en dan is er op het einde een test.

    Ik ben geen fan van veel druk en nervositeit, als het op testen aankomt. Zo van die dingen van “hier, een opdracht, en begin er maar aan, en trek uw plan”: ik heb daar niet noodzakelijk een probleem mee, maar ik denk niet dat het de juiste soort test is om dat soort profiel mee te beoordelen.

    (Tussen haken: het is wel het soort test dat ik heb gedaan om aan de UGent te beginnen werken. De boodschap dat ik de baas van een bedrijf van 120 man geworden ben, een pak papier gekregen met memo’s en organogrammen en alles, en dan als opdracht: maak een presentatie voor de Raad van Bestuur met een situatieschets en plannen voor de korte en de lange termijn. Ik vond dat geestig hé, daar niet van, maar geen idee of er echt veel overlap was met mijn verwachte takenpakket.)

    En dus heb ik het volgende op poten gezet:

    • Ik heb een korte briefing van een pagina of twee geschreven. Een realistische briefing voor een nieuw project, met genoeg informatie om over te brainstormen.
    • We sturen die briefing de dag vóór de test door naar de kandidaat. Niet met de bedoeling dat die al iets klaar zou hebben tegen de volgende dag, maar wel om de dag van de test niet totaal uit de lucht te vallen.
    • Ik geef in die briefing meteen ook mee wat we gaan doen de dag erna:
      1. We brainstormen een uur of anderhalf uur. Hoe zouden we dit project aanpakken? Kunnen we eventueel al een paar hypotheses formuleren rond een eventuele oplossing? In die brainstorm spelen mijn collega en ik de rol van mededesigners en experten-van-de-klant.
      2. We verwachten van de kandidaat tegen het einde van de dag van de test een kort geschreven verslag, als was het een verslag voor de eindklant: wat hebben we gedaan, wat plannen we te doen, wat zijn de volgende stappen.

    Op die manier leren we (1) hoe de kandidaat in een groep werkt, of die initiatief neemt, de juiste vragen stelt, dingen kan schetsen, inzicht heeft in dingen en dat soort zaken, en (2) hoe de kandidaat schriftelijk communiceert.

    Het is namelijk bijna niet te bevatten hoe moeilijk dat ligt, schriftelijk communiceren, voor veel mensen. Ik heb het nog niet eens over gestructureerd en overtuigend schrijven, maar gewoon over schrijven zonder taalfouten.

    Afijn. Zeer binnenkort twee van dat soort testen. Hopelijk binnenkort meer.

  • Hoera België

    21 juli, tralala. Ik werd wakker met regen en ik dacht “yep, drache nationale”. Ik vond het bijna spijtig dat het niet stikheet was, nu ik een ventilator heb.

    Normaliter zou ik vrijdag een brugdag nemen, maar er zijn vergaderingen te doen, dus ’t zal niet gaan. Niet dat ik er hard mee inzit, ’t is niet alsof het enorm moeilijk of lastig werk is. Gewoon werk dat moet gedaan worden.

    En dan weekend, en dan nog een week.

  • Ventilator

    Met de warmte en alles heb ik dan alsnog een ventilator gekocht. Ik heb even overwogen om een verkoelend ding te kopen, maar dat zag er mij allemaal veel te veel hassle uit. Ik dacht ook even aan zo’n dure Dyson, maar het is een veel goedkopere (maar nog altijd dure) Duux Whisper geworden.

    Ik ben er content van: stevig, afstandsbediening, beweegt links en rechts en op en neer (eventueel tegelijk indien gevraagd), en fluisterstil.

    Meer moet daar niet over gezegd worden: ik overleef de warmte, zelfs bij 40 graden buiten, zonder veel problemen in huis. Niet teveel bewegen, de vensters dicht laten overdag en openzetten ’s nachts.

    Als het blijft duren met die hittegolven heel de tijd, gaan we misschien wel meer radikale maatregelen moeten treffen: luiken aan de vensters, of zo.

  • “Misschien wel de laatste keer”

    Dat is wat ik al meer dan een paar keer bedacht heb, deze week.

    Dat, en “fuck het wordt nu gelijk nog warmer”. Hier binnen in huis is het helemaal doenbaar tot de late namiddag — het was 24.5 graden rond een uur of halfvier terwijl het bij mijn collega met een moderner huis tien graden warmer was, en het op straat 39.5 graden was. Helaas: een huis dat langzaam opwarmt, is natuurlijk een huis dat ook uiteindelijk opwarmt. Het is nu 22u40 en mijn thermostaat binnen zegt dat het 28 graden is, bleh, terwijl het buiten nog altijd een beetje warmer is. Binnen een half uur is het weer kouder buiten en kunnen de vensters open.

    En morgen komt er een ventilator toe die ik gekocht heb op het interwebs wegens beu van in de warmte te zitten.

  • Twice more unto the breach

    Zozo, de laatste twee weken op mijn huidig werk gaan in.

    Ik heb voorlopig 28 meetings ingepland de volgende twee weken, maar dat gaan er ongetwijfeld dubbel zoveel worden.

    Het wordt langzaamaan loslaten ook — ik zie redelijk wat dingen waar ik eigenlijk graag iets anders zou zien, maar ce ne sont plus mes oignons, natuurlijk. Dat doet soms, wat zeg ik, meestal pijn.

    Zo van aaargh neen, maar dan ook van inademen, uitademen.

    Ik kijk er alvast naar uit om binnenkort een hele nieuwe set dingen te hebben waar ik mij over kan nerveus maken. 🙂

  • Een mysterieus mysterie, opgelost

    We waren op weg naar Oradour. We hadden net gegeten in Mably, Vichy voorbijgereden, en ergens vóór Montmarault zag ik in een flits terwijl we voorbij één van de stapels boerderijen reden, in het midden van het erf iets staan dat verdacht op een kerk leek.

    Geen tijd voor een foto, maar wel een mentale nota gemaakt, dat ik eens moest proberen te vinden wat het was.

    En nu ben ik thuis en kan ik dus zoeken. De weg naar Montmarault zorgvuldig afgegaan op Google Earth tot ik het zag. Het is een boerderij in de buurt van Fleuriel, in het midden van Frankrijk:

    Een gewone boerderij, en daar dan in het midden van de gebouwen iets dat er niet modern uitziet, en dat er niet als een stal of een opslagplaats of een ander gebouw uitziet, maar eerder als een kapel of een kerk.

    Zo ziet het eruit op Streetview — zeg nu zelf:

    Een heel klein beetje zoeken op het interwebs, en wat blijkt? Het is de kapel van Reugny, wellicht gebouwd op het einde van de jaren-1100 als onderdeel van een kleine priorij van Augustijnen. De priorij is ergens tussen 1565 en 1570 door de hugenoten vernield; de kapel is blijven staan en is tegenwoordig helemaal een ruïne, met bomen die door het dak groeien en scheuren in de muren, maar!

    In het begin van de 20ste eeuw waren de binnenmuren nog beschilderd, en vooral: er was een rijk gebeeldhouwd portaal.

    Dat portaal is in zijn geheel naar New York verscheept, en maakt nu deel uit van het fantastische Cloistersmuseum:

    Zeg nu zelf, hoe fantastisch is dit?

  • Thuis

    We zijn thuis.

    Den hof is nog in leven.

    De kat herkent mij.

    Het huis is niet leeggeroofd of in brand gestoken.

    Ik heb al in een comfortabele trekzetel gezeten met de kat op mijn schoot.

    Ik schrijf dit terwijl ik op een ander scherm naar een serie aan het kijken ben.

    Ik heb een ijsblokmachine en een literglas bij de hand.

    Ik ga straks in een goed bed kunnen slapen.

    Wie zijn die zotten die op vakantie gaan, eigenlijk?

  • Nog één keer slapen

    Die ene keer dat we nog moeten slapen voor we terugkeren naar België is in een wel zeer grappig huis:

    Het geboortehuis van Bernard Le Bouyer de Fontenelle, een van de gangmakers van de Verlichting in Frankrijk. Daarom alleen al is het wijs, maar kijk eens op de foto rechts: dat is het dus hé. Twee meter breed, misschien vijf of zes meter diep. Plaats voor een bibliotheekmeubeltje, een uitklapzetel, een uitklaptafel tegen de muur, een wasbak en een kookplaat met daaronder een koelkast, en dan een minuscuul badkamertjes met een WC, een wasbakje en een douche.

    Zeer gerieflijk en proper ingericht, pal in het centrum van Rouen, een ideale plaats om te blijven overnachten — als het u niet stoort dat er enorm veel lawaai is. Die garagedeur rechts is de deur naar een stuk of twintig denk ik appartementen en woonsten erachter, en de enige vensters in het huisje geven uit op die garage / doorgang. Wat wil zeggen dat we tot halfdrie om het denk ik kwartier wel mensen hadden die binenn en buiten kwamen, luid lawaai makend.

    Ah well.

    Behalve dat was Rouen zeer fijn. Ik heb er niet zoveel in rondgelopen als ik eigenlijk had moeten doen, maar de pijp was redelijk af, zo op het einde van die twee weken. We hebben het afgesloten op een terras op de markt, en dan in een restaurant dat qua naam — Hygge — Scandinavisch leek, maar dat vooral glutenvrij was. Zeer lekker ook.

    Zeer opvallend trouwens: van alle steden en plaatsen die we bezocht hebben, was Rouen de allereerste die echt lévend aanvoelde. Misschien is het omdat de vakantie net begonnen was, misschien omdat Rouen echt wel een grote stad is. In alle geval een aangename plaats.

  • Fontevraud

    Doel één van de reis, voor mij, was Radegonde — één van de twee machtigste en meest interessante vrouwen van Europa in de zesde eeuw. Doel twee was Eleonora van Aquitanië — ongetwijfeld dé machtigste en meest interessante vrouw van de twaalfde eeuw. Koningin van Frankrijk geweest en Koningin van Engeland; drie van haar zoons werden later ook koning, en onder haar kleinkinderen waren er daarnaast ook onder meer ook de koning van Jeruzalem, de keizer van het Latijnse Keizerrijk en de keizer van het Heilige Roomse Rijk.

    Haar lichaam ligt er al lang niet meer, maar haar grafsteen wel, in de abdij van Fontevraud.

    Het is confronterend, het verschil te zien tussen het Gravensteen en de kapel van de abdij — allebei ongeveer rond dezelfde periode gebouwd, maar het eerste gebouw een (we moeten dat toegeven) een rustiek donker provinciaal hol vergeleken met de ongelooflijke grootte, en ruimte, en lichtheid van het tweede.

    De abdij heeft (of eigenlijk de abdijen hebben, want er waren er eigenlijk tot vier op een bepaald moment) eeuwen van ups en downs gekend, tot het hele complex bij de Franse Revolutie openbaar verkocht is geweest. Eén van de abdijen is gewoon gebruikt als steengroeve en steen voor steen weggevoerd, een andere is meteen helemaal afgebroken, maar de rest heeft het geluk bij een ongeluk gehad om uiteindelijk als gevangenis gebruikt te worden. Tot begot in het jaar 1974. Daardoor zijn veel gebouwen weliswaar serieus verminkt, maar ook en vooral niét afgebroken.

    Na een intense periode van restauratie, is het hele domein nu echt prachtig, met tuinen en moestuinen en kruidtuinen, en massieve zalen en enorme ruimtes, en met zowaar een romaanse keuken, integraal met zes verschillende haarden met elk een schouw, en een volledig stenen dak.

    (Na tientallen jaren waar men vooral alle sporen van het gebruik als gevangenis wou weggommen — onder meer de massieve kapel die in verdiepingen werd opgedeeld, awoert — gaan er meer en meer stemmen op om ook het gebruik als gevangenis een plaats te geven in de beleving, en daar is nu al een voorzichtige aanzet met een paar zalen en een tentoonstelling met documentaires.)

    Nog een locatie die ik liever in de winter zou bezocht hebben wegens dat ik mij een mad dog dan wel een Englishman voelde, zo om 13u rondlopen met de zon loodrecht boven ons in een temperatuur van 36 °C, maar alla. Zeker de omweg, wat zeg ik, de reis waard.

  • Old age strikes again

    Wat ik zeker wist dat ik niet wou doen: Futuroscope. Okay dat het het tweedemeestbezochte pretparkachtig ding is in Frankrijk na Eurodisney, maar voor de dooie dood ga ik daar niet gaan rondlopen.

    Het ene ding dat we nog niet gezien hadden dat op mijn lijst stond van absoluut te ziene dingen, was een doopkapel uit de tijd tussen romeinen en merovingers: le baptistère Saint-Jean.

    Het ding ligt op iets meer dan een kilometer van waar we slapen, maar om er te geraken moesten we gelijk ook 600 meter in de hoogte afleggen: het is hier nogal op en neer in Poiters, namelijk.

    De kern van het gebouw is van de jaren 400, maar in de jaren 500 en 600 is er aan verbouwd, en wat we nu zien, is hoe het er in de jaren 1000 uitzag:

    Oorspronkelijk was het een gespecialiseerde ruimte om volwassenen te dopen, met een put in de grond waar via een leiding water in kwam, maar in de loop van de tijd is het gebouw uitgebreid, en uiteindelijk is het een kerk geworden, met de put in het midden gedempt.

    Normaal gezien had het gebouw al een aantal keer vernietigd geweest, maar op de één of andere reden heeft het die meer dan duizend jaar overleefd. Nu is het al bijna 140 jaar beheerd door de Société des antiquaires de l’Ouest, en we zullen het geweten hebben: het was de allereerste ruimte waar we moesten betalen om binnen te mogen.

    Niet veel geld, en het wel waard natuurlijk, maar toch het deed raar.

    Het interieur is, eum, raar. De doopput is weer open gemaakt, met een houten reconstructie van hoe hij er oorspronkelijk uitzag (de put is in de loop der eeuwen ook gebruikt om klokken in te gieten, de oorspronkelijke trappen zijn al eeuwen weg). De muren zijn blank met hier en daar muurschilderingen uit de elfde eeuw. In de vloer zitten hier en daar gaten met een venster in die een zicht geven op opgravingen van de 19de en 20ste eeuw. En voor de rest staat het volgestapeld met bovenkanten van merovingische sarcofagen.

    Daarna zijn we naar het museum gegaan dat er net naast ligt: een zeer fijn museum, zo bleek, met dingen van archeologie over oudheid tot nu, in een mooi decor en met overal degelijke uitleg en alles.

    Er was net een tentoonstelling van Camille Claudel, en ’t is toch wel ongelooflijk hoe getalenteerd zij was — die ene bronzen kop van de oude meid in hun huis, gemaakt als Claudel zeventien was — adembenemend. Er was ook een tentoonstelling over de Guerilla Girls, van feminismen: echt een museum naar mijn hart. Eclectisch maar toch ook niet. Content van.

    Daarna… kijk, er zijn veel dingen te doen in Poitiers hé, daar absoluut niet van. Er is ook zoiets als gewoon wat rondwandelen en eens op een terras zitten en dan weer rondwandelen. Dat is wat Sandra gedaan heeft.

    Ik ben naar huis gestrompeld en ineengezegen op het bed, alwaar ik de volgende paar uur doorgebracht heb al stilletjes snikkend. 🙂

    En ’s avonds hebben we samen naar RRR gekeken — zo werd het alsnog een fijne afsluiting van de dag!

  • Opdracht volbracht

    Ik heb vandaag in de kerk van de heilige Radegonde, met haar graf in zicht, dit laten afspelen:

    Vexilla regis prodeunt, geschreven door Venantius Fortunatus, vriend van Radegonde, en voor het eerst gezongen tijdens de processie waarbij een stuk van het Heilig Kruis naar Poitiers kwam, op 19 november 569. Radegonde had keizer Justinus II daarom gevraagd, namelijk.

    Ik vind dat dus magisch, zo dicht bij de geschiedenis zijn.

    De kerk zelf is modern — herbouwd in 1083 — maar de sarcofaag is wel degelijk waar Radegonde in 587 in begraven is.

    Verder vandaag ook het oudste glas-in-loodraam ter wereld gezien, een monster van 8.35 op 3.10 meter, dat precies te dateren is tussen 1161 en 1173.

    Veel schone dingen gezien, in Poitiers.

  • Ik ben eraan ontsnapt, haha

    We slapen in het huis van ene Xavier vanavond. Ik laat die mens weten dat we goed toegekomen zijn, hij schrijft terug dat hij ons zal verwelkomen. Ik probeer nog aan te voeren dat we wellicht boodschappen zullen aan het doen zijn, of misschien wel aan het wandelen, of iets in die zin.

    Ik had geen zin om Xavier te zien, namelijk, en Sandra was aan het boodschappen doen en niet thuis.

    Komt ze thuis, en geen vijf minuten later belt hij toch wel aan zeker?

    Sandra is naar beneden gegaan en heeft er verplicht zeker tien minuten mee moeten babbelen. Ik zat boven zo stil mogelijk te zijn in mijn peignoir.

    Je l’ai échappé belle, ha!

    Vanavond brood uit de oven met kaas en charcuterie, morgen oorlogsmisdaden gaan bekijken op een paar honderd meter van hier in Oradour sur Glane, en dan reizen we verder naar Poitiers.

    Vandaag was het voornamelijk van Marcollin naar hier geraken. Dat bleek toch een uur of negen te zijn, met wat stoppen en een afstapping in Montluçon.

    Ik had Montluçon gekozen omdat het ergens in het midden van de reis lag, en omdat ik op de interwebs las dat er een vijftiende-eeuws kasteel van de hertogen van Bourgondië stond. Wat ik niet had gelezen in het vluchtig bladeren, is dat het een bijzonder fijne middeleeuwse stadkern heeft. Met een kerkje dat in grote stukken nog van de 11de eeuw is:

    En achter/naast die kerk staat begot een hypermodern gebouw met metalen muren, dat blijkbaar het grootste instrumentenmuseum van Frankrijk is. (Het was gesloten vandaag, helaas.) Speciaal. Maar wel wijs.

    Het kasteel bevindt zich op helemaal bovenaan het dorp, aan één kant van een redelijk groot plein.Het is niet wat ik mij van voorgesteld had:

    De verklaring daarvoor is dat dit een redelijk ingrijpende reconstructie is, waarbij men in het begin van de 20ste eeuw die hele voorpartij met houten constructie heeft geplaatst op basis van — verzekerde de uitleg mij — zeer welingelichte bronnen, om het er te doen uitzien zoals het er vroeger uitzag.

    Spijtig dat het ook gesloten was, maar hey. Content het gezien te hebben. Montluçon: aangeraden. Maar misschien wel op een moment dat niet alles gesloten is. En binnen een paar jaar, als ze daar hersteld zijn van de COVID of de recessie of wat het ook is dat het hele middeleeuwse centrum meer dood dan levend deed lijken.

  • Farniente IV

    Een tweede dag van lezen onder de eik. Dingen die op mij gevallen zijn uit de boom of naar boven gekropen van op de grond: veel mieren (onder meer ook één reuzenmier), veel van die kleine zwarte spinnetjes, een stuk of tien komkommerspinnen (of misschien wel altijd dezelfde die terugkwam):

    En vier vijf keer in de loop van de dag deze kerel (of misschien waren het wel vier vijf verschillende):

    Chlorophorus glabromaculatus, zegt het internet mij. Un clyte poilu, heet het ding in het Fransoos, en ’t is één van de weinige keren dat er gelijk geen Nederlandstalige naam is (protip: “clyte poilu nederlands” geeft euh onverwachte resultaten op de Googles).

    Kijk, dit was mijn zitplek voor de dag:

    En het eten was uiteraard weer uitstekend. De laatste keer dat we hier eten, en de eerste keer dat ik erin geslaagd ben om alle gerecht te fotograferen, ha!

    Dé uitschieter van vandaag was het voorgerecht: gerookte zalmforel met verse kersen. Het klinkt zeer vreemd, het was ongelooflijk lekker.

    Morgen reizen we verder. Helaas.

  • Farniente III

    Alweer hetzelfde drukke programma, behalve dat ik mijn plaats aan de vijver heb verlaten en mij in een iets meer comfortabele zetel onder een eik heb gezet. Mijn rug wou niet meer meewerken op het houten bankje.

    De hele dag naar de stam van de eik gericht gezeten, en een boek gelezen. Veel meer dan dat moet het leven soms niet zijn.

    Oh en ’s avonds was er in plaats van het normale vijfgangenmenu (twee hapjes, voorgerecht, hoofdgerecht, dessert) een zevengangenmenu: extra voorgerecht, en extra kaas. En allemaal weer fantastisch lekker — we hebben hier al een stapel ideeën opgedaan om zelf klaar te maken. (Natuurlijk heb ik weer niet alles gefotografeerd, tss.)

  • Farniente II

    Het zag er heel even naar uit dat we misschien wel naar Lyon zouden gaan, maar dat bleek redelijk snel geen haalbaar plan: er was namelijk al voorzien dat ik de hele dag op een bankje aan de vijver naar de kikkers zou zitten kijken.

    Zoekplaatje voor de kleinsten onder ons, in dat verband: hier zitten tien kikkers op leliebladeren, kijk:

    Het is al iets beter gelukt om foto’s te nemen van het eten, maar toch nog altijd hoofdgerecht en dessert vergeten.

    Ongelooflijk lekkere burrata met een assortiment aan tomaten uit de eigen moestuin wel.