• Het drama! De romantiek!

    Ik zit aan aflevering zes van Strong Girl Bong-soon, en ooooooooooo wat is het schoon. En zó een schone muziek ook — er gaat geen half uur voorbij of dit is te horen, bijvoorbeeld, en elke keer opnieuw smelt ik.

    Het is ook niet uit het hoofd te krijgen, eens het er in zit.

    Of pakweg dit, ook:

    Maar echt, niets is zo oorwormerig als Heartbeat. Kijk, nog eens, met de beelden van de serie erbij:

  • De Koran

    Ik kwam deze ongelooflijk charmante (en arrogante, en hyperkatholieke) Bruno Bonnet-Eymard tegen. Ik zou heel graag weten in hoeverre hij behalve charmant ook correct is.

    Het begint alhier, en er zijn zes delen:

    Zijn vertrekpunt voor een nieuwe Koranvertaling: terugkeren naar het bronmateriaal, in de mate van het mogelijke. Dat wil zeggen: bijna alles laten vallen — de biografie van Mohammed, die nodig is om de Koran te begrijpen maar eigenlijk op de Koran gebaseerd is, alle diakritische tekens die pas later toegevoegd zijn, en ook eigenlijk alle Arabische woordenboeken en grammatica, die ook grotendeels op basis van de Koran gemaakt zijn.

    Hij kijkt vooral naar Hebreeuws, waar Luxenberg naar Aramees keek — wat trouwens alhier samengevat wordt:

    Natuurlijk dat er stapels en stapels mensen zijn die beide mensen verketteren als extreemrechtse moslimhaters, maar hey. ’t Is helemaal waar dat Bonnet-Eymard echt serieus helemaal katholiek is, en zelfs zo ver gaat om te zeggen dat elke rationele moslim na het lezen van zijn exegese als quasi enige mogelijke weg zou hebben om gewoon terug te keren naar de boezem van de Kerk.

  • Zoef

    Ik weet het wel, dat de tijd sneller voorbij gaat met de leeftijd, maar het is een beetje belachelijk hoe rap het de laatste tijd gaat. Dit weekend was gelijk een halve dag of zo, ’t is ongehoord.

    Ik houd het jaar bij in een tekeningetje, en dat begint ook alsmaar rapper vol te lopen:

  • Ja ik weet het ook niet jong

    Ik was in mijn kamer op het tweede verdiep en ik had om de één of andere reden alleen een short en een lang t-shirt aan. Dan klopte mijn baas aan de deur, om te klagen dat zijn bad met waterstralen maar niet warm werd. Ik naar de badkamer, een verdieping hoger. Kijk, zegt hij, voel maar: helemaal koud.

    Neen, zeg ik, ge moet gewoon het warm water aanzetten. Ik doe het hem voor, en inderdaad: het water wordt helemaal warm. Mijn kleren waren wel helemaal nat, en om de één of andere reden kon ik ze niet aanhouden. Damned! Het was te laat voor mijn baas om nog een bad te nemen, de klant was al aanwezig! Hij liet mij achter in de badkamer, en aangezien het gesprek met de klant net buiten de deur van de badkamer, vóór de trap naar beneden aan het gebeuren was, kon ik niet terug naar mijn kamer — ah ja, ik was doornat en ik had alleen maar twee kleine handdoeken.

    Ik slaag erin om de badkamer uit te glippen en de andere kant uit te gaan, naar de enorme daktuin.

    Daar zoek ik tevergeefs naar een uitweg, met die twee handdoeken rond mij geslagen — tot ik plots een ex-collega zie, die in een uithoek van de daktuin een deurtje open doet. Ik volg hem, en schets mijn verbazing! Een enorme roltrap die in een lange rechte lijn helemaal tot aan het gelijkvloers gaat! De ex-collega staat op de roltrap links, die naar beneden gaat. Ik neem de roltrap rechts, die eigenlijk naar boven gaat. Ik leg me op de zwarte leuningen, en glijd zo naar beneden — het gezicht van de vrouw die onderaan aanstalten maakte om de roltrap te namen, terwijl ik supermangewijs naar beneden kom gestoven!

    Beneden toegekomen, met de twee handdoeken nog altijd rond mij, komt ik uit aan de achterkant van het gebouw. Ik loop er helemaal rond, ga de buitentrappen op tot in de lobby, voorbij een hele stapel mensen, en neem de hoofdtrappen naar boven naar mijn kamer.

    Serieus, het moet zijn dat ik iets raar doe, ik heb tegenwoordig allemaal rare dromen, die op de één of andere manier met mijn werk te maken hebben — en niet eens noodzakelijk mijn huidig werk, ’t is een amalgaam van allerlei.

  • Leon the Lobster

    De bovenste reactie op de laatste video verwoordt het helemaal: If anybody would have told me a year ago that I would be emotionally invested in a lobster, I would’ve told them they’re insane, but here I am…

    Zo is het. Ik was naar een serie aan het kijken met een half oog op een andere monitor, ik zag dat er een update over Leon was, en ik heb meteen alles stil gezet om te kijken.

    Drie maand geleden werd Leon gered uit een grootwarenhuis:

    Vorige maand was er een update:

    En dan verhuisde hij naar een groter aquarium:

    En dit is het laatste nieuws. Leve Leon!

  • The Book of Boba Fett

    FETT! Bobabobaboba Fett! Boba Fett! Bobabobaboba dumdumdededumdumdum Boba Fett. Dumdedumdedumdumdumdum Bobabobabobaboba FETT! — jaja, fantastische lyrics op de eindgeneriek.

    Was het het allerbeste seizoen televisie ooit? Neen, dat niet. Maar was het zeer onderhoudend? Zeker dat!

    OK, de eerste helft van het seizoen had een beetje anders kunnen opgebouwd worden: zoals het nu was, waren er voortdurend flashbacks tussen de bedrijven door, en de flashbacks hadden niet meteen iets te maken met de rest van het verhaal. Het zou misschien effectiever kunnen geweest zijn met een langere volledig-flashback-aflevering, of meer verband tussen de flashbacks en het verhaal.

    Maar bon, er zijn maar zes afleveringen natuurlijk. En de tweede helft, zonder in spoilers te gaan, is misschien wat minder The Book of Boba Fett dan eigenlijk The Book of Fan Service, maar daar gaat geen enkele mens over klagen. Het deed raar om telkens een week te wachten op een nieuwe aflevering, dat wel.

    Allez hop, nieuwe Star Wars-series. Hup hup. Bring it on.

  • De toiletpapierbal

    Ik zat op de grond, bovenaan de trap en buiten de deuren van het werk, dat tegelijk de universiteit op de Blandijnberg was. Ik zag iemand die in mijn klas zat op school, Dominique, die net zijn ontslag had ingediend. Hij was aan het glimlachen, op een manisch soort manier. Hij had een soort voetbal gemaakt van gecomprimeerd toiletpapier, en die in een plastiekzak vol losse vellen toiletpapier gestoken.

    Op de bal had hij in dunne alcoholstift een hele scheldtirade geschreven: dat het een flutbedrijf was, dat er geen compensatie was voor zondagwerk, dat het schandalig was dat de baas zijn werknemers verplichtte om het ballenbad in de kamer van zijn zoon op te kuisen, dat “verbouwingen” géén excuus zijn voor het ontbreken van degelijke vergader- of interviewruimtes, en dat het niet van deze tijd was dat de werkruimte alleen via een trap te bereiken was en dus niet toegankelijk voor rolstoelen.

    Ik had de plastiekzak met de toiletpapierbal in mijn handen, Dominique bleef de hele tijd glimlachen, de baas stond op anderhalve meter van ons, en hij wist van niets. Alleen ik wist van die bal. En Dominique. Die bleef star glimlachen terwijl de baas met hem sprak.

    En toen werd ik wakker. Oef, het was maar een droom.

    Het is trouwens 33 jaar geleden dat ik Dominique in het echt gezien heb, en zelfs op school praatten wij niet echt tegen mekaar. Hij is wel een ongelooflijk talent — en ik meen dat op geen enkele manier ironisch. Dit is bijvoorbeeld een heerlijk nummer, en ja, de clip is er helemaal over, maar op een fantastische manier:

    Ik heb geen flauw idee waarom hij in mijn droom zat.

  • Gratis gekregen

    Ik heb een aantal boeken gekregen om te lezen en te reviewen. Het leek een goed idee op het moment zelf, om te zien of dat zou lukken, maar ’t is proper, nu ik er een paar gekregen heb, voel ik gelijk wat druk.

    Komt daar nog bij dat ik halsoverkop in de Koreaanse series zit, aargh! En ook dat ik een aantal cursussen op Skillshare wil volgen (wegens een maand gratis gekregen), aargh! En dat ik eigenlijk verder wil lezen in die akelige Gor-boeken, aargh! En dat ik een boek cadeau gekregen heb dat ik eigenlijk ook wil lezen, aargh! En dat er een hele backlog aan Netflix en Prime en andere series en films van 2021 en 2022 in te halen zijn, aargh!

    Maar bon. We gaan niet klagen.

    Ik zit aan 17% van het eerste boek. Dat 640 bladzijden zou zijn als het op papier zou staan. Laat ons zeggen dat ik het deze werkweek uitlees. Dan neem ik het tweede boek, en dan schakel ik over op iets anders.

    Aargh.

  • I can see the attraction

    Het is hier ten huize al jaren en jaren dat het al Koreaans is wat de klok slaat, bij de twee dochters. Ze zijn ondertussen al een tijd op het niveau dat ze de ondertitels niet echt meer nodig hebben om gesprekken te volgen, en okay hangul is niet zó moeilijk, maar toch.

    De muziek (en dans, en videoclips en al) is gelijk “onze” muziek maar dan op 11 in alle mogelijke opzichten — klank, kleuren, bewegingen, alles. Ik kan niet anders dan er bijna dagelijks in ondergedompeld worden: van tiene negen draait er K-Pop als ik naar de keuken kom terwijl er dochters in de buurt zijn. En ik kan dan wel de oude mens uithangen en zeggen dat het allemaal hetzelfde klinkt (net zoals mijn kinderen soms durven zeggen dat alles dat ouder is dan 20 jaar ook hetzelfde klinkt), maar dat is natuurlijk niet zo.

    Eén voorbeeld: het is bijvoorbeeld gedomme al vier jaar oud, maar om de zoveel tijd zit 울고 싶지 않아 zó hard in mijn hoofd dat ik er bijna Marco Borsato Dromen Zijn Bedrog-kaliber zooi van moet luisteren om er van af te raken. Serieus, probeer maar eens niét mee te doen met die ulgo shipji ana:

    Muziek in de keuken en in de auto is iets dat in mijn hoofd kruipt, tot daar nog aan toe, maar Netflix is begot helemaal de gateway drug. Ik heb zoals de rest van de wereld Squid Game gezien, en recenter All of Us Are Dead, maar dan rook Netflix blijkbaar een opportuniteit en schotelde het met Bulgasal voor, waar ik naar ben beginnen kijken, en dan was het helemaal om zeep, want kreeg ik Sisyphus te zien. Ik zit aan aflevering 6 van de 16 en het was al science fiction en MacGyver en actie, maar nu begint het ook nog eens romantisch te worden. Yes!

    En dus ik vrees ik dat ik zowaar actief op zoek ga naar dingen om naar te kijken. Mijn jongste dochter kijkt blijkbaar naar romantische drama’s, en dat is ook helemaal mijn ding. Telenovela’s, maar dan Zuid-Korean style in één seizoen met zestien afleveringen van een uur: what’s not to like?

    So I Married the Anti-fan staat op mijn radar, alleen al omdat de hoofdacteur, Choi Tae-joon, in het echt de echtgenoot van de ravissante Park Shin-hye is, maar als ik de premisse lees in de castlijst op de wikipediats ben ik helemaal verkocht:

    • Choi Tae-joon as Hoo Joon, a world-famous superstar. Unlike his cold-hearted demeanor, he is a pure person who carries the pain of his first love.
    • Choi Soo-young as Lee Geun-young, a magazine reporter who becomes Joon’s “No.1 Anti-fan” after her life is ruined because of him.

    Allez! Hoe goed klinkt dat niet! En de belofte dat het wellicht allemaal opgelost geraakt op die 16 afleveringen!

    Maar eerst wordt het Strong Girl Bong-soon. Op aanraden van niet één maar twee dochters.

  • Tom Sawyer

    Dit is zo ongelooflijk. Ik kijk er naar uit om te zien wat Nandi binnen een paar jaar doet.

  • La Place

    Annie Ernaux schrijft over haar vader. Ze beschrijft een gezin met eenvoudige mensen: ze hebben een mogelijke toekomst op de boerderij en een tweede mogelijke toekomst als fabrieksarbeiders vermeden door kleine zelfstandigen te worden. Een klein café met een winkeltje eraan, in een buitenwijk van een provinciestad. Ze wroeten hun leven lang en slagen er in om Annie naar een goede school te sturen, en ze wordt uiteindelijk lerares. Zij is een kind van de jaren 1960, haar ouder voelen misschien wel meer dan twee generaties ouder aan.

    Ze vertelt het verhaal van haar ouders, vooral dat van haar vader dan, en van zijn ouders. We zien hoe hij werd wie hij was, zich zeer bewust van zijn plaats –in de wereld, in de sociale rangorde, in zijn gezin– en waarom er onvermijdelijk een onoverbrugbare kloof tussen vader en dochter was.

    La place is een poging om die kloof onder woorden te brengen. Op een manier afstandelijk, maar niet echt koud. In zinnen die ontdaan zijn van alles dat niet echt nodig is. Geen franjes, geen grote emoties. Matter of fact.

    Het is wat het is.

    Ik vond het een wondermooi boek(je). Vijf sterren.

  • “Meer transparantie en efficiëntie”

    Als er één ding is waar we in ons land goed in zijn, is het wel transparantie en efficiëntie. Ik neem een willekeurig voorbeeld, de gemeente De Pinte. Kijk, dit is waar De Pinte zicht bevindt in het landschap van gemeenten in Vlaanderen:

    Voor lokale verkeerscontroles en controle op de openbare orde en pakweg verwerken van aanvragen voor wapenvergunningen, daar kan de inwoner van De Pinte recht bij de Politiezone Schelde-Leie:

    Ik was op zoek hoe het zat met zorg — huisartsen en hospitalen en zo. Daar is het niet meteen zó duidelijk. Er is de huisartsenkring Schelde en Leie, waar De Pinte in zit, naast Nevele, Zulte, Nazareth en Sint-Martens-Latem, en, verwarrend, ook een beetje van Gent: Sint-Denijs-Westrem, Zwijnaarde en de rechteroever van Afsnee:

    Maar dan vind ik twee verschillende zorgregio’s:

    Gelukkig is het veel duidelijker als het tot een rechtszaak komt. Dan ligt De Pinte in het gerechtelijk arrondissement Gent, dat in het gerechtelijk gebied Gent ligt:

    En veel andere dingen zijn ook duidelijk: De Pinte ligt gewoon in het arrondissement Gent:

    En in de Provincie Oost-Vlaanderen:

    En in de toeristische regio Leie:

    En uiteraard in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, en de federale staat België.

    Ja, het kan soms wat complex zijn. Gelukkig krijgen we er nu ook een regio Gent bij. De inwoners van De Pinte zullen content zijn dat er eindelijk wat meer transparantie en efficiëntie zal zijn.

    De oplossing voor “teveel niveaus” is altijd “er nog eentje aan toevoegen”. Begrepen.

  • Ja lap

    Gisteren vroeg ik het mij al af, en de dag ervoor ook: het was de late namiddag of de vroege avond en ik was moe: zou ik in bed kruipen of niet?

    Ik heb het gisteren en eergisteren dan maar niet gedaan, maar vandaag was ik echt té moe.

    Om 17u in mijn bed gaan liggen, met de boodschap “maak mij wakker als we gaan eten”. Niet omdat ik per se honger had, wel omdat ik moést wakker zijn. Ik verwachtte een mail van een collega, die ik dan zou moeten lezen en waar ik mij dan op een vergadering van morgen voor zou moeten voorbereiden.

    “Doe dat dan morgenvroeg”? Haha, nee: de meeting is om ACHT UUR ‘S MORGENS.

    Juist ja.

    Enfin bon, lang verhaal kort: ik heb een dik anderhalf uur geslapen, gegeten, toch maar wat gewerkt in afwachting van de mail, om dan ergens rond half twaalf te beseffen dat de mail wellicht niet meer zou komen. En dan kon ik zo goed wakker blijven voor wordle. En dus ben ik er nu al zeker van dat het weer een stuk in de nacht zal worden. En dat ik morgen dus weer moe zal zijn.

    Grr.

  • Gor #6: Raiders of Gor

    Wel, dat was iets anders.

    Tarl Cabot was al vijf boeken lang een superman: leert op géén tijd nieuwe talen, zelfs geurgebaseerde talen van aliens en integreert zich meer dan totaal in om het even welke maatschappij waar hij in terechtkomt: al krijger in Gor, als nomade op de steppen, als huurmoordenaar, zelfs bij de aliens. Is wellicht de beste zwaardvechter ter wereld, idemdito met de speer, de boog, het vliegen op enorme roofvogels, en eigenlijk om het even wat waar hij zijn zinnen op zet. Onweerstaanbaar voor vrouwen, ook.

    En dan begint dit boek. Tarl Cabot wordt naar Kar gestuurd, de enige stad op Gor die geen home stone heeft — ’t is te zeggen, een stad zonder ziel en zonder eer. Het slechtste van het slechtste op Gor. Tarl moet er in Kar contact leggen met een medewerker van de Priester-Koningen, voor een taak die niet meteen duidelijk is.

    Hij gaat naar Kar via de moerassen die Kar omringen, en wordt er gevangen genomen.

    Daar gebeurt iets heel vreemd: als hij zijn krijgerscode volgt, wordt hij doodgedaan maar behoudt hij zijn eer. Hij kiest ervoor om te leven. Hij wordt de slaaf van een vrouw:

    She struck me with savagery, four times. Inwardly I screamed with agony. Then, sitting on the mat, forgetting me, she turned to the repair of a small sack, woven of rence, which had hung in the corner of the hut. She used thin strips of rence, breaking them and biting them, weaving them in and out. She worked carefully, attentively. I had been a warrior of Ko-ro-ba. Then on an island of rence in the delta of the Vosk I had learned myself, that I was, in the core of myself, ignoble and craven, worthless and fearing, only coward. I had been a warrior of Ko-ro-ba. Now I was only a girl’s slave.

    Hij wordt totaal vernederd, niet alleen door die ene vrouw, maar door het hele dorp in het algemeen en specifiek door een hele resem vrouwen, die hem precies behandelen zoals hij al vijf boeken aan een stuk vrouwen behandelt.

    De raiders uit de titel, die de moerassen afkammen om slaven te vangen, vallen het dorp aan waar Tarl slaaf is. Hij slaagt erin om op zijn eentje een hele stapel boten vol piraten te doden en/of op de vlucht te jagen, samen met zijn voormalige meesteres die hij als eerste bevrijd had.

    En dan verwacht een mens zich eraan dat nu de tables geturned zijn, de voormalige slaaf de meester is geworden en de voormalige meesteres de slavin, zij na een nachtje in boeien op de koude vloer en misschien wat zweep- of stokslagen, zou beseffen dat Tarl eigenlijk de man van haar leven is en er een passionele affaire begint, en dat dan ze samen naar Kar gaan en er één of andere samenzwering ontdekken en verhinderen maken.

    Neen dus. Tarl kan het niet verwerken, dat hij willens en wetens de laffe beslissing heeft genomen om zijn eer opzij te zetten. De volgende keer dat we hem zien, is hij zich aan het bezatten in een bar waar vrouwen nog meer dan elders mishandeld worden. Hij heeft zijn voormalige meesteres tot slaaf gemaakt en tot de laagste en de meest vuile taken veroordeeld. De andere vrouwen die hem vernederd hebben, heeft hij ook als slaven genomen. Hij drinkt, hij mishandelt zijn slavinnen, en dat is het zowat:

    I had heard the name of Surbus. It was well known among the pirate captains of Port Kar, scourge of gleaming Thassa.

    I threw down another burning swallow of the paga.

    He was pirate indeed, and slaver, and murderer and thief, a cruel and worthless man, abominable, truly of Port Kar. I felt little but disgust.

    And then I reminded myself of my own ignobility, my own cruelties and my own cowardice.

    I, too, was of Port Kar.

    I had learned that beneath the hide of men burned the hearts of sleen and tharlarion, and that their moralities and ideals were so many cloaks to conceal the claw and tooth. Greed and selfishness I now, for the first time, understood. There is more honesty in Port Kar, I thought, than in all the cites of Gor. Here men scorn to sheath the claws of their heart in the pretenses of their mouth. Here, it this city, alone of all the cities of Gor, men did not stoop to cant and prattle. Here they knew, and would acknowledge, the dark truths of human life, that, in the end, there was only gold, and power, and the bodies of women, and the steel of weapons. Here they concerned themselves only with themselves. Here they behaved as what they were, cruelly and with ruthlessness, as men, despising, and taking what they might, should it please them to do so. And it was in this city, now mine, that I belonged, I who had lost myself, who had chosen ignominious slavery to the freedom of honorable death.

    Tarl Cabot wordt een piraat. Natuurlijk wordt hij de beste piraat van alle piraten, en wordt hij steenrijk en machtig. Maar hij blijft slecht. Een echte vrouwenmishandelaar. Hatelijk. Irrationeel. Gewelddadig.

    ’t Is een klassieke heel turn. Een mens blijft ergens hopen dat het uiteindelijk nog goed komt met hem, maar het ziet er echt niet goed uit.

    Ik vond dit andermaal een uitstekend boek. Ik had nooit gedacht dat er echte karakterevolutie in de Gor-boeken zou zitten. En ik heb meteen zin om het vervolg te lezen. (Maar ik ga eerst wat anders lezen, ik wil het een beetje spreiden.)

  • His terrible swift sword

    Het is deze maand de 160ste verjaardag van de Battle Hymn of the Republic.

    Ik moet bij die battle hymn altijd aan drie dingen denken.

    Ten eerste, uiteraard: Madeline Kahn op het einde van Young Frankenstein.

    Het tweede waar ik moet aan denken, is de Lost Regiment-serie van Forstchen, een soort althist-achtig iets waarbij een regiment uit de Amerikaanse Burgeroorlog terechtkomt op een wereld met aliens en middeleeuwse Russen en Romeinen en uiteindelijk nog andere aliens en nog later zelfs 20ste-eeuwse technologie.

    Veel van de boeken hadden titels die stukjes Battle Hymn waren — kijk, ik heb ze op papier in mijn bibliotheek staan, van toen ik nog boeken op papier kocht:

    Ik ben het eigenlijk allemaal al wat vergeten, en ik weet niet goed of ik de boeken wel opnieuw zou lezen. Het staat mij bij dat ik het ergens vanaf boek vijf van de negen of zo een beetje bij het haar getrokken vond.

    En het derde waar ik moet aan denken, zijn stapels en stapels cantussen waar we John Brown’s Body zongen, en hoe wijs cantussen eigenlijk wel waren. Gewoon allemaal zingen en niemand zich er iets van aantrekken of we eigenlijk wel goed konden zingen. Als ik er hard over nadenk, zou het wel eens kunnen zijn dat die cantussen bij de weinige momenten waren dat ik mij gewoon complexloos goed voelde aan de universiteit.

    Triestig, toch wel. Ergens.