• Crash Landing On You

    Het was andermaal een schone, schone serie. Er is niet veel over te vertellen zonder in spoilers te vervallen, behalve dat ik na twee afleveringen bijna alles juist had voorspeld. Maar de dingen die ik niet voorspeld had, zijn wel degelijk zeer belangrijk.

    Veel mededogen voor Noord-Korea ook, wat ik niet echt verwacht had: het zag er in het begin wat uit alsof de Noord-Koreanen er enkel als comic relief in zaten, maar dat was die absoluut niet het geval.

    Aangeraden!

  • Derde Wereldoorlog

    Het is er nog geen natuurlijk, maar ’t is wel nog altijd oorlog. En ineens zijn sommige vluchtelingen méér moeite waard dan andere vluchtelingen. En is Oekraïne plots niet alleen kandidaat-NAVO-lid, maar ook kandidaat-EU-lid. Is er niet al te veel geluid meer over corruptie en de pseudo-of-toch-niet-zó-pseudo-neo-nazi-bataljons, om maar iets te zeggen.

    Ik weet ook niet goed wat ik er allemaal van moet vinden. Two wrongs don’t make right, of zo. En whataboutisme is soms wél gerechtvaardigd.

    Maar hey, wat weet ik? ’t Is niet alsof ik plots ook expert geopolitiek geworden ben, gelijk de overgrote meerderheid van de rest van het internet.

  • L’embarras du choix

    Eén drama gedaan, dus tijd voor een nieuw drama. De keuze is schier eindeloos; ’t is uiteindelijk Crash Landing on You geworden, met een bedrijfsleidster die paraglidend gegrepen wordt door een storm en in Noord-Korea landt.

    Het is tot nog toe meer dan uitstekend. Alle clichés aanwezig (de slechte schoonmoeder, de roddeltantes, de groep semi-incompetente maar sympathieke sidekicks, de zwaar onderdrukte maar geïmpliceerde intimiteit), maar het is bijzonder grappig — en tegelijk natuurlijk ook bijzonder schrijnend — om de Noord-Koreaanse samenleving te zien.

    Ik heb allerlei voorspellingen gedaan na twee afleveringen, eens kijken of ik min of meer gelijk zal krijgen. Ik dénk het wel.

  • Heeltegans vergeten

    Het was quiz en ik was het helemaal vergeten. Nog een geluk dat we afgesproken hadden dat ik ging meerijden, anders was ik er nooit geraakt.

    Wat dus, ahem, het geval was voor de andere mensen die er ook zouden zijn. Wij zaten aan onze tafel te wachten op twee compagnons en toen begon de quiz en een telefoon later bleek dat ze het vergeten waren. Eén van de twee is een half uur later of zo toegekomen, maar tegen dan hadden wij het met twee al opgefuckt. 🙂

    We kregen een half boek met antwoordpapieren, en aangezien we toen maar met twee waren, was het zaak van zo snel mogelijk de fotoronde achter de rug te krijgen, anders konden we ons niet met twee concentreren op de vragen. Ik neem dus de foto’s en begin er antwoorden bij te schrijven, terwijl mijn compagnon aandachtig luistert naar de uitleg van ronde één.

    Ik hoor het met een half oor en het klinkt allemaal zeer verward, met antwoorden die een anagram kunnen zijn, en een eerste helft en een tweede helft, en enfin, ik luister niet verder en concentreer mij op de foto’s. Tegen dat de uitleg afgelopen was zit ik klaar om mee te antwoorden, met een dikke 25 foto’s voor pakweg 85% juist ingevuld.

    Vraag één van ronde I: Nora Gharib. Vraag twee van ronde I: Ghraib — aha! daar hebben we ons eerste anagram. Vraag drie en vier herinner ik mij niet, maar ik herinner mij wél meer dan duidelijk dat wat de quizmaster als vraag vijf aankondigde, op mijn blad al het zesde antwoord was.

    Hm. Misschien was die Gharib-Grhaib wel iets dat in kolom één en in kolom twee moest ingevuld worden? Misschien moesten alle antwoorden verdeeld worden over de kolommen? Geen idee. We doen dus maar door, en het mysterie van die ene vraag die er teveel zou zijn bleef ook een mysterie.

    Aangekomen aan vraag 26 maken we ons klaar voor de tweede helft van de vragen — maar euh hang on, we hebben nog dertig seconden om de ronde af te geven?

    Ondertussen was onze derde man aangekomen, en ahem ja: de fotoronde die ik grotendeels juist had ingevuld op het blad, daar stonden eigenlijk de antwoorden van die tweede helft op. Maar dus nul tijd over om de antwoorden over te schrijven. En dus stonden we op het einde van de eerste ronde helemaal op de allerlaatste plaats.

    Ahem.

    Ja.

    Pijnlijk.

    De vorige keer zijn we nog tweede geworden in die quiz. Dat zat er deze keer zelfs onder de allerbeste omstandigheden in de verste verte niet in, want er zaten serieus was eliteploegen in de zaal.

    We hebben nog een dappere remonte gedaan, en voor de andere acht ronden hebben we het al met al niet zo slecht gedaan — zelfs degelijk, eigenlijk. Maar natuurlijk is zo’n puntendeficit nooit meer in te halen.

    Afijn. We hebben ons wel geamuseerd.

  • The King: Eternal Monarch

    Mijn oudste dochter wist mij te vertellen dat Lee Min-ho, die in de serie Lee Gon, de koning van Corea speelt, zowat de allerbekendste acteur van heel Korea is. Hij speelt de rol van koning in alle geval met bijzonder veel zelfzekerheid, er gaan geen moment voorbij dat hij niet uitstraalt in totale controle te zijn en nog nooit iemand toestemming te moeten gevraagd hebben voor wat dan ook.

    Kim Go-eun is Jeong Tae-eul, die bij de politie werkt in de Republiek Korea. Op een dag daagt er iemand in het centrum van de stad op. Hij heeft een wit paard, zegt dat hij de koning van Corea is en hij herkent haar meteen — meer nog: hij geeft haar een politiebadge met haar foto op, maar die wel pas ergens in de toekomst zal gemaakt worden.

    Lee Gon was er als kind getuige van dat zijn vader vermoord werd door Lee Min, de oudere bastaardbroer van zijn vader. Lee Gon zelf is op het laatste moment gered door een mysterieuze vreemdeling, die alleen die badge achterliet. En heel zijn leven zoekt hij al naar de persoon op de badge.

    Hij is in de Republiek Korea geraakt vanuit het Koninkrijk Corea via een soort poort tussen twee obelisken, die blijkbaar aangemaakt wordt door de Manpasikjeok, een mystieke houten fluit. Lee Gon heeft de helft van die Manpasikjeok, Lee Min heeft de andere helft — en dus presumably heeft die ook de mogelijkheid om te reizen tussen Republiek en Koninkrijk.

    Volgen: spannende en romantische avonturen in verschillende werelden, met mensen die soms wel en soms niet in de twee werelden bestaan, en situaties en plot twists op plot twists!

    En schone liedjes natuurlijk ook. Met ontroerend slecht Engels, maar zo zijn ze daar natuurlijk wel, in Korea.

  • Helemaal uit het oog verloren

    Ik had in het begin van het jaar een kalender gemaakt, waar ik hier en daar al wat vakantiedagen in had gezet, kwestie dat het niet zo’n ellenlange weken en weken werk na elkaar zou zijn.

    Tijdens ergens een meeting deze week zei een collega dat ik volgende week op vakantie was, maar dat ik het nog niet in mijn Outlook had gezet. Ik had het blijkbaar wél al, in het begin van het jaar, in ons planningssysteem gezet, en daar had hij het gezien.

    Ik was het oprecht vergeten. Dat komt ervan, dat het over de grens van het einde van een korte maand en het begin van de volgende was, en dat de kleuren nmisschien niet zó goed gekozen waren. 🙂

    Met letterlijk achttien meetings gepland in de loop van de week, zag het er eigenlijk niet zo goed uit, qua vakantie kunnen opnemen. Maar kijk: uiteindelijk gaat het wel degelijk lukken. Vijf dagen vakantie, behalve:

    • Drie statusmeetings maandochtend waar ik ga naartoe gaan.
    • Maandagnamiddag een meeting maandagnamiddag die ik misschien meedoe, afhankelijk van hoe één van de drie statusmeetings gaat (en of ik nog budgeturen kan voorzien).
    • Woensdagochtend vroeg een meeting die ik niet kan missen, en waar ik eigenlijk hard naar uitkijk, ’t is met om te beginnen al fijne mensen, maar er zit ook iemand bij die het altijd boeiend maakt wegens decennia hands-on ervaring met iets dat we nu al drievier jaar aan het hermaken zijn.
    • Woensdagnamiddag een workshop-achtige meeting die te belangrijk is om niet naartoe te gaan.
    • Ook woensdagnamiddag: de wekelijkse virtuele koffieklets op het werk die nog maar recent ingesteld is maar die ik voor geen geld ter wereld zou willen missen.
    • En donderdag plets op de middag een kick-off van een fijn project van datavisualisatie en gegevensbepoteling.

    Voor de rest wordt het een week vegeteren in de zetel, denk ik. En wat werken in den hof, waar het toch min of meer zou mogen beginnen lente worden.

  • Confessions of a Marrano Rocketeer

    Ik wist in de verste verte niet waar mij aan te verwachten: ik had mij op Librarything ingeschreven om gratis boeken te krijgen in ruil voor een review — zonder veel te verwachten, ik heb dat al meer dan veel gedaan in het verleden, en nooit iets van gehoord.

    Maar kijk: deze keer dus wel. Twee boeken, zowaar: dit, en nog een ander dat ik nog moet lezen.

    Confessions of a Marrano Rocketeer, het had alle kanten kunnen uitgaan. De blurb zegt iets:

    As a young man growing up in early twentieth- century Germany, Arthur Waldmann is introduced to the mysteries of the Jewish Kabbalah by his eccentric grandmother, and dreams of traveling to a Heavenly Academy of ancient sages in a distant galaxy.

    When he discovers that he cannot achieve this goal by spiritual means, he decides he will reach for the stars through the emerging technology of rocket propulsion. Waldmann comes to believe that he is the chosen one to lead mankind’s conquest of space, but soon discovers he must confront brilliant rivals with equal claim to the title, one of whom is the scion of a renown aristocratic family.

    …maar ook dat kon in veel verschillende richtingen gaan, van alternatieve geschiedenis tot science fiction of fantasy. Het bleek niets van dat alles te zijn.

    Wat het wel is, is het verhaal van Arthur Waldmann, een Duitser met één (niet-gelovige, al lang geleden overleden) joodse grootvader die katholiek geworden is in het begin van de negentiende eeuw. Het Marrano-gedeelte slaat erop dat Waldmann’s grootmoeder, van een familie al eeuwen lang van haar noch van pluimen joods is maar wel afstamt van Spaanse geconverteerde joden, het in haar hoofd heeft gestoken dat ze écht joods is. En inderdaad mystieke dingen doet, van kabbalah en Zohar en allerlei.

    De jonge Arthur zuigt het allemaal op en is behalve een uitstekende student wetenschappen ook beslagen in Hebreeuws en Ladino, en droomt er inderdaad van om in het heelal te geraken.

    Daar pikt het verhaal op met de echte geschiedenis, en krijgen we een tijdsbeeld van Weimar-Duitsland, waar de eerste experimenten met raketten gedaan worden door enthousiaste amateurs. Waldmann is fictief, maar het verhaal beweegt zich voor de rest wel rond mensen die echt hebben bestaan, en echt hebben gedaan wat er in het boek staat: rakettenclubs oprichten, en gaandeweg de professionalisering en ingelijfd worden in het leger en dus de facto ook het naziregime.

    We volgen de rakettenclub met onder meer Waldmann maar vooral Freiherr Werhner von Braun van defelen met minofmeer vuurwerk tot en met de laatste modellen V2 op het einde van de Tweede Wereldoorlog. Ik zat een deel van het boek te wachten op het moment dat het ergens zou afwijken van wat er echt gebeurde (Duitsland wint de oorlog, Duitsers op de maan, dat soort dingen), maar het kwam er niet van.

    Het is een boeiend boek, alsof-geschreven door een man op het einde van zijn leven, die tot vér in de oorlog de indruk geeft niet echt te beseffen wat de oorlog eigenlijk is. Die zichzelf lang kan voorliegen dat de slaven in het Mittelwerk gewoon arbeiders zijn — tot hij er van zeer dichtbij mee geconfronteerd wordt.

    We volgen hem ook na de oorlog, tot eind de jaren 1970, maar zoals vaak het geval is, is het zijn jeugd die hem het meest is bijgebleven: vraag aan een oudere mens waar hij was toen hij 15, 18, 21 was en het is meestal bijzonder helder, maar vraag wat er gebeurde toen hij 43 was, en het wordt wellicht hard zoeken.

    Het is confronterend te zien hoe erg tunnelvisie kan toeslaan. De eerste V-2-raketten (toen nog A-4) hadden de neiging meer verkeerd dan goed te vliegen, en meer in de lucht te ontploffen dan ergens anders. Waldmann en von Braun willen dat observeren, en vatten post in een synagoge van waaruit ze één voor één een stuk of vier raketten afwachten die récht op die synagoge gericht waren. De redenering was: als we staan waar ze zouden moeten landen, is dat wellicht de plaats waar ze zeker niet zullen landen, maar wel een goede plaats om te kijken. De eerste raket missen ze helemaal, de tweede zien ze ergens in de verte neerkomen en ontploffen maar ze weten niet waar, de derde en vierde zien ze in de lucht ontploffen.

    Zo besluit het hoofdstuk:

    When we arrived back [..], we learned the resolution of the day’s one outstanding mystery. It turned out the missile that seemed to have vanished had gone rogue and scored a direct hit on an SS R&R facility, killing several officers who were there in the courtyard for mid-day calisthenics and axe practice. So the Technical Director’s joke about destroying Gestapo headquarters was not so far off the mark, though since it was merely an SS recreational facility, its destruction had no immediate effect on our testing program. The next day the Technical Director and I were out there again observing rockets, but when news of the accident reached Speer later in the week, he ordered our immediate withdrawal from the site and, as we learned subsequently, gave General D. a thorough dressing down for putting two of his top people in harm’s way. We were replaced by several highly competent but non-essential personnel who over the next two months were able to collect for us a wealth of useful data, while suffering only a handful of fatalities.

    Tja. 🙂

    Aangeraden boek, trouwens. Boeiend.

  • Digitale archeologie op het werk

    Ik ben in mijn vrije tijd (jaja, niet betaald en al, idealisme meneer) aan het prutsen met een soort intranetachtig iets te maken in Notion.

    Notion is leutig om dingen in te maken. Het doet pagina’s en het doet eenvoudige databasetjes met tabellen en gallerijen en lijsten en kalenders en tijdslijnen. Links doen wat men ervan verwacht, er zijn stapels shortcuts en dingen om het vlot te laten gaan zonder te veel muisgedoe, het gaat uitstekend om met copy-paste (embed, link, instantiatie-met-sync, naar gelang het moment en de inhoud, en meestal redelijk juist).

    Eén van de dingen die ik doe als er projecten zijn, is een trombinoscope aanmaken met wie is wie in het project, en er foto’s bij zetten. Kwestie van een gezicht aan een naam te kunnen koppelen.

    Ik was dus ook begonnen met een lijstje van de mensen die nu werken op het werk, en dan dacht ik, hang on, de mensen die bij ons werken, die staan op de website. En ook, hang on, de website is al gelijk bijna dertig jaar online. En ook, hang on, archive.org is een ding.

    Enfin, lang verhaal kort: ik heb proberen reconstrueren wie bij ons werkte tussen 1987 en nu. Met foto, verhaal en interview, waar ik ze kon vinden. Ik hoop dat de collega’s het wijs vinden om in te grasduinen. ’t Is allemaal informatie die ook op het internet staat natuurlijk, maar toch. 🙂

  • Alsnog niet uit het huis

    Ik was een beetje aan het stressen over naar Brussel gaan voor het werk maar uiteindelijk zal het alsnog online zijn: het is iets te veel risico om met heel het bedrijf in één ruimte zitten, hoe groot die ruimte wel is en hoe goed verlucht ze wel mag zijn.

    Ja, het is serieus op de terugweg, die hele globale pestilentie, maar toch: één van mijn collega’s is vorige week ziek gevallen met de covids en zal de rest van deze week zeker nog thuis zitten. Het is dus nog niet helemaal weg. Een mens moet het niet gedroomd hebben, met al het drukke werk dat we hebben, dat er zo nog een paar mensen één of twee weken zouden uitvallen.

    Alla. Online dus. Ik ben bijzonder content, zelfs al vind ik het ook ergens een beetje spijtig dat ik al de mensen niet in het écht echt zal zijn. Ik kijk er namelijk wel naar uit om nog eens allemaal samen te kunnen zijn en géén werkgerelateerde dingen te doen.

  • Wetenschap!

    Ik zou het elke dag kunnen zeggen, maar: leve het interwebs! Ik lees een artikel in de New York Times (dat alleen al is fantastisch, dat het praktisch niéts kost om dat elke dag te kunnen lezen, en om te kunnen terugduiken in het hele archief en alles), en via daar kom ik terecht op een artikel dat het heeft over het mogelijk ontcijferen van het schrift van de Indusbeschaving.

    Die beschaving heeft het een dikke 2000 jaar uitgehouden, in dezelfde periode als het begin van de beschaving in Mesopotamië en Egypte, maar dan wel over over een veel grotere oppervlakte.

    Het is niet zeker welke talen er allemaal gesproken werden (we mogen er van uitgaan dat het er meer dan één was), en het is al helemaal niet geweten hoe het schrift te ontcijferen. Niet alleen is er nergens een steen van Rosetta, maar vooral: er zijn veel inscripties gevonden, maar ze zijn allemaal zeer kort — gemiddeld vijf karakters.

    Dus, ik lees dat interessante artikel, dat spreekt over mogelijke toepassingen van AI. Maar hét interessantste van het hele artikel, vond ik, is waar Bahata Ansumali Mukhopadhyay oppert dat het misschien helemaal geen via AI ontcijferbaar ding zou kunnen zijn:

    Mukhopadhyay went down one rabbit hole after another. She parsed Mesopotomian, Akkadian, Sumerian, and Old Persian dictionaries. She taught herself how to read Egyptian hieroglyphics. “I realized just how subtle symbolism can be,” she said. “Like the god Horus, his eye was torn into fragments. Each part is imagined as a fraction — and then from there, the ancient Egyptians created their symbols for fractions.”

    Even as she helped build software to aid research on the Indus script, her doubts about the approach were building. “See, if the Indus script were an alpha syllabary [a writing system split into units of consonants and vowels, as in Urdu/Hindi], then machine learning and artificial intelligence would have been very suitable,” she explained. But because the inscriptions appear to be pictorial in nature, they posed a greater challenge. “Here you have to understand the historical symbolism used in India. How will artificial intelligence tackle that? How would AI know these symbols represent the fragments of Horus’ eye?”

    En natuurlijk, jazeker: het onderzoek van Mukhopadhyay staat ook helemaal online. De paper in Nature is lang maar bijzonder boeiend. (En voor één keer is hij gewoon rechtstreeks leesbaar en moet ik niet via scihub gaan om het paralegaal te bekijken.)

    Het komt er in het heel snel op neer dat ze er in slaagt om een reeks patronen te identificeren die altijd voorkomen, en ook de combinaties van dingen, en dat ze daar dan dan (na veel vijven en zessen en uitleg en verantwoording) een voorstel mee formuleer om de inscripties op te delen in betekenisvolle groepen, bijvoorbeeld zo:

    Ze vertrekt van een groep van dertien tekens, die bestaan uit eerst twee groepen van telkens twee tekens, en dan een verbindingsmorfeem, gevolgd door drie groepen van twee (waarvan de laatste een extra teken krijgt om aan te duiden dat hij het derde deel van een groepering is), en dan een afsluitend teken.

    Voor de rest verbindt ze geen taal of betekenis aan de tekens, maar geeft ze wel interessante vergelijkingen met muntstukken en postzegels en papiergeld, waar ook telkens formulaïsche combinaties van tekens op staan die nooit via gewone taalanalyse zouden kunnen begrepen worden.

    Maar nee serieus: zo boeiend.

  • It’s Okay to Not Be Okay

    Maar zo schoon!

    Moon Gang-Tae woont samen met zijn autistische oudere broer Moon Sang-Tae. Hun moeder is vermoord vóór de ogen van Sang-Tae, die er sindsdien zo een trauma aan over gehouden heeft, dat ze elke lente moeten verhuizen. Want dan zijn er weer vlinders, en de moordenaar van hun moeder was een vlinder, zegt Sang-Tae.

    Gang-Tae werkt als verpleger in telkens andere psychiatrische instellingen. Hij ontmoet op zijn werk Ko Moon-young, een beroemde maar mysterieuze kinderboekenschrijfster als ze er een boekvoorstelling doet. Er komt een nieuwe lente, en Gang-Tae gaat werken in het psychiatrisch ziekenhuis in Seongjin City — de stad waar ze allemaal zijn opgegroeid. En dan blijkt dat ze eigenlijk al heel hun leven met elkaar verstrengeld zijn.

    Schoon, en romantisch, en triestig, en spannend, en vooral zeer schoon. Hárd aangeraden.

  • Aargh

    Soms zoudt g’er toch een schop in geven. Ik weet precies wat ik wil doen, ik weet precies hoe het moet, maar een combinatie van python en odata en encoding en namespaces en allerlei niet-standaard-dingen doen het in de soep lopen nog vóór ik het echte werk kan doen.

    Iets dat in mijn hoofd een uurtje uitproberen zou zijn om tot een leutig resultaat te komen, is uiteindelijk twee uur vruchteloos prutsen geworden.

    Een les geleerd, vermoed ik: hou het gewoon op “doe het zo alstublieft” in plaats van het zelf te proberen.

    Grr.

  • Beangstigend

    Volgende week is er een hele-dag-vergadering op het werk. In persoon. Gelijk, face to face. In het echt. Lijfelijk. Met stapels en stapels mensen.

    Het zal de eerste keer zijn sinds begin 2020 dat ik fysiek naar het werk ga. Ik ga een stapel collega’s in het echt zien die ik nog nooit in het echt gezien heb. En ik ben er nu al een tijd niet zo goed van.

    Er is niets zo goed als samenkomen in een meeting op het internet. Niemand ziet dat ik heel de tijd met mijn benen zit te wippen. Ik kan verexcuseerd worden als ik mensen niet in de ogen kijk. Ik kan terwijl ik luister andere dingen doen zonder onbeleefd over te komen. De kat die staat te zagen aan mijn voeten oppakken en over mijn schouder leggen. Video’s van industriële processen op één van de andere monitors zetten.

    Mijn gedachten op orde houden door een verslag van de meeting typen terwijl de meeting bezig is. Rap iets opzoeken als iets op de punt van mijn tong ligt maar er niet van wil springen.

    En dan —bliss!— de meetings zonder camera, waar ik gewoon kan rechtstaan en over en weer lopen, of het geluid zeer luid zetten en ondertussen iets gaan halen om te drinken beneden. Mijn gezicht in de plooi leggen die ik wil — fronsen, in mijn haar scharten, kwaad kijken, en veel, véél zuchten en rologen.

    Meetings op het internet, dat wil ook zeggen thuis werken, zonder enig geluid rond mij, met niemand in de buurt, en de hele werkdag geen levende ziel tegenkomen. Want het is vooral, vooral: niét die constante druk van mensen rond mij, van lichamen in een ruimte. Niet voortdurend moeten denken “hoe zou een normaal mens hier nu op reageren?” en dan daar een benadering van proberen doen — en als dat dan mislukt, doen alsof er géén bodemloze put in mijn borstkas zit en gewoon verder gaan.

    Nee, ik kijk er niet naar uit, zo’n volledige dag.

  • De beste ZX Spectrum games volgens mij

    Ik kwam gisteren dat artikel over ZX Spectrum games tegen, en ik vroeg me af of dat de consensus zou zijn. Want ik was het niet met zo enorm veel dingen eens.

    Een jazz hands routine on the gargling machine later heb ik de eerste acht links voor “best ZX Spectrum games” bij elkaar gezet in Excel:

    …en dan kom ik op deze algemene top tien uit:

    1. Elite
    2. Skool Daze
    3. R-Type
    4. Manic Miner
    5. Knight Lore
    6. Chase HQ
    7. Atic Atac
    8. Head over Heels
    9. The Great Escape
    10. Lords of Midnight

    Er staan begot maar twee dingen in de top tien — wat zeg ik, in de hele lijst van 44 games — die ook in mijn persoonlijke top tien staan. Dit zijn voor mij persoonlijk de tien beste games voor ZX Spectrum.

    10. Tir Na Nog / Dun Darach

    Ik ga helemaal eerlijk zijn: uren en uren voor gezeten, niets of quasi niets bereikt. Maar wél uren en uren voor gezeten. En bij het inladen vanop cassette sprak het ding: tiiirrr na nooooggg. De animatie is Prince of Persia avant la lettre, en voor de rest is het heel veel over en weer lopen. Natuurlijk dat ik het niet gekocht had maar ergens gecopieerd, dus geen wonder dat ik van ver noch van dicht wist wat er eigenlijk moest gebeuren. Maar dat haarwuiven! Dat rondlopen!

    9. Nodes of Yesod

    Hey, nog eentje met een gesproken boodschap! NodeshOfYeshodByYodinComputerGraphicShteam, zei het helemaal in het begin, en we vielen omver van de verbazing. Een standaardklassieke platformer, maar wel met zeer veel charme. Ik had, toen ik dit speelde, geen kleurentelevisie, en bekeek het allemaal op een minuscuul zwartwitschermpje, maar dat maakte het alleen maar charmanter. Die rode geest-astronaut! Die mol die de muren opeet!

    8. Spy vs. Spy

    Ik was een fan van Spy vs. Spy in Mad Magazine, ik was een fan van Spy vs. Spy op de ZX Spectrum. Het was uiteindelijk een heel klein spelletje, maar wel zeer grappig om met twee tegen elkaar te spelen.

    7. Think!

    Een board game dat enkel op een computer handig speelbaar is, en ook een game dat ik ondertussen al helemaal hermaakt heb in BASIC, met Turbo Pascal, C++, in Java, in Delphi, in Javascript en in Python — ruwweg in volgorde. Het is gelijk vijf op een rij, maar dan met stenen op het bord duwen van rechts of van onderaan, en elke steen die toegevoegd wordt, schuift de stenen die er al liggen door.

    Behalve leutig om te spelen, ook één van de vind ik allermooiste games op Spectrum. Die filmpjes op Youtube met haarscherpe pixels geven absoluut niet weer hoe prachtig dit er uitzag op een televisie.

    6. Snowball

    Een text adventure, het eerste deel van een trilogie, Silicon Dreams. Ik heb alleen maar het eerste deel gespeeld, maar het is vele (véle) keren beter dan The Hobbit. De speler wordt wakker in het donker, in een kolonietuimteschip dat dreigt in een ster te vliegen. De walkthrough op Youtube toont het met illustraties, maar ik heb het altijd met enkel tekst gespeeld — het inbeelden van de omgeving was de helft van de leute.

    5. Knight Lore & 4. Alien 8

    Allebei hetzelfde type spel — 3D isometrisch puzzels oplossen — en allebei eigenlijk even goed en even heerlijk van uitzicht en spelen. Ik vond Alien 8 net wat leutiger omdat het science fiction was.

    3. Elite

    Wát? Op de derde plaats? Ja, op de derde plaats. Elite was mischien wel objectief het beste spel op ZX Spectrum, waar ik het meeste tijd in gespendeerd heb, en het is ook het enige waarvan ik nog de doos met de cassette en de handleiding en de meegeleverde novelle en begot de Lenslok hier achter mij in de bibliotheek aan mijn bureau heb staan, maar er zijn twee games waar ik betere herinneringen aan heb.

    2. Sentinel

    Sentinel was nog spannender dan Elite. Doodsimpel concept: een procedureel gegenereerd landschap met bomen en blokken, een Sentinel die langzaam ronddraait, en wat wachters. Als de Sentinel u ziet, gaat ge langzaam dood. Gijzelf kunt niet bewegen, alleen maar ronddraaien en dingen absorberen die lager dan u gelegen zijn, en teleporteren (tegen een kost). Door bomen en blokken te absorberen en dan ook blokken te plaatsen en naar hoger gelegen blokken te teleporteren kunt ge op den duur de Sentinel absorberen en naar de volgende level gaan.

    Immens spannend. Ongelooflijk goed. Het geluid ook: minimaal maar oh zo griezelig.

    1. Highway encounter

    Dit was gewoon het mooiste spel dat ooit gemaakt is op ZX Spectrum. Geen pixel zat verkeerd, het was kleurrijk met geen enkele colour clash, en zowel geluid als animatie als gameplay waren gewoon perfect.

    En nog perfecter dan dat is dat het altijd in mijn hoofd zal zitten als het spel dat mijn broer zó goed kon spelen dat ik er met open mond van bewondering naar zat te kijken, op het tapijt in de living. Het spel zelf is in al zijn eenvoud ook helemaal ontroerend: er is een robot die andere robots, die alleen rechtdoor gaan en hulpeloos zijn, moet beschermen tot ze aan hun doel geraken.

  • De beste ZX Spectrum games ooit?

    Ik kwam een artikel tegen over de vijftien beste ZX Spectrum games.

    Er stonden een aantal dingen in waar ik nog nooit van gehoord had, en ik heb uiteraard niets te zeggen over de kwaliteit van dingen waar ik nog nooit van gehoord heb, maar ik heb wél een idee over de dingen waar ik wel al van gehoord heb.

    Op nummer 14 staat Jet Set Willy. Okay. Natuurlijk heb ik Jet Set Willy gespeeld, maar echt goed was het nu ook weer niet.

    Daley Thompson’s Decathlon op nummer 13: geen bezwaar. Een spel om met meer dan één te spelen, tegen mekaar. Een goeie joystick kon het verschil maken.

    Lords of Midnight op 10: ik weet het niet. Ik ben er stapels keer aan begonnen, vol goeie moed, maar ik geraakte er gewoon niet in. Het zag er maar meh uit, en ik weet wel dat er verschillende manieren waren om het te spelen, maar geen van die manieren deed mij iets.

    Way of the Exploding Fist op 9: ja, verdiend. Ik was een grote fan van Yie Ar Kung Fu, maar het moet gezegd worden dat Exploding Fist een stap vooruit was. ’t Was wel joystickmashen zonder veel nadenken, vrees ik wel: vechtspelletjes waren nooit écht iets voor mij.

    Jetpac op 7? Nee, niet echt. Het is allereerste spel van Ultimate Play The Game, zegt het artikel, alsof dat het iets speciaals maakt. Zeker dat iedereen Jetpac kende en ergens staan had op een cassette, maar ik vond het niet echt een goed spel.

    Atic Atac op 5? Nee, niet echt. En om ongeveer dezelfde reden als Jetpac: ja natuurlijk had iedereen het, maar dat was zó primitief in vergelijking met veel andere dingen, dat ik vind dat het eigenlijk geen plaats heeft in een top tien. Zelfs niet in een top twintig, denk ik.

    Elite op nummer 4 daarentegen: dat zou gerust een paar plaatsen hogen mogen staan. Fantastisch spel. Okay, de miserie met de lenslok namen we er bij, maar! Uren en uren van Lave naar Zaonce en terug! Het gevoel van totale 360° kennis van de omgeving met de radar! Het gevoel van macht als docken met een station tweede natuur geworden was! (Niet dat ik er ooit echt ver in geraakt ben, maar hey. Dagen en weken en maanden aan verspeeld.) Elite is te spelen op archive.org, maar ik vrees dat het enorm moeilijk is om er nu nog mee aan de slag te gaan. Té moeilijk voor mensen in 2022.

    The Hobbit op 3: totale waanzin. The Hobbit was voor eventjes grappig, maar het was zó immens traag, en de parser was gewoon slecht: al met al niet de moeite waard, vergeleken met echt goede adventures op Spectrum. Of met, natuurlijk, Infocom — waarvoor minstens een Commodore 64 nodig was. Of een PC.

    Skool Daze op 2: meh. Ik was er geen fan van.

    Knight Lore op 1: ik kan daar min of meer mee leven. ’t Is te zeggen: het was inderdaad een heel goed spel. Ik had Alien8 nog liever, maar het moet gezegd dat de ack-uck-ack van de weerwolftransitie ongelooflijk schattig was. En dat de levels prachtig waren. Het is ook te spelen op archive.org, en in tegenstelling tot Elite, is het wél nog speelbaar. De online emulator is wel te snel, waardoor er een probleem is met de snelheid van de dag/nachttransitie en dat het dus praktisch onmogelijk zal zijn om het spel op te lossen (er zijn 40 dagen de tijd en niet meer), maar voor de rest is het zoals ik het mij herinner.