• Het moment dat een mens foert zegt

    Ik was bezig aan iets in Django. Dat doet in principe allemaal mooie dingen op hoog niveau en een mens moet zijn poten niet vuilmaken aan de database, een groot gemak mijnheer mevrouw.

    Maar op een bepaald punt loopt het in de soep met de snelheid en de efficiëntie, en op een bepaald moment  lukt het gewoon niet om een view samen te stellen met combinaties van .filter() en .exclude() en subqueries in allerlei stappen en dan gedoe met {% for %}-dingen in elkaar genest en groupers en gedoe op een template-pagina: ja, het werkt min of meer wel, maar het is oérend traag. En véél te complex.

    En dan geeft een mens het op, en wordt het gewoon

    lijst =  Dingen.objects.raw("""
      SELECT p.id, p.veld1, p.veld2, 
             r.veld1, r.veld2, a.veld2, c.veld1
      FROM tabel1  p 
           inner join tabel2  r on p.r_id=r.id
           inner join tabel3  b on p.id=b.p_id
           left outer join tabel4  a on p.id=a.p_id
           left outer join tabel5  c on p.id=c.p_id
      WHERE
           r.veld1< {0} and b.veld1 in ({1}) and
           p.veld3=0 and p.veld4=1 and
           (a.veld3=1 or a.id is null) and 
           (c.ctype='blah' or c.id is null) and 
           p.id not in (select p_id from tabel4
                        where veld1={0} or s_id=2)
      GROUP BY p.id
      ORDER BY r.veld1, r.veld2, p.veld2
      """.format(parameter1,parameter2))

    Jaja, ’t is niet zoals het zou moeten zijn, maar het is maar voor een rapport dat zeer zeer zelden moet lopen, en doet zó  een deugd om in de rapte  wat SQL bij elkaar te schrijven en dat het allemaal wérkt.

    Ik krijg er  bijna heimwee naar echt programmeren en echt databasegedoe door.

  • Het vliegt

    De Gentse Feesten zijn (bijna) voorbij. De Ronde van Frankrijk is  ook bijna voorbij. Juli ook.

    Morgen begint Jan zijn voetbaltraining weer. Volgende week gaat Anna op  zeilkamp, en  is Zelie monitor voor een moestuinkamp.

    Ik heb de afgelopen dagen een beetje geprogrammeerd, een beetje boeken gelezen, veel YouTubefilmpjes bekeken, en niet veel andere dingen gedaan.

    Een halve dag en een halve avond Gentse Feesten, en dan kon het wel weer. Dat, en het  ondertussen bijna traditionele bezoek (twee keer op twee jaar is een traditie,  nee?) van de mensen van Marimbondo, en  meer moest dat niet echt zijn.

    Oh, en ik heb na zes of zo maand rondlopen met een kapotte bril en na vijf maand of zo nadat een  nieuwe bril  van het internet toegekomen was, uiteindelijk besloten om zelf mijn oude bril uit elkaar te vijzen, en de glazen in de nieuwe bril te wurmen.

    All in all een goede week, dus.

  • Gelezen: Half a War

    Half-a-War-Final-HB…and another one down.

    Jaha: ’t is Abercrombie. Die niet in happy ends doet zonder bittere pillen en waar de wereld niet zwart-wit is.

    We zijn weer wat later, en er komt nog een nieuw personage bij, naast Yarvi, Thorn en Brand. Skara is het enige niet-vermoorde lid van een koninklijke familie, en ook zij gaat van  zero naar hero.

    Het is helemaal duidelijk geworden dat het een post-apocalyptische wereld is (totaal met stralingsziekte en jodiumpillen!), waar wij de ’elfen’ zijn die de wereld (en God) gebroken hebben — maar uiteindelijk is dat niet eens zo belangrijk, in het grotere beeld.

    De gebeurtenissen van boek één  en boek twee komen tot een apotheose en een logische conclusie, en Yarvi is veel moreel ambiguër  dan een mens zou verwachten van een boek dat voor tieners in de markt gezet wordt.

    Waarbij nog maar eens duidelijk wordt dat het niet allemaal drek van het genre Harry Potter moet zijn. Zeker, ’t is niet totaal onvoorspelbaar, maar het is degelijk uitgevoerd.

    Zeer aangeraden,  ook voor de tieners in uw leven.

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: Half the World

    Half the World HB.inddYay! ’t Is  een vervolg dat de moeite waard is!

    En het is inderdaad meer wereld dan het eerste boek: naast het hoge noorden nu ook wat geopolitiek, in een wereld die lijkt op de wereld rond het jaar pakweg 900, met een soort equivalent van het Grootvorstendom Kiev, met een soort equivalent  van het Byzantijnse Rijk, en met een High King die niet echt een equivalent heeft, of het zou moeten een soort Karel de Grote moeten zijn maar dan  met meer hegemonistische trekken. En met Ministers die een soort parallelle staat naast de staten zijn, die eigenlijk allemaal trouw verschuldigd zijn aan zowel hun  lokale heerser als aan de algemene hoofd-Minister.

    Van verhaal: ’t is een paar jaar later dan boek één, Yarvi  is Minister van de koning, en de High King heeft het niet voor zijn land, wegens dat het  een rijk land is,  en dat het handel drijft en dat het op termijn een concurrent zou kunnen worden, en ook wel dat het weigert een nieuwe godsdienst aan te hangen.

    Yarvi stelt een expeditie samen om te proberen een alliantie te bewerkstelligen met de keizerin  in het zuiden.  Op de expeditie  onder meer  Thorn, een meisje dat graag een krijger zou geworden zijn maar onrechtvaardig van moord beschuldigd is, en Brand, een jongen die graag krijger was geworden maar  die eigenlijk te veel rechtvaardigheidsgevoel heeft.

    Avontuur! Ontroering! Spanning! Vechten! Romantiek!

    Fijn boek.  Op naar boek drie.

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: Half a King

    Half a KingJuiy! Ik was weer even zestien!

    Euh of beter: ik voelde mij weer even zoals ik mij inbeeld dat ik mij zou moeten gevoegd hebben als ik zestien was. In het echt was ik miserabel en zo, maar met Joe Abercrombie’s Half a King  zou  het allemaal een beetje beter gegaan zijn.

    Joe Abercrombie (lees allemaal The First Law-trilogie en wel nú!) pleegt een Young Adult-trilogie, en het begint alvast zeer degelijk. De wereld ziet er min of meer middeleeuws uit. Yarvi is de jongste zoon van een rijk koningshuis in het noorden ergens. Hij heeft één misvormde hand, en hij is in de leer om Minister te worden (iets als de maesters in Song of Ice and Fire): hij leert talen, hij leert diplomatie, hij leert geneeskunde, dat soort dingen.

    En dan worden  zijn vader en oudere broer vermoord door een koning in de buurt, verraderlijk tijdens een vredesoverleg.

    Yarvi wordt onverwacht koning; zowat zijn eerste daad is dat hij niet anders kan dan meegaan op de wraakexpeditie die georganiseerd wordt door  zijn oom, de jongere broer van de ex-koning. Hij heeft vragen bij het zinloos uitmoorden van onschuldige burgers, maar voor hij er iets aan kan doen, blijkt dat zijn oom het niet goed met hem voor heeft.

    Hij valt uit een toren in een woelige zee,  iedereen denkt dat hij dood is, hij wordt gevangen genomen en verkocht als galeislaaf — en dan begint het boek pas.

    Zeker dat, onwaarschijnlijkheden volgen elkaar op, maar  het stoort niet. “A classic coming of age story”, staat er ergens op de omslag, en ’t is waar: dit is een boek dat wel geschreven lijkt voor kinderen van zestien die boeken lezen. Erm, wat ook het geval is, dus.

    Maar in tegenstelling tot  pakweg Anne McCaffrey, waar het ook over zeer  onwaarschijnlijke kinderen gaat die helden worden, is dit wél leesbaar voor niet-tieners. Het volgende boek is Half a World, en ik kijk al uit naar (hopelijk) een uitbreiding de wereld naar buiten het hoge noorden.

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: The Last Town

    The Last TownVoilà, dit is waarom ik deze reeks ben beginnen lezen: om te weten hoe de tv-serie zal aflopen.

    En dat weet ik dus, bij deze.

    Met het materiaal zou het mogelijk geweest zijn om er een eindeloos verhaal van te maken, boeken aan een stuk “zullen ze of zullen ze niet” doen, en Lost-gewijs telkens meer en andere mensen in het centrum van de gebeurtenissen zetten, maar neen dus.

    Blake Crouch heeft duidelijk lessen getrokken uit Lost (en andere, *kuch*Under the Dome*kuch*) en zorgt ervoor dat de status quo zeer snel gebroken worden, en dat het allemaal ontploft.

    Er zit genoeg materiaal in de boeken om nog een tweede volledig seizoen van tien afleveringen te maken, als ze het niet te veel uitmelken. Er zitten spectaculaire dingen in, de conflicten tussen de verschillende hoofdpersonages worden proper (zei het véél te snel om realistisch te zijn) afgewerkt, en er wordt zowaar een niet al te belachelijk einde aan gebrouwen.

    Het enige: er is bijzonder veel suspension of disbelief nodig om het centrale gevaar van de reeks serieus te nemen. Het leest allemaal min of meer haalbaar, maar als een mens er een beetje over nadenkt, is het bijzonder zeer weinig plausibel. Zoals in: de man heeft maar van zeer zeer ver de klepel horen hangen over basisbiologie en evolutie.

    Maar goed. Content dat ik het gelezen heb.

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: Wayward

    WaywardHopla, deel twee van de trilogie.  Ik heb niet zo enorm veel tijd, maar toch heb ik  dit op een dag achter de kiezen gekregen.

    Ethan Burke weet nu dus wat het geheim achter Wayward Pines is en wie er achter de schermen de touwtjes in handen heeft, en hij werkt er actief mee mee.

    En dan wordt iemand van de achter de schermen-mensen gruwelijk vermoord, is een mogelijke ondergrondse groep in  het dorp verdacht, en trekt Burke op onderzoek.

    “En niets is wat het op het eerste gezicht lijkt”, of zo.

    Wayward is denk ik beter dan  Pines. Geen literatuur, zeer verre van, maar perfekt voor op het plankier te lezen op een mooie zomerdag. Op naar deel drie!

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: Pines

    PinesIk had het eerste seizoen van de tv-serie Wayward Pines gezien en ik wou weten hoe het afliep, en dus dacht ik: ik lees de boeken, het zijn er maar drie, dan weet ik het meteen.

    Er werd mij veel duidelijk bij het nawoord van de auteur: de Wayward Pines-trilogie is geschreven als een soort hommage / vervolg / geïnspireerd door Twin Peaks. Dat legt de sfeer uit, met dat verschil dat Twin Peaks een mythologie (Black Lodge, White Lodge,  the owls are not what they seem,  …), en dat dit  Twin  Peaks is met een wetenschappelijke uitleg voor al het vreemd gedrag van mensen.

    Ethan Burke van de Secret Service  komt terecht in het afgelegen dorpje  Wayward Pines in Idaho, waar niemand spreekt over het verleden, en waar je niet uit kan raken. Alle wegen leiden terug naar de stad, en bij nader onderzoek blijkt er een enorm hekken rond de stad te staan. Het wordt alsmaar mysterieuzer en viezer, tot Ethan het geheim van de stad ontdekt. En dan moet hij zijn rol spelen om  Wayward Pines  te houden zoals het is.

    In zeer grote lijnen loopt de tv-reeks samen met het boek  (well, duh), maar er zijn toch behoorlijk belangrijke verschillen. In de volgorde van wat er gebeurt, in de backstory van Ethan (waar  op tv alleen maar naar gehint kan worden in onduidelijke flashbacks, maar die in het boek veel explicieter aanwezig is), in de leeftijd van bepaalde sleutelpersonages.

    Wat maakte dat het boek aangenamer las dan ik gedacht had: ik had gevreesd dat het een saai zou worden, dat ik me door boek één zou moeten worstelen om dan pas in latere boeken verder te gaan dan het eerste seizoen, maar neen dus. Leutig. Onderhoudend.

    [van op Boeggn]

  • Té sociaal

    Ik mag dat dus echt niet doen, buiten komen.

    Vandaag was er volk, en dat volk moest naar de Gentse Feesten, en dus ben ik voor het eerst in jaren nog eens buiten gekomen en naar de Feesten gegaan.

    Brr. Het loopt in de  stad  dus vol met mensen die ik ken, da’s griezelig. En we zijn dan niet eens in het centrum centrum geweest, maar gewoon over en weer naar MiraMiro.

    update: na een trip Bataclan, het vuurwerk en een tour rond de stad: mensen tegenkomen die ge in geen tien, twintig, zésentwintig jaar meer gezien hebt, da’s  driedubbel raar.

  • Oops

    Ik dacht: ik heb hier een database, ik zou die beter eens wat opschonen, dat er mee kan gewerkt worden.

    En toen dacht ik: hoe kan ik beter testen of die data een beetje proper is, dan door te zien of ik er iets uit krijg?

    En toen had ik Django geïnstalleerd en de data in een lokale database gepleurd en voor ik het wist, kon ik data beheren zoals het eigenlijk al jaren had gemoeten.

    En toen deed ik nog wat verder en bleek dat het bijna af was.

    Damned.

  • Gelezen: Ancillary Sword

    Ancillary SwordDeel twee van de Imperial Radch-trilogie, en even in één adem uitgelezen als  het eerste deel.

    De wereld wordt hier en daar een beetje uitgediept, en de personages worden zéker meerdimensioneler, maar het blijft nog allemaal zeer op de vlakte qua, euh,  Weltanschauung: de armen worden uitgebuit, slechte  klassenmaatschappij is slecht, yada yada.

    Goede punten voor het detectiveverhaal, slechte punten dat het allemaal zo eenvoudig en snel opgelost raakt. Goede punten voor het hoofdpersonage, dat worstelt met haar eigen niet-mens-zijn, slechte punten voor het hoofdpersonage, dat té schrikwekkend goed is in alles wat ze doet.

    Goede punten voor de slechterik, die letterlijk zowel de goede als de slechte en omgekeerd is, en dat zowel voor als tegen haar zijn, verliezen is. Goede punten voor de nevenpersonages, ook de vers geïntroduceerde naar het einde van het boek.

    En goede punten voor de aanzet tot het vervolg, en hopen dat het een degelijk einde heeft. Uitkijken naar Ancillary Mercy, voorzien voor 16 oktober 2015.

    [van op Boeggn]

  • Gelezen: Ancillary Justice

    Ancillary JusticeWat is dat met meer dan degelijke debuten, tegenwoordig?

    En ook: verdorie, ik had moeten wachten tot na de zomer om dit te lezen. Ik had het al lang volgehouden: Ancillary Justice (2013) en Ancillary Sword (2014) stonden al een tijd op de ’te lezen’-lijst, maar ik had mezelf voorgenomen er niet aan te beginnen tot Ancillary Mercy (2015) uit zou zijn.

    En dan had ik pech: mijn vorige boek was bijna uit, en ik had iemand aan de lijn die net Ancillary Justice gelezen had en het mij aanraadde, en lang verhaal kort, twee en een halve dag later waren de twee eerste boeken van de Imperial Radch-trilogie uitgelezen.

    Imperia over  millenia en lichtjaren heen,  mysterieuze aliens die niet echt in beeld komen maar wel vitaal zijn voor het verhaal, onderdrukte lokale bevolkingen: space opera, hoezee!

    Achteraf bekeken leest het als een catalogus van genre-clichés, met een auteur die er op de één of andere manier in slaagt om Iain M. Banks met Anne McCaffrey te integreren. Zeer letterlijk, eigenlijk zelfs: het hoofdpersonage is écht  een  schip dat zingt. Een Artifiële Intelligentie en geen cyborg zoals bij McCaffrey, maar voor de rest: het schip verzamelt muziek en zingt heel de tijd, er is een complexe relatie tussen schip en kapitein, het kan  allemaal nogal sentimenteel worden.

    Niet overdreven of zo, en er is genoeg spanning en avontuur en karakterontwikkeling en wereld te ontdekken om het allemaal meer dan interessant te houden.

    In de wereld van Ancillary Justice  zijn de Radch het  dominante rijk in het bekende universum. Hun basis is een Dysonsfeer ergens buiten beeld, en hun modus operandi is al een eeuwigheid: werelden veroveren, onderwerpen en  ’beschaven’, en dan de volgende wereld.  Ze hebben een technologie ontwikkeld waarmee ze  menselijke lichamen kunnen  controleren als ’ancillaries’: een  centraal brein  verdeeld over verschillende lichamen, waarbij de oorspronkelijke persoon die in het lichaam zat helemaal verloren gaat.

    Die ancillaries kunnen gecontroleerd worden door AI’s, en dan  gaat het om tientallen en tientallen soldaten, maar het kan ook een soort  decentralisatie van gezag zijn: de Heerser van de Radch, Anaander Mianaai, gebruikt al duizenden jaren clonen van zichzelf als ancillaries.

    Het verhaal begint op een verlaten ijsplaneet (echo’s van Hoth, iemand?), waar de enige overgebleven ancillary van het schip  Justice of Toren toevallig in de goot een officier tegenkomt die duizend jaar geleden verdween. En dan gaat het over en weer tussen de tijd nu, met de relatie tussen die officier en het schip (dat zelfs duizend jaar geleden die officier niet echt sympathiek vond) en de tijd twintig jaar geleden,  waar we ontdekken hoe het komt dat er maar één ancillary van een schip overblijft.

    Ik weet niet of het zó goed is dat het al die prijzen waard is (Hugo, Nebula, Locus, Arthur C. Clarke, BSFA) want in het grotere space opera-beeld blijft het allemaal toch wat op de oppervlakte, maar hey, het zijn fijne personages, het is een fijn verhaal, het is degelijk geschreven, en het gaat allemaal vooruit.

    Aangeraden, dus.

     

    [van op Boeggn]

  • Fijn hoor, familie Cortier

    Ik was nog wat verder aan het zoeken in de stamboom van de familie Kesteloot.

    Petrus Franciscus Kesteloot ( °1776 Oostrozebeke †1841 Aalter) trouwde in 1804 met Regina Cortier ( °1782 Ruiselede †1819 Aalter). In de parochieregisters van Ruiselede staat het vol Cortiers. Stapels Cortiers, maar verdomd lastig om connecties te leggen.

    De eerste stap is gemakkelijk: Regina Cortier, °17 februari 1782, dochter van Petrus Josephus Cortier en Rosalie Pante (geboorteregister 15/159 v °). Maar wacht, er staat consequent bij elke vermelding van Petrus Josephus Cortier “uit Tielt” bij, en bij Rosalie Pante “uit Ruddervoorde” — zowel in de parochieregisters van Ruiselede als in de burgerlijke stand van Aalter.

    Ik dus naar Tielt, maar daar is geen Petrus Josephus Cortier te vinden. Dedju. Op het internet vind ik hem wel terug als geboren in 1751, en dat klopt helemaal met de chronologie: zijn vrouw is ook geboren 1751 en ze zijn getrouwd in 1779. Zijn ouders weet ik ook: Joannes Josephus Cortier en Godeliva Haelemeersch, allebei uit Ruiselede.

    Op zoek naar die ouders dan maar. Mysterie: ik vind wel degelijk twee andere kinderen van dezelfde ouders, Joanna Maria Cortier ( °1 februari 1743) en Maria Anna Francisca Cortier ( °19 oktober 1747), met Joannes Cortier als vader en Godeliva Haelemeersch als moeder, en ik vind een huwelijk tussen Joannes Cortier en Goddeliva Haelemeersch, maar ik zie geen doopsel of geboorte voor een Joannes Cortier in Ruiselede rond de juiste periode.

    De schrijfwijze van de moeder kan nogal wat variëren — hier is het bijvoorbeeld niet Haelemeersch maar Gaelemis, met de G naar beneden in plaats van de G naar boven:

    Doop Maria Anna Francisca Cortier (1748)

     

    …maar die Cortier  is redelijk constant. Nu eens Corthier,  een zeldzame keer als Cordier, maar praktisch altijd Cortier.

    …tot ik toevallig deze tegenkwam:

    Doop Anna Catharina Qortir (1748)

    Anna Catherina, dochter van Joannes Qortir*vlek* en Goddelivve Allemees. De vader  met een Q,  maar als doopgetuige wel degelijk Hubertus Cortir met een C. Ugh, zucht.

    Op zoek dus naar Cortiers met een Q… en ziet:

    Doop Livina Quaertier (1741)

    Serieus. Goddiliva Haelemersch, tot daar aan toe, maar Joannes  Quaertier? Waar ga ik nog allemaal mogen naar zoeken?

  • Plus vier

    Zohoho, allevier de kinderen zijn terug van kamp.

    Ik hoop dat dat met hun terugkeer mijn hoofdpijn weg gaat. ’t Is ondertussen al zes dagen dag en nacht afzien en ik begin het lichtjes beu te worden.

  • Ik word hier niet vrolijk van

    Ik heb nog twee dingen op mijn papierenboekverlanglijst staan: een échte recent-achtige Oxford English Dictionary, en een échte recent-achtige Encyclopædia Britannica. Zeer duur, ik weet het. Maar ik heb er goede hoop op dat ze binnenkort niet meer zo duur zullen zijn, als ik het filmpje hierboven bekijk.

    Niet dat ik dat nog niet wist, natuurlijk. Maar toch. (En dat komt van iemand die al jaren zowat al zijn boeken digitaal leest, en wiens grootste droom was ooit de Encyclopedia Galactica van Asimov’s Foundation en de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams te kunnen gebruiken, en zie waar we nu zijn.)