Ik heb al eens gespeeld!
Het heeft maar zes seizoenen geduurd tot iedereen dood was!
Tales of Drudgery & Boredom.
Ik heb al eens gespeeld!
Het heeft maar zes seizoenen geduurd tot iedereen dood was!
⁂
⁂
Als Sandra ziek in bed ligt met iets hoestachtig en niet uit haar bed raakt.
Als ik bijeengeteld over een nacht geen drie uur geslapen heb wegens ziekten en ook niet uit mijn bed raak.
Als Louis “vergeten” is dat hij nog huiswerk te doen had.
Waardoor hij niet om brood wou gaan, zelfs al was het zijn beurt.
Waardoor Anna om brood moest gaan, op haar eigen hypertrage tempo.
Als Jan beslist om eerst zijn verjaardagsuitnodigingen te schrijven in plaats van te eten of boterhammen te snijden of te smeren.
Dan is het niet verwonderlijk dat Zelie, die naar goede gewoonte just in time de keuken binnen komt, moet constateren dat niemand nog maar iets gedaan heeft, dat er nog boterhammen moeten gesneden en gesmeerd worden, en dat terwijl Anna muizenbeetjes van een stapeltje in stukjes gesneden kaasschellen aan het nemen is, Louis in het bureau zit huiswerk te maken, Jan zijn verjaardagskaarten aan het schrijven is.
En dan is het het groot drama als ik kwaad ben op Louis (tig keer gevraagd of hij nog werk had voor school) en op Anna (doé dan toch iets! zit daar niet te zitten!).
Aaaaaargh!
⁂
We gingen met Zelie kijken naar Ocean’s Thirteen, en toen was het plots Eddie Izzard, en Zelie wist niet wie dat was.
Nu dus wel. De film werd even stilgezet voor deze:
⁂
Een meneer die, elf uur aan een stuk, een stoel maakt.
Te beginnen met het uitkiezen van de boomstammen, tot de stoel helemaal klaar is, en op een draaibank na voor de poten: alles met de hand, zoals een paar eeuwen geleden.
Machtig wijs om zien, ik heb alle elf uur bekeken. Van mij mogen ze direct een tv-kanaal met alleen maar dergelijks erop beginnen.
⁂
’t Was vandaag mogelijks opvraging, in de kookles. Wij dachten dat het random zou zijn, zo van “gij, maakt bruine fond” en “gij, maakt visfumet”, en dat het zonder boek zou zijn – dus wij hadden alletwee gestudeerd op de ingrediënten, en ik had voor de zekerheid al eens geoefend dit weekend – een mens weet nooit dat één van ons Chinese vrijwilliger zou zijn.
HA!
Het waren geen Chinese vrijwilligers, het waren gewone vrijwilligers die gevraagd werden. En er was gelijk niet vreselijk veel enthousiasme bij de collega’s, dus hebben Sandra en ik ons maar opgegeven. Sandra aan de vis, ik aan het vlees.
Moeilijk was dat niet, dus: viskarkassen kuisen, selder en ajuin laten zweten in boter, vis bij de groenten, blussen met 1/3 witte wijn en 2/3 water, bouquet garni erbij, een half uurtje laten pruttelen
…door een chinees, en hey presto:
Dat rook overheerlijk, en dat zal het ongetwijfeld ook zijn.
De bruine fond, daar zaten knoken in en spek en een doos overschot van filet pur, gepinceerd op een braadslee, tomatenpuree en mirepoix bij, nog gepinceerd, ingrediënten in marmite, braadslee gedeglaceerd, onder gezet met water, wat gekneusde peperbollen en een bouquet garni, laten pruttelen, al regelmatig afschuimend en ontvettend:
…en dan nog een paar uur op laten staan, door een chinees doen en klaar. ’t Zal voor iemand anders zijn, want er was niet genoeg tijd.
Ah, en het was niet de bedoeling dat we alleen dit zouden doen, maar er was eigenlijk geen ander werk meer. En dus hebben we gewoon gegeten van wat andere mensen klaargemaakt hadden, te weten:
Een pissaladière (brooddeeg, geciseleerde ajuin, ansjovis, olijven et c’est tout) (minder ansjovis dan voorzien want ze waren op), met een slaatje erbij:
Gerookte zalm met wakame en een tomatensalsa:
En forel met amandelen, broccoli en gepersilleerde aardappelen:
Pissalière was poepgemakkelijk om te maken, en was overheerlijk. Zalm was bijzonder lekker, en de combinatie met wakame was fris, gelijk bij de Japanees. Forel op zich was bijzonder goed, maar ik had gelijk meer amandelsmaak verwacht. En de patatten waren – grr, alwéér – nog rauw.
Op naar volgende week (gamba’s, gebakken foie gras en kabeljauw met Gandahesp)!
⁂
Het is alsof er iemand met een breinaald op de achterkant van mijn oog duwt, en alsof er iemand met een stomp voorwerp tegen mijn slaap leunt en dan niet meer en dan wel weer, en zo al uren aan een stuk. En het is ook alsof ik moet overgeven, en bewegen of geluid of licht maakt mij nog misselijker dan ik al was, en ik ben gelijk helemaal stijf.
Bingo! zei het internet en jawel! zegt de dokter: migraine.
En ik die dacht dat daar van die coole aura’s aan te pas zouden komen, maar neen. Gewoon pijn en misselijkheid en mij zeer zeer slecht voelen.
Gisteren waren we aan het kijken naar The Sky is the Limit, en Zelie vroeg wat ik zou doen als ik zo enorm veel geld zou hebben. Vroeger zou ik waarschijnlijk iets gezegd hebben met reizen en dingen zien en bijleren, en duizend dingen kopen en cadeaus geven en en paleontoloog worden of archeoloog, maar ik kwam gisteren niet veel dan “euh, thuisblijven, denk ik”.
Geen geld ter wereld kan er voor zorgen dat ik geen pijn aan mijn rug heb, namelijk. En geen geld ter wereld kan mij een volledige nacht doen doorslapen. En, blijkt nu: ook dat van die migraine is niet iets dat een bankrekening vol geld kan oplossen.
’t Is erg, als ge sukkelt met uw gezondheid. Prijs u zeer hard gelukkig als dat niet het geval is.
Ziet, ik krijg al bijna medelijden met mezelf.
⁂
Onze oudste dochter is kapot!
Ze doet twee keer per week rythmische gymnastiek, nu al een jaar of tien of zo, maar sinds kort doet ze op school tijdens de middag ook nog iets anders van turnen. En daar ging het maandag blijkbaar verkeerd: bij een schroef of een salto of een Lutz of zoiets verkeerd terechtgekomen, en haar enkel was er aan.
Zwaar verstuikt, bleek vandaag na röntgenstraling en echografie. Een maand niet turnen, verbanden, fysiotherapie drie keer per week, the works.
OH HERE DAT KINDJE.
(ik was doodcontent toen ik in het vijfde wegens een zwaar verstuikte enkel een heel jaar niet mocht turnen) (die fysio nam ik er met tegenzin bij)
⁂
Ik was een computer aan het installeren, en daar zat ook een onderdeel “installeer eens Office 2013” in.
Een onderdeel daarvan is “log eens in met een Microsoft ID”. En als g’er nog geen hebt, dan moet g’er een aanmaken. Het ID moet een e-mailadres zijn, dus voor het gemak kies ik een bestaand en gebruikt gmail-adres. De breindode regels bij Microsoft eisen minstens 8 en niet meer dan 16 karakters als wachtwoord, en minstens hoofd- en kleine letters of cijfers en leestekens, enfin, iets lastigs.
Om te controleren of het een echt adres is, wordt er een bevestigingsmail gestuurd, maar die kwam verdomme niet toe.
Ha, raad eens wat er aan de hand was? Juist, Google had de mail van Microsoft in de spam gestoken.
Gnnn.
⁂
Volgende week is het mogelijks ondervraging in de kookles: één slachtoffer zal een visfumet moeten maken from scratch, en één slachtoffer zal een bruine kalfsfond moeten maken van schart.
Een gunstige wind (ahem) bracht mij in het bezit van een zak bevroren vogelkarkassen, en ik dacht: zou het geen goed idee zijn om al eens te oefenen, met dat fond-maken?
De theorie blijft altijd min of meer hetzelfde met fonds: ’t is niet veel meer dan een ingekookte bouillon. Bruin als de ingrediënten eerst worden aangebakken, blanc als ze direct in het kookvocht gesmeten worden.
Kalfsfond is met gehakte beenderen van kalf, gebruind in de oven, dan een mirepoix erbij en tomatenpuree, nog wat bruinen, in een grote pot kappen, geneusde peperbollen, wat rozemarijn, zout en een bouquet garni aan toevoegen, misschien ook wat slachtafval van tomaat, en dan basically uren aan een stuk laten pruttelen, regelmatig ontvetten, doorsteken, en hopla klaar.
De karkassen die ik heb zijn meer wild-achtig dan kalfsachtig, ik denk dat ik iets een beetje wild-fond-achtig ga proberen maken. Ik ga er wat gebakken spek bij doen dat ik met wat witte wijn ga deglaceren, en wat jeneverbes en kruidnagel. Ik dénk niet dat het verkeerd kan lopen, maar hey, living on the edge.
Here we go!
Karkassen:
Mirepoix (moest eigenlijk alleen wortel en ajuin zijn, maar ik zag wat selder liggen en ik dacht "waarom niet?"):
Half gepinceerde karkassen:
Mirepoix en tomatenpuree bij karkassen:
Helemaal gepinceerd:
Karkassen eruit, deglaceren, alles in een marmiet:
Onder water zetten:
Tot juist onder het kookpunt gebracht: schuim!
En dan pruttelen. Het zag er in eerste instantie niet vreselijk vies uit, en het rook niet slecht, dus ik veronderstel dat het wel in orde zal zijn, zeker?
Enfin, ik zeg "En dan pruttelen", ik bedoelde eigenlijk: en dan naar de winkel laptops kopen (eentje voor Louis met zijn eigen spaargeld, eentje voor mijn moeder), en dan laten pruttelen. Ik dierf het namelijk niet een paar uur alleen laten, ik zag het zó gebeuren dat we terug zouden keren in een keuken volledig onder de rook, met een pot vol zwartgeblakerde viezigheid.
Na een dikke twee uur op het vuur gaf dat dit:
Het vet er telkens zo goed en zo kwaad mogelijk afgeschept, en dan met de pollepel in een chinees gegoten – dit is wat er overbleef:
Het vocht nog eens door de chinees gejaagd, maar deze keer met nog een neteldoek erbij ook:
De pot in een kom met ijswater gezet om ad te koelen, laatste beetjes vet erafgehaald, resultaat:
Um ja. En waar zou ik nu eigenlijk gevogeltefond voor kunnen gebruiken? Voor een saus, zeker?
⁂
Donderdagochtend, kwart voor zes: het geluid van een latje aspirine dat verbogen wordt, in de slaapkamer. Krak-krak-krak. Krak-krak-krak.
Getver, de kat zal ergens een doos medikamenten opengewurmd hebben zeker? En ze zal het wel beu raken, zeker?
Krak-krak-krak. Krak-krak-krak. Krak-krak-krak. Krak-krak-krak.
Gnaargh! Stom beest. Uit bed gesukkeld, het geluid komt van in de deuropening, en inderdaad, daar zit ze. In het schemerdonker zie ik ze stil zitten, en dan plots: Krak-krak-krak-krak.
Mhu? Licht aangestoken, en wie schat mijn verbazing: een vleermuis! Op de vloer en bewegingsloos, wat voor vleermuizen geen goed teken is, met een geïnteresseerde kat in de buurt, wat voor geen enkel klein beest een goede zaak is, maar gelukkig wel zonder bloedvlekken of -sporen.
Vleermuizen zijn beesten die best niet met de blote hand vastgenomen worden: dat heeft de neiging om te bijten als het zich aangevallen voelt. Het beestje zag er zo zielig en stil uit, dat ik niet lang gezocht heb naar een potje en een stuk karton, en dat ik het gewoon maar vastgenomen heb, en dat ik Louis gaan wakker maken ben. (Hij zou het mij kwalijk genomen hebben, denk ik, mocht ik dat niet gedaan hebben.)
Eerst gezocht naar een doos, daar wat droog keukenpapier in gelegd en een klein kommetje met vochtig keukenpapier om eventueel te drinken of zo, het vleerbeest erin gezet (het was helemaal groggy, maar zijn oogjes waren nog open en het bewoog met zijn oren), en dan op het interweb gezocht of er ergens een vleermuisopvangding in de buurt was — neen dus. Wat doet een mens dan? De doos op een donkere warme plaats gezet binnen, dat het wat op zijn positieven kon komen, en dan later op een beschutte plaats op de koer, onder een plank, uit de wind en uit de regen.
Vrijdagochtend zat het beest er nog, te koekeloeren. Het zag er niet goed uit, dacht ik. Vleermuizen die uit hun winterslaap gewekt worden, zou dat goed komen? En had de kat mischien niet ergens onherstelbare schade aangebracht?
Vrijdagavond zat het er nog, maar gelijk wat actiever, ze ging aan het rondscharrelen als ik de plank waar ik de doos onder gezet had, ophefte.
En kijk: zaterdag was het beest weg! De doos stond er nog onaangeroerd, dus het is niet alsof de kat ze opgevreten had. Ik ga ervan uit dat het beestje gaan vliegen is, hoera!
⁂
In 1884 plant occult detective en special agent to Queen Victoria Edward Grey een dolk in het lijk van de Nederlandse warlock Epke Vrooman. Niet zomaar een dolk, natuurlijk: een Lipu-dolk, gemaakt in een Tibetaans klooster, speciaal om demonen te verslaan.
Dat gebeurde op een schip, waarvan de bemanning eigenlijk ook al dood was, en uiteindelijk vergaat het schip ergens voor Saint Sébastien, en zinkt alles, lijk van Vrooman incluis, tot op de bodem van de zee.
In 1981 krijgt Abe Sapien met twee collega’s de opdracht lijk en dolk op te duiken.
En dan gaan de collega’s dood tijdens de duik, en blijkt zowat heel Saint Sébastien dood te zijn, en zit het spel op de wagen.
Heb ik eigenlijk al iets in de Hellboy-en-aanverwanten gelezen dat ik niet goed vond? Ik dénk het niet. Deze vijfdeler uit 2008, met de eerste officiële solo-missie van Abe Sapien, doorbreekt het patroon niet: fijne comic, fijn geschreven, proper getekend, zoals gewoonlijk hier en daar puzzelstukken over het grotere B.P.R.D.-verhaal — geen klachten.
⁂
Duiven, om op te eten.
Herinnering één, ik durf er geen jaar op te plakken. Ergens in de jaren 1970, denk ik, bij mijn grootouders, mijn grootmoeder had duifkes klaargemaakt. Met airellen, vermoed ik, en wellicht zelfgemaakte kroketten.
Zwartgeblakerd waren ze niet, maar ik kan mij wél nog altijd de smaak en de textuur voor de geest halen: gelijk rottend, nat vermolmd hout, maar dan droog. On-e-te-lijk.
Herinnering twee: we schrijven, oh, gemakkelijk twintig of meer jaar geleden. In de keuken bij Sandra, een Vriend Des Huizes had een duifken mee.
Ik weet begot niet meer waar het beest vandaan kwam – misschien had hij het geschoten, misschien was het tussen de wielen van zijn fiets gesukkeld, misschien dat het een tamme duif was die hij al jaren had en die hij had leren rijden op een klein driewielertje, maar die hem nu om de één of andere reden zodanig had teleurgesteld dat hij ze de nek omgewrongen had.
Het beest lag in de keuken, op de schouw, boven de stoof. Ongepluimd en wel, nog een beetje warm zelfs.
En dan keek ik wat dichter, en het beestje bewoog zelfs nog een beetje: niet dat het niet schielijk was komen te gaan, maar wel dat het zó vol vlooien en teken en wormen en andere parasieten zat, dat het me niet zou verbaasd hebben dat het daar aan gestorven was. Opgegeten van de vuiligheid.
Het spreekt vanzelf dat het beest een burgerlijke begrafenis in de vuilbak kreeg.
Om te zeggen dat ik geen goeie herinneringen heb aan duiven om op te eten.
*
* *
Vandaag hebben we duif gemaakt. Ziet, het beestje uitgekleed en helemaal aan het chillen:
En les, dat is om bij te leren. Net zoals die keer met de lamszwezerik: wie niet waagt, blijft maagd, en al.
Komt daarbij: ik snij graag in dooie beesten, ik heb uitstekende herinneringen aan kiekens slachten in serie en dan kuisen (kijk! de krop! milledju, ze zat nog met eiers!), ik moest niet lang denken om mijdirect vrijwilliger te maken om die vliegende ratten te ontleden en klaar te maken.
Eén: de kop eraf en de stuit eraf. Twee: de ingewanden uit de buikholte halen. Drie: de uiteinden van de vleuringen uit de kom draaien en eraf snijden. Vier: billen uit de kom en eraf, gevolg door onderpoten uit de kom en eraf. Vijf: borstfilets losmaken. Zes:vleuringen van de borstfilets halen.
Resultaat: twee billetjes en twee schone filets per dooie duif.
Dat allemaal aanbakken in de pan en laten afkoelen:
Eens afgekoeld: met een mes in de lengte een gat in elke filet maken, een beetje openwurmen met een vinger, en dan volspuiten met een tijmduxellepasta (champignons, sjalotten en look gekruid met peper en zout en tijm, met een beetje water en een keukenrobot tot een pasta gemixt, en dan weer uitgekookt tot een min of meer vaste massa).
Ik vond dat verschrikkelijk geestig om doen: flashbacks naar lang lang geleden en soezen maken. En ook: ’t is natuurlijk niet het moeilijkste werk te wereld, maar ik vind dat het schrikkelijk veel voldoening geeft om dingen van begin tot einde te kunnen doen, van dood beest met kop en klauwen tot klaar.
Opgevuld zien die borstfilets er zo uit (achteraan de poten):
En helemaal klaar ziet het gerecht er zo uit:
Een borstfilet in twee gesneden, op een tranchoir van bladerdeeg tussen twee doepborden gebakken, met kerstomaatjes, spinazie, en een paar champignons. En met een eenvoudige fond brun van duif.
Een onverlaat had er aan de passe gelijk een halve kilo fleur de sel op gekapt, maar als dat er af geschraapt was: zeer, zeer, zéér lekker (en zie die vulling zitten! zo schoon!) (en zie de kleur, zo schoon!).
*
* *
Ah, er waren ook nog hors d’Å“uvres:
Een uitstekend hapje van gerookte zalm met daarbinnen zalmtartaar, een soepje van zalm (roux met visbouillon, gerookte zalmpasta, sherry), en een stukje halfgebakken halfrauwe zalm met geitenkaas en honing (lekker, maar het vel had ofwel eraf gemogen, ofwel krokant mogen zijn).
En dan nog deze, gegrilde coquille St. Jacques met prei en basilicumroomsaus en een chip van gandahesp:
Coquille lekker maar had wat krokanter gekund, prei niet mijn ding (ik ben niet zo voor prei), hespchip wat te groot en te dik naar mijn goesting, maar basilicumroomsaus uitstekend.
Oh, en ook geconstateerd dat ik een oud meetje ben als het op kuisen aankomt: na afloop moet de keuken gekuist worden, en als dan iemand eten aan het overscheppen is op een oppervlakte die ik juist gekuist, gewassen en ontsmet heb terwijl er twee meter verder nog ongekuiste toog is, of als iemand zijn handen wast in een bak waar ik juist ingewanden uit geschept heb en die nu proper en ontsmet en droog is – dan loop ik daar dus onredelijk lastig van.
Afijn. Een geluk dat ik doorgaans niets durf zeggen tegen niemand.
AH JA VOOR IK HET VERGEET: WIJ HEBBEN DUS DE BESTE LERAAR DIE ER IS, AZÓ EEN SYMPATHIEKE MENS EN ALLES.
(Hij leest mee, ’t schijnt. No pressure.)
⁂
Ik zat een béétje met een indigestie van Wheel of Time, en dus heb ik me in het wat kortere werk gestort: kortverhalen en comics.
Ah, Conan. Ik had People of the Black Circle, het origineel, een halve eeuw geleden gelezen (in het Frans, denk ik zelfs), de comic-versie zag er op het eerste zicht wel proper uit, en dus vandaar.
Oh, nostalgie. Ik weet niet hoe het overkomt op iemand die de boeken niet gelezen heeft, maar het ademt Robert E. Howard en vintage Conan. De tekeningen zouden stuk voor stuk pulp-covers kunnen zijn, zo schoon.
Het verhaal in het kort: koning Bhunda Chand is vermoord. Devi Yasmina, zus van de afgestorvene (die hem zelf heeft dood gemaakt eigenlijk, maar dat maakt niet uit want hij vroeg er om), besluit Conan, op dat moment baas van de Afghuli’s, in te lijven om wraak te nemen. Niet dat ze het hem rechtstreeks gaat vragen: ze zou zijn diensten vragen in ruil voor het leven van zeven van zijn kompanen die in de gevangenis zitten. Ha, verkeerde gok: Conan verrast ze en ontvoert ze!
En dan dus die vintage Conan, een mengeling van hoe hij in mijn hoofd zat in de jaren 1970 voor Schwarzenegger en van hoe hij in mijn hoofd zat na.
Swords & Sorcery! Yay! ’t Is geen wereldliteratuur, maar wie hoor ik klagen? Wacht: mij hoort ge klagen, want ik wou dat het verhaal niet in vier maar in pakweg tien nummers was verteld.
⁂