• When you have lemons, make photoshop

    ’t Moet iets zijn dat in de lucht hangt, met het veranderen van de seizoenen of zo, genealogie en dingen: ik kreeg vannacht out of the blue  een boodschap van iemand uit Miami die vroeg om de naam van mijn ouders te bevestigen.  

    Hij had het verkeerd, hij verwarde mijn ouders met de ouders van mijn vader (of hij verwarde mij met mijn vader, dat kan ook), maar ik heb hem op weg geholpen — het was  die meneer van drie jaar geleden,  die in Rio de Janeiro geboren was, de zoon van de dochter van de boer van de man van een zus van de moeder van mijn grootmoeder:20101024 family

    …en toen ik aan het kijken was in de database met de namen en de foto’s, kwam ik deze tegen:

    Een

    Een slechte scan van een uitgeknipte foto van een broer van die mens zijn voorouder. Ik word daar altijd wat nerveus van, als er slechte scans van foto’s zijn — om nog niet te spreken van in stukken geknipte foto’s: dat is gewoon informatie weggooien, vernietigen, voor altijd kwijtraken!

    En neen, ’t was niet gewoon een lichte foto, ’t was echt een slechte scan, er zat helemaal geen donker in, niets, nada, zip:

     Screen Shot 2013 07 06 at 11 05 40

    Een snok aan de levels later was er dit, zonder enig verlies van gegevens:

    Twee

    Dat heb ik dan maar opgeslagen, maar als ik toch bezig was, dacht ik: waarom geen presentatiefoto bijmaken. Da’s dan geen “echte” foto in de zin van een origineel, maar ’t staat toch properder in grafiekjes en rapporten.  

    Stap twee: losgaweg wat achtergrond bijverzinnen.

    Drie

    Stap drie: scheurtjes en vlekken wegsmurfen.

    Vier

    Stap vier: die achtergrond, die er nu veel te smooth uitziet, wat textuur geven.

    Vijf

    Stap vijf: opkuis en kleurcorrectie. En neen, ’t is geen professionele foto-restauratie, maar in vergelijking met het origineel is het toch een groot verschil, en véél properder samen met andere (wel) volledige foto’s:

     Victor Fiszpan restoredTwee

  • Genealogie: hoe eraan te beginnen!

    Op algemene (ahem, nu ja :)) aanvraag: een korte handleiding hoe beginnen met genealogie.  

    Stap één. De eerste honderd jaar

    Ga spreken met uw oudste familieleden, of met die ene nonkel die ooit eens een stamboom begonnen was. Met een beetje geluk weten grootouders nog precies wie hun ouders en grootouders waren, en dan is doel één bereikt:  aan voorouders geraken die minstens honderd jaar geleden geboren zijn.

    De reden: gegevens van honderd jaar en ouder zijn voor iedereen toegankelijk, dat maakt het eenvoudig.

    (Verzamel meteen ook alle mogelijke foto- en ander documentatiemateriaal, scan het in, en vraag aan iedereen om de mensen die op de foto’s staan te identificeren.)

    Stap twee. Burgerlijke stand

    De Burgerlijke Stand houdt geboorten, huwelijken en overlijdens bij. En in elke akte staan aanknopingspunten.  

    Voorbeeld: mijn grootvader is geboren in 1907 in Wetteren. Dat is meer dan 100 jaar geleden, dus zijn geboorteakte is beschikbaar.

    Vroeger was dat lastig: de trein op naar het Rijksarchief in Beveren, en daar zoeken in microfilms. Tegenwoordig wordt het alsmaar eenvoudiger: er komen alsmaar meer documenten gescand op de website van het Rijksarchief. Om de documenten te kunnen bekijken moet je je inschrijven, en inschrijven is gratis.  

    De Burgerlijke Stand is alhier te vinden  — ik ga naar Oost-Vlaanderen (arrondissement Dendermonde), dan naar Wetteren, en dan naar geboorteakten: bingo! 1907 is (nog nét) beschikbaar online.

    Wetteren1

    Klik op “1907-1910”, en je krijgt de omschrijving te zien:

    Screen Shot 2013 07 05 at 18 37 46

    Als je ingeschreven bent, kun je doorklikken naar “Gedigitaliseerde archiefdocumenten”:

    Screen Shot 2013 07 05 at 18 39 34

    …en daar doorklikken op een ingescande pagina. En dan is het gewoon zoeken naar de juiste datum (11 april 1907, wist ik), en aflezen:

    Arthur Waegenaer1

    Bij deze weet ik het volgende:

    • Arthur Firmin Louis Waegenaer is inderdaad geboren op 11 april 1907 in Wetteren (oef!)
    • zijn vader  is Lodewijk Jozef Waegenaer
    • het beroep van zijn vader was in 1907 accijnsbediende
    • zijn vader was 38 in 1907 en is dus rond 1878-1879 geboren
    • zijn vader is geboren in Kaprijke, en woont nu op de Statiekouter in Wetteren
    • zijn moeder is Alice Maria Roelandt
    • zij is huisvrouw
    • ze is geboren rond 1877-1878, in Aalst

    De volgende stap zouden dus bijvoorbeeld de archieven van Kaprijke kunnen zijn, om te zoeken naar Lodewijk Jozef Waegenaer. Alle geboorteakten lezen van 1878 en 1879? Neen, gelukkig:

    Tafel

    Die “tienjarige tafels” zijn alfabetische lijsten, telkens over tien jaar, van alle namen die in de geboorteakten staan. We hebben opnieuw geluk dat juist die jaren die we nodig hadden online staan. Was dat niet het geval, dan was het richting Beveren-Waas geweest. 🙂

    Onder de W van Waegenaer staan er drie, en onder meer ook degene die we zochten: Ludovicus Joseph.

    Tafel2

    Ja, ’t is niet echt zeer leesbaar. Dat gebeurt, de kwaliteit varieert heel erg. Hier is het nog te doen: geboren in 1878, akte nummer 88. Daarmee gewapend gaan we naar de geboorteakten zelf, en is zijn aangifte op geen tijd gevonden (klik voor detail):

    Louis Waegenaer

    Het is wat kleiner en wat onduidelijker dan de vorige akte — ook dat hangt er soms van af — maar de structuur blijft dezelfde, en er staat weer vanalles nuttigs in:

    • Ludovicus Josephus (Lodewijk Jozef, Louis Joseph, allemaal hetzelfde) is geboren op 26 oktober 1878 (om één uur ’s nachts)
    • zijn vader is Eduardus Waegenaer, timmerman, geboren in Zelzate rond 1844
    • zijn moeder is Philomena Van de Rostijne, vroedvrouw, geboren in 1841 in Lembeke

    …en dan kunnen we naar Zelzate gaan kijken:

     Eduardus Waegenaer

    • Eduardus Waegenaer is geboren op 1 september 1844 in Zelzate
    • zijn vader is Joannes Ludovicus Waegenaere, timmerman, geboren rond 1806
    • zijn moeder is Juliana Charlotte Bufkens, winkelierster

    Um ja, geen geboorteplaats deze keer. En geen leeftijd voor de moeder dus ook geen vermoedelijk geboortejaar. Dat gebeurt ook soms.

    Vervelend, maar niet onoverkomelijk. In dit geval ben ik gaan kijken naar de huwelijksakten, en kijkt, gevonden:

    Huwel Joannes Ludovicus Waegenaer  Juliana Charlotte Bufkens

    Een veel langer document, en met meteen ook veel meer informatie erin:

    • Joannes Ludovicus Waegenaer trouwt op 25 februari 1835 met Julianna Charlotte Bufkens
    • Joannes is  29 jaar, twee maand en 19 dagen oud
    • hij is geboren op 6 december 1805 in Stekene, en hij woont daar ook
    • zijn beroep is timmerman
    • zijn ouders zijn Dominicus Waegenaer en Maria Josepha Segers, herbergiers in Stekene
    • Julianna is 29 jaar tien maand en 21 dagen oud
    • zij is geboren op 4 april 1805 in Zelzate, en ze woont in Zelzate
    • zij is vroedvrouw van beroep
    • haar ouders zijn Joannes Josephus Bufkens (overleden in Zelzate op 27 januari 1820) en Barbara Bruggeman, winkelierster in Zelzate

    Hopla dus naar de geboorten voor 1805 in Stekene… awoert!

    Stekene

    Ze staan er niet! Niets aan te doen, naar het fysieke archief!

    Daar toegekomen, is het dezelfde procedure: eventueel zoeken in de tabellen, en dan zoeken in de stukken. Voor Joannes Ludovicus Waegenaer vond ik jíren geleden in de geboorteakten de bevestiging dat hij geboren was op 15 Frimaire XIV, en dat zijn ouders inderdaad waren wie de huwelijksakte zei dat ze waren.  

    (15 Frimaire? XIV? Ha ja, de republikeinse kalender. Tussen 1794 en 1806 werden de akten in de mooie data van Romme en Fabre d’Eglantine geschreven. Spijtig dat we dat niet nog altijd doen, anders was het vandaag  Octidi  8  Messidor  CCXXI).

    …maar we kunnen ook gaan kijken in de overlijdens van Zelzate: ik zie dat ik zijn overlijdensdatum helemaal niet staan heb. En kijkt, nu ik dat doe…

    Overl Joannes Ludovicus Waegenaer

    …ontdek ik wat bijkomende informatie. Ik wist uiteraard dat Eduardus de zoon van Ludovicus was, en ik had in de jaren 1980 in een sigarenkist bij mijn grootouders een doodsprentje gevonden van Horlianna Francisca Waegenaer (gestorven in 1935 en ook een dochter van Ludovicus), maar schets mijn contentement als in de overlijdensakte van hierboven gewoon nog  een kind opduikt!

    De gegevens:

    • Joannes Ludovicus Waegenaer was 77 jaar oud en nog altijd timmerman
    • hij was  geboren in Stekene en woonde in Zelzate, in het “Kerkelaantje” (waar ik geen spoor van terug vind op Google, misschien eens een oude kaart van Zelzate zoeken)
    • zijn ouders zijn Dominicus Waegenaer en Maria Joseph Seghers
    • het overlijden wordt aangegeven door zijn twee zoons, allebei timmerlieden die in Zelzate wonen: Ludovicus Waegenaer, 31 jaar oud, tijdelijk verblijvend in Wondelgem, en Eduardus Waegenaer, 38 jaar oud

    Die Ludovicus van 31 jaar oud, die is dus nieuw, hoera! (Ik zal dan later eens het spoor volgen, in eerste instantie niets gevonden in de geboorten van rond 1850 — komt dus op de to do-lijst.)

    Afijn. Terug naar de voorouders. Dominicus Waegenaer heeft een kind gehad in 1805. Hij is dus met veel zekerheid geboren vóór 1797.  

    Dat is belangrijk om weten, want dat wil zeggen dat zijn geboorte niet in de burgerlijke stand kan staan, want er was toen geen burgerlijke stand (we hebben de Burgerlijke Stand te danken aan Napoleon). En vandaar: stap drie.    

    Stap drie: parochieregisters

    In de 18de eeuw en vroeger is het niet meer met geboortes en overlijdens te doen, maar met dopen en begrafenissen. En is het niet meer met uitgebreide documenten door professionele ambtenaren opgesteld te doen, maar met notities van de pastoor, die bijzonder wisselend van kwaliteit kunnen zijn.  

    Oh, en ’t is ook in het Latijn te doen. Niet dat dat zo enorm problematisch is, want de formuleringen zijn behoorlijk standaard, maar toch. Het is met naamvallen en zo. En afkortingen.  

    Bij het Rijksarchief  staan de parochieregisters alhier.  

    Waar waren we? Bij Dominicus; ergens vóór pakt 1780 geboren in wellicht Stekene. Een groot geluk dat er praktisch altijd indexen zijn, anders was het onbegonnen werk:

    Prochie

    Een alfabetisch register op bijna 200 jaar dopen, yum. Ik kijk eerst naar Waegenaer, en daar vind ik er twee. Joanna Coleta en Adrianus, allebei kinderen van Antonius (Emmanuel) Waegenaer en Joanna (Petronilla) Vangoethem:

    Waeg1

    Het klinkt misschien vreemd, maar door de band zijn namen redelijk stabiel: Vuijlsteke bijvoorbeeld, dat gaat tussen nu en 1750 wel eens over en weer naar Vuylsteke en weer terug, maar andere vormen genre Vulsteke, Vuulsteke, Vulsteker, Vuylsteker en zo, dat komt zeer zelden of nooit voor in de Burgerlijke Stand.  

    In de parochieregisters is dat niet altijd meer waar. En met een naam als Waegenaer al helemaal niet. Ik ben dan ook meteen gaan kijken bij mogelijke alternatieve spellingen, en kijk:

    Waeg2

    Strike! Nog allemaal kinderen van Emmanuel Antonius of Antonius Emmanuel of gewoon Antonius Dewaegenaere / Dewagenaer / Dewageneer!  

    En kijk wie daar staat te blinken helemaal bovenaan, geboren op 29 december 1772? Dominicus (De)waegenaer(e)! Naast zijn broers Augustus Norbertus, Joannes Antonius, en Petrus Antonius. Het nummer 226 verwijst naar het paginanummer in het doopregister, en inderdaad:

    Doop Dominicus De Wagenaere1

    Het ziet er misschien op het eerste gezicht Latijn uit, maar het is dus echt niet zo ingewikkeld:

    • Die 29 Decembris baptizavi  
      — op de dag van 29 december doopte ik
    • Dominicum filium emmanuelis antonii de Wagenaere et joannae Petronillae Van Goethem
      — Dominicus, zoon van Emmanuel Antonius De Wagenaere en Joanna Petronilla Van Goethem
    • natum hodie circa 4tam [=quartam] mat[utinam]
      — geboren vandaag rond het vierde uur van de ochtend
    • susceperunt augustinus Van goethem et Theresia Van Spitael
      ‘hebben ten doop gehouden” (t.t.z. waren doopouders): Augustinus Van Goethem en Theresia Van Spitael

    (Het was blijkbaar de laatste doop van het jaar, en de pastoor heeft er wat statistieken onder geschreven: in 1772 werden er in Stekene 22 huwelijken ingezegend, 102 kinderen gedoopt, en 96 mensen begraven waarvan  –slik– maar 40 hun communie hadden gedaan.)

    Er is geen groot geheim in het “ontcijferen” van wat er geschreven staat: op den duur leert een mens de lettervormen kennen, en het helpt enorm dat er vaak veel andere dingen rond geschreven staat waardoor letters en woorden uit de context kunnen afgeleid worden, én dat de formuleringen redelijk standaard blijven.  

     

    En voilà, zo moeilijk was dat. Op pakweg anderhalf uur tijd van “ik weet dat mijn grootvader geboren is op 11 april 1907 in Wetteren” naar de overgrootvader van de grootvader van mijn grootvader. Zonder uw luie zetel te verlaten.  

  • Uit vervlogen tijden

    Om de zoveel jaar kom ik in een periodieke digitale opkuisbeurt nog eens oude dingen tegen. Een hele folder vol screenshots van websites die ik gemaakt had, deze keer.  

    Zoals deze van Radio 3 (1996?)

    RADIO3 ZEND

    Of deze, voor De Warande. Memories!

    Warande1

    Of versie 4.1 (1999?) van de website van Arno:

    Arno song

    En die keer dat we een content management systeem hadden met zowel online als offline clients, compleet met koppeling naar boekhoedpakket en voorraadbeheer (2002?):

    Cm orders

    …en zoeken op een propere manier om ingewikkelde queries te maken, altijd wijs:

    Products

    En ja, dat heette toen ook Backbone:

    Ss backbone focilux

    En ons intranet!

    Ss intranet poll

    Urgh. Toch content dat dat allemaal achter de rug is, eigenlijk.  

  • Verborgen vrouw

    Zoeken en doen in de archieven, da’s wijs om doen.

    Ik had al sinds jaar en dag in mijn stamboom een zekere Jeanne Marie Alen staan, kijk hier (het rode pijltje, klik voor detail als het echt nodig zou zijn):

    Jeanne Marie Alen

    Ik wist er niet echt veel van, alleen dat het de moeder van Amalia Van Volsem was, die de overgrootmoeder van mijn grootmoeder was. Dat ze in Aalter geboren was, ergens vóór pakweg 1794.  En dat ze, verdorie, in geen van de indexen van doop-, huwelijks- of overlijdensakten te vinden was.  

    Dan is het dus één voor één alle mogelijke alternatieven afzoeken, met veel kans om helemaal niets te vinden, en een minuscule kans om ze alsnog terug te vinden in de oorspronkelijke stukken. Eén voor één de doopakten doornemen en hopen dat er iets uitspringt is de laatste hoop.  

    Ik was er op het werk tegen een collega over bezig, en dan, bij het tonen van een voorbeeld hoe zo’n doopregister er uitziet, bladerde ik in het ijle wat verder terwijl ik eigenlijk helemaal niet aan het zoeken was, en vond ik ze. De rosse:

    Doop Johanna Josepha Slos

    Jeanne Marie Alen? Ah gie godver: het mens is misschien wel geboren als Joanna Josepha Slos. SLOS.  

    Ik heb de doopakte opgeslagen en vanavond verder gezocht, en jawel: Johanna Maria Slos is in 1801 getrouwd met Bernard Van Volsem. Van Joanna Jacoba naar Johanna Maria naar Jeanne Marie. En van Slos naar Alen.

    Tch! Vandaar dat ik ze niet terugvond, verdorie.  

    Maar dat wil dus zeggen dat ik meteen een generatie bij heb: Petrus Slos, en Petronella De Roo. Op zoek naar die mensen in de huwelijksregisters: bingo!

    De Roo Slos

    Op zoek naar de huwelijksakte in de parochieregisters: feh. De index was verkeerd, het huwelijk was niet op 1 mei 1774 maar op 16 april 1774:

    Huwel Petrus Jacobus Slos  Petronilla De Roo

    En ’t is Petrus Jacobus Slos, da’s een klein detail dat misschien later wel kan helpen als er meer Petrussen Slossen zouden zijn. Waar ik meteen op zoek naar ga, da’s misschien een idee: de indexen op dopen bekijken, een mens weet nooit dat daar zo’n Petrus Jacobus in staat die in de buurt van pakweg de jaren 1750 geboren is.  

    …even later: één mannelijke Slos in Aalter die in aanmerking zou kunnen  komen:

    Petrus Joannes Slos

    Petrus Joannes, niet Petrus Jacobus, maar da’s niet onoverkomelijk. Maar geboren in 1759, dan zou hij 15 geweest zijn als hij trouwde. Hrm. Niet goed: dat klinkt verdacht jong. Eens zoeken in de omgeving? Niets gevonden in Bellem, niets gevonden in Poeke, grr.

    Wel op het internet een Petrus Jacobus Slos gevonden die getrouwd was met een Petronella De Roo die zou geboren zijn op 1 november 1743 in Bellem, maar er is niets terug te vinden in het doopregister. Grrr. Even opzij zetten dus, en kijken of ik meer kan vinden over Petronella.  

    En moeilijk was dat niet, kijk kijk, geboren op 16 juni 1747:

    Doop Petronella De Roo

    En hop, nog twee voorouders erbij: Jacobus De Roo en Marianne Rooman. Zoeken en doen: Jacobus De Roo blijkt in Knesselare geboren te zijn in 1709:

    Doop Jacobus De Roo

    En hop, nog twee erbij: Petrus De Roo en Petronilla Van Daele.

    Aalter en Knesselare en omstreken zijn wijs om in te zoeken: de mensen blijven daar gewoon eeuwen aan een stuk wonen, ze trouwen met mensen uit de streek, en door de band zijn de documenten zowel bewaard als leesbaar. Ik denk dat ik morgen nog wat verder doe.

    En ondertussen is dit veranderd aan de stamboom, allemaal namen erbij (die laatste moet ik nog opzoeken, ze zitten er nog niet bij):

    Michel Vuijlsteke rel graph

    …maar aan die kant van de familie zit ik dus met Petrus de Roo en Petronilla Van Daele, de ouders van Jacobus De Roo, de vader van  Petronella De Roo, de moeder van  Joanna Josepha Slos,  de moeder van  Amalia Van Volsem,  de moeder van  Carolus Ludovicus Kesteloodt,  de vader van Maria Leonia Kesteloodt, die de moeder van de moeder van mijn moeder was. 🙂

    En dat dat tegenwoordig ook allemaal kan vanuit het comfort van uw zetel thuis: machtig.

  • RIP Douglas Engelbart

    Als die brave mens alleen maar dit had gedaan in zijn leven, was hij nog onsterfelijk geweest:

    1968, was dat.  

  • Van adel!

    Onze kinderen hebben een connectie met families van adel!

    Na pakweg dertig jaar zoeken en doen in archieven en allerlei, heb ik vandaag mijn allereerste connectie gevonden met iets dat wel eens van adel zou kunnen zijn!

    Niet dat het enorm dichte familie is of zo, maar toch: de vader van Sandra, zijn moeder, haar moeder, die haar vader, die zijn vader die zijn vader die zijn vader die zijn vader die zijn moeder die haar vader die zijn vader die zijn vader, da’s Jehan Degoulet, sieur de La Hardonnière  (ca. 1560-1602). En die mens zijn vader was ook een Jehan Degoulet,  sieur  de Livernois  (ca. 1530-1578).

    Ah ha!  

  • In Amerika was die mens al binnen

    Ik fietste door het centrum en ik zag: een meneer die aan het rondwandelen was met zijn kind van pakwee twee jaar oud in de armen.  

    Geen idee hoe het in uw  centrum zit, maar bij ons zijn er plaatsen op het trottoir waar soms eens vlaggenmasten en dergelijke in gesmurfd kunnen worden. Die zien er zo uit:  

    Paalgat

    Hier en daar verspreid, een vierkant iets met een ijzeren deksel erop. Een paar gaten waar, vermoed ik, een speciaal instrument op past om dat ijzeren deksel eruit te lichten waarna er in de opening een paal kan gestoken worden.  

    Ik weet zeker dat het ijzer is, want veel van die deksels zien er meer zó uit:

    roestig

    Ongezond hard geroest. Dat zwart, da’s de voorkant van mijn voet, voor de schaal.  

    En toen ik dus door de stad aan het rijden was, zag ik plots een meneer met een kind op de arm floep  met zijn rechterbeen tot aan zijn knie in de vloer verdwijnen. In zo’n gat.  

    Het kind bonkte met een doffe klop tegen het plankier, en de meneer had meer dan duidelijk bijzonder zeer veel pijn. Dat zijn zo van die scènes die u in de onderbuik treffen, kzweertu.

    (Neen, ik ben niet stil blijven staan: de straat liep al vol mensen, en wat moest ik daar gaan doen? En neen, ik heb geen foto’s genomen, ik ben niet gek.)

    Het verbaast me wel een beetje dat er niets over in de pers stond.  

  • Gelezen: Excession

    Ik heb er langer over gedaan dan verwacht, en dat ligt maar deels aan het boek zelf. Vintage Banks, luidoplach-grappig bij momenten, nadenkstemmend bij andere momenten, een reeks verhaallijnen door elkaar die uiteindelijk wel allemaal samen komen,  maar dat g’er uw hoofd bij moet houden.

    En dat dat niet evident was met proclamaties van kinderen, verjaardagsfeesten, aperitieven in het park en aanverwante sociaaldoenerigheden.

    Meer dan in andere boeken zijn de Minds zelf hoofdpersonages, van de Sleeper Service — een ex-Culture GSV die zich nu tot Eccentric heeft omgedoopt en extravangante tableaux vivants (of  morts, of  comateux) maakt met mensen die hun lichaam hebben laten opslaan — tot een schimmige groep van onder meer veteranen van de Culture-Idiraanse oorlog, de  Interesting Times Gang.

    En dat ze het absoluut niet allemaal per definitie eens met elkaar zijn, of zelfs maar het beste voorhebben met iedereen.

    Daarnaast:  Genar-Hofoen, een excentrieke Special Circumstances-agent, die het meer dan naar zijn zin heeft bij de Affront, bijna karikaturaal (maar dan expliciet bedoeld) gemene aliens, die hun hele wereld genetisch gemanipuleerd hebben om zo veel mogelijk hun omgeving te terroriseren. Beesten kweken om bang te zijn van Affront, en om als bal te dienen in een soort squash, bijvoorbeeld.

    Daarnaast ook: Dajeil, ex van Genar-Hofoen, stormachtige relatie achter de rug en nu redelijk neurotisch al veertig jaar zwanger van hem, en dat ze weigert te bevallen.

    Euh ja, dat soort situaties. Tegen een achtergrond waar er in het universum een Excession  opduikt: een onbekend  iets dat alles zou kunnen veranderen, met reizen tussen universa en alles — maar dat quasi meteen een  casus belli wordt tussen Affront en Culture.

    De prijs waard, al was het voor de machtig smakelijke omschrijvingen van martelingen en andere degoutantigheden door de Affront: ze zijn zo door en en door gemeen dat het bijna onmogelijk is om ze niet sympathiek te vinden.

    [van op Boeggn]

  • Drôles de mois

    Ik voel het aan mijn water, het gaan een rare paar maanden worden, juli en augustus.  

    De laatste twee jaar waren we tien dagen naar de zeer gegaan, maar dit jaar: helemaal niets gepland.  

    In juli gaan de kinderen (drie van de vier) op kamp en zijn er Gentse Feesten waar ik ook dit jaar zo ver mogelijk van ga blijven. En dan is er een hele maand augustus waar er misschien wel eens een citytripachtig iets zou kunnen gedaan worden.

    En dat is het dan, denk ik. Tot september, dat er rap genoeg zal zijn, alle “whoa maat gewoon TWEE MAAND vakantie” van de kinderen ten spijt.  

    Alle vakantie opsparen tot december! Ha!

  • Het is daar allemaal te laat voor, zeker?

    Ik moest vandaag naar hyet administratief centrum gaan om een nieuwe identiteitskaart aan te vragen.  

    Vroeg op de fiets gesprongen, kaartje uit de automaat, een minuut of tien wachten, bij de vriendelijke meneer gegaan, gehandtekend, foto afgegeven, alles in orde.  

    En ik dacht: als ik zou opnieuw kunnen kiezen, ik zou graag achter zo’n loket van de Stad zitten. De hele dag mensen zien, geen conversatie moeten uitvinden maar integendeel altijd geleid zijn door het geval en  door de procedure.

    En natuurlijk dat ik wel weet dat het niet allemaal rozen zijn,  dat er collega’s en oversten en politiek en allerlei is, maar toch: ik denk dat ik een goeie zou zijn om achter een loket te zitten.  

    Denk ik.  

  • Een tip voor de zieke mens!

    WebMD.com. Een groot gemak.

    Ga naar  symptoms.webmd.com, voer een reeks symptomen in (volgens het principe “toon eens waar het pijn doet meneer”), en hopladiejee, een lijst van “possible conditions”, klaar om naar de dokter mee te gaan.  

    Stel bijvoorbeeld dat ik een etterende kaak heb, bloed dat uit mijn hoofdhuid komt, geconstipeerd ben en pijnlijke gezwollen knieën heb, dan zegt WebMD mij dat ik wellicht een slijmbeursontsteking heb. Of prikkelbaredarmsyndroom. Of gewoon depressief ben. Of een anuskloof opgelopen heb.  

    En hoe meer symptomen, hoe meer mogelijke ziektebeelden het ding u geeft!

    Machtig handig.

  • Dunk en Egg zijn op weg naar Winterfell, om er Beron Stark te helpen vechten tegen de Greyjoys die vikingachtige raids doen op de kusten.

    Op weg komen ze te weten dat er een toernooi zal zijn voor het huwelijk van Lord Butterwell, een schatrijke mens die “niet mee had gedaan” in de Blackfyre-historie en op de twee paarden gewed had door zijn ene zoon voor Daeron en zijn andere voor Daemon te laten vechten.

    De eerste prijs van het toernooi is een drakenei, en er zijn verbazend veel ridders aanwezig. Die verbazend vaag zijn over hun identiteit.

    Complotten en alles, en jawel: ‘t is weer van Blackfyre. Er gebeurt minder in The Mystery Knight dan in de vorige twee boeken, maar het wordt alsmaar duidelijker dat de nijd van de Blackfyres tegen de Targaryens heel heel erg diep zit.

    En hoe meer ik ervan lees, hoe meer ik er zeker van ben dat het niet anders dan relevant kan zijn in Song of Ice & Fire.

    [van op Boeggn]

  • Een jaar na het toernooi van Ashford, en alsof het nog niet erg genoeg was met dramatische gebeurtenissen: in de lente van 209 sterven vele tienduizenden in Westeros aan een epidemie. The Great Spring Sickness kijkt niet naar rang of stand: in King’s Landing sterft bijna de helft van de bevolking. Koning Daeron de Goede moet eraan geloven, en  ook Valarr en Matarys, de zonen van zijn oudste zoon en zijn onmiddellijke erfgenamen.

    De troon gaat naar Daeron’s tweede, Aeris I, een boekenwurm zonder kinderen. De derde zoon, Rhaegal, heeft een zwak gestel en wordt verondersteld krankzinnig te zijn, en de vierde zoon, Maekar, heeft zich na Ashford mokkend teruggetrokken in zijn kasteel.

    Tegen die (verre) achtergrond zwerven Dunk en Egg door het land. In het begin van The Sworn Sword zijn ze tijdelijk in dienst bij Ser Eustace Osgrey, een verbitterde oude man die vroeger heer was van de wijde omgeving, maar nu alleen nog een armetierig kasteel over heeft een een klein lapje grond.

    Een lapje grond, dat dan ook nog eens helemaal verdroogd raakt, omdat er geen regen komt en de rivier blijkt ingedamd te zijn.

    Bij een verkenning verwondt ene Ser Bennis the Brown, ook in dienst bij Osgrey, een horige van het kasteel van de buren, en hoe verarmd ook, Osgrey beseft dat zoiets niet kan. Hij stuurt Dunk en Egg op het kasteel af om te gaan onderhandelen met de Rode Weduwe, de kasteeldame die al vier echtgenoten heeft achter zich gelaten, en waarvan gezegd wordt dat het een gifmengster is en  een tovenares.

    Nogmaals een fijn verhaal, en nogmaals: bijna even wijs om lezen voor het verhaal als voor de achtergrond. Behalve de omstandigheden van het moment (de erfopvolging van Daerys II), komen we meer te weten over de Blackfyre Rebellion, en dat lijkt in A Song of Ice and Fire  ook alsmaar belangrijker te worden.

    Waar het in het kort op neerkomt, is dat de  vader van Daeron II, Aegon IV (the Unworthy) in zijn leven stapels (en stapels en stapels en stapels) bastaarden heeft gemaakt. Geen probleem, hoor ik u zeggen, dat heeft Robert Baratheon ook gedaan, toch?

    Ha, wel, het probleem is tweeërlei: om te beginnen was Aegon er absoluut niet discreet over en deed hij het met alles en iedereen, ook met vrouwen van adel, en ging hij zelfs zo ver om aan één van zijn bastaarden Blackfyre te geven, het voorouderlijke zwaard van de Targaryens te geven. En nog veel erger: op zijn doodsbed heeft hij — dat is het prerogatief van een koning — zijn bastaarden wettelijk verklaard.

    Niet alleen die ene die hij Blackfyre gegeven had en die zich nu Daemon Blackfyre noemde en die daarmee meteen tweede in lijn voor de troon werd, maar  allemaal. Zucht.

    En vandaar Blackfyre Rebellion, en honderd jaar (ja, mogelijks tot aan en voorbij Game of Thrones) Blackfyre-pretendenten voor de troon, die blijven vasthouden aan Daemon Blackfyre als enige legitieme erfgenaam van Aegon IV in plaats van Daeron  II. (De redenering is een mengeling van “waarom zou Aegon anders het zwaard aan Daemon gegeven hebben, als het niet was om zijn intenties duidelijk te maken” en “Daeron was eigenlijk geen zoon van Aegon, maar wel van een affaire tussen Aegon’s vrouw en Aemon, de  broer  van Aegon”).

    Euh ja. ‘t Wordt redelijk geeky, ja.  Maar het heeft allemaal zijn relevantie!

    Opnieuw para-legaal gelezen, vrees ik. Het verhaal is oorspronkelijk verschenen in Legends II: New Short Novels by the Masters of Modern Fantasy, dat ik gekocht heb, dat in mijn bibliotheek staat en dat ik –weet ik heel zeker– graag gelezen  heb, maar opnieuw: ik herinner het mij niet. En ik herinner me uit Legends II  bijvoorbeeld wel Neil Gaiman’s Monarch of the Glen, en het verhaal van Robin Hobb, en Raymond E Feist.

    Dus misschien wel ja: zelfs al is het een fijn verhaal om te lezen, en al zou het in principe op zichzelf kunnen staan, vrees ik dat het een beetje te hoog van informatiedichtheid is voor mensen die helemaal niets van Ice & Fire (willen) weten.

    [van op Boeggn]

  • Het hele Song of Ice and Fire tot nog toe is erdoor gejaagd, en elke dag een Culture-boek lezen, da’s gelijk een beetje respectloos. Dus dacht ik: tijd om eens Tales of Dunk and Egg te lezen, de Song of Ice and Fire prequels-enfin-tussenquels-min-of-meer.

    Negentig jaar vóór A Game of Thrones, in Westeros. Daeron de Goede (Daeron II Targaryen) is 25 jaar koning.

    Dunk is de schildknaap van Ser Arlan of Pennytree,  een ridder zonder meester (“hedge knight” klinkt zoveel mooier en poëtischer, vind ik). Dunk is een (zeer grote) jongen van Fleabottom (de sloppenwijk van King’s Landing). Arlan sterft, maar riddert Dunk net voor zijn dood. Op weg naar het toernooi van Ashford komt Dunk (ondertussen  Ser Duncan) een kale staljongen tegen, Egg, die absoluut zijn schildknaap wil zijn.

    Dunk ziet dat niet zitten, maar uiteindelijk wurmt Egg zich een weg in Dunk’s dienst, en ook wel in zijn hart.

    En dan is er een uit de hand gelopen incident met Prins Aerion Targaryen (kleinzoon van Daeron en de schlechte schlechterik van dienst), en blijkt Egg de jongere broer van Aerion te zijn. De jongen die later koning Aegon V zal zijn, Aegon the Unlikely, de vierde zoon van Maekar, die ook al de vierde zoon van Daeron was — en de jongere broer trouwens van Maester Aemon van de Night’s Watch.

    Het toernooi wordt een impromptu gerechtelijk toernooi, wegens lèse-majesté van Dunk. Met meer dan bijzonder verregaande gevolgen voor de hele geschiedenis van Westeros.

     

    Er is ook een graphic novel van in zes delen, maar ik heb het gelezen als een para-legaal gedownload ebook, en het rare van de zaak: ik moet dit een eeuw geleden ook al gelezen hebben, en er niets van onthouden hebben. De anthologie waarin dit verscheen,  Legends: Short Novels by the Masters of Modern Fantasy uit 1998, staat in mijn bibliotheek en heb ik bijzonder graag gelezen. Ik herinner me dat ik vooral uitkeek naar de verhalen van Pratchett, Stephen King en Ursula K. Le Guin, ’t moet zijn dat het verhaal van George R.R. Martin vijftien jaar geleden weinig of geen indruk nagelaten heeft.

    Na (manifest dus her-)lezing vond ik: een fijn verhaal, met sympathieke personages, veel vaart en verrassend veel diepgang, en terloops  machtig  interessant voor wie meer dan een vluchtige interesse heeft in (de geschiedenis van) Westeros en aanverwanten.

    Bijzonder blij dat Martin zegt dat hij er een hele reeks van plant te schrijven.

    [van op Boeggn]

  • ’t Is weekend!

    Of zo voelt het toch in alle geval aan. Allez, hoe kan dat nu zijn? Het is nog maar dinsdag, en ik ben vandaag al allemaal mensen tegengekomen die ook het gevoel hadden dat het weekend was.

    Ik denk dat het is met al die eindeschooljaarsdingen, dat Zelie niet meer naar school moet gaan en zo.

    Of met het weer: we zaten vanavond op het plankier met de buren van naast de deur, en de buur van rechtover, en de buren van een straat verder, en het leek wel een frisse herfstdag, en dat vertaalde dan  op de één of andere manier naar “vrijdagavond, ons gedacht”.

    Maar het is natuurlijk nog geen weekend. Als het al weekend zou zijn, zou het al proclamatie geweest zijn, en zou het al helemaal vakantie zijn voor de kinderen.

    (Urgh, wat een stress, wachten op die examenresultaten.)